Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Op te leggen straf en motivering
waivereen drietal voorwaarden gelden: vrijwilligheid, ondubbelzinnigheid en geïnformeerdheid. [7] De vereiste ondubbelzinnigheid betekent daarbij dat uit de gedragingen van de betrokken persoon in voldoende mate moet blijken dat hij afstand doet van het betreffende recht. [8] Naarmate de gevolgen van het prijsgeven van het recht voor de betrokkene groter worden – bijvoorbeeld als sprake is van toestemming voor een doorzoeking niet van een auto, maar van een woning – moeten bovendien strengere eisen worden gesteld aan de totstandkoming van de
waiver. [9] Het EHRM overweegt in dat verband dat “
a waiver must […] be attended by minimum safeguards commensurate to its importance.” [10] Deze (
minimum) safeguardshouden verband met de geïnformeerdheid van de betrokkene en de wijze waarop hij blijk geeft van de
waiver,dus de ondubbelzinnigheid daarvan, zo blijkt uit de rechtspraak van het EHRM. [11]