Conclusie
Esperaza)
Exem)
Oil & Gas)
curatoren)
[verweerder 4])
Exem Holding)
[verweerder 6])
[verweerder 7])
Terra Peregrin)
Exem c.s., in vrouwelijk enkelvoud)
TCA)
[verweerder 10])
[verweerder 11])
UIM)
Sonangol)
OK) heeft de verzoeken van de curatoren tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van deze vennootschappen
toegewezen. En hun verzoeken tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen bij deze vennootschappen
afgewezen. Tegen dit laatste wordt in cassatie opgekomen door Esperaza. M.i. zonder succes.
1.Feiten
bestreden beschikking).
[betrokkene 1]) als UBO. [betrokkene 1] is de in 2020 overleden echtgenoot van [verweerder 6] . [2] Sindsdien beheert [verweerder 6] de nalatenschap van [betrokkene 1] .
Chairwoman of the Board of Directorsvan Sonangol.
Share Purchase Agreement(hierna: de
SPA) ondertekend. De koopprijs voor de aandelen bedroeg € 75.075.880,--. De SPA bepaalt dat 15% van de koopprijs, € 11.261.382,--, vóór de overdracht moest worden betaald (art. 3.2). Dit bedrag is op 18 december 2006 overgemaakt door Exem Africa Ltd., gevestigd op de Britse Maagdeneilanden, waarvan [betrokkene 1] toen de (uiteindelijke) aandeelhouder was. De resterende 85% van de koopprijs, € 63.814.498,--, werd door Sonangol gefinancierd door een aan Exem verstrekte
vendor loan. Over de terugbetaling van het geleende bedrag en de betaling van rente bepaalt de SPA dat deze “
shall be settled out of all ordinary and extraordinary dividends and any other payments to be received by the Buyer from[
Esperaza, A-G]
from time to time” (art. 3.4). De SPA bevat verder de bepalingen dat de koper, of een door de koper aangewezen vennootschap, te allen tijde gerechtigd is zonder boete het restant van de koopprijs te betalen (art. 3.5, slotzin). En dat uiterlijk op 31 december 2017 aan de betalingsverplichtingen moet zijn voldaan bij gebreke waarvan sprake is van een
Event of Default(art. 3.7). Op de SPA is Nederlands recht van toepassing verklaard.
Participation Agreement) nam Oil & Gas deel aan een consortium dat tot ontwikkeling van bepaalde gasvoorraden in Angola wilde komen. Zij kreeg een belang van 10% in de eventuele opbrengsten van dit project, het zogeheten Block 2 Project. Een van de andere partijen bij deze overeenkomst was Sonangol Gás Natural Limitada (hierna:
Sonangás), een 100%- dochtervennootschap van Sonangol. In 2015 heeft het consortium besloten om het Block 2 Project stop te zetten.
Loan Agreementvan juni 2009 tussen Sonangol en Exem enerzijds en Esperaza anderzijds staat dat partijen op 29 december 2006 mondeling zijn overeengekomen dat Sonangol en Exem samen € 10.450.942,-- aan Esperaza te leen zullen verstrekken en dat 40% van dat bedrag, zijnde € 4.180.376,80, door Exem aan Esperaza is verstrekt. In de
Loan Agreementstaat dat deze wordt beheerst door Nederlands recht.
vendor loan(zie onder 1.8 hiervoor) aan Sonangol geschreven:
(...) the total outstanding amount due and payable by the Buyer to the Seller pursuant to the SPA is EUR 72.801.461,47 (thePayable Amount).
The Chairwoman of the Board of Directors”.
Exem Energia), een Angolese vennootschap uit de Exem-groep, AKZ 11.888.704.792,-- betaald aan Sonangol.
[betrokkene 3]) en namens aandeelhouder Exem door [verweerder 11] en [verweerder 7] . In het eerste besluit worden de twee zittende bestuurders A van Esperaza - die door Sonangol als de houder van alle aandelen A kunnen worden benoemd en ontslagen - ontslagen en vervangen door [betrokkene 4] en [betrokkene 3] . In het tweede besluit staat dat Esperaza aan haar aandeelhouders een interimdividend zal uitkeren van € 131.500.000,-- mits het bestuur instemt met de uitkering. In het dossier is verder aanwezig een besluit van het bestuur van Esperaza, eveneens gedateerd op 14 november 2017, waarin wordt verwezen naar een besluit van de algemene vergadering van Esperaza van 15 november 2017 tot uitkering van interimdividend ter grootte van € 78.900.000,-- aan Sonangol en € 52.600.000,-- aan Exem en waarin deze uitkering wordt goedgekeurd door het bestuur. Het derde besluit van de algemene vergadering houdt een décharge van het bestuur van Esperaza in en de ontbinding van Esperaza.
