ECLI:NL:PHR:2024:550

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 mei 2024
Publicatiedatum
20 mei 2024
Zaaknummer
22/01681
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 273f SrArt. 326 SrArt. 36f Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke vernietiging arrest mensenhandel en oplichting wegens misleiding en uitbuiting

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld voor meervoudige mensenhandel, oplichting, medeplegen van oplichting en seksueel misbruik van minderjarigen. De straf omvatte vier jaar gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met proeftijd en aftrek voorarrest. Daarnaast werden teruggave van goederen en schadevergoedingen opgelegd.

De bewezenverklaring omvatte onder meer het werven en uitbuiten van zes aangeefsters via misleiding, misbruik van overwicht en kwetsbare posities. Verdachte liet hen telefoonabonnementen afsluiten die hij vervolgens doorverkocht, waarbij hij beloofde dat deze abonnementen ongedaan konden worden gemaakt. Tevens oefende hij seksuele dwang uit, maakte seksfilmpjes zonder toestemming en dreigde deze openbaar te maken.

De Procureur-Generaal stelt in zijn conclusie dat de bewijsklachten met betrekking tot oplichting slagen voor zover het gaat om het samenweefsel van verdichtsels dat de aangeefsters tot afgifte van goederen of het aangaan van schulden heeft bewogen. De klachten over mensenhandel inzake uitbuiting van zes aangeefsters slagen eveneens. De conclusie strekt tot gedeeltelijke vernietiging van het arrest en terugwijzing naar het gerechtshof in zoverre.

De zaak bevat uitgebreide bewijsvoering, waaronder verklaringen van slachtoffers, getuigen, chat- en WhatsApp-gesprekken, foto- en videomateriaal, en bankafschriften. De gedragingen van verdachte betroffen zowel financiële uitbuiting als seksuele uitbuiting, met gebruikmaking van manipulatie, dreiging en afhankelijkheidsrelaties.

Uitkomst: Gedeeltelijke vernietiging arrest en terugwijzing naar gerechtshof voor verdere behandeling van mensenhandel en oplichting.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/01681
Zitting21 mei 2024
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte
I Inleiding
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft de verdachte bij arrest van 29 april 2022 veroordeeld wegens 1A “mensenhandel, meermalen gepleegd”, 1B “oplichting”, 1E “medeplegen van oplichting”, 1F “oplichting”, 4 “met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt buiten echt ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd”, en 5 “mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 5° van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt”. Het hof heeft de verdachte een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van vier jaren, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van het voorarrest. Ook heeft het hof de teruggave aan de verdachte gelast van een rijbewijs en een iPhone. Daarnaast heeft het hof de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen en schadevergoedingsmaatregelen als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest bepaald.
Namens de verdachte hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat te Rotterdam, drie middelen van cassatie voorgesteld. Namens de benadeelde partij [aangeefster 1] heeft M. Pals, advocaat te Arnhem, bij schrijven van 11 maart 2024 gereageerd op een brief van de Hoge Raad van 13 februari 2024, welk schrijven ik versta als verweerschrift.

IIBewezenverklaring en bewijsvoering

3. Ten laste van de verdachte is, voor zover hier van belang, bewezenverklaard dat:
“1.
A: mensenhandel met betrekking tot [aangeefster 2] , [aangeefster 3] , [aangeefster 1] , [aangeefster 4] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6]
hij in de periode van 1 april 2014 tot en met 1 januari 2017 in Nederland, [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 4] en [aangeefster 5] en [aangeefster 6]
(lid 1, onder 1⁰)
door misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of
door misbruik van de kwetsbare positie,
heeft geworven en/of vervoerd met het oogmerk van uitbuiting van die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 4] en [aangeefster 5] en [aangeefster 6]
en
(lid 1, onder 4°)
(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door misleiding dan wel
door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of
door misbruik van de kwetsbare positie,
die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 6] heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten
en
(lid 1, onder 6°)
(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 6]
heeft verdachte
1. contact gezocht met die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 4] en [aangeefster 5] en [aangeefster 6] , al dan niet via sociale media (Tagged en/of Baddoo en/of Facebook)
terwijl hij een (liefdes)relatie met die [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 5] en [aangeefster 6] is aangegaan en/of onderhouden en zodoende hen onder zijn invloedsfeer heeft gebracht en
7. (trio)seks met die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 6] gehad en (deze) seksuele handelingen op film heeft opgenomen en
8. (vervolgens) gedreigd dat seksfilmpje met die [aangeefster 3] te zullen openbaren en
9. (telkens) op die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 4] en [aangeefster 5] en [aangeefster 6] ingepraat, teneinde hen te bewegen (al dan niet tegen betaling) seks te hebben met een of meerdere ander(e) man(nen) en
10. (telkens) op die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 4] en [aangeefster 5] en [aangeefster 6] ingepraat teneinde hen te bewegen tot het afsluiten van een telefoonabonnement en
die [aangeefster 2] en [aangeefster 1] en [aangeefster 4] en [aangeefster 5] en/of [aangeefster 6] voorgehouden dat iemand de/het afgesloten abonnement(en) en/of contract(en) uit het systeem zou halen en/of dat de abonnementen geannuleerd zouden worden en/of dat de betalingen van de abonnementsgelden stopgezet zouden worden en
12. die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 4] en [aangeefster 5] en [aangeefster 6] (vervolgens) instructies gegeven een of meerdere telefoonabonnement(en) op hun naam af te sluiten en
13. die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 4] en [aangeefster 5] en [aangeefster 6] (telkens) naar een of meer telefoonwinkel(s) vervoerd en/of vergezeld en
15. (telkens) nadat die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 4] en [aangeefster 5] en [aangeefster 6] het telefoonabonnement hadden afgesloten tegen hun gezegd om de telefoontoestel(len) en/of iPad aan hem verdachte af te geven en
terwijl die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en [aangeefster 4] en/of [aangeefster 5] en [aangeefster 6] rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) hebben ontvangen en
17. die [aangeefster 2] geld van haar rekening voor hem, verdachte laten pinnen en
18. die [aangeefster 3] haar auto aan hem verdachte laten afgeven en
20. door welke feiten en omstandigheden voor die [aangeefster 2] en [aangeefster 3] en [aangeefster 1] en/of [aangeefster 4] en [aangeefster 5] en [aangeefster 6] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan ten gevolge waarvan zij/ze geen weerstand aan verdachte hebben kunnen bieden
en
B: oplichting van [aangeefster 2]
hij in de periode van september 2014 tot en met 17 april 2015 te [plaats] , althans in Nederland (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 2] heeft bewogen tot
- afgifte van meerdere mobiele telefoon(s) en/of contract(en)
- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans één telefoonabonnement(en)
door tegen die [aangeefster 2] te zeggen
- dat er een bedrijf was dat abonnementen kon verwijderen uit het systeem en dat een abonnement geen gevolgen had en
- dat zij het voor [betrokkene 1] deed
althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
waardoor die [aangeefster 2] werd bewogen tot voornoemde afgifte en/of het aangaan van voornoemde schuld;
en
E: oplichting van [aangeefster 4]
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 februari 2016 tot en met 10 maart 2016 te [plaats] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, en het aangaan van een schuld, te weten
- afgifte van meerdere mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en
- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere telefoonabonnement(en)
door
- tegen die [aangeefster 4] te zeggen dat hij iemand kent binnen het hoofdkantoor die het abonnement weer van naam kon halen,
althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
waardoor die [aangeefster 4] werd bewogen tot voornoemde afgifte en/of het aangaan van voornoemde schuld;
en
F. oplichting van [aangeefster 5]
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 mei 2016 tot en met 13 mei 2016 te [plaats] , althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door een samenweefsel van verdichtsels, [aangeefster 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, en het aangaan van een schuld, te weten
- afgifte van meerdere mobiele telefoon(s) en/of contract(en) en
- het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere telefoonabonnement(en)
door tegen die [aangeefster 5] te zeggen
- dat hij mensen kende die werkten bij een bedrijf en/of dat deze mensen het abonnement konden verwijderen uit het systeem en
- dat zij geen rekeningen zou krijgen,
althans woorden van gelijke aard en/of strekking,
waardoor die [aangeefster 5] werd bewogen tot voornoemde afgifte en/of het aangaan van voornoemde schuld.”
4. Het hof heeft hierover het volgende overwogen (de voetnoten heb ik weggelaten):

Oordeel van het hof
[…]
Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot integrale vrijspraak van het tenlastegelegde voor het overige wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze hieronder in dit arrest zijn opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof stelt op grond van de verklaringen van de aangeefsters, voor zover de inhoud van hun verklaringen elkaar over en weer ondersteunen en voldoende steun vinden in bewijsmateriaal uit andere bronnen, het volgende vast.
[…]

[aangeefster 2]

is geboren op [geboortedatum] 1996. Zij vergeet vaak afspraken en kan niet plannen. Zij heeft ADD (Attention Deficit Disorder). Volgens haar moeder, de getuige [betrokkene 2] , was [aangeefster 2] ondanks deze stoornis een meegaand kind. Op school ging het altijd heel goed met [aangeefster 2] . Er waren nooit conflicten met haar. De getuige [betrokkene 2] heeft op 9 maart 2016 verklaard dat zij ongeveer twee jaar eerder had gemerkt dat [aangeefster 2] veranderde. [aangeefster 2] was haar studiegeld in korte tijd kwijt, maakte ruzie, ging steeds minder naar school, kreeg een Halt-straf in verband met een winkeldiefstal en boetes voor zwart rijden en er verdwenen spullen van [aangeefster 2] en haar broer. Af en toe gaf [aangeefster 2] een beetje openheid van zaken. [aangeefster 2] gebruikte veel meer marihuana - 7 tot 10 joints per dag, ook op schooldagen - dan zij eerder had gezegd in een gesprek met [A] . Het werd duidelijk dat er meer met [aangeefster 2] aan de hand moest zijn toen de eetstoornis Pica - de neiging om niet eetbare stoffen te consumeren - zich bij haar ontwikkelde.
Telefoonabonnementen
Uit de aangifte van [aangeefster 2] volgt dat zij [betrokkene 1] in of omstreeks april 2014 leerde kennen. [aangeefster 2] werd na een tijdje verliefd op hem. Op haar achttiende verjaardag, [geboortedatum] 2014, kreeg zij het bericht van een vriend van [betrokkene 1] . Die vriend vertelde haar dat [betrokkene 1] in de gevangenis zat. Een week later kreeg zij een Facebook-bericht van [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte). Verdachte vertelde [aangeefster 2] dat [betrokkene 1] wilde dat zij met hem, verdachte, zou praten. Verder zei verdachte tegen haar dat [betrokkene 1] had verteld dat zij geld zou kunnen verdienen, dat [betrokkene 1] in de gevangenis geen geld had en dat zij met hem, verdachte, om kon gaan zodat hij op haar kon letten terwijl [betrokkene 1] vastzat. Ook vertelde verdachte haar dat het fijn zou zijn als zij geld zou verdienen om dat geld vervolgens aan [betrokkene 1] te geven. Nadat [aangeefster 2] verdachte een paar keer had gezien, vertelde hij haar dat ze geld zouden gaan verdienen. Hij zei tegen haar dat er een bedrijf was dat telefoonabonnementen kon verwijderen uit het systeem, zodat het afsluiten van een abonnement geen gevolgen zou hebben, en dat ze de telefoon konden verkopen en het geld aan [betrokkene 1] konden geven. De volgende dag hadden [aangeefster 2] en verdachte afgesproken in winkelcentrum [centrum] in [plaats] . [aangeefster 2] had haar paspoort bij zich. [aangeefster 2] en verdachte gingen samen naar een telefoonwinkel. Verdachte vertelde [aangeefster 2] dat zij een zilver- of goudkleurige iPhone 6 moest kopen, omdat je deze het beste kon verkopen, en anders een iPhone 5, ook in de kleur zilver of goud. Het moest het duurste abonnement zijn omdat je daarbij het minste voor de telefoon moest bijbetalen. Bij de eerste telefoonwinkel waar [aangeefster 2] samen met verdachte naar binnen ging had zij het duurste abonnement voor twee jaren een iPhone 6 afgesloten. Buiten moest [aangeefster 2] de telefoon met het contract en de simkaart afgeven. Verdachte ging die telefoon verkopen op een adres in de buurt. Ondertussen moest [aangeefster 2] op aanraden van verdachte naar een winkel van T-Mobile om een abonnement af te sluiten. Verdachte was al eerder in die winkel geweest en had gezegd dat zijn zusje daar zou komen om een telefoon te kopen. Volgens [aangeefster 2] vertrouwden ze het in die winkel blijkbaar niet en wilden ze geen abonnement afsluiten. Daar was verdachte niet bij omdat hij naar de volgende zaak ging om te zeggen dat zijn zusje zou komen om een telefoon te kopen. Daarna liepen [aangeefster 2] en verdachte naar een KPN winkel, waar zij een abonnement voor twee jaar en een Apple iPhone 5s Gold heeft afgesloten. Verdachte was daarbij aanwezig. Daarna moest zij die telefoon ook samen met het contract en de simkaart afgeven. Verdachte nam die telefoon weer mee om deze te verkopen. Vervolgens ging [aangeefster 2] naar een andere telefoonwinkel, maar daar lukte het niet. [aangeefster 2] en verdachte zijn daarna op de scooter naar het centrum van [plaats] gereden. Ondertussen gaf [aangeefster 2] aan dat zij er genoeg van had en dit niet meer wilde. Ze vond het erg eng. Verdachte zei dat dit geen zaken voor hem waren en dat hij dit alleen maar deed om [betrokkene 1] te helpen. [aangeefster 2] vroeg meermalen hoe het kwam dat dit kon. Verdachte zweerde dat het veilig was en hij gaf aan dat alles verzekerd was. In het centrum van [plaats] gingen [aangeefster 2] en verdachte naar een winkel van The Phone House, waar verdachte op naam van [aangeefster 2] , zogenaamd zijn zusje, een abonnement afsloot voor een iPhone 6. [aangeefster 2] moest alles weer afgeven aan verdachte. Verdachte bleef bij [aangeefster 2] . Zij moest nog naar een aantal winkels gaan. Volgens [aangeefster 2] werd zij bij een aantal winkels geweigerd omdat verdachte steeds naar binnen kwam lopen. [aangeefster 2] hoorde een man van een winkel tegen verdachte zeggen: “jij was hier vorige week toch ook al?” Bij een winkel van Vodafone was [aangeefster 2] bezig met het afsluiten van een abonnement voor een iPhone 6. Verdachte was hier bij. Ook deze telefoon moest [aangeefster 2] samen met het contract en de simkaart afgeven.
In aanvulling op haar aangifte heeft [aangeefster 2] verklaard dat één zo’n telefoon al 400 euro waard was. Uiteindelijk heeft [aangeefster 2] vier telefoonabonnementen afgesloten. Verdachte heeft de telefoons allemaal meegenomen en verkocht.
Uit informatie van T-Mobile blijkt dat [aangeefster 2] op 16 oktober 2014 een telefoonabonnement bij deze aanbieder heeft afgesloten in filiaal 072 van The Phone House te [plaats] voor een minimale contractperiode van 24 maanden, waarbij Apple iPhone 5S is geleverd. Blijkens het contract van dit abonnement heeft [aangeefster 2] zich gelegitimeerd met haar paspoort en bankpas. Ook heeft zij een machtiging verleend voor de automatische incasso van de kosten van het abonnement vanaf haar bankrekeningnummer [001] Vanaf deze bankrekening is op 16 oktober 2014 om 15:07 uur een bedrag van € 0,01 afgeschreven naar aanleiding van een betaling met haar bankpas bij een betaalautomaat in filiaal 072 van de Phone House. Vanaf de bankrekening van [aangeefster 2] is op dezelfde dag tussen 15:54 uur en 18:18 uur telkens opnieuw een bedrag van € 0,01 afgeschreven naar aanleiding van betalingen met haar bankpas bij vijf andere winkels in [plaats] , waaronder een tweede filiaal van The Phone House, waar telefoons worden verkocht en waarbij dan ook telefoonabonnementen kunnen worden afgesloten.
Het is een feit van algemene bekendheid dat de betaling en afschrijving van € 0,01 dient ter verificatie van het bankrekeningnummer en de identiteit van de rekeninghouder die een machtiging voor een automatische incasso heeft verleend. De verificatiebedragen zijn in dit geval telkens met de bankpas van [aangeefster 2] betaald bij betaalautomaten in telefoonwinkels. Het hof leidt hieruit af dat [aangeefster 2] op 16 oktober 2014 zes telefoonabonnementen op haar naam en voor haar rekening heeft afgesloten dan wel pogingen daartoe heeft ondernomen.
Uit de aangifte van [aangeefster 2] en daarbij gevoegde stukken volgt dat zij in ieder geval vier abonnementen heeft afgesloten. Zij heeft contracten kunnen achterhalen voor twee abonnementen bij KPN, die beiden zijn ingegaan op 16 oktober 2014, voor een iPhone 6 Gold en een iPhone 5S. Zij kreeg diverse rekeningen voor de abonnementen bij KPN met een totaalbedrag van € 3.894,75. Zij heeft ook een abonnement afgesloten bij Vodafone, waar een rekening van € 1.205,30 openstond. Zij kreeg daarnaast een rekening van T-Mobile voor een abonnement. Zij wist ten tijde van de aangifte niet hoe hoog de totale kosten van het abonnement bij T-Mobile waren. Uit de namens haar ingediende vordering tot schadevergoeding en de daarbij gevoegde factuur van T-Mobile blijkt dat de totale kosten van dit abonnement op 12 februari 2015 waren opgelopen tot € 1.377,27.
Uit de aangifte van [aangeefster 2] komt verder naar voren dat zij de volgende dag (na het afsluiten van de telefoonabonnementen op 16 oktober 2014) met verdachte mee moest gaan naar een winkel van de Mediamarkt. Volgens [aangeefster 2] was dit een winkel in [plaats] , maar dat weet zij niet zeker. Ze reden met een blonde vrouw van ongeveer 42 jaar die “ [betrokkene 3] ” werd genoemd en die op haar naam voor verdachte een auto zou leasen, mee naar deze winkel van de Mediamarkt. [aangeefster 2] moest van verdachte zeggen dat zij een verpleegster was en bruto 1.758 euro verdiende om een MacBook op afbetaling te kunnen kopen. In de Mediamarkt vertelde [aangeefster 2] wat verdachte haar had gezegd, maar nadat haar naam door het systeem was gehaald werd zij geweigerd. De tweede poging om met een aangepast verhaal een MacBook op afbetaling te kopen bij een andere winkel van de Mediamarkt in Arnhem mislukte ook. Daarna zei [aangeefster 2] tegen verdachte dat er genoeg geld was en dat zij dit niet meer wilde doen. [aangeefster 2] was wel blij omdat zij dacht dat zij [betrokkene 1] had kunnen helpen. Zij vond het zielig voor hem dat hij alleen in de gevangenis zat. Verdachte had haar beloofd dat zij samen met hem bij [betrokkene 1] op bezoek mocht gaan, maar volgens verdachte had [betrokkene 1] haar niet op de bezoekerslijst gezet.
[aangeefster 2] heeft in aanvulling op haar aangifte verklaard dat [betrokkene 1] een paar maanden na het afsluiten van de telefoonabonnementen, namelijk in december 2014, weer uit de gevangenis kwam. [aangeefster 2] wilde [betrokkene 1] niet meer zien maar uiteindelijk spraken zij wel met elkaar. [betrokkene 1] vertelde [aangeefster 2] dat hij niet wist dat verdachte haar dingen had laten doen om aan geld te komen dat voor hem bestemd zou zijn. [betrokkene 1] had maar 100 euro van verdachte ontvangen. Van de rest van het geld had verdachte een auto geleased en het kenteken van die auto had hij op naam van “ [betrokkene 3] ” gezet.
[betrokkene 1] heeft bevestigd dat hij tijdens zijn detentie aan verdachte had gevraagd om samen met [aangeefster 2] naar hem toe te komen. Verdachte kwam echter alleen naar [betrokkene 1] toe en vertelde hem dat hij [aangeefster 2] niet kon bereiken, maar dat hij dit wel bleef proberen. [aangeefster 2] kwam niet bij [betrokkene 1] op bezoek. Toen hij haar na zijn detentie tegenkwam, was zij boos op hem. Het zou zijn schuld zijn dat zij telefoonabonnementen moest afsluiten. [betrokkene 1] heeft verklaard niets te weten over het afsluiten van telefoonabonnementen door [aangeefster 2] .
Afgifte van geldbedragen
[aangeefster 2] was bang dat zij een dikke schuld zou krijgen (het hof begrijpt: een grote schuld zou overhouden aan het afsluiten van de telefoonabonnementen).Verdachte was de enige die dit van haar wist en met wie zij hierover kon praten. Verdachte zei tegen [aangeefster 2] dat hij haar wel ging helpen. Zij moest steeds naar hem toekomen en hij zei dan dat zij geld aan hem moest geven. [aangeefster 2] heeft hem uiteindelijk geld gegeven. [aangeefster 2] heeft verklaard dat zij geld van haar eigen rekening moest pinnen van verdachte. Volgens [aangeefster 2] heeft zij twee keer 200 euro van haar bankrekening met het nummer [001] moeten pinnen van verdachte.
Seks
Uit de aangifte van [aangeefster 2] komt naar voren dat verdachte vond dat [aangeefster 2] zijn vrouwtje moest zijn. Dat wilde zij niet. Zij kreeg in het midden van een nacht berichtjes van verdachte. Zij moest met hem mee komen naar zijn huis omdat hij haar anders niet zou helpen. Zij wilde niet met hem meegaan. Hij bleef maar bellen en appen. Uiteindelijk ging [aangeefster 2] toch maar naar hem toe. Hij stond die nacht voor de deur op haar woonadres in de [a-straat] te [plaats] . Zij moest met verdachte meerijden in een auto met zijn “neef” naar het huis van zijn moeder in de [b-straat] te [plaats] . Daar moest zij samen met verdachte en zijn “neef’ in bed liggen en seks met hen beiden hebben. In aanvulling op haar aangifte heeft [aangeefster 2] verklaard dat verdachte in een nacht na oktober en voor december 2013 (het hof begrijpt: 2014) samen met zijn “neef” bij haar voor de deur stond. Hij wilde met [aangeefster 2] praten over de abonnementen. Hij zei dat hij haar niet meer zou helpen met de abonnementen als zij niet met hem mee zou gaan. Ook zei hij dat zij er dan alleen voor zou staan en dat hij het tegen haar familie zou zeggen. Toen is [aangeefster 2] bij verdachte en zijn “neef” in een geleasede personenauto van het merk Mercedes gestapt en met hen meegereden naar het huis van verdachtes moeder, waar verdachte en zijn neef beiden seks met haar hebben gehad, hoewel ze daarvoor had aangegeven dat ze dat niet wilde. Eerst had verdachte alleen seks met [aangeefster 2] en later deed zijn “neef” ook mee. Het voelde ongemakkelijk, omdat [aangeefster 2] geen seks wilde hebben. Door de “neef” werd geen condoom gebruikt. Die “neef” kwam klaar in haar vagina. De piemel van de neef stonk. Zij denkt dat ze door hem een soa heeft opgelopen. Nadat [aangeefster 2] seks had gehad met verdachte en zijn “neef’, was zij nog één keer bij hem thuis geweest. Toen filmde verdachte dat ze seks met elkaar hadden.
[betrokkene 1] heeft verklaard dat hij na zijn detentie ruzie heeft gekregen met verdachte, omdat verdachte seks heeft gehad met [aangeefster 2] en verdachte zogenaamd voor [betrokkene 1] telefoonabonnementen had laten afsluiten.

