Conclusie
De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsoverweging
[slachtoffer]:
[getuige 1]:
[getuige 2]:
Bewijsoverweging
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 100 uren taakstraf subsidiair 50 dagen hechtenis wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon aan de [a-straat 1] te Den Burg, gemeente Texel. Het hof stelde vast dat de verdachte samen met een medeverdachte een geschil had met het slachtoffer over gehuurde scooters, wat leidde tot een verhitte discussie en geweldshandelingen.
De bewezenverklaring was gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer, getuigen en proces-verbalen van opsporingsambtenaren. De verdachte had het slachtoffer geslagen en geprobeerd te slaan, wat werd afgewezen. Het hof oordeelde dat de verdachte een significante en wezenlijke bijdrage aan het geweld had geleverd, ook al was die bijdrage niet noodzakelijkerwijs gewelddadig van aard.
De verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd, met name over het bestanddeel 'openlijk'. De Hoge Raad bevestigde dat openlijk geweld zich kenmerkt door onverholen, niet-heimelijk bedreven daden die de openbare orde aantasten, zonder dat publiek daadwerkelijk aanwezig hoeft te zijn. De plaats van het geweld was de [a-straat 1], een openbare weg, waar het geweld zichtbaar en hoorbaar was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende had gemotiveerd dat het geweld openlijk was gepleegd en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor openlijk in vereniging geweld plegen blijft in stand.