ECLI:NL:HR:2020:1945
Hoge Raad
- Prejudiciële beslissing
- M.E. van Hilten
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- L.F. van Kalmthout
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad ziet af van beantwoording prejudiciële vragen inzake buitenlandse beleggingsfondsen en dividendbelasting
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant legde prejudiciële vragen voor aan de Hoge Raad over de fiscale behandeling van in het buitenland gevestigde beleggingsfondsen in vergelijking met Nederlandse fiscale beleggingsinstellingen (FBI's) met betrekking tot dividendbelasting. De vragen betroffen onder meer de vergelijkingsmaatstaf en de inhoudingsplicht.
Na eerdere procedures en een verzoek aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarbij een prejudiciële beslissing werd gevraagd, trok belanghebbende de ingestelde beroepen bij de Rechtbank in. Tevens trok de Hoge Raad het verzoek aan het Hof van Justitie in na het arrest Fidelity Funds e.a.
Gezien deze ontwikkelingen en de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 23 oktober 2020, besloot de Hoge Raad af te zien van beantwoording van de prejudiciële vragen. De beslissing werd op 4 december 2020 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad ziet af van beantwoording van de prejudiciële vragen vanwege intrekking van beroepen en eerdere prejudiciële beslissingen.