Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
zoals afgeleverdmoet aan de overeenkomst beantwoorden. Is de zaak ná aflevering tenietgegaan of heeft zij eigenschappen verloren die zij op het tijdstip van aflevering had moeten hebben, dan levert dat op zichzelf geen tekortkoming van de verkoper op. Vanaf het moment van aflevering is de zaak immers voor rekening van de koper (art. 7:10 BW Pro). Intussen kan wat de zaak op enig tijdstip na aflevering is, wel een meer of minder gewichtige aanwijzing zijn dat er reeds ten tijde van de aflevering iets aan schortte. Voor consumentenkoop geldt in dit verband een wettelijk vermoeden [4] voor afwijkingen ten opzichte van het overeengekomene die zich binnen een termijn van één jaar na aflevering openbaren (art. 7:18a lid 2 BW). Van 1 mei 2003 tot 27 april 2022 bedroeg die termijn zes maanden. [5]
Haviltex-norm: het gaat erom wat de koper en de verkoper in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs moeten begrijpen en mogen verwachten. De redelijke verwachtingen van de koper over wat en hoe de zaak zal zijn, worden uiteraard bij uitstek bepaald door wat de verkoper daarover heeft gezegd. En daarbij komt niet alleen in aanmerking wat tijdens onderhandelingen tussen verkoper en koper is uitgewisseld, maar ook hetgeen de verkoper in tot het publiek gerichte uitingen te berde heeft gebracht. De koper zal daarop in het algemeen zonder meer mogen afgaan. [6] Het is dus de verantwoordelijkheid van de verkoper om juiste, betrouwbare informatie over de zaak te verschaffen. Heeft een voorschakel van de verkoper zich met informatie tot het publiek gericht, dan zullen de verwachtingen die de koper daaraan redelijkerwijs ontleent, in het algemeen aan de verkoper mogen worden toegerekend. Wil de verkoper dit niet, dan moet hij met expliciete mededelingen van die informatie afstand nemen. Vergelijk voor consumentenkoop het huidige art. 7:18 lid 2 aanhef Pro en onder d en lid 3 BW. De toelichtende stukken bij die bepalingen laten zich eventueel zo lezen dat buiten consumentenkoop toerekening van door een voorschakel verstrekte informatie niet aan de verkoper wordt toegerekend, [7] maar mij dunkt die opvatting weinig aannemelijk, althans voor zover (zoals het gewone geval zal zijn) de verkoper kennis kan dragen van die informatie en dus er bedacht op kan zijn dat die de verwachtingen van de koper beïnvloeden. In dit verband is te bedenken dat de verkoper van de kooplustopwekkende werking van zulke informatie ook profiteert.
Kenbaar maken.Voor toepassing van de bepaling [van art. 7:17 lid 2 slot Pro BW] is niet een uitdrukkelijke voorziening noodzakelijk; een stilzwijgende volstaat. In het algemeen zal de koper de bedoelde contractuele voorziening alleen kunnen bewerkstelligen door het hem voor ogen staande bijzondere (niet-normale) gebruik vóór het sluiten van de koop expliciet of impliciet aan de verkoper kenbaar te maken. Vgl. art. 35 lid 2 onderdeel Pro b CISG, ‘any particular purpose expressly or impliedly made known to the seller’, waarover SCHWENZER, in: Schlechtriem & Schwenzer 2016, Art. 35, nr. 20-25. Art. 2 lid 2 onderdeel Pro b Richtlijn 1999/44/EG spreekt bondig van ‘made known to the seller’, maar zal in deze zelfde zin zijn te verstaan. Het begeleidende ‘and which the seller has accepted’ maakt duidelijk dat bovendien nodig is dat de verkoper ermee instemt. Nu het bijzondere doel de conformiteitsverbintenis aanscherpt, ligt deze afrondende eis inderdaad voor de hand; zij ligt mijns inziens ook, voor alle kooptypen, besloten in art. 7:17 lid 2 BW Pro. Een illustratie biedt Hof Arnhem 24 december 2002, NJ 2003/728 (waterbed).
