Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
nadatprejudiciële vragen werden gesteld.
nadatde prejudiciële vragen zijn gesteld. Zoals opgemerkt, opent de wet de mogelijkheid van
prejudiciëlevragen, die naar hun aard voorafgaan aan de beslissing in die procedure waarop de rechtsvraag betrekking heeft. In art. 553 lid 3 Sv Pro, en overigens ook in de civiele (art. 393 lid 9 Rv Pro) en fiscale (art. 27gc lid 9 AWR) regeling, is de zinsnede “nadat deze is gesteld” opgenomen. Deze bewoordingen impliceren dat de reden waarom de beantwoording van de vragen niet meer nodig is voor het nemen van een beslissing, zich moet hebben voorgedaan nadat de rechter de prejudiciële vragen heeft gesteld. Ook de voorbeelden die zijn gegeven in de memorie van toelichting bij art. 393 lid 9 Rv Pro lijken daarop te duiden. [7]