ECLI:NL:PHR:2023:879
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen poging tot doodslag en vermindert straf wegens overschrijding redelijke termijn
De verdachte is door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van poging tot doodslag op drie slachtoffers op 2 augustus 2013. Het hof baseerde zijn oordeel op getuigenverklaringen, DNA-bewijs en medische rapporten die het geweld met honkbalknuppels bevestigen.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met de concrete omstandigheden bij de bewezenverklaring van voorwaardelijk opzet en dat de bewezenverklaring van medeplegen onvoldoende was gemotiveerd. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de verdachte en zijn mededaders bewust de aanmerkelijke kans op de dood van de slachtoffers hebben aanvaard door herhaaldelijk met honkbalknuppels op het hoofd te slaan.
Een middel over de overschrijding van de inzendtermijn van stukken in cassatie slaagde. De stukken werden 17 maanden na het instellen van het cassatieberoep ontvangen, terwijl de termijn acht maanden bedraagt. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf. Een middel van de benadeelde partij over ontoereikende vergoeding immateriële schade faalde. De Hoge Raad bevestigde dat vergoeding mogelijk is bij lichamelijk letsel en dat het hof de immateriële schade naar billijkheid had begroot.
Ambtshalve constateerde de Hoge Raad ook overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, wat eveneens strafvermindering rechtvaardigt. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot vernietiging van de strafoplegging uitsluitend voor de duur van de straf en vermindering daarvan, met verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, overige middelen worden verworpen.