[aangeefster 3]

was net vrijgezel toen verdachte haar in januari 2016 aansprak. [aangeefster 3] sprak twee weken later met verdachte af. Zij haalde hem op bij een zijn “tante”, die later geen tante van hem bleek te zijn, in [plaats] . Verdachte wilde naar een neef in [plaats] gaan, waar ze met de auto van [aangeefster 3] naar toe reden. Hij had zelf geen auto. Aan het einde van de dag stelde verdachte voor een hotel te boeken. Die nacht hadden verdachte en [aangeefster 3] voor het eerst seks met elkaar. In de periode daarna hadden ze veel contact met elkaar en werd [aangeefster 3] verliefd op verdachte.
Telefoonabonnementen
[aangeefster 3] heeft verklaard dat verdachte haar wel eens wat vertelde over zijn criminele bezigheden. Hij had het ook over het kopen en verkopen van telefoons en het laten afsluiten van abonnementen door meisjes. Verdachte zei dat hij meisjes inpalmde om ze abonnementen af te laten sluiten. [aangeefster 3] had één van die meisjes gezien en even met haar gesproken toen verdachte een telefoonabonnement liet afsluiten door dat meisje. Zij heet [aangeefster 4] (het hof begrijpt: [aangeefster 4] ). [aangeefster 5] had drie telefoonabonnementen voor verdachte moeten afsluiten op 4 mei 2016. De woensdag daarvoor hadden [aangeefster 5] en verdachte bij [aangeefster 3] thuis afgesproken. [aangeefster 3] zag verdachte na zo’n abonnementsafsluiting wel eens met geld. Hij vond de meisjes via de sites Badoo en Singleplace. Ook zocht hij meiden op seksjobs.nl. Verdachte zei dat hij hen benaderde en leuk tegen ze deed om geld te maken. Op een gegeven moment hoorde [aangeefster 3] verdachte zeggen dat er geld gemaakt moest worden. Hij had geen geld, geen uitkering en geen baan. Eind april 2016 wilde verdachte weer abonnementen gaan afsluiten. [aangeefster 3] zag het helemaal niet zitten. Toch werd op haar naam een telefoonabonnement voor verdachte afgesloten.
Verdachte had wel eens met [aangeefster 3] gesproken over het inpalmen van meisjes die hij telefoonabonnementen liet afsluiten om de telefoons vervolgens door te verkopen, maar [aangeefster 3] dacht dat het bij haar anders was. Op 4 mei 2016 moest [aangeefster 3] op haar naam een telefoonabonnement voor verdachte afsluiten bij The Phone House te [plaats] in de gemeente [plaats] . [aangeefster 3] vroeg nog aan hem of het niet op naam van zijn zusje kon, maar het moest op haar naam. [aangeefster 3] wilde dat eigenlijk niet doen, omdat zij haar relatie met verdachte wilde stoppen maar zij wist niet hoe. [aangeefster 3] moest voor de telefoon 100 euro bijbetalen. Dat geld kreeg zij later terug van verdachte. De abonnementskosten kreeg zij echter niet van hem terug. Na het afsluiten van het telefoonabonnement heeft [aangeefster 3] de telefoon meegenomen en foto’s gemaakt van de aankoopbonnen. Daarna heeft verdachte de telefoon, een iPhone 6s met IMEl-nummer [002] , en de aankoopbonnen van [aangeefster 3] afgepakt.
KPN heeft informatie aangeleverd die bevestigt dat [aangeefster 3] op 4 mei 2016 een telefoonabonnement heeft afgesloten. Dit abonnement is ingegaan op 4 mei 2016, heeft een looptijd van 24 maanden en kost gedurende de actieperiode € 59 per maand en daarna € 64 per maand. Bij dit abonnement hoort een telefoontoestel van het merk en type Apple iPhone 6s 64 GB, Rose Gold, met IMEl-nummer [002] .
Betaling van goederen
[aangeefster 3] heeft verklaard dat zij vaak hasj voor verdachte moest halen. Als zij de hasj niet wilde halen, dan chanteerde hij haar met de dreiging hun seksfilmpjes te openbaren. [aangeefster 3] schat dat zij in totaal voor 200 euro hasj voor verdachte van haar eigen geld heeft gekocht. Zij kreeg dat geld niet terug van verdachte. Ook betaalde [aangeefster 3] de kosten voor de vervanging van het kapotte schermpje van de mobiele telefoon van verdachte. Verder heeft [aangeefster 3] de kosten van de boodschappen, het uit eten gaan en het gebruik van haar auto door verdachte allemaal betaald. Verdachte zei wel dat hij de kosten zou vergoeden, maar dat deed hij niet. Zo betaalde verdachte [aangeefster 3] niet terug nadat hij een jas van 230 euro op haar rekening had gekocht. Verdachte had deze jas van het merk Parajumpers besteld bij een webwinkel, waarbij hij de adresgegevens van [aangeefster 3] had opgegeven en hij had aangegeven dat hij de jas via Afterpay zou betalen. Achteraf betaalde verdachte die jas echter niet, waardoor er verhogingen via de e-mail binnenkwamen. Daarover kregen [aangeefster 3] en verdachte ruzie. [aangeefster 3] wilde dat verdachte die jas zou betalen, wat hij maar niet deed. Ook dreigde verdachte filmpjes van [aangeefster 3] te openbaren, tenzij zij hem 3.500 euro zou geven.
Gebruik van personenauto
[aangeefster 3] had eerst een personenauto van het merk en type Opel Vectra die verdachte vaak van haar leende. Het was haar idee om die Vectra te verkopen. Verdachte zei tegen [aangeefster 3] dat ze samen een auto konden kopen en dat hij dan zou meebetalen. Dit wilde [aangeefster 3] niet. Zij kon voor haar ouders niet verklaren dat zij opeens een duurdere auto zou hebben en zij reed persoonlijk te weinig om een dieselauto te kopen. Van verdachte moest er wel een dieselauto komen. Het werd een blauwe Alfa Romeo met kenteken [kenteken 1] . Verdachte leende die auto vaak van [aangeefster 3] . Ze spraken af dat [aangeefster 3] de belasting zou betalen en verdachte de diesel. Uiteindelijk heeft [aangeefster 3] de diesel ook betaald.
Op een gegeven moment claimde verdachte de personenauto van [aangeefster 3] . Hij had altijd de sleutels van haar auto in zijn bezit. Als [aangeefster 3] ergens naar toe wilde gaan dan bracht hij haar weg en haalde hij haar ook weer op. Op 4 mei 2016 ging verdachte weg met de auto van [aangeefster 3] . Zij zou haar auto uiterlijk op 5 mei terugkrijgen. [aangeefster 3] had verdachte meerdere keren gebeld en tegen hem gezegd dat zij haar auto terug wilde hebben. Verdachte vertelde [aangeefster 3] dat hij naar een neef in Duitsland was gereden. In Duitsland had verdachte pech gekregen met haar auto en is die afgesleept. [aangeefster 3] deed op 9 mei 2016 aangifte van verduistering van blauwe Alfa Romeo met kenteken [kenteken 1] door verdachte.
Seks
[aangeefster 3] en verdachte dachten allebei vrij over seks. Ze stonden beiden open voor een trio. Verdachte stelde voor een trio met zijn neef [betrokkene 4] te hebben. Op 13 februari 2016 haalde [betrokkene 4] eerst verdachte en vervolgens [aangeefster 3] op met zijn auto, waarna ze samen naar het Van der Valk hotel in [plaats] reden. In dat hotel had [aangeefster 3] een kamer op haar naam gereserveerd. In die hotelkamer had [aangeefster 3] eerst seks met [betrokkene 4] . Daarna zou zij seks hebben met verdachte, maar hij kon zijn penis toen niet overeind krijgen en op dat moment had zij geen seks met hem. In de badkamer hadden verdachte en [aangeefster 3] later wél seks met elkaar, waarvan een filmpje werd gemaakt.
[aangeefster 3] heeft in haar dagboekje genoteerd dat verdachte in de avond van 24 april 2016 aan haar voorstelde dat zij die avond seks met meerdere mannen zou hebben. Van verdachte moest [aangeefster 3] zich door die mannen laten volspuiten. Daarmee bedoelde hij het verrichten van seksuele handelingen zonder condoom. Elke keer als verdachte zoiets voorstelde, hield [aangeefster 3] de boot af, maar hij kwam daar telkens op terug. [aangeefster 3] wilde het niet zonder condoom doen met andere mannen dan verdachte. Uiteindelijk zei [aangeefster 3] tegen verdachte dat zij twee mannen kende. Zij noemde de namen van beide mannen, maar het was haar bedoeling om slechts één van die mannen op te zoeken. [aangeefster 3] ging alleen naar die man toe. [aangeefster 3] moest van verdachte thuiskomen met een goed seksfilmpje, wat haar tegen de borst stuitte. [aangeefster 3] wilde het niet, maar zij heeft die man toch maar gepijpt om toch maar met een filmpje voor verdachte thuis te komen. [aangeefster 3] deed dingen die zij eigenlijk niet wilde om ruzies met verdachte te voorkomen.
Verdachte had al een keer tegen [aangeefster 3] gezegd dat zij geld voor seks kon vragen en dat ze met dat geld leuke dingen zouden kunnen doen, zoals op vakantie gaan. Verdachte zei tegen [aangeefster 3] dat zij op de website seksjobs.nl moest kijken, waarop onder meer kan worden gereageerd op advertenties van mannen die geld voor seks willen betalen, en dat zij hiervoor een ander e-mailadres dan haar eigen e-mailadres moest aanmaken. Van verdachte mocht [aangeefster 3] niet haar eigen naam gebruiken en daarom noemde zij zich [aangeefster 3] . [aangeefster 3] wist niet hoe zij zich moest profileren. Van verdachte moest zij zeggen dat zij een alleenstaande moeder was. Zij moest proberen er zoveel mogelijk geld uit te halen. Verdachte zei tegen haar dat het hem niet uitmaakte op welke advertenties van mannen zij reageerde, als het maar seks en geld zou opleveren. Mannen vroegen aan [aangeefster 3] of zij met hen wilde afspreken, maar [aangeefster 3] zei dan telkens af. Verdachte werd dan boos op [aangeefster 3] en zei dan tegen haar dat zij geld liet lopen. [aangeefster 3] heeft uiteindelijk een ontmoeting gehad met één van mannen en seks met die man gehad. Van verdachte moest [aangeefster 3] een filmpje van de seks met die man maken. Dit heeft zij gedaan. Verdachte werd boos op [aangeefster 3] toen zij hem vertelde dat zij geen geld van die man had gevraagd en gekregen. [aangeefster 3] heeft verklaard dat zij geen seks met anderen tegen betaling heeft gehad. Op voorstel van verdachte heeft [aangeefster 3] nog wel voor een tweede keer seks gehad met zijn neef [betrokkene 4] in Duitsland, maar voor de seks met hem is volgens [aangeefster 3] ook niet betaald.
Reservering van hotelkamer
Uit informatie van het Van der Valkhotel in [plaats] is gebleken dat [aangeefster 3] op haar haam een hotelkamer heeft geboekt voor de nacht van 13 op 14 februari 2016.
Foto’s, films en Whatsapp-gesprekken van [aangeefster 3] en verdachte
Tijdens haar verhoor op 7 juni 2016 heeft [aangeefster 3] een USB-stick overhandigd aan de politie, waarop mappen met daarin bestanden met foto’s, films en chatgesprekken uit haar telefoon bleken te staan.
In de map “telefoon” bevinden zich foto’s van een kassabon en een overeenkomst voor de aankoop van een mobiele telefoon op naam van [aangeefster 3] . Op de eerste foto is te zien dat het een iPhone 6s betreft die op 4 mei 2016 is gekocht in combinatie met een KPN-abonnement bij de Phone House te [plaats] . Het IMEI-nummer van het gekochte toestel is [002] . Op de tweede foto van een contract van de KPN zijn de naam [aangeefster 3] en de datum 4 mei 2016 zichtbaar.
In de map “foto’s [aangeefster 3] - [verdachte] ” bevinden zich foto’s van personen, waaronder meerdere foto’s van een persoon die verbalisant [verbalisant 1] heeft herkend als verdachte:
- Foto 1: een schermafdruk van de website www.singelsplace.nl met daarop een profiel van ‘ [verdachte] ’ en een foto van verdachte;
- Foto 2: een schermafdruk van de datingapp Badoo met daarop het profiel van ' [verdachte] ' en een foto van verdachte.
In de map “Intieme foto’s [aangeefster 3] - [verdachte] ” bevinden zich vier foto’s. Op foto's met de bestandnamen IMG_5322.JPG en IMG_5324 is te zien dat een man met een getinte huidskleur en bolle buik met zijn stijve penis de vagina van een blanke vrouw penetreert. Op foto’s met de bestandsnamen IMG _5325.JPG en IMG_5326 is het lichaam van een getinte man te zien die met zijn linkerhand zijn stijve penis vasthoudt. In deze map bevindt zich tevens een videobestand met de naam picture-00002-movie- [verdachte] -2016-02-14 135808 +0000.mov. Op het zeer donkere videobeeld is zichtbaar dat een getinte man en een blanke vrouw elkaar (tong)zoenen. Er zijn smak- en zoengeluiden te horen.
In de map “Whatsappgesprek Foto's [aangeefster 3] - [verdachte] ” staan foto’s die zijn verstuurd door [verdachte] en [aangeefster 3] in hun Whatsapp conversatie. Op de foto’s zijn verdachte en [aangeefster 3] herkend door verbalisant [verbalisant 1] . In de map “WhatsAppgesprekken [aangeefster 3] - [verdachte] ” staan 694 Portable Network Graphics (PNG) bestanden met Schermafdrukken van een mobiele telefoon. Op deze schermafdrukken zijn Whatsappgesprekken te lezen. Bovenaan iedere schermafdruk staat de naam [verdachte] . Op sommige schermafdrukken staat één datum in de vorm van dag en maand, maar het jaartal ontbreekt. De conversatie start op 31 januari en eindigt op zondag 8 mei. In de jaren 1999, 2010 en 2016 viel 8 mei op een zondag. (Gezien de data die [aangeefster 3] heeft genoemd in haar aangifte en verklaringen begrijpt het hof dat de conversatie heeft plaatsgevonden in de periode van 31 januari 2016 tot en met 8 mei 2016). De conversatie is samengevat in het proces-verbaal - zakelijk weergegeven - inhoudende:

zondag 31 januari 2016: 01.53 uur

[verdachte] : Hey met [verdachte] x
[aangeefster 3] : Hey
[verdachte] : waar kom jij vandaan? ben je al lang single? waar val je op?
[aangeefster 3] : [plaats] dorpje hier dichtbij. Single net voor de kerst. Op leuke mannen.

zondag 31 januari 2016: 15:06 uur

[verdachte] : Wil dame die veel heeft gedaan omdat ze ervaring heeft en wanneer ik het daarmee doe dan weet ik het word echt genieten (icoontje rode wangen)
[aangeefster 3] : Als het maar safe is (icoontje wijs en middelvinger omhoog). Jaa klopt
[verdachte] : (...) heb je vaak trio gedaan of meerdere mannen?
[aangeefster 3] : Haha nee valt wel mee hoor. (...) Heb weleens trio gedaan met vrouw. Echt sexy.
[verdachte] : Zou je dat wel eens willen weer

zondag 31 januari 2016: 15:08 uur

[aangeefster 3] : Ik heb met n vriend afgesproken om binnenkort naar n parenclub te gaan (...)
[verdachte] : Laat me mee gaan dan (icoontje rode wangen) Of mag ik niet met je mee dushi haha (icoontje tongetje)
[aangeefster 3] : je mag van mij gerust een keer mee. Maar die eerste keer ga ik met hem doen, is vertrouwd voor mij (icoontje met tongetje)
(...)

zondag 31 januari 2016: 16:00 uur

[aangeefster 3] : Heb je veel chickies/fuckbuddys?
[verdachte] : Nee juist niet baby Haha
[aangeefster 3] : Niet? Hoe komt dat dan
(…)
Het gesprek gaat verder over open relaties. [verdachte] geeft aan dat hij graag een open relatie wil. [aangeefster 3] is ook voorstander van een open relatie (....) Verder gaat het gesprek over seksualiteit en seksuele voorkeuren waarbij beiden elkaar kennelijk seksueel opwinden. (...) [verdachte] vraagt aan [aangeefster 3] : "Dus je vindt het wel geil als iedereen in je poes en anaal zou spuiten?" Daarna gaat het gesprek over met elkaar afspreken. [verdachte] lijkt hard van stapel te lopen omdat hij het al heeft over "Ik wil jou mijn vaste vrouw maken waar ik een open relatie mee heb" en "samen toekomst gezinnetje" en "Als ik de zorg voor je dochter ook op mij zou nemen." [aangeefster 3] lijkt de boot een beetje af te houden. [aangeefster 3] en [verdachte] spreken in de avond van 2 februari 2016 af in [plaats] . (...)

zondag 7 februari 2016: 21:20 uur

[verdachte] : Welke dingen heb je nog nooit gedaan met seks?
[aangeefster 3] : Uhm trio met man man vrouw Wat heb jij nog nooit gedaan?
[verdachte] : Umh gangbang hahaha
[aangeefster 3] : (...) Maar zeg maar tegen die neef van je dat ie Chick regelt dan
[verdachte] : Weetje zekers?
(…)
[verdachte] stuurt [aangeefster 3] een foto van een manspersoon die de verbalisant herkent als [betrokkene 4] . [verdachte] zegt dat deze man 24 of 25 jaar is, [betrokkene 4] heet en uit Duitsland komt. [aangeefster 3] stelt voor een keer een 'duodate' te regelen tussen [betrokkene 5] , [betrokkene 4] , haarzelf en [verdachte] . Op enig moment gaat het gesprek over het versturen van 'pikante' foto's.

Maandag 8 februari 2016: 11:35 uur

(…)
[aangeefster 3] : Heb je stiekem foto's van mij gemaakt in hotel??
[verdachte] : Nee maar zat toch te filmen. Sta je wel op met je reet.
[aangeefster 3] : Nee toch.
[verdachte] : Maar gaat niemand wat aan die shit.
[aangeefster 3] : Stuur s.
[verdachte] : Ik zweer op me kleine waarom zou ik dat doorsturen na iedereen. (…)
[aangeefster 3] : Nee ik geloof je schat.
(…)
Daarna vraagt [aangeefster 3] het filmpje te sturen en zegt [aangeefster 3] "Deze wist ik niet eens" en "Maar s (...) niet zo erg deze toch?"
(…)

woensdag 10 februari 2016; 13.17 uur

[aangeefster 3] : vraag [betrokkene 4] wat hij wilt het weekend. (...) .
[verdachte] : Zaterdag is goed baby
(…)
Op zondag 14 februari 2016 vraagt [aangeefster 3] aan [verdachte] 'Weetje moeder dat we trio hadden met [betrokkene 4] ?"
Op maandag 4 april 2016 stuurt [aangeefster 3] [verdachte] een reactie via Seksjobs.nl van [betrokkene 6] :
Hi [aangeefster 3] , leuk dat je reageert dus ik ga direct, eerlijk tegen zijn. Ik zoek iemand die echt graag pijpt en niet vies is van sperma en zelf ook het liefste slikt. (...) Is dit iets voor jou? Stuur dan even een foto en de vergoeding waar jij aan denkt! (....)

dinsdag 5 april 2016: 14.37 uur

[aangeefster 3] : Ik haat dit hè [verdachte] ! Ik ben je al de hele dag aan t bellen (...) meneer neemt niet op (...) Je zou me laten weten hoe duur die shit zou zijn. Ik heb niet eens fucking geld om m'n rekeningen te betalen omdat ik steeds dingen voor je wil betalen. En nu zit ik de hele dag zonder auto omdat jij de hele dag weg bent. Ik kan tegenwoordig nergens meer naar toe om te gaan en staan waar ik wil. (...)
Hierna lijkt de toon van de conversatie enigszins te veranderen. Zowel [verdachte] als [aangeefster 3] raken regelmatig geïrriteerd (...)
[aangeefster 3] vraagt later op 13 april 2016 of [verdachte] haar nog wel als zijn vriendin wil, omdat zij niks goed bij hem kan doen. [verdachte] reageert pas twee uur later op dit bericht met een contactadvertentie van de website www.seksjobs.nl en de vraag aan [aangeefster 3] : "Wel oké die meid toch". [aangeefster 3] reageert hierop met: "Have fun. Je doet toch wat je zelf wilt. Je gaat toch neuken wat je wilt doe je ding. Ik vraag je wat maar daar reageer je ook niet op."

donderdag 14 april 2016: 09.11 uur

[verdachte] : (...) Met kerst dit jaar wil ik ook op vakantie naar warm land.
[aangeefster 3] : Ik wil gerust geld verdienen maar y moet wel goed voelen tussen ons (...)

vrijdag 15 april 2016: 23.05 uur

[verdachte] : (...) Ik wil 2 verschillende lullen sowieso in je kutje zien geweest zijn. Dus kom na huis met 2 stout filmpjes van van dik in je poes.
[aangeefster 3] : Ik hou van je.
[verdachte] : Als die toch zonder hoes erin is gegaan kan je net zo goed met een volle witte poes na huis komen. Ik hou ook van jouw. Afgesproken minimaal 2 lullen erin en gevult naar huis komen.
(…)

zaterdag 16 april 2016; 04:46 uur

[aangeefster 3] : Kijk mijn bedoeling is plassen [naam 1] . Als je zegt neuk met ze dan is t n ander verhaal. Dat is niet mon intentie.
[verdachte] : Kijk maar wat je gaat doen. Als je iets doet alles gewoon filmen en het moet echt iets geks zijn dirty gewoon nasty. Stuur waar je bent als je het gaat doen. Dan weet ik waar je bent als er iets is.
[aangeefster 3] : Nog steeds daar. Rijden over 10 min weg.
[verdachte] : Ga je daar doen dan? Of waar. Doe je ding x
(…)

woensdag 27 april 2016; 20:17 uur

[aangeefster 3] : Komt goed dushi. Doe ik. (...)
[verdachte] : Oke is goed. Zorg goed voor film xx
[verdachte] : Is goed veel plezier en zorg voor goeie gangbang neukfilm want al die niggers willen je stel me niet teleur dushi
[aangeefster 3] : Haha ik neuk niet met die broer. (...)

