2.3Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1.
Het proces-verbaal aangifte d.d. 2 augustus 2013, p. 11-13, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 2] , wonende te [plaats] :
Ik werd vandaag (het hof begrijpt: 2 augustus 2013) wakker omstreeks 07.30 uur. Ik ben toen naar beneden gelopen. Mijn adres betreft [a-straat 1] (het hof begrijpt: te [plaats] ). Ik woon hier met mijn moeder, [aangeefster] , en mijn broertje [aangever 1] . Toen ik naar het woonkamerraam aan de voorzijde van de woning liep, zag ik een vijftal mannen lopen. Twee mannen droegen een petje. Ik vond het opvallend om op dit tijdstip bij mij in de straat vijf jongens te zien lopen. Ik heb vervolgens mijn broertje geroepen, deze lag nog in bed.
Ik hoorde harde bonzen op de voordeur. Het leek erop alsof men met een stormram bezig was. Op hetzelfde tijdstip hoorde ik dat het grote raam aan diggelen ging. Mijn broertje en ik probeerden toen de tussendeur van de gang naar de woonkamer dicht te houden. Wij hadden snel door dat ons dat niet ging lukken om deze mannen tegen te houden. Ik riep tegen mijn moeder dat ze de woning aan de achterzijde moest verlaten. Mijn moeder was helemaal in paniek. Op een gegeven moment hebben mijn broertje en ik door dat we de tussendeur niet kunnen dichthouden en proberen wij ook via de keuken de achtertuin in te rennen. Ik zie voor mijn gevoel 3 mannen de woonkamer inkomen. Mijn moeder stond al in de tuin toen [aangever 1] en ik er ook aankwamen. In de woonkamer kregen we ook al klappen, dit waren vuistslagen. Ik hoorde toen iemand roepen “Je hebt bij mij ingebroken”.
Ik herkende [betrokkene 2] , hem ken ik al mijn hele leven, van de stad, van alles. Ik weet niet waar dit over ging.
Buiten in de achtertuin aangekomen, zie ik twee mannen door de houten tuinpoort de tuin binnenkomen.
Ik herkende [betrokkene 3] , dit is een halfbroertje van [betrokkene 2] . Ik zag dat hij een honkbalknuppel vast had. Wij weten ons dan toch de tuin uit te vechten en buiten de achtertuin op de oprit van de buren uit te komen. Hier zag en voelde ik dat we door drie mannen, die allemaal een knuppel vast hadden totaal in elkaar werden geslagen. Ik kan u zeggen dat wij allemaal zeker door elk persoon met een knuppel in de hand geraakt zijn. De mannen die de knuppel vast hadden zijn: de vader van [betrokkene 2] , [betrokkene 4] , [betrokkene 2] zelf en [betrokkene 3] . Ik heb zeker 10 klappen gehad. Mijn rechterarm is op 3 plaatsen gebroken. Ik voel 3 builen op mijn hoofd. Ik heb gevreesd voor mijn leven. Ik dacht dat mijn broertje dood was, zo stil lag hij. Mijn moeder had een flinke hoofdwond. Ik hoorde ook mensen roepen: “Laat die jongens met rust met die knuppels”. Als deze mensen niet waren gekomen waren ze gewoon doorgegaan. Toen zag ik dat de mannen wegrenden.
2.
Een ander geschrift, zijnde een brief van de GGD inhoudende de medische informatie van [aangever 2] d.d. 9 augustus 2013, p. 26, voor zover inhoudende als verklaring van de arts [betrokkene 5] :
Waargenomen letsel:
Wondje op hoofd. Breuk onderarm en middenhandsbeentje.
Geschatte duur van de genezing:
3 maanden.
3.
Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 3 augustus 2013, p. 14-17, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 2] :
De verwachtingen zijn zo dat ik op 11 augustus weer wordt geopereerd om mijn rechterarm met plaatjes te herstellen. Ik heb een gecompliceerde onderarmbreuk. Ik kan zeggen dat ik van [betrokkene 4] en van [betrokkene 2] en van [verdachte] allemaal klappen met de knuppel heb gehad. Ik heb ook gezien dat [betrokkene 2] mijn moeder recht in de ogen aankeek en haar sloeg met een knuppel. Ik zag dat hij vol uithaalde. Mijn moeder viel toen op de grond. Ik zag dit vanaf een afstand van 1 tot 1,5 meter afstand. Ik hoorde dat mijn moeder kort voor deze klap riep: “Schei uit met slaan, het is genoeg geweest”.
