Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De procedure
3.De beschikking
2. BeoordelingUit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.Op 1 februari 2021 is onder klager voornoemde hond inbeslaggenomen na een melding dat is gezien dat klager zijn hond zou hebben geslagen (met de riem) en geschopt. De hond was doodsbang en ging roerloos naast klager liggen. Melder weet door berichten via Facebook vermoedelijk waar klager verblijft. Verbalisanten gaan naar het vermoedelijke adres en spreken met klager. Hierbij viel het de verbalisanten die de hond in beslag namen op, dat het dier zeer onderdanig was naar klager en dat klager het dier corrigeerde door hem naar beneden te duwen.
Klager heeft in raadkamer verklaard dat de hond van hem is. De getuigen spreken de waarheid niet en roddelen over hem. Klager heeft sinds hij daar woont met zijn vrouw meermalen gehoord dat zij niet welkom zijn in [plaats] . Klager heeft ooit een cursus hondentrainer gedaan, maar heeft deze cursus niet afgemaakt. Klager heeft op het moment dat de verbalisanten bij hem waren na de melding, tegen de hond gezegd ‘niet doen’ en de hond gecorrigeerd, omdat de hond in de arm van de verbalisanten wilde bijten. Klager ontkent de kop van de hond naar beneden te hebben gedrukt. Klager verklaart dat iedere dag dat de hond bij hem weg is, de hond schade lijdt en klager opnieuw moet beginnen met trainen als hij de hond weer terug heeft. De vroegere eigenaar van de hond heeft hem gebruikt als vechthond, daarom heeft de hond littekens en was hij bang.
De raadsvrouw van klager heeft in raadkamer ter aanvulling op het klaagschrift aangevoerd dat klager hondentrainer is en de beschuldigingen absoluut niet kloppen. Klager heeft zijn hond niet geslagen of geschopt. Klager is een aparte verschijning in [plaats] en er wordt een hetze tegen hem gevoerd. Het is helemaal ‘los gegaan’ op facebook. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een bewijsbare zaak. Er is geen bewijs in het dossier aanwezig dat klager zijn hond heeft geslagen en de getuigenverklaringen die er liggen, zijn mogelijk op elkaar afgestemd. Het is ook opvallend dat in de facebookberichten ook staat dat het iemand anders moet zijn geweest. Ook op de foto’s in het dossier is niet duidelijk te zien wie de persoon is en dat er sprake van mishandeling van de hond is. Uit het rapport van de dierenarts blijkt ook dat er geen sporen van mishandeling zijn. Het is voor het welzijn van de hond niet aan te raden om de hond in beslag te houden tot aan een behandeling ter zitting.
De officier van justitie heeft ter zitting per email haar schriftelijk standpunt aan de rechtbank en de raadsvrouw doen toekomen. Aanvullend heeft de officier van justitie verklaard dat zij in aanloop naar de zitting ook nog contact heeft opgenomen met het asiel waar klager de hond vandaan heeft. De beheerder van het asiel vertelde dat destijds de achtergrond van de hond onbekend was. De hond had een open houding en was sociaal naar mensen, minder naar dieren. Er waren bij de hond geen specifieke of angstige gedragingen waargenomen. Na het zien van foto’s van de hond verklaarde de beheerder van het asiel dat de hond was afgevallen en een trieste blik had, dit was niet zo ten tijde van zijn verblijf in het asiel.
Het standpunt van de officier van justitie komt er – kort samengevat – op neer dat zij zich verzet tegen teruggave van de inbeslaggenomen hond. Het belang van strafvordering verzet zich daartegen, nu het Openbaar Ministerie zal vorderen dat de hond zal worden verbeurd verklaard.
Voorts merkt de officier van justitie op dat de raadsvrouw in haar pleidooi heeft gezegd dat de getuigen mogelijk hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd. Dit is een flinke stellingname en het is aan de raadsvrouw enig aannemelijkheid hiervoor aan te voeren.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor – in dit geval – artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat het voortduren van het beslag nodig maakt. De rechtbank dient in dit geval te beoordelen of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring zal bevelen.
