Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
3.Het eerste middel
.de dag en het uur van uitreiking.
4.Het tweede middel
5.Het derde middel
Overwegingen met betrekking tot bewijs
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot dertien maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van opzetheling van 960 iPhones die uit een rijdende vrachtwagen waren gestolen. De zaak betreft een vorm van mobiel banditisme waarbij het slot en de zegel van de vrachtwagen werden doorgezaagd en de iPhones werden weggenomen.
De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep, waarna verstek werd verleend. De verdediging klaagde over de geldigheid van de betekening van de oproeping en het afwijzen van een aanhoudingsverzoek, maar de Hoge Raad concludeerde dat de betekening rechtsgeldig was geschied, mede omdat het adres in het buitenland waar de oproeping naartoe was gestuurd overeenkwam met het adres op de identiteitskaart van de verdachte. Het aanhoudingsverzoek werd afgewezen vanwege het belang van een spoedige berechting en eerdere aanhoudingen.
De bewijsklacht over het bestanddeel ‘voorhanden hebben’ werd eveneens verworpen. Het hof had op basis van onder meer telefoongesprekken, aangetroffen verpakkingsmateriaal en de aanwezigheid van de verdachte en medeverdachten in de vakantiewoning geconcludeerd dat de verdachte samen met anderen feitelijke macht over de iPhones had en wist dat het om door misdrijf verkregen goederen ging.
De Hoge Raad vond de motivering van het hof toereikend en verwierp het cassatieberoep, waarmee de veroordeling stand hield.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt veroordeling tot 13 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van opzetheling van 960 gestolen iPhones.