[betrokkene 5]), een Portugese advocaat, de onder 1.17 hiervoor genoemde besluiten van de algemene vergadering van Esperaza - waarop de handtekening namens TCA nog ontbrak - aan TCA gezonden, dit met het verzoek de besluiten dezelfde dag nog te retourneren. Ongeveer een uur later heeft TCA per e-mail de door haar getekende besluiten aan [betrokkene 5] gestuurd: "
Further to your request, please find signed documents attached."
because we felt there was no legal or contractual basis to justify receiving the same [de kwanza-betaling, A-G] in that currency.” Sonangol stelde zich in die brief op het standpunt dat Exem op grond van de SPA in euro’s diende te betalen. Hierop is nadere correspondentie gevolgd, waarin Sonangol zich (in een brief van 12 oktober 2018) op het standpunt stelde dat [verweerder 6] niet bevoegd was Sonangol te vertegenwoordigen en waarin Sonangol betaling in euro’s van het in haar visie nog uitstaande bedrag onder de SPA (€ 72.801.461,47) heeft geëist.
I need to speak with you in order to (i) explain the context of a transfer order from the Bank account of EXEM that we need to put in place (...)” en “
I will circulate early afternoon a short document explaining the reason the funds are being transferred from Exem to Terra Peregrin.”
(...) I prepared the attached letter of agreement in order to formalize the transfer. We are now completing the document. This is rather urgent.”
Aangehecht was een conceptbrief van [verweerder 7] namens Exem aan Exem Energia, waarin mede stond dat Exem Energia namens Exem € 72.801.461,47 aan Sonangol had voldaan ter uitvoering van de SPA en dat Exem bij wijze van gedeeltelijke terugbetaling van dit bedrag binnen enkele dagen € 52,6 miljoen zou betalen op een nog niet genoemde bankrekening ten name van een nog niet genoemde vennootschap.
letter of agreement’: “
We are finalising the letter of agreement but it is our idea to send it after the transfer. Why do you need it before? The transfer is urgent and the letter will need to be signed by the relevant parties. (...) The BV is transferring the funds for administrative reasons and I confirm the Shareholders of TP is [verweerder 6] . (...) Again, this is rather urgent.”
(...) please find attached the release letter from Sonangol.”
Het betreft hier de onder 1.16 hiervoor genoemde brief van 9 november 2017, getekend door [verweerder 6] .
London Court of International Arbitration(hierna: het
LCIA) tegen twee partijen bij de
Participation Agreement, waaronder Sonangás. Oil & Gas vordert in die procedure ongeveer USD 140 miljoen aan schadevergoeding. Bij uitspraak van 16 mei 2022 (hierna: de
Final Award) hebben arbiters beslist dat de vordering van Oil & Gas als ingetrokken wordt beschouwd wegens niet-tijdig voldoen van (voorschotten voor) de arbitragekosten en hebben zij Oil & Gas veroordeeld in de proceskosten van haar wederpartijen, die opgeteld en afgerond USD 1.800.000,--, € 4.179.000,-- en GBP 236.000,-- bedragen. Oil & Gas heeft tot 17 mei 2023 de tijd om de arbitrage voort te zetten.
International Consortium of Investigative Journalists(ICIJ) documenten openbaar gemaakt die onder meer betrekking hebben op de situatie in Angola onder het regime van de vader van [verweerder 6] en waarin [verweerder 6] een belangrijke rol speelt (de zogenaamde
Luanda Leaks).
[betrokkene 6]) en [betrokkene 3] in het kader waarvan onderzoek wordt gedaan naar verdenkingen van onder meer verduistering, valsheid in geschrifte, misbruik van macht en witwassen. Op 24 januari 2020 heeft het Angolese
Tribunal Supremode inbeslagneming bevolen van vermogensbestanddelen van verdachten [verweerder 6] , [betrokkene 6] en [betrokkene 3] ter waarde van ruim USD 1,2 miljard. Het Nederlandse Openbaar Ministerie heeft Exem als verdachte aangemerkt en heeft op 26 augustus 2020 strafvorderlijk beslag gelegd op alle aandelen van Exem in het kapitaal van Esperaza.
