Conclusie
lex specialis derogat lex generalisde rechtsverhouding is tussen de strafbepaling in art. 197a lid 2 Sr en de strafbaarstelling in art. 197b Sr. De steller van het middel stelt zich op het standpunt dat, anders dan het hof heeft geoordeeld, art. 197b Sr bij uitsluiting van toepassing is op de bewezenverklaarde feiten in de onderhavige zaak en dit in de weg staat aan een veroordeling wegens overtreding van art. 197a lid 2 Sr.
immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader, bovengenoemde personen arbeid laten verrichten in het door hem, verdachte, en zijn mededader gedreven bedrijf [A] B.V., en hij van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.”
Bewijsoverwegingen
In artikel 8 Vw Pro staat limitatief vermeld wanneer een vreemdeling verblijfsrecht heeft in Nederland.
een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een gewoonte maakt en terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen.”
logischespecialis, maar niettemin wel een
systematischeof
juridischespecialis ten opzichte van art. 197a Sr. De wetgever heeft onmiskenbaar bedoeld dat de verhouding tussen beide bepalingen wordt beheerst door art. 55 lid 2 Sr Pro. De artikelen 197a Sr en 197b Sr hebben dezelfde strekking en beogen beide het illegaal verblijf in Nederland tegen te gaan en het daarmee samenhangende handelen uit winstbejag te voorkomen. Art. 197b Sr richt zich echter specifiek tot de werkgever die de vreemdeling in Nederland arbeid doet verrichten. Het handelen van de werkgever moet dan ook worden beschouwd als een bijzondere vorm van mensensmokkel, aangezien hij door het arbeid doen verrichten het systeem van illegaal verblijf en arbeid in stand houdt.
De beoordeling van het middel
logischespecialis kan worden aangenomen, er (gelet op de wetsgeschiedenis) tenminste sprake is van een geprivilegieerde
systematischespecialis. Of het een logische dan wel systematische (juridische) specialis is, is voor de uitkomst in de onderhavige zaak lood om oud ijzer. Dit verschil in de aard of soort specialis heeft in de onderhavige strafzaak namelijk geen consequenties voor de kwalificatiebeslissing van het hof. Voor de toepassing van art. 55 lid 2 Sr Pro is van belang of een feit dat in een algemene strafbepaling valt een bijzondere strafbepaling bestaat die alleen in aanmerking komt, en is niet van belang of die bijzondere strafbepaling moet worden aangemerkt als een geprivilegieerde logische of systematische specialis. [4]
(…)
Via de voorgestelde artikelen 197b en 197c worden gekwalificeerde strafbedreigingen ingevoerd ten laste van diegenen die als werkgevers illegale vreemdelingen gelegenheid geven tot wederrechtelijke toegang of wederrechtelijk verblijf hier te lande of die daarvan een beroep of gewoonte maken.” [7]
nietvoorzag in een verhoging van de gevangenisstraf van ten hoogste een jaar waarmee art. 197b Sr was (en nog altijd is) bedreigd, ontstond een belangrijk verschil in strafbedreiging ten opzichte van mensensmokkel in art. 197a lid 1 (oud) Sr, waarin toen immers de bedreiging met gevangenisstraf wel werd verhoogd, en zelfs aanmerkelijk tot een maximum van zes jaar. Ook met de in art. 197c (oud) Sr neergelegde strafverhoging voor de gekwalificeerde vorm van de in art. 197b Sr strafbaar gestelde tewerkstelling van illegale vreemdelingen was toen een verschil ontstaan in strafbedreiging. Indien mensensmokkel in de zin van art. 197a lid 1 (oud) Sr werd begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt, zou dat in het voorgestelde art. 197a lid 2 (oud) Sr voortaan worden bedreigd met een gevangenisstraf van acht jaar; zulks terwijl dezelfde strafverzwarende omstandigheid bij de tewerkstelling van een illegale vreemdeling als bedoeld in art. 137b Sr op dat moment ingevolge art. 197c Sr nog was bedreigd met een gevangenisstraf van ‘slechts’ drie jaar. [15] Tot aan de voormelde wijziging van art. 197a (oud) Sr was in dit artikel nog in het geheel niet voorzien in die strafverzwarende omstandigheid voor mensensmokkel als gronddelict.
Slotsom