Haviltex-maatstaf anderzijds zijn geen gescheiden categorieën. Bijvoorbeeld met reclame-uitingen kan de verkoper (of een voorschakel van hem) beïnvloeden wat kopers als normaal gebruik percipiëren en waarnaar zij op die grond niet meer behoeven te vragen. [18] Verder, hiervoor 3.10 is dat reeds aangeduid, kan de verkoper met voldoende duidelijke mededelingen bewerkstelligen dat de koper zijn verwachtingen lager dient te stellen dan volgens wat voor normaal gebruik nodig is. De kwalificatie ‘normaal gebruik’ heeft in dat geval echter wel tot gevolg dat de verkoper de bewijslast draagt. De categorie ‘normaal gebruik’ voegt dus wel degelijk iets wezenlijks toe ten opzichte van de norm van de redelijke verwachtingen van de koper op grond van de overeenkomst. [19] De kwalificatie ‘bijzonder gebruik’ daarentegen voegt niet werkelijk iets toe. Zij is, zo zouden we kunnen zeggen, slechts de keerzijde van normaal gebruik: de koper mag met betrekking tot bijzonder gebruik – anders dan met betrekking tot normaal gebruik –
nietuitgaan van de geschiktheid van de zaak voor dat gebruik, behoudens door hem te bewijzen met de verkoper uitgewisselde verklaringen, waarbij het bijzondere gebruik door de koper aan de orde is gesteld en dit door de verkoper is aanvaard (hiervoor 3.11 e.v.). [20]
Haviltex, is niet verrassend dat voor consumentenkoop art. 7:18 lid 2 aanhef Pro en onder a BW het geval dat productienormen of andere relevante normen gelden (waaronder ‘sectorspecifieke gedragscodes’) wordt benoemd als een geschiktheid voor normaal gebruik. [22]
ook als die voorschriften niet direct betrekking hebben op gebruiksbepalende eigenschappenof veiligheidsaspecten van de woning.’
in plaats vanaan die redelijke verwachtingen ook aan de regels omtrent normaal respectievelijk bijzonder gebruik mag worden getoetst. Nee, hoewel de diverse maatstaven elkaar beïnvloeden, gaan zij niet in elkaar op. [24] Dat spreekt eigenlijk vanzelf. Wie art. 7:17 lid 2 BW Pro opslaat, vindt in de tekst van die bepaling geen enkele aanleiding voor de opvatting dat de wetgever met de tweede volzin heeft bedoeld iets van de eerste volzin terug te nemen.
Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure(WLTP). De WLTP is de opvolger van de
New European Driving Cycle(NEDC) en is het protocol voor de laboratoriumtest die gebruikt wordt om brandstofverbruik en CO2 emissies van passagiersauto’s te meten, alsook hun vervuilende emissies. [26] De huidige norm kent een lange aanloop.
EG-goedkeuring of de nationale goedkeuring van een voertuig niet weigeren noch de verkoop, de registratie, het in het verkeer brengen of het gebruik van een voertuig weigeren of verbieden om redenen die verband houden
met de emissies van kooldioxide enmet het brandstofverbruik, indien de
emissie- enverbruikswaarden zijn vastgesteld overeenkomstig de bijlagen I en II en zijn vermeld in een document dat bij de aankoop aan de automobilist wordt verstrekt volgens de eventuele nadere regels die door elke Staat worden vastgesteld.’
ten minsteeen bepaalde, lagere actieradius zal kunnen worden behaald. Ik zeg dat dit een spannende vraag is, maar dan niet zozeer vanwege het principe. Denken we aan zeer grote afwijkingen, dan zal ieder weldenkend mens beamen dat de koper dit redelijkerwijs niet behoeft te verwachten. Is een actieradius van 400 km opgegeven, dan behoeft de koper onder niet zeer extreme omstandigheden niet een actieradius van slechts 150 km te verwachten. Dat is niet moeilijk. De spanning zit in de keuze van de grens, dus voor een bepaalde actieradius of een bepaald percentage van de opgegeven actieradius als minimaal te verwachten actieradius. Waar die grens zou moeten liggen dunkt mij hoogst arbitrair. Hierna 3.43 kom ik daarop naar aanleiding van de klachten terug.
in fine) – redelijkerwijs verwachten, ook met kennis van het voorbehoud, dat de door haar gekochte auto onder de zojuist genoemde gebruikelijke omstandigheden (normaal rijgedrag op de snelweg in de winter) een actieradius zou hebben die significant hoger was dan circa 300 kilometer.