Conclusie
Nummer21/05167 P
middelbevat de klacht dat het oordeel van het hof dat de betrokkene een bedrag van € 570.219,00 aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten niet zonder meer begrijpelijk is.
€ 4.851,00 -/-
€ 94.564,00 -/-
(€ 94.564.00) van het wederrechtelijk voordeel af. Nu over dit bedrag onduidelijkheid is ontstaan maar het bedrag wel in het voordeel van veroordeelde is afgetrokken van het wederrechtelijk verkregen voordeel, zal het hof dit bedrag ook in het voordeel van veroordeelde meenemen in de berekening.
Feitelijke contante uitgaven
€ 94.564,00 -/-
[betrokkene] : Hoeveel was het van die Turk?
[betrokkene] : enneh hoeveel is dat stroom?
[betrokkene 3] : 350
Hij neemt dadelijk het geld mee voor die stroom enne voor eeh die eeeeh... Turk dadelijk meteen storten, meteen alles betalen, morgenochtend wil ik betaling van jou zien
[betrokkene] zegt: En dan neem ik ook nog ehhhh die 5 extra mee voor jou.
ik weet toch wat ik jou gegeven heb?Ik weet het toch.
[betrokkene 3] : Ja, ik heb .. je hebt me 22 50 gegeven ja ..
[betrokkene] : Maar heb ehh sos (fon) al geld overgemaakt?
En als ze geld over hebben dan kun je gewoon die 230 euro van jou, die kun je d'r ook nog af halen voor jezelf.
€ 570.219,00’.