donderdag 28 april 2016; 01:30 uur

[verdachte] : Je hebt toch klanten.
[aangeefster 3] : Fuck die klanten.
[verdachte] : Wat dan?
[aangeefster 3] : Gewoon ben moe toch.
[verdachte] : Moe van wat [aangeefster 3] . Wil je me zeggen je hebt niks gedaan hahaha. Geloof er geen shit van en dat je dan vooral zo moe bent. Terwijl je zou klanten pakken.
(...)

donderdag 28 april 2016; 02:55 uur

[aangeefster 3] : Gisteren was het heel anders toch. Jij bent opgefokt niet ik.
[verdachte] : Nee ben gewoon rustig. (...)
[aangeefster 3] : Ik vond je niet bepaald rustig. Om mij weer te dreigen om mij op internet te zetten.

woensdag 4 mei 2016; 16:32 uur

[aangeefster 3] : (...) Ik sta er niet achter wat ik gedaan heb. Doe 't omdat ik je d 'r mee help en dat je anders boos word. Maar ik werk mezelf in de shit. Ik word er niet beter van want jij bent degene die alle geld in z'n zak steekt maar ik help je wel. (...)
[verdachte] : Ik bedoel het niet slecht.

woensdag 4 mei 2016; 16:49 uur

[aangeefster 3] : Maar je snapt dat ik in m'n maag zit met die abbo. Jij strijkt nu geld in je zak, ik heb een abbo erbij terwijl ik nog 300-500 euro rekening moet betalen en dat loopt alleen maar op. Mijn tekening is dadelijk weer steeds 70 eraf. Ik voel me d ’r echt niet relax onder Vorige week wou je nog alles doen om me kapot te maken.
(...) [aangeefster 3] zegt (...): "Van jouw reactie van afgelopen weekend ben ik echt geschrokken. Mag ik een keer zien welke foto's en filmpjes je van mij hebt?"
Op donderdag 5 mei 2016 wil [verdachte] naar [aangeefster 3] toe komen (...) Later ontstaat discussie over de auto (...) [aangeefster 3] zegt tegen [verdachte] : "Ik moet het gelijk maar zien wanneer mijn auto terug komt. Ik bedoel alles wat er gebeurd met die auto als t voor dingen is word gelinkt aan mij en niet aan jou".

vrijdag 6 mei 2016; 17:47 uur

[aangeefster 3] : (...) Je brengt m'n irritatie tot een punt dat ik dadelijk zoiets heb van waarom leen ik m'n auto aan je uit?
[aangeefster 3] blijft benadrukken dat ze de relatie uit wil maken en haar auto terug wil hebben.

zaterdag 7 mei 2016; 11:10 uur

[aangeefster 3] : Hoeveel geld wil je hebben? Hoe laat kom je de auto brengen?
[verdachte] : 3500 Dus kijk maar wat je doet
[aangeefster 3] : ik ben jou geen geld verschuldigd, laten we op een normale manier uit elkaar gaan [verdachte] . Ik wil dat je mijn auto terug brengt. Ik wil dat je mijn auto vandaag komt terug brengen. Ik krijg nog 230 euro van die parajumper, die je besteld hebt op mijn naam.
[verdachte] : Dat zeg jij dan als je mijn niet me geld wilt geven prima [aangeefster 3]
En even later:
[aangeefster 3] : Beste [verdachte] . Hierbij stuur ik je een laatste app. Ik wil voor dinsdag 10 mei mijn auto netjes terug. Je kunt de auto op de parkeerplaats zetten en de sleutel in de brievenbus gooien. Ik hoop je voldoende te hebben geïnformeerd over de stand van zaken en wil het graag afsluiten zonder betrekking tot politie of justitie. Maar hou je je hier niet aan ben ik genoodzaakt om juridische stappen te ondernemen. Mvg [aangeefster 3] .
[verdachte] : Dan doe je dat veel plezier. Veel plezier met je politie. (...) Zorg dat je dinsdag alles geregeld hebt. Je familie en zo komen er dan vanzelf wel achter wat je allemaal uitspookt. Alles heb ik op beeld gesprekken ook zal heel dorp leuk vinden.
In de map "Audiogesprekken [aangeefster 3] - [verdachte] " staan drie bestanden met geluidfragmenten, waaronder een bestand met de naam 2016-05-08-AUDIO-00000025.aac. met een geluidsfragment. Dit geluidsfragment bevat een opname van een gesprek tussen twee personen (het hof begrijpt: [aangeefster 3] en verdachte) over een auto die met pech langs de weg in het buitenland staat. De samenvatting van dit gesprek in het proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - het volgende in:
[aangeefster 3] is aan het regelen om met een ANWB-pasje, op andermans naam, naar [verdachte] te gaan. Degene van wie het pasje is moet er dan wel bij zijn, zegt [aangeefster 3] . [aangeefster 3] zegt dat [verdachte] dan even zijn locatie moet sturen. [verdachte] zegt hierop dat hij [aangeefster 3] straks spreekt. [verdachte] zegt dat hij de auto wel achterlaat. [aangeefster 3] vraagt hoe zij dan aan de sleutel komt. Dat (het hof begrijpt: ziet) die [verdachte] straks wel. Dat is ie goed zegt [aangeefster 3] , dat regel ik wel. [verdachte] zegt dat er misschien niks met de auto aan de hand is maar dat hij uitgelezen moet worden. [aangeefster 3] blijft vragen om haar de locatie te sturen waar [verdachte] staat. [verdachte] zegt dat hij op de snelweg staat. Sta je op de snelweg? Welke snelweg, vraagt [aangeefster 3] . Weet ik niet, zegt [verdachte] . [aangeefster 3] zegt hierop: Hoezo, je weet toch waar je rijdt? [verdachte] snauwt: Dit is toch geen Nederland of wat? Oké. Zeg waar je staat dan kan ik jou en de auto ophalen, zegt [aangeefster 3] op rustige toon. [verdachte] zegt dat hij zijn mensen al heeft gebeld om hem op te halen om verder te gaan naar de bestemming. [aangeefster 3] zegt geeft de sleutel maar bij het politiebureau af, dat is ook goed. [aangeefster 3] blijft aan [verdachte] vragen om haar te sturen waar de auto staat. (Einde gesprek)

[aangeefster 1]

had verkering met verdachte in de periode van 16 januari 2016 tot 25 maart 2016. [aangeefster 1] was 18 jaar toen zij verdachte leerde kennen op de datingsite Baddoo. Hij gaf zijn nummer aan haar en daarna begonnen ze te appen. Na een paar weken ging [aangeefster 1] een keer naar [plaats] . Toen werd zij verliefd op verdachte.
Telefoonabonnementen
[aangeefster 1] lag in de avond van 10 februari 2016 samen met verdachte in bed toen hij aan haar vroeg telefoonabonnementen af te gaan sluiten. [aangeefster 1] werd niet bedreigd of gedwongen om dit te doen, maar zij was wel onder druk gezet. Deze druk bestond daaruit dat haar verkering anders over zou zijn. [aangeefster 1] wilde de abonnementen eerst niet afsluiten, maar verdachte bleef aandringen. Verdachte vertelde haar dat hij geld nodig had en dat hij de telefoons wilde doorverkopen. [aangeefster 1] durfde geen “nee” te zeggen. Dan begon verdachte tegen naar te schreeuwen. Zij heeft het toen maar gedaan. [aangeefster 1] was die nacht bij verdachte blijven slapen.
[aangeefster 1] en verdachte gingen de volgende dag, 11 februari 2016, samen naar winkelcentrum [centrum] in [plaats] . Verdachte zei van tevoren wat [aangeefster 1] moest zeggen en hoe zij zich moest gedragen in de winkels. Als ze in de winkels vroegen of ze het zouden installeren dan moest [aangeefster 1] zeggen dat zij dit thuis wel zou doen, want dan bleven de doosjes verzegeld. Verdachte en [aangeefster 1] gingen eerst naar de T-Mobileshop, waar [aangeefster 1] twee abonnementen had afgesloten om een tablet en een iPhone te verkrijgen. Daarna gingen verdachte en [aangeefster 1] naar de Vodafone winkel, waar [aangeefster 1] weer een abonnement op haar eigen naam had afgesloten om een iPhone 6s te verkrijgen. Verdachte en [aangeefster 1] gingen vervolgens naar de KPN Store, waar [aangeefster 1] eveneens een abonnement op haar naam had afgesloten om een iPhone 6 te verkrijgen. Verdachte zei tegen [aangeefster 1] dat hij daar bij verkoop ongeveer 700 a 800 euro voor zou krijgen. Bij het verlaten van de winkels pakte verdachte telkens de pakketjes met daarin de tablet en de telefoons. Hij hield deze bij zich.
[aangeefster 1] heeft bij het opnemen van haar aangifte verklaard dat verdachte vervolgens tegen haar zei dat hij iemand kende die bij een telefoonbedrijf werkte en de telefoonabonnementen weer van haar naam zou halen. Verdachte vertelde [aangeefster 1] ook nog dat het allemaal binnen één week zou zijn opgelost en dat de abonnementen dan weer van haar naam af zouden zijn.
[aangeefster 1] had nog steeds verkering met verdachte toen de eerste rekening bij haar binnenkwam. Verdachte vertelde haar dat het allemaal wel goed zou komen. Hij zei dat hij die jongen had gebeld en dat die jongen het had gevraagd aan zijn leidinggevende die het op kon lossen. [aangeefster 1] kreeg hetzelfde van verdachte te horen toen zij weer naar verdachte was gegaan en hierover met hem had gepraat. [aangeefster 1] geloofde niets meer van het verhaal dat verdachte haar had verteld. [aangeefster 1] vroeg verdachte de telefoons en de papieren - de originele contracten waren in zijn bezit - aan haar af te geven, maar dat weigerde hij. Uit de aangifte van [aangeefster 1] en de daarbij gevoegde kopieën van de contracten blijkt dat op 11 februari 2016 vier abonnementen op naam van [aangeefster 1] voor haar rekening werden afgesloten, te weten:
- Een abonnement bij Vodafone met ingang van 11 februari 2016 en een contractduur van 24 maanden voor een bedrag van € 51 per maand, waarbij een machtiging is verleend voor betaling via automatische incasso vanaf bankrekeningnummer [003] ten name van [aangeefster 1] , en een Apple iPhone 6s 16GB Space Grey is geleverd;
- Een abonnement bij KPN met ingang van 11 februari 2016 en een contractduur van 2 jaren voor een bedrag van € 59 per maand, waarbij een machtiging is verleend voor betaling via automatische incasso vanaf bankrekeningnummer [004] ten name van [aangeefster 1] , en een Apple iPhone 6s 16GB (Gold) met IMEI-nummer [006] is geleverd;
- Een abonnement bij T-Mobile met ingang van 12 maart 2016 en een contractduur van 24 maanden voor een bedrag van € 35 per maand voor het abonnement en 24 maandelijkse termijnen van € 26 voor afbetaling van het toestel, waarbij een machtiging is verleend voor betaling via automatische incasso vanaf bankrekeningnummer [004] , en Apple iPhone 6s 16GB met IMEI-nummer [007] is geleverd;
- Een abonnement bij T-Mobile met ingang van 12 maart 2016 en een contractduur van 24 maanden voor een bedrag van € 22,50 per maand voor het abonnement en 24 maandelijkse termijnen van € 26 voor afbetaling van het toestel, waarbij een machtiging is verleend voor betaling via automatische incasso vanaf bankrekeningnummer [004] , en een tablet van het merk en type Samsung Galaxy Tab A 9.7 met IMEI-nummer [008] is geleverd.
Uit afschrijvingen van de bankrekening [004] blijkt dat [aangeefster 1] ter verificatie van haar bankrekening op 11 februari 2016 telkens € 0,01 heeft gepind bij betaalautomaten in drie winkels te [plaats] .
Na het afsluiten van de abonnementen op 11 februari 2016 werd één van de daarbij geleverde telefoons, te weten de iPhone met IMEI-nummer [007] verkocht aan [betrokkene 7] . [betrokkene 7] heeft bevestigd dat hij deze telefoon op 14 februari 2016 heeft doorverkocht. Verder heeft [betrokkene 7] verklaard dat het inderdaad zo kan zijn dat hij deze telefoon heeft gekocht van [verdachte] . Hij herkent [verdachte] op een aan hem getoonde foto van verdachte. Verdachte had gereageerd op een advertentie van [betrokkene 7] op Marktplaats, waarin hij telefoons te koop had gevraagd. In 2016 stond verdachte voor de deur van de woning van [betrokkene 7] aan de [c-staat] te [plaats] , waar hij tot juni 2016 had gewoond.
Het hof leidt uit het bovenstaande af dat verdachte de iPhone met IMEI-nummer [007] aan [betrokkene 7] heeft verkocht.
Seks
[aangeefster 1] bleef maximaal tien keer bij verdachte slapen en zij had seks met hem. Dat gebeurde bij zijn moeder thuis in [plaats] . [aangeefster 1] wist pas dat verdachte filmpjes had gemaakt terwijl ze seks met elkaar hadden nadat hij twee filmpjes via Snapchat naar haar stuurde. Verdachte had buiten haar medeweten gefilmd dat [aangeefster 1] hem pijpte en dat ze vaginale seks hadden. Verdachte had gedreigd de filmpje online te zetten toen hij vermoedde dat [aangeefster 1] naar de politie was gegaan. Verdachte had [aangeefster 1] wel eens gevraagd om een trio te doen, maar dat wilde zij niet. Verdachte probeerde haar over te halen om met meerdere jongens, vrienden van hem, naar bed te gaan. [aangeefster 1] had gezegd dat zij het niet wilde. Verdachte zei dat het leuk was en dat ze het toch konden proberen. Maar [aangeefster 1] wilde het echt niet en volgens haar is het ook nooit gebeurd. Verdachte probeerde [aangeefster 1] verder over te halen om een jongen, een vriend van hem met wie ze aan het chillen waren, te pijpen maar dat had [aangeefster 1] ook niet gedaan.

[aangeefster 4]

(geboren op [geboortedatum] 1997) ging op of omstreeks 10 februari 2016 met een klasgenote naar winkelcentrum [centrum] in [plaats] , waar ze een kennis van die klasgenote tegenkwamen. Dit was [betrokkene 8] . Hij was daar samen met [verdachte] (hierna: verdachte). [aangeefster 4] vond [betrokkene 8] wel leuk. Zij was verliefd op hem.
Telefoonabonnementen
Uit de aangifte van [aangeefster 4] komt naar voren dat zij op 18 februari 2016 had afgesproken met [betrokkene 8] om samen met hem naar het centrum van [plaats] te gaan. [betrokkene 8] vertelde haar dat zijn “neef” [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) mee zou gaan. [aangeefster 4] liep samen met [betrokkene 8] naar de ingang van het station in [plaats] ; waar [betrokkene 8] met verdachte had afgesproken. Verdachte vertelde [aangeefster 4] dat hij de neef van [betrokkene 8] was. Ze liepen vervolgens van het station naar het centrum van [plaats] . Verdachte begon een verhaal te vertellen over het verdienen van geld met het afsluiten van telefoonabonnementen; terwijl ze in de richting van bakker Bart aan de [d-straat 1] liepen. Verdachte vertelde dat het mogelijk is telefoonabonnementen af te sluiten en dat hij iemand kent binnen het hoofdkantoor die de telefoonabonnementen weer van de naam kan afhalen. Verdachte vroeg aan [aangeefster 4] of haar dit wat leek en of zij daar wat geld mee zou willen verdienen. Dit vond [aangeefster 4] goed. Verdachte vertelde [aangeefster 4] dat ze moest doen alsof [betrokkene 8] haar vriend of neef was.
Verdachte liep weg op het moment dat [aangeefster 4] samen met [betrokkene 8] de winkel van The Phone House aan de [e-straat 1] in [plaats] inliep. In deze winkel moest [aangeefster 4] een abonnement afsluiten voor een iPhone 6s en één eurocent pinnen voor akkoord van het abonnement. [aangeefster 4] en [betrokkene 8] liepen samen deze winkel uit in de richting van Plein 44 waar ze verdachte weer tegenkwamen en [aangeefster 4] de telefoon en de papieren aan verdachte moest afgeven. Ze liepen vervolgens naar de KPN winkel aan de [e-straat 1] , waar [aangeefster 4] samen met [betrokkene 8] naar binnenging, terwijl verdachte buiten de winkel bleef. Hier moest [aangeefster 4] ook een abonnement voor een iPhone 6s afsluiten en weer één eurocent voor akkoord pinnen. [aangeefster 4] en [betrokkene 8] liepen samen van deze winkel naar het [naam 2] waar verdachte zich bevond en ze buiten het zicht van het winkelend publiek stonden. [aangeefster 4] gaf de iPhone, die was gekocht in de KPN winkel aan verdachte. Verdachte begon te vertellen over vertrouwen in mensen. Verdachte zei dat hij [aangeefster 4] wel te vertrouwen vond, maar hij zei ook: “als iemand mij naait dan naai ik diegene hard terug want ik houd niet van spelletjes”, of woorden van gelijke strekking. [aangeefster 4] voelde zich dat moment geïntimideerd.
Vervolgens liepen ze naar de T-Mobile winkel aan de [e-straat 1] , waar [aangeefster 4] weer samen met [betrokkene 8] naar binnenging, terwijl verdachte buiten bleef staan. In deze winkel sloot [aangeefster 4] ook een abonnement voor een iPhone 6s af en moest zij opnieuw één eurocent pinnen om akkoord te gaan met het abonnement. Na het afsluiten van het derde abonnement moest [aangeefster 4] de iPhone 6s weer afgeven aan verdachte.
Daarna liepen ze naar de Vodafone winkel in de [e-straat 1] , waar [aangeefster 4] wederom samen met [betrokkene 8] naar binnenging om een abonnement voor een iPhone 6s afte sluiten. Verdachte bleef weer buiten de winkel wachten en na het afsluiten van het laatste abonnement moet [aangeefster 4] de iPhone 6s weer afgeven aan verdachte.
Na het afsluiten van de abonnementen stapte [aangeefster 4] met [betrokkene 8] in een auto die werd bestuurd door verdachte. Ze reden eerst naar een flat, waar verdachte en [betrokkene 8] naar binnengingen terwijl [aangeefster 4] in de auto bleef zitten. Na een tijdje stapten verdachte en [betrokkene 8] weer in de auto. [aangeefster 4] heeft verklaard dat zij voor het afsluiten van de abonnementen 200 euro had gekregen. Later die dag brachten ze [aangeefster 4] terug naar het station en zij ging met de trein naar huis.
Op 18 februari 2016 heeft [aangeefster 4] via Whatsapp een chatgesprek met een vriendin gevoerd, waarbij zij ook de volgende spraakberichten naar die vriendin heeft gestuurd:
"
Kijk, he, ik werd ff helemaal bang. Fuck, ik heb nou wel 4 contracten op mijn naam staan."
"
Maar die dingen he, wordt van mijn naam afgehaald door zo'n persoon en ja, ik hoefde mij geen zorgen te maken. Hij zei zo, denk je dat ik jou laat betalen, blabla, ik zei, ik tril gewoon helemaal he en he, ja, hij zei, komt goed, wij gaan veel maken, wij gaan zwaar veel maken."
T-Mobile heeft informatie aangeleverd die bevestigt dat [aangeefster 4] op 18 februari 2016 bij de winkel van deze provider aan de [e-straat 1] in [plaats] een telefoonabonnement heeft afgesloten. Het abonnement met een looptijd van 24 maanden en de afbetaling van de daarbij geleverde Apple iPhone 6s 16GB met IMEI-nummer [009] in 24 maandelijkse termijnen kosten in totaal € 53,50 per maand. Blijkens het contract heeft [aangeefster 4] een machtiging verleend voor de automatische incasso van deze kosten vanaf haar bankrekeningnummer [010] .
Uit afschrijvingen van de bankrekening [010] volgt dat [aangeefster 4] ter verificatie van haar bankrekening op 18 februari 2016 achtereenvolgens telkens € 0,01 heeft gepind bij betaalautomaten in winkels van The Phone House, KPN, T-Mobile en Vodafone (VFW).
In aanvulling op haar aangifte heeft [aangeefster 4] verklaard dat verdachte op 18 februari 2016 samen met een Nederlandse vriendin en een dochtertje in [plaats] was.
[aangeefster 3] heeft verklaard dat zij 18 februari 2016 samen met haar dochter en verdachte in haar auto naar [plaats] reed. In haar auto zat ook een vriend van verdachte, een Bosnische jongen uit [plaats] die zij " [betrokkene 8] " noemt (het hof begrijpt: [betrokkene 8] ). Op het station in [plaats] spraken verdachte en [betrokkene 8] met een meisje dat zich even later aan [aangeefster 3] voorstelde als “ [aangeefster 4] ” (het hof begrijpt: [aangeefster 4] ). Hierop gingen ze naar het centrum van [plaats] , waar [betrokkene 8] met [aangeefster 4] naar verschillende telefoonwinkels ging. [aangeefster 3] zag ze daar in een belwinkel staan. Nadat [aangeefster 3] met haar dochtertje en verdachte wat hadden gegeten en gewinkeld, kwamen ze [betrokkene 8] en [aangeefster 4] weer tegen. [aangeefster 3] zag dat verdachte witte gesealde doosjes kreeg die hij in zijn tas stopte. [aangeefster 3] zag later dat verdachte één doosje uit de tas haalde en daarmee naar een Turkse belwinkel ging. Verdachte zei tegen [aangeefster 3] dat hij de telefoon daar zou gaan verkopen. Enige tijd later zaten ze allemaal in de auto van [aangeefster 3] die werd bestuurd door verdachte. Ze reden naar een gebouw, waar [betrokkene 8] en verdachte met de overige telefoons en bonnen naar binnen gingen. Vervolgens kwamen [betrokkene 8] en verdachte terug en reden ze haar het huis van de moeder van verdachte. Daar gingen [betrokkene 8] en verdachte naar de gang. Iets later werd [aangeefster 3] erbij geroepen. Zij zag dat [betrokkene 8] en verdachte beiden geld in hun handen hadden. Dat bleek het geld van de verkoop van de telefoons te zijn. Later hoorde [aangeefster 3] van verdachte dat hij iets meer geld had gekregen dan [betrokkene 8] . Verdachte en [betrokkene 8] zeiden tegen [aangeefster 3] dat ze [aangeefster 4] € 200 hadden gegeven. Dat was eenmalig. Verdachte zei tegen [aangeefster 3] dat hij andere meisjes niets gaf. Vervolgens brachten ze [aangeefster 4] terug naar het station.
Medeverdachte [betrokkene 8] heeft bevestigd dat hij samen met verdachte en [aangeefster 4] van het Centraal Station naar het centrum in [plaats] was gelopen. Ook heeft [betrokkene 8] bevestigd dat hij met [aangeefster 4] mee de telefoonwinkels in liep. Verder heeft [betrokkene 8] verklaard dat de nieuwe, gesealde telefoons, die [aangeefster 4] had gekregen, aan verdachte werden gegeven. Daarna belde verdachte met [betrokkene 7] of [betrokkene 7] , een man van ongeveer 40 of 50 jaar oud, die in [plaats] woonde en gesealde telefoons inkocht (het hof begrijpt: [betrokkene 7] , geboren op [geboortedatum] 1969 te [plaats] en destijds ook wonende te [plaats] ). [betrokkene 8] heeft verklaard dat verdachte de telefoons later die dag aan deze man had verkocht.
Seks
[aangeefster 4] heeft verklaard dat zij na het afsluiten van de telefoonabonnementen met verdachte en de anderen in de door hem bestuurde auto meereed naar de woning van zijn moeder in de [b-straat] te [plaats] . Verdachte nam [aangeefster 4] apart en ging alleen met haar naar de schuur die aan de woning vastzat. Daar vroeg hij aan haar of zij seks met anderen voor geld wilde hebben. [aangeefster 4] zei gelijk tegen hem dat zij dat niet wilde. Verdachte wist dat zij een jas van het merk Parajumpers wilde hebben en zei dat hij zo’n jas aan haar zou kunnen geven. Hij had het ook over een hoog geldbedrag. [aangeefster 4] gelooft dat verdachte het over 1.000 of 10.000 euro had. [aangeefster 4] zei tegen hem dat zij echt geen seks voor geld wilde hebben. Verdachte wilde dat [aangeefster 4] met een jongen of een meisje naar bed ging. [aangeefster 4] zei tegen verdachte dat zij dat niet zou doen en dat zij naar huis ging. Daarna liep [aangeefster 4] naar buiten. [aangeefster 4] heeft verklaard dat verdachte en [betrokkene 8] nog even apart met elkaar hebben gesproken.
Na 18 februari 2016 heeft [aangeefster 4] verdachte niet meer gezien maar nog wel contact met hem gehad. [aangeefster 4] belde verdachte toen zij ontdekte dat de kosten van de telefoonabonnementen toch werden afgeschreven van haar bankrekening. Zij zei tegen hem dat hij het moest regelen. Verdachte zei tegen [aangeefster 4] dat hij de abonnementen niet kon stopzetten als zij niet met hem zou afspreken. Verdachte wilde steeds met [aangeefster 4] afspreken. Als [aangeefster 4] lief en gezellig zou doen en eerst met hem zou afspreken of een weekendje met hem weg zou gaan, dan zou hij de abonnementen kunnen verwijderen. Tijdens het informatieve gesprek op 23 maart 2016 heeft [aangeefster 4] verklaard dat zij een week eerder voor het laatst had geappt met verdachte.
[aangeefster 4] heeft verklaard dat zij in haar chatgesprek met verdachte op 4 maart 2016 hem als smoes vertelde dat zij ongesteld was omdat zij echt niet met verdachte weg wilde gaan en zij ook geen seksuele handelingen met hem wilde verrichten. Verder heeft [aangeefster 4] verklaard dat [betrokkene 8] met haar spreekt over het hebben van seks in hun chatgesprek op 16 maart 2016 als hij tegen haar zegt: “Vorige x toch wat me neef had verteld in schuur toch, over geen kleine bedragen haha.” [aangeefster 4] had [betrokkene 8] verteld wat verdachte in het schuurtje tegen haar zei over het hebben van seks voor geld. [betrokkene 8] reageerde daar niet verbaasd op. [aangeefster 4] heeft nooit seks met hen gehad en ook niet met anderen.
Whatsapp-gespreken van [aangeefster 4] en verdachte
Uit het onderzoek naar de telefoongegevens is gebleken dat de - op dat moment nog onbekende - gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] op 29 februari 2016 een Whatsapp-bericht heeft gestuurd naar [aangeefster 4] met de vraag of zij nog wil afspreken. [aangeefster 4] heeft verklaard dat verdachte het telefoonnummer [telefoonnummer 1] gebruikt.
Op 2 maart 2016 hebben verdachte en [aangeefster 4] het volgende chatgesprek gevoerd:
[aangeefster 4] : Ik had een factuur gekregen
[aangeefster 4] : Van t mobile
Verdachte: Wacht ff
[aangeefster 4] : Als me ouders dit zien ben ik facktapp
(…)
Verdachte: Oké maar ik kom na [plaats]
Verdachte: Jouw halen dan
[aangeefster 4] . Met [betrokkene 8] ? (het hof begrijpt: [betrokkene 8] )
Verdachte: Moet hij er per se bij zijn dan?
[aangeefster 4] . Wil ik eigenlijk wel
Verdachte: Dan spreken jullie maar met elkaar af. En dan handelen jullie het maar samen onderling maar af dan heb jij mij niet nodig
[aangeefster 4] : Hoe moet je dat doen dan
Verdachte: Ja ik bemoei me dan er verder niet mee dan is het tussen jullie want ik merk aan jou dat je moeilijk doet na mij toe en me niet vertrouwd en shit. Dus ga ik me ook dan niet bezig houden met andermans dingen. Want als het tussen ons was had ik het al lang goed en netjes geregeld.
Op 3 maart 2016 stuurt verdachte audiobestanden met twee gesproken boodschappen naar [aangeefster 4] . Deze boodschappen zijn ingesproken door een man, vermoedelijk van jonge leeftijd, die spreekt met een Antilliaans accent. De man klinkt licht opgefokt. Beide boodschappen zijn beluisterd door verbalisant [verbalisant 2] die de stem van deze man heeft vergeleken met de stem van de man van wie opgenomen telefoongesprekken zijn beluisterd door deze verbalisant. Gelet op het stemgebruik, stemhoogte en intonatie herkent de verbalisant de stem van de man die de boodschappen heeft ingesproken als de stem van verdachte. De boodschappen van verdachte houden - zakelijk weergegeven - het volgende in:

Eerste audiobestand:

Verdachte zegt dat ze eerst niet kunnen afspreken en nu vandaag kan ze opeens en moet ze van alles gaan doen. Hij gaat niet helemaal die kant op komen voor eventjes en dan weer weg gaan. Want dan kan hij net zo goed zijn eigen dingen gaan doen en "
What the fuck dan ook".

Tweede autobestand:

Verdachte zegt dat [aangeefster 4] een beetje vaag bezig is. Het ene moment is dit, en andere moment is het dat. Hij weet het ook niet. Want nu opeens moet [aangeefster 4] naar de stad voor haar broer. Volgens verdachte is dat allemaal bullshit. Want ze kan ook morgen naar de stad, of van het weekend naar de stad. [aangeefster 4] haar broer is namelijk pas 15 maart jarig. Het is nu pas 3 maart en ze heeft dus nog alle tijd om een cadeautje te halen.
[aangeefster 4] reageert hierop door te zeggen dat ze gewoon wil dat het geregeld wordt, omdat ze al bang was om de fout in te gaan, omdat “jullie”, zo zegt ze, zeiden dat zij zich geen zorgen hoefde te maken. Verdachte vraagt vervolgens of [aangeefster 4] die ding nog heeft geregeld dat haar vader het niet kan zien. [aangeefster 4] heeft verklaard dat verdachte hiermee bedoelde of zij het overzicht van haar rekeningen had geblokkeerd, zodat haar ouders daar niet meer naar zouden kunnen kijken. Vervolgens gaat het gesprek weer verder over afspraken.
Verdachte en [aangeefster 4] hebben op 4 maart 2016 het volgende chatgesprek gevoerd:
[aangeefster 4] : Kun je het alsjeblieft regelen. Ik smeek het je. Ik kan me er niet uit lullen. Vooral niet tegen papa
Verdachte: We praten persoonlijk gelijk goed alles oké x dan regelen we het ga ik je helpen x
[aangeefster 4] : Kan dat er niet vandaag afgehaald worden
Verdachte: Wanneer je kan afspreken spreken we meteen af
[aangeefster 4] : Maar ik wil wel zo snel mogelijk maar mijn ouders zijn niet de makkelijkste
Een paar dagen later wil verdachte weer afspreken. [aangeefster 4] zegt dat dit toch is om (het hof begrijpt: de telefoonabonnementen van haar naam af te halen) te regelen, want ze heeft een hoop gezeur. Verdachte zegt dat hij haar gaat helpen, maar dat ze ook gaan chillen. [aangeefster 4] zegt vervolgens dat die rekeningen ook nog komen (...).
Verdachte stelt voor om haar een weekendje mee weg te nemen, maar dat kan ze niet, dan stelt hij een dagje België voor, maar dat kan ze ook niet.
Verdachte zegt dat ze vandaag wel gezellig kunnen gaan doen. Als [aangeefster 4] vraagt wat hij verstaat onder gezellig, zegt verdachte dat ze dat toch wel begrijpt, waarop [aangeefster 4] antwoordt dat dit niet kan omdat ze ongesteld is. Verdachte zegt dat er dan wel andere dingen kunnen, maar dat wil [aangeefster 4] echt niet. Ze zegt dat ze hoopt dat verdachte daar begrip voor heeft.
Op 10 maart 2016 voeren verdachte en [aangeefster 4] het volgende chatgesprek:
Verdachte: Heb jou vorige keer heel duidelijk wat gezegd. Maar is geen probleem doe je ding
[aangeefster 4] : Dus als ik dat niet met je wiIt doen Dan doe je ook niks voor me? Je zei dat je me wou helpen?
Verdachte zegt vervolgens dat het niet eens zijn ding is en dat ze het via "hem" kan doen. Maar dat het dan niet opgelost wordt. [aangeefster 4] vraagt of verdachte haar alsjeblieft wil helpen, maar dat ze niet wil dat er dan iets tegenover staat. [aangeefster 4] zegt dat ze haar dit allebei hebben laten doen en gezegd hebben dat het niet fout gaat. Verdachte blijft volhouden dat hij er niets mee te maken heeft en dat het tussen haar en “hem” is. [aangeefster 4] vraagt of ze dat met [betrokkene 8] moet doen dan, omdat ze het niet snapt. Verdachte zegt dat hij er niets mee te maken heeft en dat hij er niks van heeft gekregen. Verdachte zegt dat hij zich wel met andere dingen gaat bezighouden en dan ook geen tijd meer vrij maakt.
Op 14 maart 2016 stuurt verdachte nog een berichtje waarop [aangeefster 4] niet reageert. Een paar dagen later stuurt hij een bericht, inhoudende dat het jammer is dat ze [hem] negeert, maar dat hij het er dan bij laat zitten.
Whatsapp-gespreken van [aangeefster 4] en [betrokkene 8]
Uit het onderzoek naar de gegevens uit de telefoon van [aangeefster 4] is verder gebleken dat zij in de periode van 12 februari 2016 tot en met 22 maart 2016 contact heeft gehad met de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] (belnummer) en het nummer [telefoonnummer 3] (WhatsApp) met de naam “ [betrokkene 8] ” (het hof begrijpt: [betrokkene 8] ). In die periode zijn met de telefoon van [aangeefster 4] in totaal 62, alleen uitgaande gesprekken gevoerd met de gebruiker van een telefoonnummer van [betrokkene 8] . [aangeefster 4] en [betrokkene 8] hebben daarnaast chatgesprekken met elkaar gevoerd.
Op 12 februari 2016 stuurt [aangeefster 4] een mediabestand naar [betrokkene 8] . Het betreft een foto van een social media account van [betrokkene 9] met als bijschrift een gedicht en de tekst
" [betrokkene 9] verlifd met [betrokkene 8] .” Daarna stuurt [betrokkene 8] twee audiobestanden naar [aangeefster 4] - zakelijk weergegeven - inhoudende:
Eerste audiobestand: "
Die meid is niet goed, joh. Je ziet ik heb niks van haar op facebook, niks van haar op insta, ik heb helemaal niks van haar. Zij zet alleen maar dingen met mij d 'r op. Maar ik vertel het jou zondag wel"

Tweede audiobestand: “Maar wat dan, ken je haar, ben je bevriend met haar.”

[aangeefster 4] heeft verklaard dat zij de foto’s van het Instagram-account van [betrokkene 9] met het bijschrift naar [betrokkene 8] stuurde omdat hieruit bleek dat ze een relatie met elkaar hadden en [aangeefster 4] zich hierdoor verraden voelde, want zij dacht dat [betrokkene 8] haar ook leuk vond.
[aangeefster 4] en [betrokkene 8] voeren op 15 februari 2016 het volgende chatgesprek met elkaar:

11.35-11:43 uur

[aangeefster 4] : Ik ga nu met de hond wandelen.
[betrokkene 8] : is goed schat ja k ben nu met paar neven even iets doen. Daarna app ik je dat je kan bellen
[aangeefster 4] : Kan ik je straks bellen? Is goed.
[betrokkene 8] : Ja
[betrokkene 8] stuurt om 11:44 uur een bericht naar [aangeefster 4] met een videobestand. Het filmpje in dit videobestand is bekeken door een verbalisant die - zakelijk weergegeven - het volgende heeft gezien. Van de persoon die het filmpje maakt, komt eerst zijn linkerhand in beeld. Hij heeft een blanke huidskleur en houdt in zijn hand een joint vast. Hij is gekleed in een lichte spijkerbroek, draagt zwarte schoenen met witte strepen aan de zijkanten, zoals schoenen van het merk Adidas. De filmer beweegt de camera omhoog en richt de camera op een negroïde man die een witte personenauto van met merk Volkswagen, type Golf en voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2] , aan het wassen is. De filmer draai de camera naar rechts. Naast hem staat een man die de verbalisant herkent als verdachte. Verdachte is gekleed in een rode jas van het merk Parajumpers.
Dit chatgesprek tussen [aangeefster 4] en [betrokkene 8] gaat als volgt verder:
[aangeefster 4] : Lekker auto wassen jongen
[betrokkene 8] : Haha ik niet. Die 2 lijken niet mij neven he hahah. Niemand geloofd dat
[aangeefster 4] : Ha ah zijn dat je neven???
[betrokkene 8] : Jaa hahaha
[aangeefster 4] : Zou je echt niet zeggen nee
[betrokkene 8] : Ja, of ja, gewoon aangetrouwde familie maar ik zie ze toch gewoon als neven.
Op 18 februari 2016 hebben [aangeefster 4] en [betrokkene 8] - onder meer - de volgende chatgesprekken over hun ontmoeting en het afsluiten van de telefoonabonnementen op die dag gevoerd:

7.40-08:06 uur

[aangeefster 4] : ik kan wel op tijd komen want heb gezegd dat ik naar [betrokkene 10] ging voor school
[betrokkene 8] : Ja hoe laat dan. 12 uur zo eerder kan ook
[aangeefster 4] : Jaa zoiets denk ik
[betrokkene 8] : Des te sneller €€€€
[betrokkene 8] : Haha
[aangeefster 4] : Hahahaha
(...)
[aangeefster 4] : ik pak trein van 7 over 11 of 7 over half 12
[betrokkene 8] : ja pak 7 over 11
[aangeefster 4] : kom je dan naar centraal (…)
[betrokkene 8] : ja
[aangeefster 4] . Waar moeten we heen dan?
[betrokkene 8] : Ja gewoon stad in even
[aangeefster 4] : Haha is goed

10.37 uur

[betrokkene 8] : He. Bel mij schat

12.07 uur

[betrokkene 8] : Als die vraagt of je hem open wilt maken moetje zeggen nee, gewoon in folie laten

14.23-14:24 uur

[betrokkene 8] : Tevreden?
[aangeefster 4] . Jaa dat zeker
[betrokkene 8] stuurt om 14:25 uur een bericht naar [aangeefster 4] met een audiobestand inhoudende de volgende boodschap: “
Oké schat, ben je tevreden? Dit is alleen nog begin he, weet je en als we zien jij bent gewoon serieus, jij bent real met ons, jij bent 100 procent, wij kunnen jou vertrouwen, dan komt nog veel meer schat.”
[aangeefster 4] en [betrokkene 8] voeren in de avond van 18 februari 2016 vanaf 20:11 uur een chatgesprek - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:
[aangeefster 4] : Kan ik bellen (...)
[betrokkene 8] : Ja ik ben over half uur thuis (...) je kan wel bellen maar me ouders zijn hier dus kan niet praten
[aangeefster 4] : Oh ja, want gaat over vandaag
[betrokkene 8] : Oh ja je maakt je zorgen voor niks schat geloof mij. Je krijgt niks binnen of wat dan ook Geloof mij
[aangeefster 4] : En die rekeningen. Staat toch allemaal op mijn naam. Hoe doe je dat dan?
[betrokkene 8] : Letterlijk alles word eruit gehaald. Ik doe dat niet. Die mensen van binnen af. Doen dat
[aangeefster 4] : Nee joh dus ik hoef niks te betalen. Krijg geen rekeningen?
[betrokkene 8] : Of ja niet mensen maar 1 persoon. Natuurlijk ga je niks betalen
[aangeefster 4] : Pff gelukkig. Daar kwam ik net op. Werd bang
[betrokkene 8] : Nee schat denk je dat ik jou laat betalen. Je krijgt juist meer n meer elke week zo. Dus komt goed
[aangeefster 4] . Oehh
[betrokkene 8] : Haha jaa toch wij gaan veel maken. Geloof mij.
[aangeefster 4] : Toch maak ik me wel ergens zorgen om. Maar weet niet waarom.
[betrokkene 8] : Schat hoeft echt niet. Geloof me
[aangeefster 4] . Ik hoop het waarschijnlijk omdat ik dit niet gewent ben
[betrokkene 8] : Jaa je went eraan.
Na het afsluiten van de telefoonabonnementen op 18 februari 2016 hebben [aangeefster 4] en [betrokkene 8] de volgende chatgesprekken gevoerd over de “neef” van [betrokkene 8] (het hof begrijpt: verdachte) en de rekeningen van de telefoonabonnementen die [aangeefster 4] toch heeft ontvangen.

29.februari 2016

[betrokkene 8] : Vind je oke als me neefje nummer heeft? Hij wou nog xtje met jou praten gewoon
[aangeefster 4] : Hij appte me. Maar kan ik je zo even bellen
[betrokkene 8] : Ja

2.maart 2016

[aangeefster 4] : Ik heb een factuur (...) Voor t mobile
[betrokkene 8] : Jaa klopt je krijgt van allemaal 1 maar gebeurd niks mee
[aangeefster 4] : Echt
[betrokkene 8] : Ja
[aangeefster 4] : 83 euro is eraf
[betrokkene 8] : Meen je? Uhm wacht ff. Ik belle mij neef
[aangeefster 4] : Is goed
[betrokkene 8] : Ja mij neef berichte jou toch
[aangeefster 4] : Ja. Maar hoe moet ik dit doen dan? Want ik weet echt niet hoe ik dit moet doen
[betrokkene 8] : Jaa hoezo negeerde je hem
[aangeefster 4] : Wacht. Ik vertel zo. Maar hoe doe ik dit
[betrokkene 8] : Wat
[aangeefster 4] : Die factuur. Van t mobile. Als me ouders dat zien ben ik dood eh
[betrokkene 8] : Ja je moet me neef praten
[aangeefster 4] : Ik heb niet een t mobile
[betrokkene 8] : Ja praat met hem. Wacht
[aangeefster 4] : IK moest wachten. Maar als me vader dit ziet ben ik echt facktapp. Weetje hoe bang ik ben
[betrokkene 8] : Wat zegt me neef dan
[aangeefster 4] : Dat ik moet wachten. IK ben echt bang.
[betrokkene 8] : Je hoeft niet bang te zijn
[aangeefster 4] : Maar voor me ouders. Ik heb al ruzie met hun
[betrokkene 8] : Ja moet toeval zijn dat ze nu gaan kijken. Maar geen zorgen. Wacht
[aangeefster 4] : Okee. Jaa dat geld hoef ik niet terug ofzo maar dat ze ouders het niet zien
[betrokkene 8] : Ja komt goed. Geld komt ook goed

16.maart 2016:

[betrokkene 8] : Schatt morgen kunnen we goeie doekoe make
[aangeefster 4] : Wat moetje doen dan
[betrokkene 8] : Vorige x toch wat me neef had verteld in schuur toch. Over geen kleine bedragen haha
[aangeefster 4] : Ik weet niet of ik dat moet doen man. Wat wil je daarvoor doen. Want ben echt bang eh
[betrokkene 8] : Hoezo bang schat is niks. Vertrouwen is er ook niet echt zie ik
[aangeefster 4] : Dat zeg ik niet. Maar is al verkeerd gegaan. IK betaal voor die telefoon eh
[betrokkene 8] : Je hebt maar 1 x betaald
[aangeefster 4] : Hoef ik andere keer niet te betalen
[betrokkene 8] : Natuurlijk niet
[aangeefster 4] : Tuurlijk vertrouw ik je. Anders praatte ik al lang niet meer met je eh
[betrokkene 8] : [betrokkene 12] al weg dat daarom krijg je toch net meer binnen. Ja. Daarom zeg ik morgen weet ik 1000% zeker dat goed gaat
[aangeefster 4] : Maar gaan we alleen? Of met [betrokkene 11] en [betrokkene 12] .
[betrokkene 8] : Ff alleen toch ik kom met die mensen meteen make we in middag meteen eerst die geld en dan gaan we kanker hard genieten met se alle
[betrokkene 8] : Dan halen we [betrokkene 11] wel op en [betrokkene 12]
[betrokkene 8] : Want schat ik beloof je dat er morgen veel geld ligt (...)
[aangeefster 4] : Maar wat moet je er voor doen
[aangeefster 4] : Ik wil geen rare dingen doen toch
[betrokkene 8] : Nee is nog makkelijker dan vorige. We praten morgen beter toch. (...).
[aangeefster 4] : Alleen wij twee (...)
[betrokkene 8] : Nee, met die goeie vriend van me die die dingen regelt maar hij blijft niet lang
[aangeefster 4] : Welke
[betrokkene 8] : Deze ken je niet haha. Deze is goeie gast met hem kan je lachen
[aangeefster 4] : Hahah ohaa alweer andere. Hahaha
[betrokkene 8] : Jaa hahaha. Maar hij gaat ons allemaal blij maken.

