Conclusie
1. Een proces-verbaal aangifte van 31 juli 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , doorgenummerde pagina’s 1-2.
NJ2017/472, m.nt. Rozemond dat de wetgever daarbij tot uitdrukking heeft gebracht dat strafverhoging uitsluitend in aanmerking komt indien er tussen de belediging en de uitoefening van de bediening een temporeel verband bestaat, dan wel de belediging met betrekking tot de uitoefening van de functie is gedaan. [2] De Hoge Raad voegt daaraan toe dat voormelde relatie niet op de enkele hoedanigheid van de ambtenaar betrekking moet hebben maar op de uitoefening van zijn bediening. De term ambtenaar wordt door de Hoge Raad overigens ruim uitgelegd. Zo valt degene die onder toezicht en verantwoording van de overheid is aangesteld in een functie waaraan een openbaar karakter niet kan worden ontzegd, onder het begrip ambtenaar. [3] Ingevolge art. 269 Sr Pro is dus voor de vervolging van een belediging geen klacht vereist van hem of haar tegen wie het misdrijf is gepleegd indien de belediging wordt aangedaan aan de ambtenaar als bedoeld in art. 267 Sr Pro.