Conclusie
Nummer22/03817
Inleiding
medeplichtigheid aan moord” en onder 2 “
witwassen, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien jaren onder aftrek als bedoeld in artikel 27 Sv Pro. Daarnaast heeft het hof beslissingen genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, een en ander zoals nader in het arrest bepaald.
De zaak
De bewijsconstructie van het hof
De eerste deelklacht: het opzet op de medeplichtigheid
onmiskenbaar ten behoeve van een derde”, en
De tweede deelklacht: het opzet op de dood van het slachtoffer
De derde deelklacht: geen plausibel alternatief scenario?
De vierde deelklacht: contra-indicaties voor medeplichtigheid aan de moord?
iets deed wat te maken had met de Opiumwet”, dat de verdachte [slachtoffer] hielp door boodschappen “
te vertolken”, dat hij tolkte bij “
schimmige zaken” en dat hij in opdracht van [slachtoffer] berichten afleverde aan derden. Ook zou de verdachte verklaard hebben dat hij voor deze werkzaamheden genoeg geld kreeg. De omstandigheid dat de verdachte zeer goed betaalde werkzaamheden voor [slachtoffer] verrichtte heeft het hof niet aangemerkt als contra-indicatie van opzet, maar als bevestiging van hun beider werkzaamheden binnen het drugsmilieu. Gelet op hetgeen het hof heeft vastgesteld over de werkrelatie tussen de verdachte en het slachtoffer, acht ik het kennelijke oordeel van het hof dat zich hier géén contra-indicatie voordoet verre van onbegrijpelijk.