18.maart 2016

[betrokkene 8] : Schat. Stuurs foto van je ID voor en achterkant
[aangeefster 4] : Ik neem morgen mee. Heb niet bij. Ben bij een vriendin
(...)
[aangeefster 4] : Waarom van me id dan
[betrokkene 8] : Jaa voor die ding die eigenlijk gister al zou zijn is alleen foto je hoeft die nie te geve
[aangeefster 4] : Waarvoor. Want ik kreeg vandaag ook al een sms van die Vodafone. Dat er een rekening ligt. Die dinge is niet weggehaald. Dus betaal alsnog.
[betrokkene 8] : Neee
[aangeefster 4] : Wellou geld nu
[betrokkene 8] : Jaa daarom zeg ik heb iets waarmee genoeg geld is en goed goed
[aangeefster 4] : Maar is die dingen weg dan. Want hoe kan ik dan nog steeds sms’jes en zo krijgen.
[betrokkene 8] : Ja zijn weg moet navragen over sms
[aangeefster 4] : Oké

[betrokkene 13]

, geboren op [geboortedatum] 2001 en wonende in [plaats] , heeft verklaard dat zij eind januari 2016 [betrokkene 8] ontmoette. Zij vertelde hem dat ze door een jongen was afgeperst. [betrokkene 8] vertelde dat hij wel iemand kende die haar zou kunnen helpen. Dat was verdachte. Eind februari of begin maart 2016 ontmoette ze verdachte. Zij was toen 14 jaar oud. Verdachte was in het begin vriendelijk maar later ging hij [betrokkene 13] meer onder druk zetten. Zij dacht eerst dat verdachte [naam 3] heette, maar kwam er later achter dat hij [verdachte] heette.
Zij sprak met [betrokkene 8] af. Verdachte was daar ook bij. Ze reden naar een huis. [betrokkene 8] ging aan haar zitten en daarna verdachte ook. Vlak daarvoor had verdachte gevraagd hoe oud ze was. [betrokkene 13] had toen gezegd dat ze 14 was. Ongeveer vier maanden geleden (het hof begrijpt in augustus 2016) kwam ze bij verdachte thuis in [plaats] . Ze ging met verdachte haar boven. Beneden zat zijn neef. Verdachte zei dat ze het niet moest verpesten. Hij zei dat als ze het goed deed, ze geld zou krijgen. [betrokkene 13] zei: ‘oké’. Zij moest volwassen doen en zeggen dat ze 17 of 18 jaar was. Zij wist dat het de bedoeling was om met die neef naar bed te gaan. Zij moest zowel met verdachte als die neef seks hebben. Met beiden had ze standje ‘doggy’. De neef ging met zijn penis in haar vagina. Dat deed pijn. Daarna ging ze de neef pijpen. Vervolgens deed verdachte zijn penis in haar vagina en kwam na ongeveer 5 minuten klaar. Dit was niet de eerste keer dat ze seks had met de verdachte. Ze denkt dat ze rond de vijftien keer seks met de verdachte heeft gehad.
Ze had altijd seks met verdachte als ze naar hem toeging. Het was bijna altijd standje ‘doggy’ en soms moest zij bovenop.
Verdachte heeft [betrokkene 13] ook een keer gefilmd terwijl ze op bed lag. Ze droeg toen een geel shirt en had geen broek of onderbroek aan. Ze heeft een screenshot gezien met daarop haar vagina. Verdachte stuurde haar het screenshot toen hij ging dreigen. Als zij niet direct naar hem toe kwam dreigde hij dat hij naar haar huis zou rijden met de video’s.
Zij heeft verdachte gevraagd of hij een soa test wilde doen, maar verdachte zei dat hij niets had. Maar dat klopte niet. [betrokkene 13] heeft vier of vijf maanden met een soa rondgelopen. Ze had erge buikpijn en erge afscheiding.
Ook na het incident met de neef, heeft zij nog seks gehad met verdachte.
Verbalisanten hebben de telefoon van [betrokkene 13] onderzocht en kwamen daarin het volgende gesprek tegen tussen verdachte (‘ [verdachte] ’) en [betrokkene 13] . ‘ [verdachte] ’ maakte gebruik van het nummer [telefoonnummer 4] . In de telefoon van [aangeefster 6] staat verdachte onder dit nummer vermeld.
Op 29 oktober 2016 vraagt verdachte [betrokkene 13] om naar hem toe te komen, dan krijgt ze € 1.000 van hem. Uit een chat op 30 oktober 2016 blijkt dat verdachte boos op [betrokkene 13] is omdat ze niet naar hem toekomt. Hij zal zorgen dat haar ouders de USB-stick krijgen zodat ze zien wat [betrokkene 13] uitspookt. [betrokkene 13] reageert hierop door te zeggen dat hij niet naar haar huis moet gaan, dat hij neukt met een 14-jarige en dat dat strafbaar is.
Op 17 november 2016 vraagt [betrokkene 13] aan ‘ [verdachte] ’ € 70 terug. ' [verdachte] ' vraagt hierop: wanneer ga je weer lekker doggy doen met me?

[aangeefster 5]

heeft een erg laag zelfbeeld. [aangeefster 5] kwam in de week van 18 tot en met 24 april 2016 via de datingsite Baddoo in contact met een [verdachte] uit [plaats] (het hof begrijpt: verdachte). [aangeefster 5] ging ervan uit dat verdachte single was, omdat zij hem had ontmoet via een datingsite. Verdachte en [aangeefster 5] spraken een aantal dagen met elkaar, eerst via de chatsite en later via Whatsapp. Hij toonde interesse in haar. De aandacht van verdachte deed [aangeefster 5] goed. Hij maakte een nette en beschaafde indruk op haar. Verdachte vertelde dat hij werkzaam was in de asbestsector als zelfstandige zonder personeel. Na een paar dagen chatten werd [aangeefster 5] gebeld door verdachte. Hij vroeg aan [aangeefster 5] wat haar plannen op Koningsdag waren. Hij wilde Koningsdag gaan vieren en vroeg aan [aangeefster 5] naar hem toe te komen, waarmee zij - na hierover te hebben nagedacht - instemde. [aangeefster 5] ging op 27 april 2016 met het openbaar vervoer naar [plaats] waar zij verdachte voor het eerst heeft ontmoet en seks met hem heeft gehad in de woning van [aangeefster 3] . [aangeefster 3] was op dat moment niet thuis en kwam - nadat verdachte haar had gebeld en [aangeefster 5] hoorde dat ze ruzie aan de telefoon kregen - rond 03:30 uur ’s nachts thuis met de auto. Daarna bracht verdachte [aangeefster 5] met de auto naar haar woning in Herten.
Verdachte appte [aangeefster 5] regelmatig na hun eerste ontmoeting. Op 2 of 3 mei 2016 vroeg verdachte in een app aan [aangeefster 5] wanneer zij een auto ging kopen. [aangeefster 5] antwoorde dat zij een arme student was en geen plannen had om een auto te kopen. Verdachte vroeg vervolgens aan [aangeefster 5] of zij extra geld wilde verdienen. Zij wilde hierover meer weten en vroeg wat hij precies bedoelde. Verdachte zei dat hij dit niet over de app kon vertellen en dat hij [aangeefster 5] later zou bellen.
Telefoonabonnementen
Verdachte had [aangeefster 5] gevraagd of ze veel geld wilde verdienen. Dat kon door het afsluiten van telefoonabonnementen. De telefoons zouden worden verkocht en het geld zou gebruikt worden voor hun gezamenlijke toekomst.
Verdachte belde [aangeefster 5] en vertelde haar dat hij mensen kende die bij een bedrijf werkten. Hij zei tegen [aangeefster 5] dat deze mensen telefoonabonnementen uit de systemen konden verwijderen als zij bijvoorbeeld een telefoonabonnement zou afsluiten. Dan stond het telefoonabonnement niet meer op haar naam en zou zij hiervan geen rekening krijgen. [aangeefster 5] dacht dat dit fout was, maar zij geloofde dit wel. Verdachte heeft [aangeefster 5] meermalen gebeld en geappt, waarbij hij aan haar vroeg op woensdag 4 mei 2016 naar [plaats] te komen, zodat ze die abonnementen konden afsluiten. [aangeefster 5] ging die woensdag omstreeks 11:00 uur met de trein naar [plaats] .
Verdachte had [aangeefster 5] geappt dat zij zelf naar de Mediamarkt moest gaan. Hij vertelde haar dat zij eerst naar de Mediamarkt moest gaan om Tele2-abonnementen af te sluiten. Volgens [aangeefster 5] was er echter een storing bij de Mediamarkt, waardoor zij daar geen abonnement kon afsluiten. [aangeefster 5] kreeg vervolgens een telefoontje van verdachte die haar vroeg naar het station in [plaats] te komen en haar vertelde dat ze samen de stad ingingen. [aangeefster 5] zag verdachte bij het station. Ze liepen vervolgens naar de winkel van T-Mobile. Verdachte zei van te voren tegen [aangeefster 5] wat zij in de winkel moest zeggen. Ze spraken af dat [aangeefster 5] alleen de winkel in zou gaan en dat zij de doosjes met de toestellen die gekoppeld waren aan de door haar afgesloten abonnementen, aan verdachte zou geven. Verdachte belde [aangeefster 5] meerdere keren om te vragen of het lukte toen zij in de winkel was. [aangeefster 5] heeft twee abonnementen bij T-Mobile afgesloten met telefoontoestellen van het merk en type Apple iPhone 6S. Buiten de winkel gaf [aangeefster 5] deze telefoons aan verdachte.
Daarna gingen [aangeefster 5] en verdachte naar de winkel van KPN. In die winkel heeft [aangeefster 5] op dezelfde wijze een telefoonabonnement afgesloten, terwijl verdachte buiten de winkel bleef staan en hij haar meermalen belde en vroeg of het lukte. Toen het was gelukt, gaf [aangeefster 5] de telefoon weer aan verdachte.
Verdachte zei dat [aangeefster 5] naar een winkel van de Bel Company moest gaan om twee abonnementen af te sluiten, wat niet lukte omdat het systeem aangaf dat haar aanvraag voor het afsluiten van de abonnementen werd afgewezen. [aangeefster 5] zei buiten de winkel tegen verdachte dat het niet was gelukt, waarna hij voorstelde het nog een keer te proberen bij de Mediamarkt. [aangeefster 5] en verdachte gingen samen naar de Mediamarkt. Verdachte bleef weer buiten de winkel staan terwijl [aangeefster 5] hier weer probeerde een abonnement afte sluiten, wat opnieuw niet lukte.
Toen [aangeefster 5] de Mediamarkt uitliep, kwam [aangeefster 3] daar ineens aanlopen. Verdachte had tasjes met daarin de telefoons ondertussen aan [aangeefster 3] gegeven. Ze stapten daarna met zijn allen in de auto van [aangeefster 3] . Ze reden eerst naar de woning van [aangeefster 3] in [plaats] . Vervolgens reden ze naar een woning in [plaats] , waar [aangeefster 5] de moeder en zus van verdachte leerde kennen. In deze woning haalde verdachte de telefoons uit een zakje en deed hij de bonnetjes in een ander zakje. Verdachte had [aangeefster 5] verteld dat iemand aan de deur zou komen om de telefoons van hem te kopen. Toen er werd aangebeld ging verdachte naar beneden en verkocht hij de telefoons.
[aangeefster 3] heeft verklaard dat zij op 4 mei 2016 - nadat zij een telefoonabonnement voor verdachte op haar naam had afgesloten - naar het station in [plaats] ging. Verdachte had met [aangeefster 5] afgesproken bij het station. [aangeefster 5] ging telefoons kopen in de stad. Zij ging alleen de belwinkels in. Zij had contact met verdachte. Verdachte bracht die telefoons naar [aangeefster 3] . [aangeefster 3] zag dat dit drie telefoons waren en deed deze telefoons in haar tas. [aangeefster 5] ging mee naar het huis van [aangeefster 3] . [aangeefster 3] heeft verder verklaard dat verdachte vervolgens met [aangeefster 5] naar [plaats] ging om de telefoons door te verkopen.
Uit informatie van telecommunicatiebedrijven en kopieën van de contracten blijkt dat op 4 mei 2016 de volgende telefoonabonnementen op naam van [aangeefster 5] en voor haar rekening werden afgesloten:
- In de T-shop [plaats] werden twee abonnementen bij T-Mobile afgesloten voor een minimale contractperiode van 24 maanden. Het eerste abonnement betreft een Apple iPhone 6s 16GB Space Gray met IMEI-nummer [011] . Dit abonnement kost volgens het contract - inclusief de kosten van een streamingdienst en de afbetaling van het toestel in 24 maandelijkse termijnen na aftrek van kortingen - € 57, 98 per maand. Het tweede abonnement betreft een Apple Phone 6S 64GS met IMEI-nummer [012] . Dit abonnement kost volgens het contract- inclusief de afbetaling van het toestel in 24 maandelijkse termijnen na aftrek van kortingen - € 52 per maand. Er zijn machtigingen verleend voor de afschrijving van deze kosten vanaf bankrekening [013] . Die bankrekening staan op naam van [aangeefster 5] . [aangeefster 5] blijkens een daarbij gevoegde kopie van haar bankpas.
- Het abonnement bij KPN betreft een Apple iPhone 6s 16GB Space Gray. Dit abonnement is afgesloten voor een periode van 24 maanden en kost € 59 per maand. Er is ook een machtiging verleend voor de afschrijving van deze kosten vanaf bankrekening [013] . van [aangeefster 5] . De totale schuld van [aangeefster 5] aan KPN bedraagt 1423,65 euro. Deze vordering is overgedragen aan een incassobureau.
Op 9 mei 2016 werd de Apple Phone 6S 64GS met IMEI-nummer [012] in een nog gesealde verpakking doorverkocht aan een consument door het bedrijf [B] Telecom. Uit de administratie van dit bedrijf bleek dat deze telefoon was ingekocht van [betrokkene 7] die destijds woonde op de [c-staat 1] te [plaats] . [betrokkene 7] heeft bevestigd dat hij zaken deed met [B] Telecom. Hij herkent [verdachte] op een aan hem getoonde foto van verdachte. Verdachte had gereageerd op een advertentie van [betrokkene 7] op Marktplaats, waarin hij telefoons te koop had gevraagd. In 2016 stond verdachte voor de deur van de woning van [betrokkene 7] aan de [c-staat] te [plaats] , waar hij tot juni 2016 had gewoond.
Het hof leidt uit het bovenstaande af dat verdachte de iPhone met IMEI-nummer [007] samen met de andere telefoons die [aangeefster 5] op 4 mei 2016 in [plaats] aan hem had gegeven, later die dag in [plaats] verkocht aan [betrokkene 7] .
Nadat [aangeefster 5] telefoonabonnementen in [plaats] had afgesloten heeft verdachte haar gevraagd om online een telefoonabonnement af te sluiten. [aangeefster 5] wilde dat niet, waarna verdachte vroeg om haar bankrekeningnummer en het nummer van haar rijbewijs, zodat verdachte het telefoonabonnement kon aanvragen. Na aandringen van verdachte heeft [aangeefster 5] die nummers gegeven.
Op 10 mei 2016 nam [aangeefster 3] contact op met [aangeefster 5] . [aangeefster 3] vertelde [aangeefster 5] dat de contracten niet weggehaald konden worden en dat verdachte een loverboy was. Toen [aangeefster 5] dat hoorde kon ze wel schreeuwen, de grond zakte onder haar voeten vandaan en ze voelde zich dom.
Op 6 februari 2018 was haar schuld bij T-Mobile opgelopen tot € 1.700 en bij KPN tot € 1.200.
Verhoging limietrood staan bankrekening
Verdachte stelde aan [aangeefster 5] voor de limiet voor het rood staan op haar bankrekening te verhogen. Als zij dit zou aanvragen, dan zou zij na het pinnen € 2.000 rood kunnen staan. Dit negatieve saldo zou kunnen worden verwijderd uit het systeem door dezelfde mensen. [aangeefster 5] geloofde verdachte wel maar zij wilde dit niet doen. Verdachte vroeg dit vaker aan [aangeefster 5] . Hij hamerde erop dat zij dit zo snel mogelijk moest doen. De abonnementen moesten ook nog worden verwijderd door deze mensen en dan kon alles in een keer gedaan worden.
[aangeefster 5] stuurde op 11 mei 2016 een Whatsapp-bericht met een geluidsbestand door naar [aangeefster 3] . Het betreft een geluidsopname van een gesprek tussen een man en een vrouw. De stem van de vrouw is herkend als de stem van [aangeefster 5] . De man spreekt het een Antilliaans accent. De schriftelijke uitwerking van het gesprek tussen [aangeefster 5] en deze man houdt - zakelijk weergegeven - in:
Man: Ik zei je had voor vijf aangevraagd toch?
[aangeefster 5] : Ja... (....) ze hebben dat wel goedgekeurd... volgens mij
Man: Welke die trep? (fon.)
[aangeefster 5] : Nee die (...).. in de rood staan met de bankpas
Man: Ja maar... voor hoeveel had je aangeklikt eerst dan?
[aangeefster 5] : Ja voor... Oh ja... nee klopt inderdaad voor '500'. Ja inderdaad nou je het zegt.
Man: Maar hoe kan je dan 1000?
[aangeefster 5] : Nee je hebt gelijk '500'. Ik heb verkeerd gekeken.
Man: Maar kijk effe goed hoeveel je dan rood kan staan.
[aangeefster 5] : Ja
Man: Misschien is het wel gewoon 1000 toch?
[aangeefster 5] : Nee want ik kon die '1000' toch niet aanklikken weetje?
Man: Kijk effe dan wat er staat
[aangeefster 5] : Ja. (...) effe kijken... ja
hier., ja er staat '500'. Je hebt gelijk sorry.
Man: Oh... dus je kan nou gewoon '5' pinnen?
[aangeefster 5] : Ja...
Man: Oké lieve schat
[aangeefster 5] : Yes?
[aangeefster 5] heeft met betrekking tot dit geluidsfragment verklaard dat zij en [verdachte] (verdachte) daarop te horen zijn. [aangeefster 3] heeft verklaard dat verdachte eenmalig € 200 aan [aangeefster 4] had gegeven, dat hij andere meisjes niets gaf en dat hij ene [aangeefster 5] uit [plaats] daarvoor ook in het rood wilde laten staan.
Het hof stelt vast dat verdachte in voormeld gesprek met [aangeefster 5] spreekt over de verhoging van de limiet voor het rood staan op haar bankrekening.
Seks
Verdachte gebruikte geen condoom toen hij op 27 april 2016 voor het eerst seks met [aangeefster 5] had in de woning van [aangeefster 3] in [plaats] . Op 4 mei 2016 had verdachte ook zonder condoom seks met [aangeefster 5] in de woning in [plaats] . Verdachte vroeg tijdens de seks aan [aangeefster 5] of zij interesse had in een trio. [aangeefster 5] vertelde hem dat wanneer zij hiermee akkoord zou gaan dat het dan met een vrouw en niet met een man moest zijn. Verdachte liet haar merken dat wat hem betreft de trioseks met een man moest zijn. Hij heeft dit meerdere keren gevraagd. [aangeefster 5] heeft uiteindelijk "ja" tegen hem gezegd om er vanaf te zijn. De trioseks heeft niet plaatsgevonden. Verdachte vertelde [aangeefster 5] verder dat hij het geil zou vinden als zij seks zou hebben met zijn vrienden en dat hij haar dan als laatste zou volspuiten. Hij wilde dan ook dat [aangeefster 5] zonder condoom seks zou hebben met zijn vrienden. Voor zover [aangeefster 5] weet heeft verdachte geen opnames gemaakt op momenten dat zij seks met elkaar hadden. Verdachte vroeg [aangeefster 5] wel een aantal malen pikante foto’s van zichzelf naar hem te sturen, waarmee naaktfoto’s van [aangeefster 5] of foto’s van haar blote borsten werden bedoeld. Dit heeft [aangeefster 5] nooit gedaan.
[aangeefster 5] ging naar de arts omdat zij klachten had en [aangeefster 3] haar had verteld dat verdachte Chlamydia zou hebben. Op 12 mei 2016 bleek dat [aangeefster 5] ook Chlamydia had. Verdachte was de enige met wie zij in die periode onveilige geslachtsgemeenschap heeft gehad.
[aangeefster 3] weet dat [aangeefster 5] en verdachte seksueel contact met elkaar hebben gehad. Verder heeft [aangeefster 3] verklaard dat verdachte [aangeefster 5] de indruk gaf dat hij verliefd op haar was.

