Conclusie
verzoekster tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
verweerder in cassatie,
niet verschenen.
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onderdeel 1aklaagt dat de rechtbank ten onrechte van oordeel is dat aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel is voldaan. Volgens het onderdeel had de rechtbank ambtshalve moeten toetsen en vaststellen dat de bij het verzoek gevoegde medische verklaring niet voldoet aan de wettelijke vereisten omdat deze medische verklaring niet is gebaseerd op een persoonlijk onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene. Ook bevat de medische verklaring geen toereikende toelichting waarom dat onderzoek niet in fysieke aanwezigheid van de psychiater maar via beeldbellen heeft moeten plaatsvinden.
Onderdeel 1bbetoogt dat indien de rechtbank van oordeel was dat het in (rubriek 6 van) de medische verklaring vermelde onderzoek 'door [de arts] , arts' wel in fysieke aanwezigheid van betrokkene heeft plaatsgevonden waarna de de onafhankelijk psychiater haar 'via beeldbellen' rechtens kon/mocht beoordelen omdat hiervoor werd 'gekozen in verband met de noodzaak om snel te handelen' en deze beoordeling (via beeldbellen) 'betrouwbaar' werd geacht, dat oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. De rechtbank miskent dan immers dat anders dan onder de Wet Bopz, de uit de parlementaire toelichting blijkende bedoeling van de wetgever het niet (meer) mogelijk is 'dat een andere arts dan een psychiater wordt belast met de medische verklaring' zoals 'in situaties dat er (door overmacht) geen psychiater beschikbaar is om betrokkene te onderzoeken', omdat die mogelijkheid later werd geschrapt met het algemene voorschrift van art. 7:1 lid 3 onder Pro a Wvggz dat de medische verklaring (steeds) dient te worden opgesteld door 'een psychiater', aldus letterlijk het onderdeel.
Onderdeel 1cvoert nog aan dat de rechtbank ook blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting als zij van oordeel was dat de onafhankelijke psychiater mocht afwijken van een persoonlijk medisch onderzoek van betrokkene wegens de in rubriek 6 van de medische verklaring genoemde omstandigheden. Deze omstandigheden, elk afzonderlijk als in onderlinge samenhang beschouwd, brengen niet mee dat een onderzoek in fysieke aanwezigheid van betrokkene niet mogelijk was geweest. Daarnaast klaagt het onderdeel dat de motivering in de medische verklaring om af te wijken van een persoonlijk medisch onderzoek niet toereikend dan wel onbegrijpelijk is.
Onderdeel 1dstelt dat voor zover de rechtbank in haar beschikking ervan is uitgegaan dat volgens de medische verklaring betrokkene is ingegaan op dan wel zich niet verzette tegen het voorstel het medisch onderzoek fysiek door de arts en vervolgens via beeldbellen door de psychiater te laten doen, de rechtbank heeft miskend dat dit niet afdoet aan de in de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad gestelde eisen aan de medische verklaring en het persoonlijk medische onderzoek door de psychiater in fysieke aanwezigheid van de betrokkene.
in accordance with a procedure prescribed by law’ ten behoeve van een ‘
lawful detention of a person of unsound mind’ in de zin van art. 5, lid 1 onder e en lid 4, EVRM en het in art. 6 lid 1 EVRM Pro neergelegde beginsel van ‘
equality of arms’heeft geschonden door de beslissing te baseren op de door de geneesheer-directeur opgestelde medische verklaring. Na het voorgaande behoeft deze klacht geen afzonderlijke bespreking.