Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de Inspecteur. De rechtbank had de aanslag verminderd, maar belanghebbende was het niet eens met de vaststelling van de historische nieuwprijs, handelsinkoopwaarde en waardevermindering wegens schade. Het Gerechtshof heeft in hoger beroep deze punten beoordeeld.
Het Hof oordeelde dat de historische nieuwprijs moet aansluiten bij de koerslijst van Eurotax minus 15%, zoals partijen overeenkwamen, en verwierp het betoog van belanghebbende tot een hogere nieuwprijs. Ook stelde het Hof vast dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waardevermindering wegens schade of het schadeverleden hoger moet zijn dan reeds in aanmerking genomen. Verder is niet gebleken dat de status van 'ex-rental' een waardedrukkend effect heeft dat in de waardebepaling moet worden meegenomen.
Het hoger beroep is daarom ongegrond voor het merendeel van de aanslag, maar het Hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen bezwaarkostenvergoeding had toegekend. Het Hof stelde de proceskostenvergoeding vast op €3.940 en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €548. De uitspraak is op 26 september 2023 gedaan.