[aangeefster 6]

(geboren op [geboortedatum] 1997) leerde [verdachte] (hierna: verdachte) in december 2016 kennen via de datingsite Badoo op een moment dat het niet zo goed met haar ging. Zij was kwetsbaar en net weer alleen na de beëindiging van een relatie van drie jaar. Zij kon goed met verdachte praten. Hij gaf haar het gevoel dat zij het samen zouden gaan maken. [aangeefster 6] is erg verliefd op hem geworden.
Telefoonabonnementen
[aangeefster 6] was laat op een avond samen met verdachte in de woning van zijn moeder in de [f-straat] te [plaats] . Zij bleef die nacht bij hem slapen en toen vroeg hij aan haar of zij zes telefoonabonnementen wilde afsluiten. Verdachte zei tegen haar dat hij samenwerkte met een Nederlandse man die (het hof begrijpt: het afsluiten van) de telefoonabonnementen weer ongedaan zou kunnen maken. Het ging verdachte om de telefoons. Verdachte had van te voren tegen [aangeefster 6] gezegd dat hij iemand kende die de telefoons van hem wilde kopen. [aangeefster 6] zei tegen verdachte dat zij het zou doen. Zij was bang zijn liefde te verliezen als zij dit zou weigeren.
De volgende dag reed [aangeefster 6] met verdachte mee in een auto naar het centrum van [plaats] . Verdachte bleef in de auto zitten terwijl [aangeefster 6] uitstapte en naar de winkel van T-Mobile ging. In de winkel kreeg zij een iPhone 7+ bij het door haar afgesloten abonnement voor een periode van 24 maanden. Hiervoor gebruikte [aangeefster 6] haar ID-kaart als legitimatiebewijs en moest zij één eurocent pinnen en haar adres opgeven. Vervolgens ging [aangeefster 6] met de telefoon en het door haar ondertekende contract terug naar de auto en legde zij de telefoon en het contract voor verdachte in de auto.
Hierna reed verdachte met [aangeefster 6] naar winkelcentrum [centrum] in [plaats] . [aangeefster 6] hoorde hem zeggen dat zij twee telefoons moest meenemén. Verdachte liep wat rond in het winkelcentrum terwijl [aangeefster 6] naar een winkel ging waar zij op dezelfde wijze een iPhone 7 heeft gekregen. [aangeefster 6] probeerde in deze winkel een tweede abonnement - zogenaamd voor haar zusje – af te sluiten, maar zij hoorde van een vrouw dat dit niet kon. [aangeefster 6] is toen met één telefoon - de iPhone 7- de winkel uitgegaan.
[aangeefster 6] moest vervolgens van verdachte twee abonnementen afsluiten bij de winkel van Vodafone wat uiteindelijk ook niet lukte. [aangeefster 6] hoorde dat zij daar geen abonnementen af kon sluiten omdat ze hadden rondgebeld en gehoord dat zij ook al abonnementen in andere winkels had afgesloten.
[aangeefster 6] ging naar buiten. Zij wilde geen abonnementen meer afsluiten. Verdachte zei tegen haar dat zij alleen nog naar de KPN winkel hoefde te gaan en dat ze daarna zouden stoppen en ergens zouden gaan lunchen. [aangeefster 6] ging samen met verdachte naar de winkel van KPN. In deze winkel ging verdachte in gesprek met een medewerker en [aangeefster 6] hoorde hem zeggen dat zij ook een abonnement voor haar zusje wilde afsluiten. Toen dit niet lukte heeft [aangeefster 6] uiteindelijk één abonnement afgesloten en een iPhone 7 meegekregen.
[aangeefster 6] heeft dus drie contracten afgesloten en hiermee één iPhone 7+ en tweemaal een iPhone 7 verkregen. Zij heeft die contracten en telefoons allemaal aan verdachte gegeven. Verdachte heeft [aangeefster 6] uiteindelijk afgezet op het station van [plaats] , waarop zij met de trein naar [plaats] is gegaan.
In aanvulling op haar eerste aangifte heeft [aangeefster 6] over de afgesloten telefoonabonnementen verklaard dat verdachte aangaf dat hij iemand kende bij de ING-bank die kon voorkomen dat er betaald werd. Verdachte heeft [aangeefster 6] nooit iets verteld over haar verdiensten. De telefoons lagen nog in de auto toen verdachte haar afzette op het station. [aangeefster 6] heeft dus niet kunnen zien wat hij daarmee heeft gedaan. [aangeefster 6] kreeg later wel heel hoge rekeningen binnen van één van de telefoons omdat daarmee allemaal servicenummers waren gebeld. Daarom had de provider de simkaart van deze telefoon al geblokkeerd.
Het hebben van abonnementen leverde [aangeefster 6] stress op. Op advies van haar advocaat betaalde ze wel de kosten, omdat de kosten anders te veel zouden oplopen.
Uit informatie van telecommunicatiebedrijven en kopieën van de contracten blijkt dat op 9 januari 2017 drie telefoonabonnementen op naam van [aangeefster 6] en voor haar rekening zijn afgesloten:
- Bij de Tele2 winkel in [plaats] is een telefoonabonnement afgesloten met een looptijd van 24 maanden. Bij dit abonnement hoort een telefoontoestel van het merk en type Apple iPhone 7+ 32GB, met IMEI-nummer [014] . Dit toestel kost in totaal € 672, te betalen in 24 maandelijkse termijnen van € 28. Uit de factuur van 9 januari 2017 voor de aankoop van het toestel in de vorm van een toestelkrediet valt af te leiden dat er een machtiging is verleend voor de afschrijving van de kosten vanaf bankrekeningnummer [015 ] ten name van [aangeefster 6] .
- Bij de KPN winkel in [plaats] [centrum] is een telefoonabonnement afgesloten met een looptijd van 24 maanden. Dit abonnement kost € 61 per maand. Er is een machtiging verleend voor de afschrijving van de kosten vanaf bankrekening [016] . ten name van [aangeefster 6] . Bij dit abonnement hoort een telefoontoestel van het merk en type Apple iPhone 7 32GB, Gold, met IMEI-nummer [017] .
- Bij de T-shop in [plaats] [centrum] is een telefoonabonnement afgesloten met een looptijd van 24 maanden. Dit abonnement kost 55 euro per maand. Er is een machtiging verleend voor de afschrijving van de kosten van vanaf bankrekening [015 ] . Bij dit abonnement hoort een telefoontoestel van het merk en type Apple iPhone 7 32G8 met IMEI-nummer [018] .
Uit afschrijvingen van de bankrekening [019] blijkt dat [aangeefster 6] ter verificatie van haar bankrekening op 9 januari 2017 telkens € 0,01 heeft gepind bij betaalautomaten in winkels van Tele2, KPN en T-Mobile in [plaats] .
De Apple iPhone 7 met IMEI-nummer [017] werd te koop aangeboden in een advertentie op Markplaats. Het nichtje van de getuige [betrokkene 14] had via Whatsapp een afspraak gemaakt met de adverteerder. Daarna ging de getuige [betrokkene 14] samen met haar nichtje, de getuige [betrokkene 15] , en de vriend van dat nichtje naar het door de adverteerder opgegeven adres in [plaats] , net over de Duits-Nederlandse grens bij [plaats] . De telefoon was niet uit de nog gesealde doos geweest. De getuige [aangeefster 5] kocht de telefoon op 10 januari 2017 voor 650 euro. De verkoper gaf haar de bon van de aankoop van dezelfde telefoon in de winkel van KPN in winkelcentrum [centrum] te [plaats] op 9 januari 2017. De verkoper bleek de telefoon te hebben gekocht van [betrokkene 16] . [betrokkene 16] heeft verklaard dat hij de telefoon op 9 januari 2017 rond etenstijd had gekocht in [plaats] van een man die [betrokkene 7] heet. Die man blijkt [betrokkene 7] te zijn. [betrokkene 7] heeft weliswaar verklaard niet meer te weten van wie hij de Apple iPhone 7 met IMEIpnummer [017] kocht, maar uit zijn verklaring en andere bewijsmiddelen blijkt wel dat hij vaker iPhone’s van verdachte kocht. De Apple iPhone 7 met IMEI-nummer [018] werd op 9 januari 2017 gekocht van [betrokkene 7] door het bedrijf [B] Telefoon. [betrokkene 7] woonde op dat moment in [plaats] . [betrokkene 7] heeft bevestigd dat hij zaken deed met [B] Telecom. Volgens [betrokkene 7] zou het kunnen dat hij de Apple iPhone 7 met IMEI-nummer [018] heeft gekocht op een dag dat verdachte bij hem aan de deur is geweest.
Het hof concludeert op grond van de bewijsmiddelen dat verdachte beide iPhone’s 7 met voormelde IMEI-nummers die [aangeefster 6] op 9 januari 2017 heeft verkregen door abonnementen af te sluiten in de winkels van KPN en T-Mobile te [plaats] , later die dag allebei aan [betrokkene 7] heeft verkocht.
Seks
Tijdens een telefoongesprek met verbalisant op 13 februari 2017 heeft [aangeefster 6] verklaard dat ze op aandringen van verdachte seks met een ander heeft gehad en dat daarvan filmbeelden zijn gemaakt. Op 7 december 2017 verklaarde [aangeefster 6] dat nadat de relatie met verdachte voorbij was, zij een soa bleek te hebben. Ze weet bijna zeker dat ze die door verdachte heeft opgelopen, omdat zij zich voor de relatie met verdachte ook heeft laten testen en toen niets had. Tijdens seksuele handelingen heeft verdachte [aangeefster 6] gefilmd. Hij vroeg hier geen toestemming voor en deed dit gewoon. Al tijdens de eerste week van hun relatie zinspeelde verdachte er op dat ze seks zou hebben met anderen. Dan vond hij een geil idee. Verdachte wilde ook dat ze dit zou filmen. [aangeefster 6] heeft toen via Baddoo met jongens afgesproken om seks te hebben. Zij heeft toen met twee jongens seks gehad, terwijl de derde aan het filmen was. Zij zou dit nooit gedaan hebben als verdachte niet zo had gezeurd dat hij dat zo geweldig vond. [aangeefster 6] wilde verdachte niet kwijt en ze wilde hem niet steeds teleurstellen. Het filmpje heeft ze naar verdachte gestuurd.
Verdachte heeft ook gesproken over geld verdienen door middel van seks. Dat wilde [aangeefster 6] niet. Om hem toch tevreden te houden heeft ze toen de abonnementen afgesloten. Ze was erg verliefd op hem. Hij had ook aangegeven met haar samen te willen wonen. Ook kon hij een woning op haar naam zetten, zodat daarin wiet geteeld kon worden.
[aangeefster 6] heeft verklaard dat verdachte haar dwong seks te hebben met andere mannen en dat dit dan moest worden gefilmd. [aangeefster 6] vond iemand aan wie zij het had gevraagd. Dit was [betrokkene 17] uit [plaats] . Hij vond het niet normaal dat zij van haar vriend seks moest hebben met een ander en dat moest filmen.
De getuige [betrokkene 17] woont in [plaats] . Hij heeft bevestigd dat [aangeefster 6] aan hem vroeg seks met haar te hebben om dit te filmen voor een Antilliaanse jongen uit [plaats] die “ [verdachte] ” of zoiets heet (het hof begrijpt: verdachte). De getuige had niet het idee dat [aangeefster 6] er zelf achter stond. De getuige denkt dat [aangeefster 6] het wel had gedaan als hij erop in was gegaan, maar hij had het geweigerd.
Telefonische contacten tussen [aangeefster 6] en verdachte
Tussen de contactgegevens in de telefoon van [aangeefster 6] stonden bij de naam [verdachte] twee telefoonnummers, te weten: [telefoonnummer 5] en [telefoonnummer 6] . Tussen de nummers van verdachte en het nummer [telefoonnummer 7] van [aangeefster 6] zijn in totaal 48 telefonische contacten of pogingen daartoe geregistreerd in de periode van 20 december 2016 tot en met 13 januari 2017. In die periode is er 21 keer daadwerkelijk contact geweest.

Bewijsoverweging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich schuldig gemaakt heeft aan het (mede)plegen van mensenhandel. Met betrekking tot [aangeefster 2] , [aangeefster 3] , [aangeefster 1] , [aangeefster 4] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] gaat het om overtreding van artikel 273f lid 1 sub 1, 4 en 6 van het Wetboek van Strafrecht en ten aanzien van de toen minderjarige [betrokkene 13] gaat het om overtreding van artikel 273f lid 1 sub 2, 5 en 8 van het Wetboek van Strafrecht.
Ten aanzien van sub 4 en 6 geldt dat pas tot een bewezenverklaring kan worden gekomen als sprake is van uitbuiting of een situatie waarin uitbuiting kan worden verondersteld. Voor een veroordeling voor sub 1 moet komen vast te staan dat de verdachte enig in dit deel van de tenlastelegging genoemd middel tegenover [aangeefster 2] , [aangeefster 3] , [aangeefster 1] , [aangeefster 4] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] heeft aangewend teneinde deze vrouwen te werven, te vervoeren, over te brengen, te huisvesten of op te nemen, met het oogmerk van uitbuiting. Bij sub 2 dient voor een veroordeling eveneens het oogmerk van (seksuele) uitbuiting te worden vastgesteld.
De vraag of - en zo ja, wanneer - sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van de onderhavige bepalingen, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt in een geval als het onderhavige onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd.
Uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte contacten met jonge vrouwen aanging met het doel om ze financieel en seksueel te exploiteren. De financiële exploitatie hield in dat verdachte zoveel mogelijk financieel profiteerde of probeerde te profiteren van de vrouwen en de seksuele exploitatie hield in dat verdachte vrouwen bewoog of probeerde te bewegen seksuele handelingen te verrichten die zij zelf niet wensten, maar verdachte wel hetzij voor zijn eigen gerief, hetzij om er financieel van te profiteren.
Ten aanzien van
[aangeefster 2]geldt dat verdachte haar door misleiding heeft geworven en telefoonabonnementen heeft laten afsluiten. Verdachte had haar wijsgemaakt dat door het afsluiten van telefoonabonnementen [betrokkene 1] (op wie [aangeefster 2] verliefd was en die toen gedetineerd zat) financieel kon worden geholpen terwijl [aangeefster 2] geen last van de contracten zou hebben, omdat haar naam uit het systeem kon worden verwijderd. Dit bleek niet het geval te zijn en [aangeefster 2] dreigde in de schulden te komen. Zij hoopte dat verdachte haar uit die situatie kon halen en heeft daarom gelijktijdig seks met hem en zijn ‘neef’ gehad, hoewel zij geen seks wilde met verdachte en die ‘neef’ en dit vooraf ook kenbaar had gemaakt. Tijdens die seks werd [aangeefster 2] ook blootgesteld aan het risico een soa op te lopen, omdat sprake was van onbeschermde seks.
Door het afsluiten van vier telefoonabonnementen (waardoor [aangeefster 2] in de schulden is geraakt en waarvan verdachte financieel heeft geprofiteerd) en het moeten hebben van (onbeschermde) seks tegen haar wil met verdachte en zijn ‘neef’ zijn forse inbreuken gemaakt op de autonomie van [aangeefster 2] , die toen nog maar net 18 jaar oud was. Verdachte heeft [aangeefster 2] beschouwd als een object om financieel en seksueel van te profiteren en bekommerde zich niet om de gevolgen die dat voor haar zou hebben. Gelet hierop is het hof van oordeel dat verdachte [aangeefster 2] heeft uitgebuit. Hij kon haar uitbuiten als gevolg van misleiding en door misbruik te maken van haar kwetsbare positie (die mede was ontstaan als gevolg van de schulden waar ze door toedoen van verdachte in dreigde te geraken) en het overwicht dat verdachte op haar had (mede omdat [aangeefster 2] in de veronderstelling verkeerde dat verdachte kon voorkomen dat ze verder in de schulden zou geraken). Reeds voordat verdachte [aangeefster 2] ontmoette hield hij zich bezig met het inzetten van jonge vrouwen voor het afsluiten van telefoonabonnementen. Ook [aangeefster 2] is door verdachte geworven met als doel om zoveel mogelijk telefoonabonnementen af te sluiten en dus met het oogmerk van uitbuiting en bovendien heeft hij haar vervoerd naar zijn huis om tegen haar wil seks te hebben met verdachte en zijn neef, zodat dat vervoer gebeurde met het oogmerk van uitbuiting. Tenslotte heeft verdachte de telefoons die bij de abonnementen hoorden in bezit genomen (zodat hij deze kon verkopen) en aldus geprofiteerd van de uitbuiting.
Het hof is derhalve van oordeel dat verdachte ten aanzien van [aangeefster 2] zich schuldig heeft gemaakt aan artikel 273f lid 1, sub 1, 4 en 6 van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast is het hof op grond van de genoemde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte zich - gelet op de wijze waarop hij [aangeefster 2] heeft, bewogen de telefoonabonnementen af te sluiten - schuldig heeft gemaakt aan oplichting.
Ten aanzien
[aangeefster 3]geldt dat zij geboren is in 1991 en niet zo jong was als de overige aangeefsters: Daar staat tegenover dat zij een baan, een woning en een auto had, waardoor er financieel meer van haar viel te profiteren en dat heeft verdachte dan ook gedaan. Hij liet [aangeefster 3] betalen voor goederen (zoals een dure jas en een grote hoeveelheid hasj), hij maakte veel gebruik van haar auto en weigerde deze terug te brengen toen ze daarom vroeg, waarop ze uiteindelijk aangifte van verduistering heeft gedaan. Daarnaast heeft hij haar overgehaald een telefoonabonnement op haar naam te nemen, zodat verdachte kon profiteren van de daarbij behorende telefoon. Verdachte maakte gebruik van de woning van [aangeefster 3] , onder meer om seks te hebben met een volgend slachtoffer. Op seksueel gebied liet verdachte [aangeefster 3] dingen doen die zij niet wilde. Verdachte raakte kennelijk opgewonden als hij zag dat [aangeefster 3] seks had met andere mannen. Na aandringen en om ruzie te voorkomen heeft [aangeefster 3] uiteindelijk seks gehad met een andere man en de seksuele handelingen gefilmd, terwijl zij ook met het laatste moeite had. Verdachte moet vanwege het feit dat hij moest aandringen zich gerealiseerd hebben dat [aangeefster 3] geen seks wilde hebben met die man en dit ook niet wilde filmen. Uit de door verdachte en [aangeefster 3] gevoerde gesprekken blijkt bovendien dat zonder dat [aangeefster 3] het wist zij (tijdens de seks met verdachte of toen zij naakt was) door verdachte was gefilmd. Zij vond dit geen prettige gedachte. Toen [aangeefster 3] later tegen verdachte zei dat ze naar de politie zou gaan als ze haar auto niet terug zou krijgen, dreigde verdachte een seksfilmpje van haar online te zetten.
De combinatie van het financiële misbruik, het tegen de wil laten verrichten van seksuele handelingen met een derde en het (laten) vervaardigen van seksfilmpjes levert naar het oordeel van het hof uitbuiting op. Verdachte kon [aangeefster 3] uitbuiten omdat ze een relatie met hem had en aanvankelijk niet doorhad wat zijn echte bedoelingen waren. Om ruzie te voorkomen deed ze dingen die ze niet wilde. Verdachte heeft zodoende misbruik gemaakt van het overwicht dat hij binnen de context van die relatie op haar had, dan wel misbruik van de kwetsbaarheid van [aangeefster 3] die zij als gevolg van de gevoelens voor verdachte had. Verdachte heeft in financiële zin geprofiteerd van de uitbuiting.
Zoals geldt voor alle in de tenlastelegging genoemde vrouwen is verdachte de relatie met [aangeefster 3] aangegaan om van haar te kunnen profiteren in bovengenoemde zin en op nog verdergaande wijze. Verdachte probeerde [aangeefster 3] in de prostitutie te krijgen, hetgeen hem niet gelukt is. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte [aangeefster 3] geworven met het oogmerk van uitbuiting. Verdachte kon [aangeefster 3] werven door misleiding. Zij wist immers niet wat zijn ware bedoelingen waren. Zij dacht een normale - en een op wederkerigheid gebaseerde - relatie aan te gaan, terwijl verdachte hele andere bedoelingen had.
Naar het oordeel van het hof heeft verdachte zich ten aanzien van [aangeefster 3] dan ook schuldig gemaakt aan het plegen van mensenhandel zoals strafbaar gesteld in artikel 273f lid 1 onder 1, 4 en 6 van het Wetboek van Strafrecht.
Ten aanzien van
[aangeefster 1]geldt dat verdachte haar, toen ze 18 jaar was, via de site Baddoo heeft geworven, een seksrelatie met haar is aangegaan, tijdens welke relatie hij haar onder druk heeft gezet om vier telefoonabonnementen af te sluiten. Tevens heeft verdachte [aangeefster 1] proberen over te halen om seks te hebben met derden. Dat is hem echter niet gelukt. Tijdens de relatie heeft verdachte zonder dat [aangeefster 1] het wist filmpjes gemaakt van hun seksuele handelingen.
Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte ook [aangeefster 1] heeft geworven met het doel haar financieel en seksueel te exploiteren, dus met het oogmerk van uitbuiting. Verdachte kon haar werven omdat [aangeefster 1] niet wist wat de ware bedoelingen van verdachte waren. Zij is door hem misleid. Zij dacht een relatie met verdachte te hebben en had gevoelens voor hem. Van die gevoelens (kwetsbaarheid) heeft verdachte misbruik gemaakt door haar onder druk te zetten om de telefoonabonnementen af te sluiten. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel zoals strafbaar gesteld in artikel 273f lid 1 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht.
Nu verdachte er niet in geslaagd is om [aangeefster 1] (tegen haar wil) seks te laten hebben met derden, is de inbreuk op de autonomie van [aangeefster 1] niet zo groot dat gesproken kan worden van uitbuiting. Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat daarom niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van de tenlastelegging voor zover deze ziet op artikel 273flid 1 onder 4 en 6 van het Wetboek van Strafrecht. Nu [aangeefster 1] de telefoonabonnementen onder druk van verdachte heeft afgesloten en niet als gevolg van zijn leugens, is geen sprake van oplichting, zodat het hof verdachte hiervan zal vrijspreken.
Ten aanzien van
[aangeefster 4]geldt dat verdachte haar toen ze 18 jaar was (via [betrokkene 8] ) heeft geworven met het doel haar telefoonabonnementen te laten afsluiten, zodat hij financieel kon profiteren en met als gevolg dat [aangeefster 4] schulden kreeg. [aangeefster 4] heeft zich laten werven omdat ze slechts 18 jaar oud was, gevoelens had voor de tevens aanwezige [betrokkene 8] en verdachte haar had wijsgemaakt dat ze geld kon verdienen met het afsluiten van telefoonabonnementen onder meer omdat verdachte iemand kende van het hoofdkantoor die er voor kon zorgen dat haar naam uit het systeem werd gehaald. Als [aangeefster 4] , anders dan haar was voorgesteld, toch een factuur ontvangt, neemt ze contact op met verdachte met het verzoek om te regelen dat ze uit het systeem wordt gehaald. Verdachte probeert vervolgens misbruik te maken van de benarde positie waarin [aangeefster 4] zich bevindt door haar te zeggen dat ze naar hem toe moet komen en dat hij haar anders niet kan helpen. Uit de gesprekken die volgen kan worden afgeleid dat verdachte wil dat ze bij hem komt zodat ze seks kunnen hebben. [aangeefster 4] gaat hier niet op in. Ook gaat ze niet in op het voorstel van verdachte (en [betrokkene 8] ) om geld te verdienen door seks met andere mannen te hebben.
Omdat [aangeefster 4] geen (betaalde) seks (tegen haar wil) met verdachte en/of andere mannen heeft gehad, is de inbreuk op haar autonomie niet zo groot, dat sprake is van uitbuiting. Wel heeft verdachte haar geworven en misleid met het oogmerk van uitbuiting. Verdachte wilde immers [aangeefster 4] zowel financieel als seksueel exploiteren.
Naar het oordeel van het hof heeft verdachte zich ten aanzien van [aangeefster 4] schuldig gemaakt aan mensenhandel, zoals strafbaar gesteld in artikel 273f lid 1 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht. Ook heeft verdachte gelet op de wijze waarop hij [aangeefster 4] bewogen heeft telefoonabonnementen af te sluiten - namelijk door een samenweefsel van verdichtsels - zich schuldig gemaakt aan oplichting. Verdachte heeft immers tegen [aangeefster 4] gezegd dat zij geld kon verdienen met het afsluiten van telefoonabonnementen (hetgeen niet klopte, zij zou immers een schuld gaan oplopen), omdat verdachte iemand kende van het hoofdkantoor (hetgeen niet waar was), die in staat zou zijn om de abonnementen ongedaan te maken (hetgeen eveneens niet waar was). Het hof acht bewezen dat verdachte deze oplichting tezamen en in vereniging heeft gepleegd met [betrokkene 8] nu [betrokkene 8] met [aangeefster 4] meeging om de abonnementen af te sluiten en ook aanwezig was toen verdachte [aangeefster 4] vertelde dat hij iemand wist die de abonnementen van haar naam kon halen.
Het hof spreek de verdachte vrij van de onderdelen van de tenlastelegging die zien op de strafbaarstellingen genoemd in artikel 273f lid 1 onder 4 en 6 van het Wetboek van Strafrecht.
Ten aanzien van
[aangeefster 5]geldt dat verdachte haar heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting. Het doel van verdachte was van het begin af aan om [aangeefster 5] zowel financieel als seksueel te exploiteren. Verdachte heeft [aangeefster 5] leren kennen via een datingsite. Kort nadat ze voor de eerste keer (onbeschermde) seks hebben gehad in de woning van [aangeefster 3] , begint verdachte met het overhalen van [aangeefster 5] om telefoonabonnementen af te sluiten. Hij zegt dat ze veel geld kan verdienen met het afsluiten van abonnementen. Het geld kan worden gebruikt om een gezamenlijke toekomst op te bouwen. Hij kent iemand die ervoor kan zorgen dat haar naam uit het systeem wordt gehaald, zodat ze niet de facturen ontvangt. [aangeefster 5] laat zich overhalen en sluit de abonnementen af. Tevens probeert verdachte haar over te halen om haar limiet voor rood staan te verhogen. Verder wil verdachte graag trio seks en hij wil graag dat zij seks heeft met vrienden van verdachte.
Omdat verdachte [aangeefster 5] niet zover heeft weten te krijgen dat zij tegen haar wil seksuele handelingen heeft moeten verrichten met derden (of met verdachte) is de inbreuk op de autonomie van [aangeefster 5] niet zo groot dat gesproken kan worden van uitbuiting. Gelet op de bedoeling van verdachte was wel sprake van oogmerk van uitbuiting. Hij heeft [aangeefster 5] geworven door misleiding. Zij meende dat het contact tussen haar en verdachte gericht was op een gezellig samenzijn en eventueel een serieuze relatie, terwijl verdachte slechts uit was om haar zo veel mogelijk te gebruiken voor geldelijk gewin en seksueel gerief. Verdachte heeft zich derhalve schuldig gemaakt aan mensenhandel zoals omschreven in artikel 273f lid 1 onder 1 van het Wetboek van Strafrecht. Vanwege de misleiding met betrekking tot het afsluiten van de telefoonabonnementen heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan oplichting.
Nu de uitbuiting niet bewezen kan worden, wordt verdachte vrijgesproken van de onderdelen die zien op artikel 273f lid 1 onder 4 en 6 van het Wetboek van Strafrecht.
Ten aanzien van
[aangeefster 6]geldt eveneens dat verdachte haar door misleiding heeft verworven. Verdachte verwierf haar om haar financieel en seksueel te exploiteren, terwijl [aangeefster 6] dacht een date aan te gaan, die eventueel gevolgd zou kunnen worden door een relatie. Die relatie kwam er, maar niet zoals [aangeefster 6] had verwacht en gehoopt. Voor verdachte was de relatie een middel om te kunnen profiteren van [aangeefster 6] . Ook haar werd gevraagd telefoonabonnementen af te sluiten en ook haar werd wijs gemaakt dat verdachte iemand kende die de abonnementen ongedaan zou kunnen maken. [aangeefster 6] heeft inderdaad drie abonnementen voor verdachte afgesloten. Voor zijn seksuele gerief heeft hij [aangeefster 6] gevraagd seks te hebben met meerdere mannen tegelijk en die seksuele handelingen te filmen. [aangeefster 6] heeft dat gedaan, maar niet omdat ze het zelf wilde. Ze heeft het gedaan, omdat verdachte daarop aandrong. Vanwege de manier waarop verdachte [aangeefster 6] heeft overgehaald moet het voor verdachte duidelijk zijn geweest dat zij dit niet wilde. Ook heeft verdachte, terwijl [aangeefster 6] het niet wist, haar gefilmd tijdens de seks met verdachte. Verdachte heeft [aangeefster 6] gevraagd seks met mannen te hebben tegen betaling en ook stelde hij voor een woning op haar naam te zetten zodat daarin wiet kon worden geteeld.
Uit het bovenstaande volgt niet alleen dat verdachte [aangeefster 6] door misleiding heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting, maar ook dat hij haar door misleiding en misbruik van een kwetsbare positie heeft uitgebuit. [aangeefster 6] heeft immers (als gevolg van die middelen) seksuele handelingen moeten verrichten met derden die zij niet wilde en die zij bovendien moest vastleggen op een film. Tevens heeft verdachte zonder haar toestemming gefilmd toen hij met haar seks had. Voorts is [aangeefster 6] door het afsluiten van telefoonabonnementen ten behoeve van het financiële voordeel van verdachte in de schulden geraakt. Verdachte kreeg de telefoons die [aangeefster 6] ontving bij het afsluiten van de abonnementen.
Verdachte heeft aldus geprofiteerd van de uitbuiting. Verdachte heef zich schuldig gemaakt aan mensenhandel zoals strafbaar gesteld in artikel 273f lid 1 onder 1, 4 en 6 van het Wetboek van Strafrecht.
Ten aanzien van
[betrokkene 13]geldt dat zij nog maar 14 jaar oud was toen zij verdachte ontmoette. Verdachte kon niet van haar profiteren door haar telefoonabonnementen te laten afsluiten. Ze was immer nog minderjarig. Wel heeft hij op seksueel gebied van haar geprofiteerd onder meer in de zin dat hij seks met haar had. De verklaring van [betrokkene 13] vertoont overeenkomsten met de andere hierboven genoemde (volwassen) aangeefsters. Een overeenkomst was dat verdachte [betrokkene 13] gefilmd heeft terwijl ze naakt was en/of seks had en dat hij dreigde dat filmpje te openbaren als zij niet deed wat hij wilde. Een andere overeenkomst is dat [betrokkene 13] op verzoek van verdachte seks had met een derde. Volgens [betrokkene 13] had verdachte haar hiervoor geld aangeboden. In een hierboven weergegeven chat met de verdachte biedt verdachte [betrokkene 13] geld aan als ze naar zijn huis komt, kennelijk met de bedoeling om daar seks te hebben met verdachte en/of een derde. In deze chat (die er op neer komt dat verdachte [betrokkene 13] geld aanbiedt voor seks) en in de verklaringen van anderen (waaruit blijkt dat verdachte graag ziet dat zijn partner seks met een derde heeft) ziet het hof bevestiging voor de verklaring van [betrokkene 13] dat ze op verzoek van verdachte seks heeft gehad met een derde en dat haar daarvoor geld is geboden.
Naar het oordeel van het hof heeft verdachte ten aanzien van [betrokkene 13] zich schuldig gemaakt aan mensenhandel zoals strafbaar gesteld in artikel 273f lid 1 onder 5 van het Wetboek van Strafrecht. Immers heeft hij haar er toe aangezet zich beschikbaar te stellen voor seks met een derde tegen betaling. Tevens is sprake van overtreding van artikel 273f lid 1 onder 2 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte is het contact aangegaan met een minderjarig meisje met als doel zijn seksuele lusten bot te vieren, namelijk het hebben van seks met haar, het filmen van die seks (en/of het naakte lichaam) en haar beschikbaar stellen aan een derde voor het hebben van seks.
Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het seksueel binnendringen van het lichaam van een meisje dat jonger is dan 16 jaar.”
5. Ter terechtzitting in hoger beroep van 23 maart 2022 heeft de verdediging, overeenkomstig de aan het proces-verbaal gehechte pleitnota, het volgende naar voren gebracht (hier met weglating van de voetnoten):

