ECLI:NL:PHR:2024:1017

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2024
Publicatiedatum
2 oktober 2024
Zaaknummer
23/01158
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens latere herroeping van ongeldigverklaring rijbewijs

De verdachte was door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Het hof baseerde zich op een besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) tot ongeldigverklaring van het rijbewijs. Echter, de rechtbank Overijssel heeft dit besluit later herroepen, waardoor de ongeldigverklaring achteraf bezien nooit heeft gegolden.

De verdediging stelde dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd omdat het besluit tot ongeldigverklaring was herroepen. De Hoge Raad bevestigde dat een geslaagd administratief beroep tegen een ongeldigverklaring ertoe kan leiden dat deze achteraf niet geldig was. De latere herroeping door de bestuursrechter betekent dat de verdachte op het bewezenverklaarde moment geen ongeldig rijbewijs had.

De Hoge Raad oordeelde dat de zaak daarom zelf kan worden afgedaan met vrijspraak van de verdachte. Het tweede middel van cassatie werd niet besproken omdat het eerste middel slaagde. De uitspraak van het hof wordt vernietigd behalve voor zover het vonnis van de rechtbank werd vernietigd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en spreekt verdachte vrij wegens latere herroeping van de ongeldigverklaring van het rijbewijs.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/01158
Zitting8 oktober 2024
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
hierna: de verdachte.

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 17 maart 2023 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wegens “overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken.
1.2
Namens de verdachte heeft T. Straten, advocaat in Maastricht, twee middelen van cassatie voorgesteld.

2.Het eerste middel

2.1
Het eerste middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring achteraf bezien ontoereikend is gemotiveerd, omdat het besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte door de rechtbank Overijssel op 28 september 2022 is herroepen, zodat de ongeldigverklaring nooit heeft gegolden.
2.2
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op of omstreeks 19 november 2021 te Kampen terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorieën AM & B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Wortmanstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.”
2.3
In de schriftuur wordt een beroep gedaan op een als bijlage bijgevoegde uitspraak van de rechtbank Overijssel van 28 september 2022 met zaaknummer ZWO 22/159. Daarin wordt het besluit van het CBR van 14 september 2021 tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van [verdachte] uit [plaats] herroepen. Navraag door mij bij de rechtbank Overijssel heeft uitgewezen dat deze uitspraak van de rechtbank onherroepelijk is.
2.4
De uitspraak van de rechtbank Overijssel van 28 september 2022 is in de nu voorliggende zaak niet aan de orde gesteld tijdens de terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2023. Dit in combinatie met de omstandigheid dat de uitspraak geen nadere persoonsgegevens van de betrokkene vermeldt, werpt de vraag op of met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de overgelegde uitspraak betrekking heeft op de verdachte. Een blik over de papieren muur leert dat inderdaad op 14 september 2021 tot de ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte is besloten. Verder blijkt uit de bewijsvoering van het hof dat de verdachte ter terechtzitting van de rechtbank op 26 april 2022 heeft verklaard dat hij “al bijna acht of negen maanden” geen geldig rijbewijs had. Dit sluit aan bij het besluit tot ongeldigverklaring van 14 september 2021, dat daarna door de rechtbank Overijssel is herroepen.
2.5
De Hoge Raad heeft eerder overwogen dat een tegen het besluit tot ongeldigverklaring ingesteld administratief beroep niet leidt tot schorsing van dat besluit, maar dat een geslaagd beroep wel kan meebrengen dat de ongeldigverklaring achteraf bezien nooit heeft gegolden. [1] In het verlengde hiervan heeft de Hoge Raad in 2020 een herzieningsverzoek van een veroordeling voor het rijden tijdens een rijontzegging gegrond verklaard, nadat het rechterlijke besluit tot ontzegging van de rijbevoegdheid was vernietigd. De Hoge Raad deed de zaak vervolgens zelf af door de herzieningsaanvrager vrij te spreken, omdat na verwijzing geen ander oordeel dan vrijspraak mogelijk was. [2]
2.6
In de nu voorliggende zaak staat naar mijn oordeel voldoende vast dat het rijbewijs van de verdachte achteraf bezien niet ongeldig was ten tijde van het bewezenverklaarde. Uit de latere herroeping van het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte kan worden afgeleid dat er op het bewezenverklaarde moment geen rechtsgeldige ongeldigverklaring van het rijbewijs is geweest. [3] Omdat de verdachte dan alleen kan worden vrijgesproken, kan de Hoge Raad de zaak zelf afdoen.

3.Het tweede middel

Het voorgaande brengt mee dat het tweede middel, dat twee andere klachten over de bewijsvoering bevat, niet hoeft te worden besproken.

4.Slotsom

4.1
Het eerste middel slaagt. Het tweede middel hoeft niet te worden besproken.
4.2
Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak van het hof aangetroffen.
4.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, behalve voor zover daarbij het vonnis van de rechtbank is vernietigd, en tot vrijspraak van de verdachte van het tenlastegelegde.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1146,
2.HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:553, r.o. 4.3.
3.Ik heb mij afgevraagd of relevant is dat in deze zaak de rechtbank het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte heeft “herroepen” en niet heeft vernietigd zoals in de genoemde herzieningszaak. Mij lijkt dat echter geen verschil te maken. De essentie is immers dat uit het oordeel van de bestuursrechter volgt dat het rijbewijs van de verdachte op het bewezenverklaarde moment niet op rechtsgeldige wijze ongeldig was verklaard. Dat materiële oordeel lijkt mij voor de strafrechter beslissend. Zie over formele rechtskracht de conclusie van plaatsvervangend advocaat-generaal Van Wees van 11 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:614.