Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Overkoepelende bewijsoverweging
Telefoonnummers in gebruik bij de verdachten
[telefoonnummer 1]maakte zich in meerdere gesprekken bekend als ‘ [medeverdachte 1] ’ en werd in, meerdere gesprekken ook door anderen [medeverdachte 1] genoemd. Op zondag [geboortedatum] 2014 kreeg de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 1] verschillende sms’jes voor zijn veertigste verjaardag. [medeverdachte 1] is op [geboortedatum] 1974 geboren.
[telefoonnummer 2]is de betreffende verbalisant gebleken dat de persoon dezelfde persoon betrof als de gebruiker van telefoonaansluiting [telefoonnummer 1] . Dit bleek onder andere uit zijn stemgeluid dat in alle hoorbare communicatie overeenkwam.
06- [telefoonnummer 3]en
06- [telefoonnummer 4]en het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 5] . Dit laatste nummer staat op naam van [betrokkene 1] . Op 27 juli 2014 vindt er een telefoongesprek plaats via het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 3] , waarbij de gebruiker van dit telefoonnummer ‘ [verdachte] ’ wordt genoemd. [verdachte] heeft als bijnaam [verdachte] . Op 13 oktober 2014 wordt er via het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 4] een pizza besteld voor [a-straat 1] . [a-straat 1] te [plaats] is het woonadres van [verdachte] . De stem van de gebruiker van beide telefoonnummers is bovendien dezelfde als de stern van de gebruiker van het telefoonnummer
06- [telefoonnummer 6], terwijl het laatstgenoemde telefoonnummer op naam staat van [verdachte] . Gelet op het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat [verdachte] de gebruiker is van de telefoonnummers 06- [telefoonnummer 6] , 06- [telefoonnummer 3] en 06- [telefoonnummer 4] .
06- [telefoonnummer 8]. [betrokkene 2] heeft verklaard dat hij op 12 februari 2015 een hoeveelheid hennep heeft afgeleverd in Zutphen in opdracht van [verdachte] en dat [verdachte] voor die rit een bus heeft gehuurd. Toen [betrokkene 2] terug kwam uit Zutphen is hij naar het autoverhuurbedrijf gereden om de bus terug te brengen en is [verdachte] daar ook naartoe gekomen om de bus te betalen. Uit tapgesprekken volgt dat [betrokkene 2] om 16.32 uur naar het nummer 06- [telefoonnummer 8] smst: ’20 min ben ik terug’. Nummer 06- [telefoonnummer 8] antwoordt hierop: ‘ok’. Om 16.51 uur smst [betrokkene 2] naar 06- [telefoonnummer 8] : ‘ik ben terug’, waarop 06- [telefoonnummer 8] antwoordt: ‘ik kom eraan’. [betrokkene 2] parkeerde om 16.49 uur de bus bij autobedrijf [bedrijf] aan [b-straat] te Bergen op Zoom en om 17.07 uur ziet het observatieteam dat [verdachte] in zijn Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] in de richting van [b-straat] rijdt.
[telefoonnummer 9]naar de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 10] , zijnde [betrokkene 3] .
[telefoonnummer 11]naar gebruiker [telefoonnummer 12] . De stem van gebruiker van het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 6] en de stem van de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 11] betrof één en dezelfde persoon. Hierboven heeft de rechtbank reeds vastgesteld dat [verdachte] de gebruiker is van het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 6] . Gelet op het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat [verdachte] de gebruiker is van het telefoonnummer [telefoonnummer 11] .
06- [telefoonnummer 7].
06- [telefoonnummer 13]en
06- [telefoonnummer 14].
[telefoonnummer 15].
[telefoonnummer 16]wordt gebruikt in de telefoon met genoemd imeinummer en het meegezonden imsinummer is eveneens identiek aan het nummer van de inbeslaggenomen telefoon van [betrokkene 4] .
06- [telefoonnummer 17]gebruikt. Een telefoon met dit telefoonnummer werd bij zijn aanhouding op 15 januari 2015 in zijn auto aangetroffen. Wanneer [verdachte] contact opnam met [betrokkene 4] belde hij ook op telefoonnummer 06- [telefoonnummer 18] .
3.Het eerste middel
Feit 2 – de levering van 22 kilogram hennep op 23 september 2014
4.Het tweede middel
5.Het derde middel
Was er sprake van een criminele organisatie en maakte verdachte er deel van uit?