3.5 [aangeefster 5]
[…]
5.5.4.
Oplichting
[…]
Ik verzoek u hetgeen is betoogd onder paragraaf 3.2.4. (voorzover het betreft de aangehaalde jurisprudentie) als hier herhaald en ingelast te beschouwen.
In het onderhavige geval is (in aanvulling op voormelde paragraaf 3.2.4) geen sprake geweest van dwang en heeft het er alle schijn van dat verdachte en het slachtoffer samen een telefoonabonnement hebben afgesloten, waarbij achteraf het slachtoffer is geconfronteerd met een aantal rekeningen. Van eens samenweefsel van verdichtselen lijkt geen sprake te zijn, aangezien het om een enkele leugen ging. Bovendien heeft het slachtoffer moeten kunnen ‘onderkennen’ dat het allemaal niet orde was. Het onderkennen is volgens de Hoge Raad een factor waaraan belangrijke betekenis wordt toegekend.
[…]
3.7
[aangeefster 4]
[…]
3.7.5.
Oplichting (326 Sr)
Vooraleer sprake is oplichting als bedoeld in artikel 326 wetboek Pro van strafrecht komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de onware mededelingen in hun onderlinge samenhang, de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid degene tot wie de mededelingen zijn gericht aanleiding had moeten geven de onwaarheid te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen en de persoonlijkheid van het slachtoffer.
In het onderhavige geval is sprake van enkel een mededeling om telefoonabonnementen af te sluiten waarbij het slachtoffer wordt voorgelogen. Zie ook de uitspraak van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch van 29 maart 2017. Hierbij is van belang dat er in het onderhavige geval geen sprake was van een bijzondere vertrouwensrelatie met verdachte en dat [aangeefster 4] nadrukkelijk op de hoogte was van de illegale handelingen.
[…]
3.9
[aangeefster 2]
[…]
3.9.4
Oplichting
Vooraleer sprake is oplichting als bedoeld in artikel 326 wetboek Pro van strafrecht komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en dé indringendheid van de onware mededelingen in hun onderlinge samenhang, de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid degene tot wie de mededelingen zijn gericht aanleiding had moeten geven de onwaarheid te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen en de persoonlijkheid van het slachtoffer.
Gelet op het vorengaande is het maar de vraag of gekomen kan worden tot een veroordeling.
Gelet op het niveau van [aangeefster 2] (havo-nivo) kan niet worden gezegd dat zij zo naief is geweest om te onderkennen dat wat zij deed niet was toegestaan. Ze heeft bovendien een hoger opleidingsnivo dan verdachte. Hier komt nog bij dat [aangeefster 2] zelf op de hoogte was van het illegale van haar handelen. "Ik had wel het gevoel dat het
niet klopte allemaalmaar [verdachte] gafaan dat alles verzekerd was”. In een latere verklaring vertelt ze het net iets anders: “Ik
vertrouwde het ook nietmaar heb het wel gedaan. Ik vond het moeilijk om te weigeren. " En verder: “Ik was wel blij dat ik [betrokkene 1] had kunnen helpen. Ik vond hem zielig daar alleen in die gevangenis in de Blue Band”. Aangeefster heeft dus zelf meegedaan aan deze acties. Hoe goedbedoeld ook. Dit alles naar aanleiding van een enkele leugen. Vrijspraak is dan op plaats.”

IIIHet eerste cassatiemiddel

6. Het eerste middel keert zich – onder verwijzing naar het vonnis van de rechtbank, waarbij de verdachte van de tenlastegelegde oplichtingsfeiten 1B, 1E en 1F is vrijgesproken – met drie bewijsklachten tegen ’s hofs bewezenverklaring van de oplichting van [aangeefster 2] (feit 1B), de oplichting van [aangeefster 4] (feit 1E) en de oplichting van [aangeefster 5] (feit 1F). Telkens houdt de klacht in de kern in dat niet kan worden gezegd dat deze aangeefsters door een samenweefsel van verdichtsels zijn bewogen tot afgifte van een goed en het aangaan van een schuld, zodat de bewezenverklaring, mede gelet op hetgeen in hoger beroep door de verdediging is aangevoerd, van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, althans onbegrijpelijk is, dan wel ontoereikend is gemotiveerd.

Het juridisch kader

7. De tenlastelegging is met betrekking tot deze oplichtingsfeiten toegesneden op art. 326, eerste lid, Sr, hetgeen meebrengt dat de in de tenlastelegging voorkomende uitdrukking ‘bewegen tot’ geacht moet worden aldaar te zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in die wettelijke bepaling.
8. Art. 326, eerste lid, Sr luidt:
“Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, hetzij door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.”
9. Voor oplichting is blijkens deze strafbepaling naast het toepassen van een oplichtingsmiddel vereist dat iemand door een oplichtingsmiddel wordt 'bewogen tot’ de in die bepaling bedoelde handelingen. In het delictsbestanddeel 'beweegt tot’ ligt een causaal verband besloten. Daarvan is sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van de door het desbetreffende oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld. [1]
10. In het overzichtsarrest over oplichting van 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2892,
NJ2017/158, m.nt. Keijzer overweegt de Hoge Raad met betrekking tot het oplichtingsmiddel ‘samenweefsel van verdichtsels’ en het ‘bewegen tot’ het volgende:
“2.2.1. Met het in de wet omschrijven van specifieke oplichtingsmiddelen – het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, het gebruik van listige kunstgrepen en/of het gebruik van een samenweefsel van verdichtsels – is beoogd het begrip 'oplichting' nader vorm en inhoud te geven. Daarmee wordt bewerkstelligd dat niet iedere vorm van bedrog – bijvoorbeeld bestaande uit niet meer dan het doen van een onware mededeling – en niet iedere toerekenbare tekortkoming in civielrechtelijke zin binnen het bereik van het strafrecht wordt gebracht als misdrijf met een strafmaximum van, kort gezegd, vier jaren gevangenisstraf.
2.2.2.
In dit licht moeten ook betrekkelijk algemeen geformuleerde beperkende overwegingen over een bepaald oplichtingsmiddel in de rechtspraak van de Hoge Raad worden begrepen. Zo heeft de Hoge Raad geoordeeld dat voor het aannemen van een samenweefsel van verdichtsels sprake moet zijn van "meer dan een enkele leugenachtige mededeling" [2] […].
In deze en vergelijkbare beslissingen komt tot uitdrukking dat niet in alle gevallen waarin sprake is van bedrog, het handelen van de verdachte ook kan worden aangemerkt als oplichting.
[…]
2.3.1.
Als belangrijk gemeenschappelijk kenmerk van de verschillende in de delictsomschrijving opgenomen oplichtingsmiddelen kan worden genoemd dat de verdachte door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen bij een ander een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wil roepen teneinde daarvan misbruik te kunnen maken.
2.3.2.
Zo gaat het bij het gebruik van een
samenweefsel van verdichtselsin de kern om gesproken en/of geschreven uitingen die bij die ander een op meer dan een enkele leugenachtige mededeling gebaseerde onjuiste voorstelling van zaken in het leven kunnen roepen. Een voorbeeld daarvan was aan de orde in het arrest waarin de verdachte investeerders in strijd met de waarheid voorhield dat de geïnvesteerde bedragen zouden worden terugbetaald met een jaarlijkse rente van 18%, terwijl hij noch de intentie had noch in staat was om de afspraken na te komen en hij door hem ondertekende "promissory notes" afgaf teneinde te doen voorkomen dat de door hem gemaakte afspraken waren gegarandeerd. [3] Uit dit voorbeeld blijkt dat van 'meer dan een enkele leugenachtige mededeling' niet slechts sprake kan zijn indien meerdere duidelijk van elkaar te scheiden leugens kunnen worden aangewezen, maar ook indien sprake is van een leugenachtige mededeling van voldoende gewicht, in combinatie met andere aan de verdachte toe te rekenen omstandigheden die tot misleiding van het beoogde slachtoffer kunnen leiden, zoals het misbruik van een tussen de verdachte en het beoogde slachtoffer bestaande vertrouwensrelatie. [4]
[…]
2.3.6.
Dat het bij de strafbaarstelling van oplichting gaat om gevallen waarin de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling van zaken in het leven wil roepen teneinde daarvan misbruik te kunnen maken, brengt mee dat aldus niet slechts het vertrouwen wordt beschermd van die ander tegen vermogensnadeel dat hij lijdt, maar ook meer algemeen het vertrouwen dat het publiek ten behoeve van het maatschappelijk en economisch verkeer tot op zekere hoogte mag stellen in de oprechtheid waarmee anderen aan dit verkeer deelnemen. Dit laatste komt in de rechtspraak van de Hoge Raad tot uitdrukking in verschillende voor de beoordeling van het gewicht van het gehanteerde oplichtingsmiddel relevant geachte omstandigheden als: het misbruik maken van een in het maatschappelijk verkeer geldend verwachtingspatroon [5] , het verstrekken van onbruikbare contactgegevens [6] of het veelvuldig herhalen van identieke gedragingen in relatie tot telkens weer andere (beoogde) slachtoffers (vgl. het arrest [7] waarin mede een rol speelde het 'zichtbare gedragspatroon' van de verdachte, bestaande uit het 'telkenmale' onder valse voorwendselen van verschillende personen geld vragen en voor zichzelf aanwenden).
2.4.
In de voorgaande overwegingen staan de verschillende oplichtingsmiddelen centraal. Opmerking – en in voorkomende gevallen aparte aandacht – verdient nog dat voor oplichting blijkens art. 326, eerste lid, Sr is vereist dat iemand door zo een oplichtingsmiddel wordt "bewogen" tot de in die bepaling bedoelde handelingen. Van het in het bestanddeel "beweegt" tot uitdrukking gebrachte causaal verband is sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van de door het desbetreffende oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld als bedoeld in art. 326, eerste lid, Sr.
Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebezigd, is bewogen tot de in art. 326, eerste lid, Sr bedoelde handeling, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. [8] In meer algemene zin kunnen tot die omstandigheden behoren enerzijds de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer, waarbij onder meer de leeftijd en de verstandelijke vermogens van het slachtoffer [9] een rol kunnen spelen. Oplichting in de zin van art. 326, eerste lid, Sr is echter niet aan de orde wanneer het slachtoffer – gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de eigen gedragingen en kennis van zaken – de in een bepaalde gedraging van de verdachte besloten liggende onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien.
2.5.
Tot slot verdient herhaling dat in de kern uit de wettelijke oplichtingsmiddelen een begrenzing van het delict oplichting voortvloeit die mede is bepaald door de wens van de wetgever niet iedere vorm van bedrog strafbaar te stellen. […]”
11. In HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:200,
NJ2015/147, m.nt. Keijzer (rov. 4.4) overweegt de Hoge Raad dat voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels werd ‘bewogen tot’, het aankomt op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden “behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) onware mededelingen in hun onderlinge samenhang, de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid degene tot wie de mededelingen zijn gericht aanleiding had moeten geven de onwaarheid te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen en de persoonlijkheid van het slachtoffer.”
De klachten en de bespreking daarvan
12. De stellers van het middel betogen in de vorm van drie deelklachten met betrekking tot onderscheidenlijk de bewezenverklaring van oplichting van [aangeefster 2] (feit 1B), [aangeefster 4] (feit 1E) en [aangeefster 5] (feit 1F), dat het oordeel van het hof dat ieder van hen door een samenweefsel van verdichtsels is bewogen tot afgifte van telefoons en het aangaan van schulden niet houdbaar is gelet op onder meer het beperkte aantal door de verdachte gedane mededelingen en de beperkte indringendheid en vertrouwenwekkende aard daarvan. Wat betreft
[aangeefster 2]voeren zij aan dat (i) de aangeefster heeft verklaard dat zij het gevoel had dat het niet klopte, (ii) zij ondanks haar relatief jeugdige leeftijd een gezonde volwassen vrouw was met (boven)gemiddelde intelligentie en (iii) zij de verdachte voorafgaand aan het tenlastegelegde feit slechts een paar keer had gezien, waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte geen bijzondere vertrouwenspositie innam. Ten aanzien van
[aangeefster 4]wordt gesteld dat (i) de verdachte haar slechts een enkele leugen heeft voorgehouden (namelijk dat hij iemand op het hoofdkantoor kende die abonnementen van de aangeefster ongedaan zou kunnen maken), (ii) de aangeefster weliswaar een relatief jonge leeftijd had maar over normale verstandelijke vermogens beschikte en de verdachte geen bijzondere vertrouwenspositie innam, allemaal omstandigheden (aldus de stellers van het middel) die aangeefster [aangeefster 4] aanleiding hadden moeten geven de onwaarheid van de mededelingen te herkennen, en (iii) het de eigen wens van de aangeefster was om geld te verdienen. Met betrekking tot
[aangeefster 5]wordt betoogd dat (i) de indringendheid en vertrouwenwekkende aard van de mededelingen van de verdachte zeer beperkt zijn gebleven en (ii) de omstandigheden de aangeefster aanleiding hadden moeten geven de onwaarheid van de mededelingen te herkennen, waarbij in aanmerking wordt genomen dat de aangeefster en de verdachte voorafgaand aan het tenlastegelegde feit pas kort contact met elkaar hadden en elkaar slechts één keer hadden gezien, het hof heeft vastgesteld dat de aangeefster inzag dat het afsluiten van de abonnementen fout was en de aangeefster ondanks haar relatief jeugdige leeftijd een gezonde volwassen vrouw was en normale of gemiddelde verstandelijke vermogens had. Derhalve geldt volgens de stellers van het middel voor alle drie dat noch sprake is van zodanige leugenachtige mededelingen of omstandigheden van voldoende gewicht om van een samenweefsel van verdichtsels te kunnen spreken, noch voldoende aannemelijk is dat de aangeefster mede onder invloed van de door het toegepaste oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot het (via het afsluiten van telefoonabonnementen) aangaan van een schuld en de afgifte van de telefoons. De omstandigheden had ieder van de aangeefsters aanleiding moeten geven de onwaarheid van de mededelingen te herkennen, te meer als daarbij de persoonlijkheid van de slachtoffers wordt betrokken, aldus de stellers van het middel.
13. De drie deelklachten komen in essentie met elkaar overeen en kunnen daarom hieronder gezamenlijk worden besproken. Wel vat ik de vaststellingen van het hof met betrekking tot ieder van de aangeefsters hieronder afzonderlijk samen.
14. Het hof heeft aangaande
[aangeefster 2]het volgende vastgesteld. Zij was net achttien jaar en leed (destijds) aan ADD. De verdachte had haar wijsgemaakt dat door het afsluiten van telefoonabonnementen [betrokkene 1] , die toen gedetineerd zat en op wie zij verliefd was, financieel kon worden geholpen. Het afsluiten van een abonnement zou geen gevolgen voor haar hebben en zij zou (dus) geen last van de contracten hebben omdat er een bedrijf was dat telefoonabonnementen en haar naam uit het systeem kon verwijderen. [aangeefster 2] heeft vervolgens vier telefoonabonnementen afgesloten en de telefoons aan de verdachte gegeven, die hij heeft verkocht. Ook heeft het hof vastgesteld dat [aangeefster 2] toen zij een paar abonnementen had afgesloten, heeft gezegd dat ze er genoeg van had, het niet meer wilde en het eng vond. Zij heeft de verdachte meermalen gevraagd hoe dit kon, waarop de verdachte antwoordde dat zij dit deden om [betrokkene 1] te helpen en dat het veilig was en alles verzekerd was. [betrokkene 1] vertelde [aangeefster 2] dat hij niet wist dat de verdachte haar dingen had laten doen om aan geld te komen dat voor hem bestemd was, en dat hij maar 100 euro van de verdachte had ontvangen.
15 Ten aanzien van aangeefster
[aangeefster 4]heeft het hof vastgesteld dat zij zich voor het afsluiten van telefoonabonnementen heeft laten werven omdat zij slechts achttien jaar oud was, zij gevoelens had voor medeverdachte [betrokkene 8] en de verdachte haar had wijsgemaakt dat ze geld kon verdienen met het afsluiten van telefoonabonnementen en hij iemand kende binnen het hoofdkantoor die er voor kon zorgen dat haar naam uit het systeem werd gehaald. De verdachte had tegen [aangeefster 4] gezegd dat hij haar wel vertrouwde, maar liet daar wel direct op volgen: “als iemand mij naait dan naai ik diegene hard terug want ik houd niet van spelletjes”. Ook [aangeefster 4] heeft vier contracten afgesloten. Op de dag waarop zij de abonnementen afsloot heeft zij een vriendin een aantal berichten gestuurd waaruit enige argwaan blijkt en waarin zij zegt bang te zijn omdat ze nu wel vier contracten op haar naam heeft staan en dat de verdachte haar heeft gezegd dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Verder heeft [aangeefster 4] tegen de verdachte gezegd dat zij gewoon wil dat het geregeld wordt, omdat zij al bang was om de fout in te gaan. Na het afsluiten van de contracten heeft zij ook contact met die [betrokkene 8] , waaruit blijkt dat zij zich over de contracten zorgen maakt en hem vraagt hoe haar naam uit de systemen wordt gehaald.
16. De vaststellingen van het hof met betrekking tot de oplichting van
[aangeefster 5]houden in dat de verdachte haar had gevraagd of zij veel geld wilde verdienen door het afsluiten van telefoonabonnementen. De verdachte had ook gezegd dat zij daarmee veel geld kon verdienen en het geld kon worden gebruikt om een gezamenlijke toekomst op te bouwen, en dat hij iemand kende die ervoor kon zorgen dat haar naam uit het systeem werd gehaald zodat zij geen facturen ontving. Zij dacht dat dit fout was, maar liet zich overhalen. Zij had een laag zelfbeeld en was content met de aandacht van de verdachte. Vervolgens heeft [aangeefster 5] drie telefoonabonnementen afgesloten. De telefoons die bij de abonnementen hoorden, heeft de verdachte verkocht.
17. De zaak vertoont mijns inziens grote gelijkenis met HR 30 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1149,
NJ2020/372, m.nt. Reijntjes. Daarin overweegt de Hoge Raad het volgende:
“2.4.2
Voor bewezenverklaring van oplichting is blijkens artikel 326 lid 1 Sr Pro vereist dat iemand door een oplichtingsmiddel wordt ‘bewogen’ tot de in die bepaling bedoelde handelingen. Van het in het bestanddeel ‘beweegt’ tot uitdrukking gebrachte causaal verband is sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van de door het desbetreffende oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot de afgifte van enig goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld als bedoeld in artikel 326 lid 1 Sr Pro.
Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebezigd, is bewogen tot de in artikel 326 lid 1 Sr Pro bedoelde handeling, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In meer algemene zin kunnen tot die omstandigheden behoren enerzijds de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer, waarbij onder meer de leeftijd en de verstandelijke vermogens van het slachtoffer een rol kunnen spelen. Oplichting in de zin van artikel 326 lid 1 Sr Pro is echter niet aan de orde wanneer het slachtoffer - gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de eigen gedragingen en kennis van zaken - de in een bepaalde gedraging van de verdachte besloten liggende onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien. (Vgl. HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2892.) Dit komt met andere woorden hierop neer dat oplichting in de zin van artikel 326 lid 1 Sr Pro niet aan de orde is, wanneer een middel is gebruikt dat in het algemeen niet is geëigend een ander te bedriegen en het tevens dermate evident is dat sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken dat moet worden aangenomen dat de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid die ander aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen (vgl. de wetsgeschiedenis, zoals weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 51).
2.5
Het hof heeft onder meer het volgende vastgesteld. De aangeefster heeft gereageerd op een advertentie van de verdachte die inhield dat zij ‘vandaag nog’ duizend euro kon verdienen. Zij is vervolgens samen met hem achtereenvolgens naar vier winkels gegaan, waar zij in totaal vijf telefoonabonnementen heeft afgesloten en vijf bijbehorende ‘gratis’ telefoons heeft ontvangen. De verdachte had de aangeefster vooraf uitgelegd hoe het in zijn werk zou gaan met de telefoons en haar voorgehouden dat zijn zwager vanwege diens functie “op een hoofdkantoor dat samenwerkt met alle providers” abonnementen uit het systeem kon halen, zodat er niks op haar naam zou blijven staan. Bij een vijfde winkel heeft de aangeefster een Macbook op afbetaling gekocht, waarvoor zij van de verdachte nog 700 euro extra zou krijgen. De verdachte zei vervolgens tegen de aangeefster dat hij dat geldbedrag nog moest halen, maar is niet meer teruggekomen en de aangeefster heeft geen geld gekregen.
2.6
Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat in het onderhavige geval geen sprake was van een situatie zoals bedoeld in 2.4.2, waarin het beoogde slachtoffer gelet op de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid de onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien. Dat oordeel is niet zonder meer begrijpelijk in het licht van wat het hof heeft vastgesteld over de aard van de in de bewezenverklaring bedoelde mededelingen en de context waarin deze zijn gedaan, waaruit onder meer naar voren komt dat de aangeefster ermee bekend was dat alle handelingen van de verdachte erop waren gericht apparatuur uit winkels te verkrijgen zonder daarvoor (volledig) te betalen en dat de verdachte haar had toegezegd dat haar naam uit de systemen van de providers zou worden verwijderd ondanks de verstrekking van gratis telefoons en de afsluiting van telefoonabonnementen. Gelet hierop is de bewezenverklaring van de onder 6 tenlastegelegde oplichting onvoldoende gemotiveerd.
2.7
Het cassatiemiddel klaagt daarover terecht. […]”
18. Uit de vaststellingen van het hof volgt dat het samenweefsels van verdichtsels steeds inhoudt dat de betrokken aangeefster (veel) geld zou kunnen verdienen met het afsluiten van telefoonabonnementen door de verkoop van de verkregen telefoons en de verdachte iemand kende die de abonnementen uit het systeem kon verwijderen zodat de aangeefster er geen factuur van zou krijgen. Mede gelet op de overige omstandigheden waaronder de gedragingen van de verdachte blijkens de bewijsvoering van het hof plaatsvonden, kan naar het mij voorkomt in geen van de tenlastegelegde gevallen worden gezegd dat geen sprake is geweest van een samenweefsel van verdichtsels.
19. Het komt dan ook vooral aan op de vervolgvraag of de omstandigheden telkens zodanig waren dat de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid [aangeefster 2] , [aangeefster 4] en [aangeefster 5] , ieder voor zich, aanleiding had moeten geven de onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen.
20. Uit de vaststellingen van het hof kan worden afgeleid dat deze drie aangeefsters betrekkelijk jong waren en de verdachte zich ten aanzien van ieder van hen opwierp als een betrouwbare vriend. In het geval van [aangeefster 2] was hij een schakel tussen haar en [betrokkene 1] , de man op wie zij verliefd was en voor wie zij het geld wilde verdienen. [aangeefster 4] was verliefd op medeverdachte [betrokkene 8] , die haar naar de verdachte heeft geleid. [aangeefster 5] ontmoette de verdachte via een datingsite. Omdat zij een laag zelfbeeld had, deed de aandacht van de verdachte haar goed.
21. Maken deze omstandigheden dat de aangeefsters zich daardoor niet hadden moeten laten bedriegen? Uit de bewijsoverwegingen (en vaststellingen) van het hof komt naar voren dat [aangeefster 2] , [aangeefster 4] en [aangeefster 5] – zij alle drie – wel doorhadden dat er iets niet klopte; het verzoek van de verdachte om telefoonabonnementen af te sluiten wekte bij ieder van de aangeefsters argwaan. Zo heeft [aangeefster 2] de verdachte gevraagd “hoe dit kon”, waarmee zij klaarblijkelijk bedoelde hoe het kon dat er toch geld werd verdiend met het afsluiten van de abonnementen. [aangeefster 4] heeft op de dag waarop de abonnementen waren afgesloten een vriendin bericht dat ze “bang was” met vier abonnementen op haar naam. Tegen de verdachte heeft zij gezegd dat zij al bang was de fout in te gaan. Bij [aangeefster 5] ging de gedachte door haar hoofd dat “dit fout was” (ik, A-G, begrijp: het afsluiten van de abonnementen). Uit de bewijsvoering van het hof maak ik niet op dat de persoonlijkheid van deze vrouwen (leeftijd en verstandelijke vermogens) hier enige rol van betekenis heeft gespeeld. Gelet op deze omstandigheden meen ik dat het oordeel van het hof over het ‘bewegen tot’ in het licht van de hierboven aangehaalde rechtspraak van de Hoge Raad en de daarin verwoorde gezichtspunten inzake oplichting, onvoldoende is gemotiveerd en dat mitsdien de bewezenverklaring op dit onderdeel tekortschiet.
22. Het middel slaagt in zoverre ten aanzien van elk van de deelklachten.