Ik ken [betrokkene 2] van Thaiboksen. Het klopt dat wij samen wedstrijden hebben gevochten. Ook mijn broertje [aangever 1] heeft met hem gevochten.
[verdachte] en [betrokkene 2] hadden een pet op.
4.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige bij de rechter-commissaris d.d. 10 juni 2014, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [aangever 2] :
In de tuin ben ik door [betrokkene 2] en [verdachte] meerdere malen met een knuppel geslagen. Het was [betrokkene 2] die het vaakste sloeg. Hij bleef slaan en sloeg onmenselijk hard. Ik heb bij het afweren van de slagen mijn arm op drie plaatsen gebroken. Ik ben ook gewond geraakt aan mijn hoofd door de klappen die ik niet kon afweren. Ik heb ook gezien dat [betrokkene 2] mijn moeder met een knuppel geslagen heeft. Ik heb ook gezien dat [betrokkene 2] mijn broer met een knuppel geslagen heeft.
5.
Het proces-verbaal aangifte d.d. 4 augustus 2013, p. 27-30, voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever 1] :
Op 2 augustus 2013 maakte mijn broer mij wakker. Hij zei dat er rare figuren buiten waren die raar bij ons naar binnen keken. Ik ben naar buiten gegaan om te kijken wat er aan de hand was. Ik keek samen met mijn broer. Ik zag een groep mannen. Ik dacht dat het vijf of zes mannen waren en ik zag dat ze een grote zwarte sporttas bij zich hadden. Ik zag dat ze op ons afkwamen. Ik en mijn broer zijn toen snel naar binnen gevlucht. Ik zag de mannen voorbij het raam komen en ik zag dat ze iets in de handen hadden. Ik had tijdens het rennen al gezien dat ze iets uit de tas hadden gehaald. Volgens mij hadden ze een ijzeren en een houten honkbalknuppel en nog iets van ijzer. Die mannen ramden de deur eruit. Ze waren op dat moment in het halletje. Ik probeerde uit alle macht de deur naar de woonkamer dicht te houden. Ik voelde dat die mannen met kracht de deur open probeerden te duwen. Ze kregen de deur dan ook niet open, maar ze sloegen vervolgens het raam van de woonkamer in. Toen de mannen het raam in sloegen ging ik naar mijn moeder want ik wilde haar beschermen. We zijn de achterdeur uitgerend. We waren toen achter onze woning op het binnenplaatsje. Ik zag dat er een man achter ons aan kwam en ik herkende deze man als iemand waarmee ik vroeger op Thaiboksen heb gezeten. Zijn naam is [betrokkene 2] . [betrokkene 2] zei “Jullie hebben bij mij ingebroken”. Ik zei hem dat dat niet zo was. Toen gingen die mannen helemaal door het lint. Ik zag dat [betrokkene 2] een honkbalknuppel had en ik zag dat hij met deze knuppel wilde slaan. Ik heb de slag afgeweerd met mijn arm. Ik zag dat achter [betrokkene 2] nog twee personen stonden. Ik herkende daarvan nog een persoon. Dat was [betrokkene 3] .
Op dat moment trapten twee mannen de poort van onze achtertuin in en ook zij kwamen het binnenplaatsje oprennen. Ik herkende van die twee mannen er een als de vader van [betrokkene 2] . We werden toen van alle kanten belaagd. Ik zag dat [betrokkene 2] op alles sloeg wat hij kon raken. Ik zag dat hij zoveel mogelijk schade toe wilde brengen. Ik zag dat aan zijn ogen en zijn woede. Hij heeft ook mijn moeder geslagen. Ik heb dat niet goed kunnen zien, maar ik zag wel dat het haar van moeder helemaal rood was van het bloed.
