ECLI:NL:PHR:2023:713
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor hennepkwekerij en stroomdiefstal ondanks verweren bewijsuitsluiting
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk, wegens het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet met betrekking tot een hennepkwekerij en wegens diefstal van elektriciteit met verbreking. Het cassatieberoep richtte zich op twee middelen: het eerste betrof het verweer dat het binnentreden van de loods onrechtmatig was wegens het ontbreken van een redelijk vermoeden van schuld, en het tweede betrof de vraag of de bewezenverklaring van diefstal met verbreking voldoende was onderbouwd.
Het hof had geoordeeld dat er sprake was van voldoende verdenking op basis van twee anonieme meldingen die concreet en specifiek waren over de aanwezigheid van een hennepkwekerij in de achterste loods van het gehuurde pand en een dreiging tegen de eigenaar. Ondanks dat een warmtebeeldmeting geen onverklaarbare warmtebronnen aantoonde, achtte het hof dit niet doorslaggevend omdat de kwekerij tijdelijk buiten werking kon zijn gesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit oordeel niet onbegrijpelijk had genomen en dat het verweer tot bewijsuitsluiting niet slaagde omdat geen ernstige schending van strafvorderlijke voorschriften was gebleken.
Ten aanzien van het tweede middel stelde de Hoge Raad vast dat de bewezenverklaring van diefstal met verbreking voldoende was onderbouwd. Uit het bewijs bleek dat de elektriciteitsleiding was gemanipuleerd door het aanbrengen van een aftakmof buiten de meter om, wat schade aan de oorspronkelijke elektriciteitsleiding betekende en daarmee voldeed aan het criterium van verbreking. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.