Van Andel) als onderzoeker aangewezen. Bij wijze van onmiddellijke voorzieningen heeft de OK in deze beschikkingen [betrokkene 6] als bestuurder van Esperaza geschorst, [betrokkene 7] (hierna:
[betrokkene 7]) als zodanig benoemd (met beslissende stem) en de aandelen van Exem in Esperaza ten titel van beheer overgedragen aan [betrokkene 8] .
NAI) tussen Exem en Sonangol, die in 2018 door Exem aanhangig was gemaakt en waarin de rechtsgeldigheid van de SPA centraal stond, is uitspraak gedaan op 23 juli 2021. Het scheidsgerecht heeft de reconventionele vordering van Sonangol toegewezen. En voor recht verklaard dat de SPA en de leveringsakte van de aandelen in Esperaza nietig zijn wegens strijd met de openbare orde en goede zeden en dat partijen gehouden zijn tot terugbetaling van hetgeen uit hoofde van de SPA is verricht. Het scheidsgerecht heeft daartoe onder meer overwogen:
(...) there is no other explanation for the Esperaza transaction than that it is the result of illegal actions committed by Exem and its partner at the time, Sonangol. The transaction was rendered possible by [verweerder 6] ’ unique position as the daughter of the Angolan President and [betrokkene 9] ’s position - very close to the Presidential family - as President of the Board of Directors of Sonangol.”
Final Award(zie onder 1.25 hiervoor). Het faillissement is uitgesproken bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 augustus 2022. De curatoren zijn ook als zodanig aangesteld in dat faillissement.
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Verzoek onmiddellijke voorzieningen
rechtsklachthoudt mede in dat de OK miskent:
motiveringsklachtwordt opgeworpen voor het geval de OK de juiste maatstaf niet miskent. In dat geval zijn de aangevoerde (strafrechtelijke) gedragingen van het bestuur een zodanig sterke indicatie dat de verzochte schorsing bij wijze van onmiddellijke voorziening vereist is om te voorkomen dat een Nederlandse vennootschap wordt bestuurd door personen die zich (kennelijk) schuldig maken aan strafbare feiten, dat de OK niet zonder nadere motivering tot een afwijzing van de verzochte onmiddellijke voorzieningen kon komen. En/althans legt de OK niet (kenbaar) zodanige (uitzonderlijke) omstandigheden aan haar beslissing ten grondslag die in deze zaak meebrengen dat desondanks van schorsing moet worden afgezien.
subonderdeel 1a.
subonderdeel 1b.
Inleidende opmerkingen
ordemaatregel. [29] In het onderhavige geval, waarin de OK blijkens de bestreden beschikking onderzoeken heeft bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Exem en van Oil & Gas, gaat het om art. 2:349a lid 2 BW. [30] Over deze bepaling heeft de Hoge Raad zich diverse malen uitgelaten, onder meer in zijn Novero-beschikkingen. Daarin overweegt hij mede: [31]
Terug naar het subonderdeel
rechtsklachtin het subonderdeel.
ordemaatregel, waarop de klacht nog wijst. [47] Uit dit karakter, dat - naar geenszins wordt miskend in rov. 3.22 - zulke voorzieningen inderdaad hebben (zie onder 3.10.5 hiervoor), volgt niet dat de OK ‘dus’ het verzoek van de curatoren tot wijziging in het bestuur van Exem en Oil & Gas op de voet van art. 2:349a lid 2 BW had moeten toewijzen. Dan blijft staan wat ik zo-even al schreef, zie onder 3.11.5 hiervoor. Ook indien daarbij nog wordt gevoegd, naar de klacht hier verder opmerkt, [48] dat door de curatoren met de eerste grondslag niet zozeer enige onjuistheid van zakelijke beslissingen ten grondslag is gelegd aan genoemd verzoek, als wel schending van het (straf)recht door het bestuur van deze vennootschappen (wat raakt aan de openbare orde). Dan moet, voordat een verzoek om onmiddellijke voorzieningen kan worden toegewezen, nog steeds aan de eisen van art. 2:349a lid 2 BW worden voldaan. Zo’n schending is in dat verband uiteraard relevant, maar niet doorslaggevend, naar de OK dus onderkent in rov. 3.22.
