Conclusie
Vordering als bedoeld in art. 7, art. 9 en Pro art. 17 van Pro de Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad
1.Inzet van de vordering
2.De procedure
rechtbank Noord-Nederlandbetreft een uitspraak van een bestuursrechter in deze rechtbank van 23 februari 2022. Hierin is de naam van klager als gemachtigde van de verzoeker vermeld en is in verband met de vraag of een proceskostenveroordeling verschuldigd is, kort gezegd, overwogen dat niet is gebleken dat de gemachtigde werkzaam is als professionele rechtsbijstandsverlener.
rechtbank Amsterdambetreft het raadplegen van het E-archief op naam van klager door de rechter in deze rechtbank. De rechter deed dit om te kunnen beoordelen of de cliënt van klager in aanmerking kwam voor een vergoeding van diens proceskosten. De rechter vond in het E-archief een uitspraak waarin is geoordeeld dat klager beroepsmatig handelend gemachtigde is en een uitspraak waarin dat niet is aangenomen, te weten - naar klager stelt - de hiervoor bedoelde uitspraak van 23 februari 2022 van de rechtbank Noord-Nederland. Aangevoerd wordt dat de rechter niet op naam van klager [6] in het E-archief had mogen zoeken, omdat daarvoor de door de AVG vereiste grondslag en noodzaak ontbraken. Ook had de rechter volgens klager het resultaat van de zoekslag niet ter zitting mogen delen met (onder meer) de wederpartij. Evenmin had zij volgens klager het resultaat mogen verwerken in haar in het openbaar gedane uitspraak. De griffier had daaraan volgens klager niet mogen meewerken door de uitspraak mede te ondertekenen. Het bestuur heeft volgens klager nagelaten een en ander aan te merken als een inbreuk op de AVG - een 'datalek' - en dit op voet van de Regeling te melden bij de procureur-generaal bij de Hoge Raad. Voorts houdt de klacht in dat het bestuur niets heeft ondernomen om de gevolgen van het 'datalek' te beperken. [7]
rechtbank Den Haagbetreft de afwijzing van het verzoek van klager om zijn persoonsgegevens niet te verspreiden via onder meer het E-archief. [8] Klager noemt in dit verband een uitspraak van een bestuursrechter in deze rechtbank van 18 november 2021 waarin de naam van klager is vermeld als (kennelijk professioneel handelend) [9] gemachtigde van verzoeker, maar beperkt zijn klacht niet tot deze uitspraak. Het gerechtsbestuur heeft klager bij brief van 8 november 2022 onder meer geschreven:
rechtbank Noord-Nederlandheeft bij brief van 14 februari 2023 op mijn verzoek gereageerd en onder meer het volgende opgemerkt naar aanleiding van de klacht:
rechtbank Amsterdamheeft bij brief van 16 februari 2023 op mijn verzoek gereageerd en wat betreft de klacht verwezen naar de eerder door het gerechtsbestuur aan klager verzonden brieven en naar de brief van de FG voor de Rechtspraak van 11 augustus 2022, en heeft voor zover de vragen van klager raken aan mijn vragen over het E-archief verwezen naar de antwoorden op die vragen (zie hierna onder 3.22).
rechtbank Den Haagheeft bij brief van 14 februari 2023 op mijn verzoek gereageerd en wat betreft de klacht verwezen naar de eerder door het gerechtsbestuur aan klager verzonden brief van 8 november 2022 onder de opmerking daaraan niets is toe te voegen anders dan de informatie die is verstrekt met betrekking tot mijn vragen over het E-archief (zie hierna onder 3.22).
3.Het E-archief
Porta lurisgerealiseerd.
