Conclusie
Nummer21/04879 C
Inleiding
Het tweede middel
[betrokkene 3]:
[betrokkene 3]:
[betrokkene 3]:
(Vertaling: Ik kan nu niet opgesloten worden. Ik heb gezegd wat er moet gebeuren. In het nieuwe jaar zal ik weer normaal gaan bewegen. Als ze mij aanhouden, laat ze mij aanhouden. Ik weet heel goed dat ze mij dingen zullen komen vragen. Maar kijk ik ben niet klaar om opgesloten te worden, anders is er niemand die dingen voor ons zal regelen).
(Vertaling: Daarom heb ik hier een schuilplaats gezocht. Alleen in de avond uren ga ik het bekijken.)
(Vertaling: [verdachte] zit in zijn wereld. Die dag had [medeverdachte 1] mij dat verteld. Ik kan mij niet herinneren wat [medeverdachte 1] aan [verdachte] had verteld. [verdachte] zei: “nee rustig”. Weet je wat [medeverdachte 1] gelijk tegen mij zei: “het is zijn auto niet”. [verdachte] is gewoon op zijn gemak.)
(Vertaling: Voor een moordzaak zouden ze jullie niet naar huis laten gaan en je zou dit (klopt op de auto) ook niet terugkrijgen. Noch [verdachte] , noch jij. Ik weet wat ik jou vertel. Als ze menen dat met het geld van de moord de dingen zijn gekocht, krijgen jullie ze niet meer terug. En op dat moment heb ik begrepen van mijn ervaring dat ze [medeverdachte 1] hebben aangehouden gedeeltelijk om de maatschappij gerust te stellen dat ze een aanhouding hebben verricht in de zaak en aan de andere kant om druk te zetten om te kijken wat ze eruit kunnen halen, wat ze kunnen onderzoeken en tot waar ze kunnen gaan. Want van horen zeggen. Want ze hebben geen vuurwapen bij hem gevonden, ze hebben geen kut gevonden.)
(Vertaling: Ik ga ook met [verdachte] praten.)
de verdachte:
[betrokkene 7]:
[betrokkene 8]:
[medeverdachte 1]:
[medeverdachte 1]:
de verdachte:
[medeverdachte 3]:
[medeverdachte 3]: