Conclusie
Nummer22/00787 P
Inleiding
De strafzaak
"schuldwitwassen, meermalen gepleegd”veroordeeld tot zeventien maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
Parket bij de Hoge Raad
Het gerechtshof Den Haag had vastgesteld dat betrokkene €178.585,68 aan wederrechtelijk verkregen voordeel moest betalen. Betrokkene stelde cassatieberoep in, maar diende geen middelen van cassatie in binnen de wettelijke termijn, waardoor hij niet-ontvankelijk werd verklaard. Het Openbaar Ministerie stelde een voorwaardelijk cassatiemiddel voor, afhankelijk van het slagen van middelen in de hoofdzaak. Omdat deze voorwaarde niet werd vervuld, werd het middel niet-ontvankelijk verklaard.
De zaak maakt deel uit van het IJsberg-onderzoek, gericht op witwassen via bitcoinhandel. In de samenhangende strafzaak werd betrokkene veroordeeld tot zeventien maanden gevangenisstraf. De Hoge Raad benadrukte het verschil in behandeling tussen cassatiemiddelen van het OM en betrokkene, waarbij het OM een voorwaardelijk middel kan indienen, maar betrokkene niet zonder schriftuur.
Ambtshalve merkte de Hoge Raad op dat de redelijke termijn waarschijnlijk wordt overschreden, maar dat dit geen reden is voor cassatie in de profijtontneming, omdat matiging in de strafzaak zal worden toegepast. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van betrokkene en verwerping van het OM-beroep.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep en het OM-beroep wordt verworpen.