Porta lurisomvatte onder andere de uitsprakendatabank van 'rechtspraak .nl' en 'huisdatabanken' van onder meer de Hoge Raad, de CRvB en het CBb. Van de huisdatabanken werd slechts in zeer beperkte mate gebruikgemaakt, omdat er veel handelingen moesten worden verricht om daarin een uitspraak op te nemen. In 2003 werd daarom besloten de opslag van uitspraken voor eigen gebruik binnen het eigen gerecht te vereenvoudigen. Daartoe is in 2004 het E-archief ingericht. Het E-archief kreeg een eigen (fysieke) databank. De invoer van uitspraken in het E-archief is technisch gezien eenvoudig. [12]
Porta luris.Ongeveer een derde van deze uitspraken is in geanonimiseerde vorm - conform de Anonimiseringsrichtlijn - gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
privacyreglement E-archief van januari 2012vermeldt als grondslag en doeleinden van het E-archief dat verwerking (en daarmee verstrekking) noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens verstrekt worden in het kader van een goede rechtspleging en in het kader van een zorgvuldige en kwalitatief goede rechtspraak.
privacyreglement E-archief gerechten van maart 2022vermeldt onder grondslag:
rapportage van 4 november 2022wordt ten eerste vermeld dat de autorisaties voor het E-archief vanaf 17 maart 2022 zijn beperkt tot het niveau van rechtsgebieden en dat, indien nodig, een medewerker geautoriseerd kan worden voor meerdere rechtsgebieden.
rapportage van 23 december 2022wordt vermeld dat de gerechten en landelijke diensten (per locatie en meestal ook per applicatie of dienst) verschillende manieren toepassen waarmee autorisaties worden aangevraagd, gewijzigd, ingetrokken en gecontroleerd. De gerechten en landelijke diensten wordt gevraagd ieder kwartaal een controle uit te voeren op juistheid van enkelvoudige en meervoudige autorisaties E-archief, te starten in het eerste kwartaal van 2023. Verder zal in het eerste kwartaal van 2023 worden bepaald of een aanvullende uitvraag naar autorisatiebeheer E-archief bij gerechten en landelijke diensten wenselijk is.
rapportage van 5 april 2023wordt vermeld, ten eerste, dat een extra 'autorisatielaag' op subrechtsgebieden (met name voor het rechtsgebied Civiel door een scheiding te maken in subrechtsgebied Kanton/Handel en Familie & Jeugd) in de huidige omgeving te complex is. Vanuit het programma 'Meer én Verantwoord publiceren' wordt een nieuwe applicatieomgeving voorbereid waarin actuele eisen ten aanzien van indeling in subrechtsgebieden en autorisaties worden betrokken. Er is een project gestart voor verbetering van het autorisatieproces binnen gerechten en landelijke diensten. Onderdeel hiervan is de aanbeveling van de werkgroep E-archief om een periodieke controle uit te voeren op en kaders te formuleren voor het autorisatiebeheer van het E-archief.
Wie is binnen uw gerecht geautoriseerd tot opname van uitspraken in het E-archief?
Zijn er binnen uw rechtbank criteria ontwikkeld op basis waarvan de betrokken ambtenaren worden geautoriseerd en zo ja. welke criteria zijn dit en wie stelt deze criteria vast?
Wordt een juiste toepassing van autorisaties bewaakt en zo ja. door wie en op welke wijze?
Wie is binnen uw gerecht geautoriseerd tot raadpleging van persoonsgegevens in het E archief?
Zijn er beperkingen met betrekking tot autorisaties voor de betrokken ambtenaren in verband met deze raadpleging en zo ja, wat houden deze beperkingen in?
Zijn er binnen uw rechtbank criteria ontwikkeld voor het raadplegen van het E-archief op naam van bijvoorbeeld partijen en/of gemachtigden en zo ja, welke?
Wie beoordeelt binnen uw gerecht verzoeken tot verwijdering van persoonsgegevens uit het E-archief?
Welke criteria worden bij deze beoordeling gehanteerd?
