Conclusie
1.Nadere conclusie
2.Het cassatieberoep
3.Het procesverloop en waar het in deze zaak om gaat
ongedateerdekennisgeving beklagrecht achtergelaten waarin onder meer wordt aangegeven dat op 23 mei 2023 in de woning een doorzoeking heeft plaatsgevonden en dat binnen twee weken, gerekend vanaf de datum van de kennisgeving, beklag kan worden ingediend tegen het beslag en het voornemen om de in beslag genomen voorwerpen over te dragen naar het buitenland.
4. De ontvankelijkheid
5. De beoordeling
6.De beslissing
4.Het eerste middel
binnende termijn van veertien dagen beklag is ingediend en niet dat die termijn verontschuldigbaar is overschreden. Ik geef toe dat de overweging van de rechtbank “dat klaagster wel degelijk beklag heeft willen doen binnen de wettelijke termijn maar dat niet heeft kunnen doen door omstandigheden die buiten haar schuld liggen” hiermee strijdig lijkt, maar uit de context van de overige overwegingen van de rechtbank maak ik op dat zij kennelijk heeft bedoeld dat de wettelijke termijn van veertien dagen niet is gaan lopen op de datum van achterlating van de brief in de woning en dat de officier van justitie daarom niet was gerechtigd om – na het uitblijven van een klaagschrift binnen voornoemde termijn – de in beslag genomen voorwerpen over te dragen aan de Duitse justitiële autoriteiten. Uitgaande van die lezing faalt ook deze klacht.
AG TS: dit artikel regelt de betekening], is bepaald”. Uit art. 1.9.13 lid 5 (nieuw) Sv volgt dat dient te worden toegezonden aan a. “het adres dat degene voor wie het bericht bestemd is daartoe heeft opgegeven, dan wel, indien deze geen adres heeft opgegeven”, b. “het adres waar degene voor wie het bericht bestemd is als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen, dan wel, indien deze niet is ingeschreven” c. “de woon- of verblijfplaats van degene voor wie het bericht bestemd is”. Nu de a-categorie niet vaak van toepassing zal zijn, zal in de regel moeten worden toegezonden aan het BRP-adres van de betrokkene.