Ik zag de vader van [betrokkene 2] . Ik wilde hem van mij wegtrappen, maar ik had overal bloed op mijn gezicht en ik kreeg ook van hem een klap met zijn rechtervuist tegen mijn hoofd. Dat ging denk ik met kracht, want ik moest er een stap van achteruit doen. Direct daarna kreeg ik weer een klap met een honkbalknuppel op mijn rechteroor. Die klap op mijn oor kreeg ik van [betrokkene 2] , dat weet ik zeker. Ik heb daarna meerdere klappen gekregen. Ik merkte dat ik mijn arm niet meer kon bewegen. Ik zag dat ook mijn broer meerdere malen werd geslagen, zodat wij niets meer konden doen.
Ik hoorde dat er een buurman is gekomen die de boel heeft gesust. De mannen zijn daarna weggelopen.
6.
Een ander geschrift, zijnde een brief van de GGD inhoudende de medische informatie van [aangever 1] d.d. 9 augustus 2013, p. 38, voor zover inhoudende als verklaring van de arts [betrokkene 6] :
Waargenomen letsel:
• Bloeduitstorting schede + schedelbreuk en een bloeding tussen het harde hersenvlies en het spinnenwebvlies.
• Wondje wenkbrauw.
• Open botbreuk rechter onderarm.
Overige van belang zijnde informatie:
Operatie voor open breuk rechter onderarm.
Geschatte duur van de genezing:
3 maanden.
7.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige bij de rechter-commissaris d.d. 10 juni 2014, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [aangever 1] :
[betrokkene 4] kwam door de poort de tuin in. Ik zag [betrokkene 2] en [verdachte] uit onze woning komen. Er werd door [verdachte] gezegd dat wij aan het inbreken waren waar hun kinderen sliepen. Toen [betrokkene 2] en [verdachte] uit de woning kwamen, zag ik dat ze allebei een knuppel in hun hand hadden. Ik heb gezegd dat ik niet had ingebroken, en meteen kreeg ik een klap van [verdachte] met een knuppel op mijn hoofd. [betrokkene 2] en [verdachte] hebben mij beiden met hun knuppels op mijn hoofd en op mijn arm geslagen. Ik ben twee keer op mijn hoofd geraakt en ook twee of drie keer op mijn armen. Ik heb de slagen in de richting van mijn hoofd proberen af te weren met mijn armen. Als ik dat niet gedaan had, was ik op mijn hoofd geraakt. Ik ben door de klappen op de grond gevallen.
[betrokkene 2] droeg een petje.
8.
Het proces-verbaal aangifte d.d. 2 augustus 2013, p. 39-42, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangeefster] :
Ik ben vanmorgen (het hof begrijpt: 2 augustus 2013) rond 07.00 uur op gestaan en [aangever 2] was ook wakker. Wij waren beneden in de huiskamer. Op dat moment zag [aangever 2] mannen buiten staan, die door onze woonkamerraam naar binnen stonden te kijken. Ik hoorde dat [aangever 2] naar boven riep naar zijn broer: “ [aangever 1] , kom naar beneden, volgens mij zijn er inbrekers.” [aangever 1] kwam toen ook naar beneden. [aangever 2] en [aangever 1] maakten de voordeur open. Ik hoorde dat [aangever 2] riep: “Hee, die hebben honkbalknuppels!” Ik hoorde, dat [aangever 2] en [aangever 1] weer naar binnen kwamen en de voordeur dicht maakten. Ik stond toen nog in de huiskamer. Ik hoorde dat [aangever 2] riep: “Mam, achteruit eruit.” Ik hoorde dat er tegen het woonkamerraam geslagen werd met een hard voorwerp en ik hoorde direct daarop glasgerinkel. Ze hadden dus de ruit van de woonkamerraam ingeslagen in de tijd, dat wij probeerden achter uit onze woning naar buiten te vluchten. Wij zijn door de achterdeur naar buiten gegaan. Ik hoorde dat de mensen naar binnen kwamen en achter ons aan kwamen. Ik stond doodsangsten uit.
Wij stonden achter op de plaats. Ik zag toen dat er ook al 2 mensen achterom stonden. Die waren blijkbaar achterom gelopen. Dat waren 2 mannen. Ik kende ze wel van gezicht.