motiveringsklachtin het subonderdeel.
waaromdie wel aanwezige - en m.i. dus afdoende - motivering, waaronder dus het verlies door de bestuurders van het beheer en de beschikking over het vermogen van de failliete vennootschappen, onvoldoende (begrijpelijk) zou zijn. Zie ook onder 3.11.2-3.11.3 hiervoor.
subonderdeel 1c.
juistelezing, blijkens nr. 1.3.1 van de procesinleiding (“Esperaza leest de beschikking niet zo, maar als dat zo is, is dit oordeel ook onjuist, althans onbegrijpelijk gemotiveerd”).
subonderdeel 1d.
ten eersteaan [61] dat de OK miskent dat een op de voet van art. 2:349a lid 2 BW aan te wijzen bestuurder, die onafhankelijk van de curatoren opereert, namens Exem en Oil & Gas kan besluiten de in rov. 3.22 van de bestreden beschikking bedoelde (door de curatoren niet overgenomen) procedures [62] voort te zetten als hij dit in het vennootschappelijk belang acht, daarbij betrekkend de belangen van degenen die een geldige rechtsverhouding met de vennootschap hebben. Het recht van deze vennootschappen op toegang tot de rechter is dus niet in het geding.
ten tweedeaan [66] dat voor zover met Exem c.s. wordt gedoeld op [verweerder 4] , Exem Holding, [verweerder 6] , [verweerder 7] en/of Terra Peregrin, ook voor hen de toegang tot de rechter niet in het geding is. Als zij in genoemde procedures ontvankelijk zijn, staat het hen vrij deze voort te zetten. Als zij daarin niet ontvankelijk zijn, maar een eventueel besluit van een door de OK benoemde bestuurder (een van) deze procedures niet voort te zetten in redelijkheid niet genomen kon worden gezien hun belangen, staat het hen vrij in een rechterlijke procedure - eventueel in de onderhavige enquêteprocedure op de voet van art. 2:349a lid 2 BW - zo’n besluit aan te vechten. Dit maakt het oordeel van de OK dat het recht van Exem c.s. op toegang tot de rechter in het geding is, onjuist althans onbegrijpelijk.
ten derdeaan [67] dat rov. 3.22, laatste zin van de bestreden beschikking onbegrijpelijk is, nu de OK geen tijdelijk bestuurder aanstelt als poortwachter van de toegang tot de rechter, maar omdat zo’n benoeming vereist is in verband met het vennootschappelijk belang (wat zich dus voordoet bij Exem en Oil & Gas gezien de toestand van deze vennootschappen, zoals in de voorgaande klachten uiteengezet). [68]
ten vierdeaan [71] dat het oordeel in rov. 3.22, laatste zin van de bestreden beschikking onjuist is, voor zover de OK daarin laat meewegen dat een door haar benoemde bestuurder tot de conclusie zou (kunnen) komen dat het voeren van een of meer van genoemde procedures niet in het belang van de vennootschap is en daarom een of meer van die procedures zou beëindigen, en dat die gang van zaken een beperking van het recht op toegang tot de rechter oplevert. Want als zo’n door de OK benoemde bestuurder daartoe overgaat, betekent dit niet dat het recht van Exem en Oil & Gas op toegang tot de rechter in het geding is, maar slechts dat een (onafhankelijke) bestuurder heeft geoordeeld dat genoemde procedures niet het vennootschappelijk belang dienen.
ten vijfde(en ten slotte) aan [72] dat de OK heeft miskend dat het recht op toegang tot de rechter beperkt is tot de (rechts)persoon die het aangaat, en zich niet uitstrekt tot de personen die rechtens of feitelijk zeggenschap uitoefenen over de vennootschap. Anders gezegd: dat de OK heeft miskend dat het recht op toegang tot de rechter niet het recht geeft aan zulke personen om te eisen dat de vennootschap procedures entameert of voortzet waarvan een correct functionerend bestuur van die vennootschap vaststelt dat zij niet een (rechtmatig) vennootschappelijk belang dienen. [73]