Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het vierde middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Slotsom
5.Beslissing
6 oktober 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld voor meervoudige verkrachting en ontuchtige handelingen met minderjarige meisjes, met een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan negen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.
Een van de bijzondere voorwaarden verbood de aanwezigheid van minderjarige meisjes, behoudens familieleden, in de manege van de veroordeelde gedurende de proeftijd. De Hoge Raad oordeelde dat deze voorwaarde niet voldoet aan de wettelijke eis dat bijzondere voorwaarden het gedrag van de veroordeelde moeten betreffen, omdat de aanwezigheid van minderjarige meisjes in de manege niet volledig afhankelijk is van het gedrag van de veroordeelde.
Daarnaast stelde de Hoge Raad dat het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden onvoldoende gemotiveerd was, omdat het hof niet duidelijk had gemaakt waarom ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling van het delict.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest voor zover het de bijzondere voorwaarde en het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid betreft, en wees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Om redenen van doelmatigheid besloot de Hoge Raad de zaak zelf af te doen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bijzondere voorwaarde en het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid en doet de zaak zelf af.