In deze zaak staat centraal of de inspecteur gehouden is uit eigen beweging de ‘bijstelling marktsituatie’ en ‘bijstelling dealersituatie’ in de koerslijst EurotaxGlass’s toe te passen bij het opleggen van een naheffingsaanslag bpm. Belanghebbende heeft de bpm berekend via de taxatiemethode, waarbij een taxatierapport is gebruikt. De inspecteur heeft de naheffingsaanslag opgelegd zonder deze bijstellingen toe te passen, wat door het Hof niet als onrechtmatig werd beschouwd.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de inspecteur niet verplicht was zelfstandig op zoek te gaan naar gegevens die tot een gunstiger resultaat leiden, en dat de bijstellingen alleen uit eigen beweging toegepast hoeven te worden indien de koerslijstmethode wordt gehanteerd en de koerslijst van vóór 4 oktober 2021 beschikbaar is. De Rechtbank wees een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase af omdat geen sprake was van aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid.
In cassatie betoogt belanghebbende dat de inspecteur wel gehouden was de bijstellingen toe te passen, verwijzend naar eerdere arresten. De conclusie van de A-G bevestigt dat bij toepassing van de taxatiemethode de inspecteur niet verplicht is deze bijstellingen uit eigen beweging toe te passen. Wel wordt erkend dat belanghebbende recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase, zodat het cassatieberoep gegrond wordt verklaard.
Deze zaak verduidelijkt de reikwijdte van de verplichtingen van de inspecteur bij naheffingsaanslagen bpm en de toepassing van proceskostenvergoedingen in de bezwaarfase.