Ik zag dat die mannen honkbalknuppels bij zich hadden en ik zag dat ze [aangever 2] en [aangever 1] sloegen waar ze maar konden. [aangever 2] en [aangever 1] probeerden die klappen af te weren. Mij hadden ze toen nog niet gezien en ik was aan het schreeuwen: "Hou op, hou op!” Ik zag dat er vanuit de woning uit de keukendeur 3 mannen kwamen. Ik kende die mannen wel. Ik zag dat dat [betrokkene 2] was. Ik weet de achternaam van die man niet. Ik ken [betrokkene 2] ook, omdat hij op Thaiboksen heeft gezeten samen met mijn zoon [aangever 2] . Ik herkende ook de vader van [betrokkene 2] . Die man heet [betrokkene 4] . De derde man is [betrokkene 3] of zoiets.
Ik zag dat alle vijf de mannen [aangever 2] en [aangever 1] sloegen. Ik zag, dat ze heel veel klappen kregen. Ik zag dat [betrokkene 2] mij ook een klap met een honkbalknuppel gaf. Hij raakte mij links op mijn hoofd. Dat deed heel zeer. Ik zag dat hij mij ook aan keek. Ik heb een bloedende wond door die klap. Ik viel neer en wij lagen met zijn drieën op de grond. Ik zag dat ze met zijn vijven op [aangever 1] en [aangever 2] neer bleven slaan. Vooral [verdachte] , [betrokkene 4] en [betrokkene 2] bleven mijn zonen slaan. [aangever 1] is bewusteloos geraakt, hij is even weggeweest.
Dit alles gebeurde in onze tuin, maar ook op de oprit van onze achterbuurman. Ik zag dat de achterbuurman aan kwam lopen en riep: “Het is genoeg, het is genoeg. Stop ermee.” Als die man er niet geweest was, hadden ze ons dood geslagen. Daar ben ik van overtuigd. Ze hadden zeker 3 honkbalknuppels bij zich. [betrokkene 2] , [betrokkene 4] en [verdachte] hadden in ieder geval elk een honkbalknuppel bij zich en sloegen daar ook mee. In het ziekenhuis bleek dat ik een gat in mijn hoofd heb aan de linkerkant. Dat is gehecht.
9.
Een ander geschrift, zijnde een brief van de GGD inhoudende de medische informatie van [aangeefster] d.d. 16 augustus 2013, p. 46, voor zover inhoudende als verklaring van de arts [betrokkene 6] :
Waargenomen letsel:
Wond behaarde hoofdhuid links.
Geschatte duur van de genezing:
Niet langer dan 3 maanden.
10.
Het proces-verbaal verhoor aangeefster d.d. 3 augustus 2013, p. 47-50, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangeefster] :
(pagina 48)
[betrokkene 4] ken ik persoonlijk niet, maar [betrokkene 2] riep tegen hem “Pap”. Die man, waarvan ik zei dat het [betrokkene 4] is, zei dat het wel genoeg was. Toen zei [betrokkene 2] : “Nee, het is nog helemaal niet genoeg, pap”. [betrokkene 2] droeg een petje toen hij kwam en toen bij wegging had hij die niet meer op. [verdachte] droeg een pet, maar niet meer toen hij wegging.
11.
Het proces-verbaal van verhoor van getuige bij de rechter-commissaris d.d. 10 juni 2014, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [aangeefster] :
Ik heb [betrokkene 2] , [verdachte] en [betrokkene 4] met knuppels gezien. Ik heb gezien dat [aangever 2] en [aangever 1] werden geslagen. [verdachte] deed het meeste bij [aangever 2] . Hij sloeg vol door en ik heb niet geteld hoe vaak er werd geslagen. [betrokkene 2] heeft [aangever 1] geslagen, maar ook [aangever 2] . Hij sloeg lukraak waar hij maar raken kon. Ik heb gezien dat [aangever 2] de slagen heeft afgeweerd met zijn onderarm. Ik heb op enig moment toen ik zag dat [aangever 1] door [betrokkene 2] werd geslagen met de knuppel geroepen “Je slaat hem dood”. De vader van [betrokkene 2] kende ik van gezicht. Ik wist dat hij [betrokkene 4] heet. Ik heb tijdens het gebeuren [betrokkene 2] wel “Pap” tegen [betrokkene 4] horen zeggen.