Uit de zich thans in het dossier bevindende stukken en het verhandelde in raadkamer blijkt dat onafhankelijke getuigen hebben verklaard dat:
- (Getuige [getuige 1] ) een man met een lange zwarte jas, mogelijk zwarte hoodie en een zwarte mondkap op, sloeg de [
aanvulling AG:hond]. Dit deed de man met een soort zweepje, kan ook een stuk riem zijn. Hond werd op rug/kop geslagen. Man sloeg met rechterhand. De hond lag op de grond, onderging de klappen en deed niets. Man reageerde in het Engels naar getuige en stak middelvinger op;
- (Getuige [getuige 2] ) man had een lange wijde zwarte jas, en een capuchon op. Hij ging verbaal agressief tegen de hond tekeer, (getuige omschrijft de hond beige met bruine vlekken) Getuige zag de man de lijn waaraan de hond vastzat strak aandraaien, lijn betrof een zogenaamde slipketting. Hond reageerde door hard te piepen. Getuige sprak de man aan, man reageerde in het Engels dat hij de hond wel op getuige zou afsturen;
- (Getuige [getuige 3] ) de man had een lange jas tot op grond. Getuige kende de man niet. De man droeg handschoenen en een muts of hoed. De man had ook een capuchon op. De hond was een wit met bruin gevlekte hond. De hond was meer wit, met bruine/beige vlekken. De man sprak Engels tegen de hond. De man sloeg de hond met de riem, de hond lag inmiddels al op de grond, maar de man bleef slaan. De hond piepte en jankte. Even later kwam hij de man weer tegen en de man begon de hond wederom te slaan. De hond ging snel op de grond liggen, de man bleef slaan.
Ten slotte blijkt uit de dierenartsverklaring, d.d. 3 februari 2021, dat de conditie van [naam] aan de schrale kant is zonder dat wat de conditie betreft sprake is van onthouding van zorg. Zijn gedrag is wat angstig.
Hiertegenover staan diverse verklaringen die de raadsvrouw van klager in het geding heeft gebracht. Het zijn steunbetuigingen voor klager, waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat deze personen klager kennen en dat hij nooit zoiets zou doen, waarvan hij nu wordt beschuldigd. Geen van die verklaringen gaan echter over de incidenten die door de getuigen zijn beschreven, zodat ze daaraan niet kunnen afdoen.
Gezien het bovenstaande en het verhandelde in raadkamer is het – in dit stadium – naar het oordeel van de rechtbank niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen hond zal verbeurd verklaren.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag. Het beklag dient derhalve ongegrond te worden verklaard.”
4.Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer
Klagerwordt in de gelegenheid gesteld te reageren en voert - kort samengevat - het woord zoals weergegeven in de beschikking, d.d. 3 maart 2021.
De raadsvrouwwordt in de gelegenheid gesteld te reageren en stelt zich - kort samengevat - op het standpunt zoals weergegeven in de beschikking, d.d. 3 maart 2021.
De officier van justitiewordt in de gelegenheid gesteld te reageren en stelt zich - kort samengevat - op het standpunt zoals weergegeven in de beschikking, d.d. 3 maart 2021.”
5.Het middel
doordatin het proces-verbaal van de raadkamerzitting van 17 februari 2021 voor wat betreft de afgelegde verklaringen is verwezen naar de beschikking.”
2. Indien een verdachte, getuige of deskundige of de raadsman of de advocaat verlangt dat eenige opgave in de eigen woorden zal worden opgenomen, geschiedt dat, voor zoover de opgave redelijke grenzen niet overschrijdt, zoveel mogelijk.
3. Het proces-verbaal wordt door den voorzitter of door een der andere leden van de raadkamer en den griffier vastgesteld en zoo spoedig mogelijk na den afloop van het onderzoek onderteekend. Voor zoover de griffier tot een en ander buiten staat is, geschiedt dit zonder zijne medewerking en wordt van zijne verhindering aan het slot van het proces-verbaal melding gemaakt.
4. Het wordt met de beschikking en de verdere tijdens het onderzoek in de raadkamer in het geding gebrachte stukken bij de processtukken gevoegd.”