ECLI:NL:HR:2021:235
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken proces-verbaal terechtzitting hoger beroep
In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De kern van het cassatiemiddel was dat het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep nietig zou zijn wegens het ontbreken van een proces-verbaal van die zitting. De raadsman van de verdachte had verzocht om toezending van het proces-verbaal, maar het hof kon slechts een brief overleggen waaruit bleek dat geen proces-verbaal was opgemaakt.
De Hoge Raad oordeelde dat op grond van artikel 326 lid 1 Sv Pro het proces-verbaal van de terechtzitting moet worden opgemaakt door de griffier. Het ontbreken daarvan maakt het onderzoek nietig. De Hoge Raad benadrukte dat de bevoegdheid om inlichtingen in te winnen niet strekt tot het alsnog opmaken van ontbrekende stukken. Gezien deze tekortkoming werd het arrest van het hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.
De overige cassatiemiddelen behoefden geen bespreking vanwege deze beslissing. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 16 februari 2021.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontbreken van proces-verbaal en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.