De Regeling toezicht verwerking persoonsgegevens door gerechten en het parket bij de Hoge Raad
AVG.
rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belastzich in de uitoefening van zijn functie heeft gedragen (art. 13a lid 1 RO). [42] De Regeling is daarentegen niet specifiek gericht op bepaalde personen, maar op de verwerking van persoonsgegeven door gerechten bij de uitoefening van hun rechterlijke taken. De vraag wie in dat kader de persoonsgegevens heeft verwerkt - een rechterlijk ambtenaar, een griffier of een ander [43] - is niet bepalend voor de beoordeling of een klacht in de zin van de Regeling kan worden ingediend.
door gerechten of het parket bij de Hoge Raadvan hem betreffende persoonsgegevens in het kader van de uitoefening van hun gerechtelijke taken inbreuk maakt op de AVG of de krachtens de Richtlijn vastgestelde bepalingen (art. 7).
verwerkingsverantwoordelijkeals bedoeld in art. 4 onder Pro 7 AVG is. [44] Deze is immers verantwoordelijk voor, kort gezegd, de naleving van de AVG (vgl. art. 5 lid 2 AVG Pro). Art. 3 van Pro de Regeling wijst bij de rechtbanken en de gerechtshoven het gerechtsbestuur aan als verwerkingsverantwoordelijke. De handelingen van rechterlijke ambtenaren en anderen worden, waar deze handelingen verwerkingen van persoonsgegevens in de zin van de AVG betreffen, toegerekend aan het gerechtsbestuur als verwerkingsverantwoordelijke.
rechterlijke beslissingen.Klachten daarover zijn uitgesloten, kort gezegd, omdat deze beslissingen in het kader van het stelsel van rechtsmiddelen aan de orde moeten worden gesteld. Van belang hierbij is dat onder een 'rechterlijke beslissing' niet enkel wordt verstaan de uiteindelijke beslissing, maar ook de totstandkoming en motivering van de beslissing en de beslissingen die een rechter neemt tijdens de procedure, bijvoorbeeld over de gang van zaken op een zitting.
zakelijke inhoudvan een rechterlijke beslissing. Dit sluit niet uit dat voor het overige wel kan worden geklaagd over een rechterlijke beslissing. De grens van het toezicht wordt dus gevormd door de
zakelijke inhoud van rechterlijke beslissingen.
5.De aan verwerkingen te stellen eisen
(UZ tegen Bondsrepubliek Duitsland),overweegt het HvJ EU hierover: [59]
PRO.
25AVG.
6.Voldoet het E-archief aan de AVG?
(inde
zindat de rechter per zaak beslist of raadpleging van het E archief dienstbaar
isom tot een beslissing te komen), met de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen (in de
zindat rechten van personen niet worden vastgesteld aan de hand van uiteenlopende juridische uitgangspunten waar rechtseenheid wenselijk is) en met de inning van civielrechtelijke vorderingen (om de hiervoor al genoemde redenen). Ten tweede is verdere verwerking verenigbaar met het doel waarvoor de gegevens oorspronkelijk zijn verzameld, omdat sprake is van een concreet, logisch en voldoende nauw verband tussen het doel van de aanvankelijke verzameling van persoonsgegevens en de verdere verwerking van die gegevens. Dit geldt ook voor zover het wetenschappelijk onderzoek betreft
(zieart. 89 AVG Pro).
7.Bespreking van de klachten
mutatis mutandisvan toepassing. Dat betekent dat de rechter in dit verband een ruime mate van beoordelingsvrijheid toekomt. Het kennelijke oordeel van de behandelend rechter dat het raadplegen van het E-archief kan bijdragen aan de kwaliteit van het rechterlijk oordeel in het kader van de rechtseenheid ten aanzien van de vraag of door klager al dan niet beroepshalve rechtsbijstand wordt verleend, is niet onbegrijpelijk. Ik voeg daaraan toe dat het gegeven dat bepaalde uitspraken over het al dan niet beroepsmatige karakter van de door klager verleende rechtsbijstand reeds in het dossier zaten, zoals klager schrijft in zijn brief van 28 november 2022, de rechter niet ervan behoeft te weerhouden ook nader onderzoek te doen naar deze en mogelijke andere relevante uitspraken.