ECLI:NL:PHR:2007:BA7634
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil tussen broers over herstel vernielingen en onrechtmatige hinder op bouwterrein
Eiser tot cassatie en verweerder zijn broers met een geschil over vernielingen aan een huis en eigendommen op een perceel te Curaçao. De zoon van verweerder had in 2003 vernielingen aangericht. Eiser vorderde herstel en verwijdering van hindernissen en rommel op het terrein.
Het Gerecht in Eerste Aanleg (GEA) had de zoon veroordeeld tot schadevergoeding en verbod tot vernielingen, maar verweerder niet aansprakelijk gehouden. Eiser stelde dat verweerder aansprakelijk was wegens zijn tolerantie jegens zijn zoon, en vorderde herstel en verwijdering van hindernissen.
Het GEA en het Gemeenschappelijk hof wezen deze vorderingen af, onder meer vanwege het gezag van gewijsde van eerdere vonnissen en onvoldoende onderbouwing van nieuwe feiten. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarbij het leerstuk van gezag van gewijsde en het gesloten stelsel van rechtsmiddelen centraal stond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere vonnissen worden bevestigd waarbij verweerder niet aansprakelijk wordt gehouden.