12.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2013, p. 3-4, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Op 2 augustus 2013, omstreeks 07.45 uur, kwam ik op de [b-straat] . Ik werd gewezen naar de oprit van perceel [001] . Ik zag dat twee mannen en een vrouw gewond op de oprit zaten. Deze vrouw was de mij ambtshalve bekende [aangeefster] . De twee gewonde mannen herkende ik als haar zoons, [aangever 2] en [aangever 1] . Ik zag dat [aangever 1] op de grond lag, met zijn hoofd in de richting van de weg. [aangever 1] klaagde over hoofdletsel en letsel aan zijn rechter arm. Rechts naast [aangever 1] zat met zijn rug tegen de houten afscheiding (het hof begrijpt: [aangever 2] ) [aangever 2] . Deze klaagde over duizeligheid en pijn aan zijn arm. [aangeefster] zat met haar rug tegen de garage van perceel [b-straat 1] . [aangeefster] had een hoofdwond. Door zowel [aangeefster] als [aangever 2] werd aan mij medegedeeld dat in hun woning was binnengedrongen. Hierna hadden zij klappen gehad van een aantal mannen (5 of 6 personen). [aangeefster] en [aangever 2] deelden mij mede dat zij die personen kenden. Twee van de vijf personen kenden zij als [betrokkene 2] en zijn vader.
Nadat de slachtoffers waren afgevoerd, heb ik een onderzoek ingesteld. Hierbij trof ik in de tuin van de [a-straat 1] twee petjes aan.
13.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2013, p. 6, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Op 2 augustus 2013, omstreeks 10.45 uur, sprak ik met [aangeefster] (het hof begrijpt: [aangeefster] ). Deze deelde mij ongevraagd mede dat zij gehoord had dat de daders hadden geroepen dat ze niet hadden moeten inbreken waar kinderen bij waren. Het was haar bekend dat er was ingebroken bij [betrokkene 2] . [aangeefster] deelde mede dat naast [betrokkene 2] , zijn vader ook nog een broertje genaamd [verdachte] bij de daders was. Op mijn vraag of de in hun achtertuin aangetroffen petjes van [aangever 2] of [aangever 1] waren, deelden beiden mede dat deze petjes niet van hun waren.
14.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2013, p. 7, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Naar aanleiding van een mededeling van [aangeefster] werd gezocht naar de personalia van [betrokkene 3] . [betrokkene 3] blijkt een halfbroer te zijn van [betrokkene 2] . Hij is geadopteerd en zijn originele naam was [betrokkene 3] . [betrokkene 3] heeft een naamsverandering ondergaan en zijn personalia luiden: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [plaats] .
15.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2013, p. 54-55, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Naar aanleiding van een melding op 2 augustus 2013, omstreeks 07:45 uur, van een overval op een woning aan de [a-straat 1] te [plaats] , hoorde ik om 07:55 uur, die dag, op de [b-straat] te [plaats] een mannelijke getuige. Deze deelde mij mede dat hij uit angst voor represailles zijn naam niet wilde geven maar wel anoniem wilde verklaren wat hij gezien had. Hij verklaarde vervolgens:
Op 2 augustus 2013, omstreeks 07:45 uur, werden wij wakker van geschreeuw op straat. Ik ben opgestaan en ben naar buiten gelopen de [b-straat] op. Ongeveer 50 meter in de straat zag ik dat op de [b-straat] op een oprit een man op de grond lag die onder het bloed zat. Deze lag op de aldaar gelegen oprit tussen een geparkeerde auto en een tuinschutting van de achtertuin van een woning van de [a-staat] . Hiernaast zat een man op de grond tegen de schutting aan. Ik zag dat ook deze man onder het bloed zat. Ik zag dat bij deze zittende man nog een andere man stond die de zittende man met kracht meerdere malen met een honkbalknuppel tegen het hoofd sloeg. Verder stonden er nog 3 of 4 andere mannen op de oprit waarvan ik achteraf vermoed dat die allemaal bij de dadergroep behoorden. Ik hoorde dat de man die met een honkbalknuppel aan het slaan was tijdens het slaan riep: “Bij mij inbreken waar mij kind bij is!” Ik zag dat de man maar door bleef slaan met de honkbalknuppel tegen het hoofd van die zittende man tegen de schutting. Terwijl ik de oprit opliep, riep ik dat hij moest stoppen daar hij de man anders dood zou slaan. Ik hoorde dat iemand uit de groep zei dat ik geen politie mocht bellen. Ik heb toen gezegd dat ik de ambulance zou bellen en dat de politie dan wel mee zou komen. Ik zag dat de groep van 4 of 5 mannen wegliep.
