ECLI:NL:PHR:2024:1240
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontoereikende bewezenverklaring ongeldigverklaring rijbewijs
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het rijden terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het hof baseerde de bewezenverklaring onder meer op een besluit van het CBR tot ongeldigverklaring, ontvangstbevestigingen van cursusbetalingen door de verdachte en de constatering dat het rijbewijs ongeldig was verklaard. De verdediging stelde in cassatie dat niet was bewezen dat het besluit tot ongeldigverklaring aan de verdachte was bekendgemaakt.
De Hoge Raad oordeelde dat voor een bewezenverklaring op grond van art. 9 lid 2 WVW Pro 1994 vereist is dat het besluit tot ongeldigverklaring aan de verdachte is bekendgemaakt en dat daarna zeven dagen zijn verstreken. Hoewel het hof aannam dat betaling voor een cursus impliceert dat de verdachte op de hoogte was van het besluit, ontbrak een directe aanwijzing of bewijs van daadwerkelijke bekendmaking van het besluit aan de verdachte.
Daarmee was de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling. De overige middelen werden niet behandeld omdat het hoofdverweer slaagde.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling wegens ontoereikende bewezenverklaring.