ECLI:NL:RBLIM:2022:6455
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens verduistering door supermarktmedewerker bevestigd
Een supermarktmedewerker werd op 18 maart 2022 op staande voet ontslagen wegens het meenemen van producten zonder te betalen op 14 en 17 maart 2022. De werknemer erkende dit, maar voerde aan dat hij dit deed vanwege een positieve coronatest en de wens zijn collega’s niet te besmetten, met de intentie later te betalen. De kantonrechter achtte deze verklaring ongeloofwaardig vanwege het ontbreken van communicatie met de werkgever en het feit dat de werknemer ondanks klachten bleef werken zonder te betalen.
De kantonrechter oordeelde dat verduistering in dienstverband een ernstige dringende reden vormt voor ontslag op staande voet. Het ontbreken van hoor en wederhoor was in deze situatie geen reden om het ontslag ongeldig te verklaren. De werkgever maakte aanspraak op een gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 BW Pro, welke werd vastgesteld op het loon over de opzegtermijn van de werknemer, te weten € 2.922,48 bruto.
De werknemer vorderde betaling van vakantiebijslag en niet-genoten verlofuren, welke door de werkgever werden erkend en toegewezen. De proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken door kantonrechter R.A.J. van Leeuwen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens verduistering is rechtsgeldig verklaard en de werknemer is veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van € 2.922,48 bruto.