ECLI:NL:PHR:2024:39
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor groepsbelediging moslims wegens beledigende uitlatingen
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens het zich in het openbaar opzettelijk beledigend uitlaten over moslims vanwege hun godsdienst. Het hof baseerde zich op uitlatingen gedaan op 15 februari 2020 in Veenendaal, waarin verdachte moslims als gevaarlijk bestempelde en zei dat zij geen goede mensen zijn. De verdediging voerde aan dat deze uitlatingen binnen de vrijheid van meningsuiting en godsdienst vielen en geen groepsbelediging vormden.
Het hof oordeelde dat de uitlatingen wel degelijk beledigend waren en geen onderdeel vormden van een publiek debat, maar een onnodig kwetsende aanval op moslims als groep. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat strafrechtelijke beperkingen op de vrijheid van meningsuiting zijn toegestaan indien zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 10 EVRM Pro. De uitlatingen betroffen geen kritiek op de godsdienst zelf, maar een belediging van de gelovigen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin onderscheid wordt gemaakt tussen kritiek op een godsdienst en belediging van gelovigen. De middelen van cassatie falen en het beroep wordt verworpen. De vrijheid van godsdienst vindt haar grens waar onnodig kwetsend wordt uitgelaten over een groep, hetgeen hier het geval is.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor groepsbelediging van moslims.