Er stond nog een oudere man bij de dadergroep van ongeveer 50 jaar oud.
16.
Het proces-verbaal aanvraag DNA-onderzoek sporen d.d. 28 augustus 2013, p. 199-201, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] en de daarbij als bijlage gevoegde sporenbijlage:
In de achtertuin bevond zich een houten toegangspoort welke tijdens ons onderzoek op de oprit van de achterburen lag. Deze poort was met geweld vernield. Wij hebben tijdens ons sporenonderzoek twee petjes aangetroffen. Een petje lag in de achtertuin, vlakbij de vernielde toegangspoort. Het andere petje lag op de oprit van de achterburen, ook vlakbij de toegangspoort.
Als bijlage is bij dit proces-verbaal een sporenbijlage gevoegd.
Object: pet
SIN: AAGM9756NL
Bijzonderheden: Binnenzijde tuinpoort [a-straat 1]
Object: pet
SIN: AAGM9755NL
Bijzonderheden: Buitenzijde achteromgang [a-straat 1]
17.
Het proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 4 september 2013, p. 196-198, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :
Onderzoek pet AAGM9755NL
Ik heb de binnenrand van de pet ter hoogte van het voorhoofd bemonsterd met behulp van een stub.
Ik heb de stub veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAFW3793NL en verzegeld.
Onderzoek pet AAGM9756NL
Ik heb de binnenrand van de pet ter hoogte van het voorhoofd bemonsterd met behulp van een stub.
Ik heb de stub veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAFW3794NL en verzegeld.
18.
Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 4 oktober 2013, p. 121-123, voor zover inhoudende als verklaring van rapporteur ing. H.M. van Beerendonk:
Het DNA-profiel van de verdachte [betrokkene 2] REV974 (geboren op [geboortedatum] 1988) is betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek.
SIN
Beschrijving DNA-profiel/ celmateriaal kan afkomstig zijn van
Matchkans DNA-profiel
AAFW3793NL#01
Afgeleid DNA-profiel:
Verdachte [betrokkene 2]
Kleiner dan één op één miljard
Het afgeleide DNA-hoofdprofiel van het celmateriaal in de bemonstering van het celmateriaal in de bemonstering AAFW3793NL#1 is op 20 september 2013 opgenomen in de Nederlandse databank voor strafzaken en wordt sindsdien vergeleken met daarin aanwezige DNA-profielen. Hierbij zijn geen andere matches gevonden dan de hiervoor vermelde match met het DNA-profiel van de verdachte [betrokkene 2] REV974.
19.
Een geschrift, zijnde een brief van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 10 oktober 2013 en de daarbij behorende bijlage, p. 206-207, geschreven door dr. ir. C.P. van der Beek, beheerder Nederlandse DNA-databank voor Strafzaken, voor zover inhoudende:
Er is een match gevonden tussen een DNA-profiel van een spoor uit Nederland en een DNA-profiel van een persoon uit Duitsland.
De matchkans van de bij de match betrokken DNA-kenmerken is één op 733 miljoen.
De code van het DNA-profiel uit Duitsland is: K050943274629.
De code van het DNA-profiel uit Nederland is: AAFW3794NL# 1.
(bijlage)
K-Nummer: K0509432 74629
Treffer zu NL Datensatz Spur AAFW3794NL#1, 21-09-2013
Name: [verdachte]
Vorname: [verdachte]
Geburtsdatum: [geboortedatum] 1985
Geburtssort: [plaats] ”.