IVHet tweede cassatiemiddel

23. Het hof heeft onder 1A ‘mensenhandel’ betreffende een zestal aangeefsters bewezenverklaard. [10] Het middel bestaat uit evenzoveel (samenhangende) klachten, met dien verstande dat wat betreft de bewezenverklaring (kort gezegd) aangaande iedere aangeefster een aparte klacht is geformuleerd. In de kern houdt elke klacht materieel hetzelfde in. De bewezenverklaring zou – telkens – van een onjuiste rechtsopvatting getuigen, althans onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd zijn, omdat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat sprake is geweest van uitbuiting van de aangeefsters. De gemeenschappelijke redenen die daarvoor in de schriftuur worden genoemd, zijn: 1) het handelen van de verdachte geeft geen blijk van misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie; 2) de duur en (zo begrijp ik de toelichting op het middel) de aard en intensiteit van het contact tussen de verdachte en ieder van de zes aangeefsters is beperkt geweest; 3) geen van de aangeefsters is noemenswaardig in haar bewegings- en keuzevrijheid beperkt door de verdachte; 4) het voordeel in dit verband voor de verdachte is minimaal geweest. De klachten lenen zich daarom voor een gezamenlijke bespreking.
Het juridisch kader
24. De tenlastelegging en bewezenverklaring zijn in de voorliggende zaak toegesneden op de onderdelen 1°, 4° en 6° van art. 273f, eerste lid en zesde lid, Sr, die ook al ten tijde van het begaan van de feiten als volgt luidden: [11]
“1. Als schuldig aan mensenhandel wordt met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie gestraft:
1°. degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen;
[…]
4°. degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt of beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar te stellen dan wel onder de onder 1° genoemde omstandigheden enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar stelt;
[…]
6°. degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander.
[…]
6. Onder kwetsbare positie wordt mede begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.”
25. Voor art. 273f, eerste lid, aanhef en onder 1°, Sr is niet vereist dat de aangever daadwerkelijk wordt uitgebuit. Zoals uit de tekst van deze bepaling al blijkt volstaat handelen met ‘het oogmerk van uitbuiting’. Voor bewezenverklaring van dat oogmerk is vereist dat het handelen van de verdachte, naar hij moet hebben beseft, als noodzakelijk en dus door hem gewild gevolg meebracht dat de ander door hem werd of zou kunnen worden uitgebuit. [12]
26. Voor onderdeel 6° geldt dat ‘uitbuiting’ als bestanddeel in de delictsomschrijving is opgenomen. Hoewel dit bestanddeel ontbreekt in onderdeel 4°, moet ‘uitbuiting’ daar wel worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel, [13] nu de in die bepaling bedoelde gedragingen eerst dan als ‘mensenhandel’ kunnen worden bestraft indien uit de bewijsvoering volgt dat is voldaan aan de voorwaarde dat zij zijn begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld. [14]
27. Het bestanddeel ‘uitbuiting’ is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de opsomming in het tweede lid van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder gedwongen of verplichte arbeid of diensten. [15] De vraag of – en zo ja, wanneer – sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van deze bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd. [16] Hierbij geldt in geval van minderjarige slachtoffers dat de beoordeling van dergelijke factoren tot een andere uitkomst kan leiden dan in het geval het slachtoffer meerderjarig is. [17]
28. Afzonderlijke vermelding verdient tot slot het arrest van HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:554,
NJ2016/315, m.nt. Van Kempen. Het namens het openbaar ministerie voorgestelde middel in die zaak komt op tegen ’s hofs oordeel “dat een gedraging als het 'afsluiten van een telefoonabonnement' niet zonder meer is aan te merken als arbeid of dienst tot het verrichten waarvan iemand wordt gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen als bedoeld in art. 273f, eerste lid aanhef en onder 4°, Sr”. Volgens de Hoge Raad geeft dit oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk, daarbij refererend aan het hier toepasselijke toetsingskader (zie de voorgaande randnummers) en de omstandigheden van dat geval. Het hof had overwogen dat telkens zich uitbuiting had voorgedaan, “in het bijzonder gelet op de aard en de korte duur (één of enkele dagen) van de diensten, de niet-noemenswaardige beperkingen die zij voor de betrokkenen meebrachten en het economische voordeel dat daarmee door de verdachte werd behaald, alsmede gelet op de overige (persoonlijke) omstandigheden van de betrokkenen”.
De bespreking van de klachten
29. Het hof heeft ten aanzien van de genoemde aangeefsters het volgende overwogen respectievelijk vastgesteld (ik houd het beknopt).
30.
[aangeefster 2], toen net achttien jaar oud, is door misleiding geworven en heeft vier abonnementen afgesloten waardoor zij in de schulden raakte. Zij hoopte dat de verdachte haar uit de schulden kon helpen en heeft daarom, terwijl zij dat niet wilde, met de verdachte en zijn 'neef' seks gehad. Daarmee heeft de verdachte misbruik gemaakt van haar kwetsbare positie die mede was ontstaan als gevolg van de schulden waar ze door toedoen van de verdachte in dreigde te geraken of al in was geraakt. Het overwicht van de verdachte bestond onder meer hierin, dat de aangeefster in de veronderstelling verkeerde dat de verdachte kon voorkomen dat zij verder in de schulden zou komen. Voorts heeft de verdachte van de uitbuiting geprofiteerd door de telefoons, die bij de abonnementen hoorden, in zijn bezit te nemen en te verkopen.
31.
[aangeefster 3]was net vrijgezel toen de verdachte haar aansprak. Na enige tijd werd zij verliefd op de verdachte. De verdachte heeft haar door misleiding geworven. Hij had immers andere intenties dan een liefdesrelatie met haar op te bouwen. Omdat zij een baan, woning en auto had, viel er meer van haar te profiteren. Hij liet de aangeefster onder meer betalen voor goederen, maakte gebruik van haar auto en maakte gebruik van haar woning. Daarnaast liet de verdachte de aangeefster op seksueel gebied dingen doen die zij niet wilde. Om ruzie te voorkomen heeft zij seks gehad met andere mannen, hetgeen is gefilmd. Ook zijn er filmpjes gemaakt toen de verdachte en zij seks met elkaar hadden en heeft de verdachte gedreigd dit online te zetten. De combinatie van het financiële misbruik, het tegen haar wil verrichten van seksuele handelingen en het (laten) vervaardigen van filmbeelden daarvan levert volgens het hof (oogmerk van) uitbuiting op.
32. De verdachte heeft de destijds achttienjarige
[aangeefster 1]via een datingsite geworven en is met haar vervolgens een seksuele relatie aangegaan. Tijdens die relatie heeft hij haar onder druk gezet om abonnementen af te sluiten en heeft hij haar proberen over te halen om seks te hebben met derden. Het hof heeft in dat kader overwogen dat de uitbuiting zelf niet is geslaagd, maar dat hieruit wel het oogmerk van uitbuiting kan worden afgeleid. Daarnaast heeft de verdachte in het geheim filmpjes van haar gemaakt terwijl zij seks hadden. De aangeefster verkeerde in een kwetsbare positie door de gevoelens die zij voor de verdachte had. De telefoonabonnementen heeft zij onder druk afgesloten.
33. Ook de toen achttienjarige
[aangeefster 4]verkeerde in een kwetsbare positie omdat zij verliefd was op de medeverdachte [betrokkene 8] , waardoor zij (zo begrijp ik het hof) makkelijker te manipuleren was. Nadat zij facturen ontving van de abonnementen die zij had afgesloten nadat de verdachte haar had wijsgemaakt dat ze daarmee geld kon verdienen, maakte de verdachte misbruik van de benarde positie waarin zij verkeerde, door haar te zeggen dat zij naar hem toe moest komen zodat hij haar kon helpen. Uit de door het hof aangehaalde gesprekken heeft het hof afgeleid dat de verdachte wilde dat de aangeefster naar hem toe kwam om seks met hem en anderen te hebben. Dat leidt het hof tot de slotsom dat de verdachte geprobeerd heeft haar financieel en seksueel te exploiteren.
34. Evenals [aangeefster 1] werd
[aangeefster 5]geworven via een datingsite. Met betrekking tot haar had de verdachte het oogmerk haar financieel en seksueel te exploiteren. Hij heeft haar immers voorgehouden dat ze geld kon verdienen voor een gezamenlijke toekomst met de verdachte wanneer zij telefoonabonnementen zou afsluiten. De aangeefster heeft zich daartoe laten overhalen. Ook probeerde de verdachte haar ertoe te brengen haar limiet voor rood staan op haar bankrekening te verhogen. De verdachte was niet alleen uit op geldelijk gewin maar ook op seksueel gerief, omdat hij graag trioseks met haar wilde en daarnaast wilde dat zij seks met vrienden van de verdachte had. De verdachte heeft wel seks gehad met de aangeefster, maar van zijn andere voorstellen op dit gebied is het niet gekomen.
35. Tot slot is ook
[aangeefster 6]door misleiding geworven via een datingsite. Het ging op dat moment niet goed met haar; zij was kwetsbaar na de beëindiging van een relatie van drie jaar. Toen de verdachte interesse in haar toonde was ze bang zijn liefde te verliezen. De relatie was voor de verdachte een middel om te kunnen profiteren, bijvoorbeeld door haar telefoonabonnementen te laten afsluiten, wat ze heeft gedaan om hem niet teleur te stellen. De verdachte heeft er ook op aangedrongen dat ze met meerdere mannen seksuele handelingen zou verrichten terwijl dit dan gefilmd zou worden. Dit heeft zij gedaan, hoezeer zij dat niet wilde en dit voor de verdachte duidelijk was. De verdachte heeft haar bovendien zonder haar toestemming gefilmd toen de aangeefster en hij seks hadden. Volgens het hof heeft de verdachte dat ook [aangeefster 6] door misleiding en misbruik van haar kwetsbare positie uitgebuit.
36. Uit de verschillende hiervoor weergegeven, door het hof vastgestelde, voorvallen blijkt dat het handelen van de verdachte steeds een min of meer zelfde verloop/patroon kent. Hij benadert (jonge) vrouwen en stelt deze, zonder dat dit zijn ware intenties zijn, een liefdesrelatie met hem c.q. een bekende in het vooruitzicht, of maakt (daarnaast ook nog) anderszins misbruik van de in dat opzicht kwetsbare positie waarin de vrouw op dat moment verkeert. In werkelijkheid is het handelen van de verdachte er steeds op gericht dat de betrokken vrouw telefoonabonnementen afsluit, met als enig doel dat hij daarvan financieel profiteert. Een aantal van de aangeefsters komt daardoor in een benarde positie te verkeren wanneer zij, anders dan de verdachte aan hen voorhield, toch (hoge) rekeningen van de abonnementen ontvangen. De verdachte maakt vervolgens misbruik van die situatie in de zin van seksuele exploitatie; hij heeft seks met de vrouwen of laat de vrouwen seks met anderen hebben. In ieder geval was zijn oogmerk daar op zijn minst op gericht. In het voorkomende geval dreigt de verdachte de gemaakte seksfilmpjes openbaar te maken. Ook gebruikte hij de geënsceneerde relatie die hij zogenaamd met de aangeefsters was aangegaan, als een methode om ook hen seksuele handelingen te laten verrichten terwijl duidelijk was dat zij dat liever niet wilden.
37. Ik meen dat de onderhavige zaak in dat opzicht belangrijke verschillen kent met de zaak die in het hierboven genoemde arrest van HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:554,
NJ2016/315, m.nt. Van Kempen speelde. Vanwege deze verschillen meen ik op grond van het voorgaande dat het bestreden oordeel van het hof over de mensenhandel (zoals tenlastegelegd) niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. Ook is dat oordeel mijns inziens niet onbegrijpelijk, noch ontoereikend gemotiveerd, mede gelet op hetgeen ter zake door de verdediging ter zitting is aangevoerd.
38. Het middel faalt.

VHet derde middel

39. Het derde middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. Ik meen, nu het eerste middel in mijn optiek slaagt, dat dit middel om die reden niet besproken hoeft te worden.

VISlotsom

40. Het eerste middel slaagt. Het tweede middel faalt.
41. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
42. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1B, 1E en 1F tenlastegelegde en de strafoplegging, derhalve met inbegrip van de vorderingen van de benadeelde partijen [aangeefster 2] en [aangeefster 4] , [18] in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Zie over ‘samenweefsel van verdichtsels’, ‘bewegen tot’ en het causaal verband nader J.H.B. Bemelmans en E.J. Hofstee, ‘Oplichting en aanverwant strafbaar bedrog in Nederland anno 2011’, in:
2.HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:200,
3.HR 6 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF6599,
4.Vgl. HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:200,
5.HR 13 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0806,
6.HR 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3144,
7.HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:200,
8.Vgl. HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8600,
9.Vgl. HR 4 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU5719,
10.De rechtbank heeft de verdachte ook van dit feit vrijgesproken.
11.Art. 273f Sr is laatstelijk gewijzigd bij wet van 6 november 2013,
12.HR 27 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI7099,
13.Idem bij de onderdelen 3° en 9°.
14.Aldus onder meer: HR 11 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:534; HR 4 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:191,
15.Dit tweede lid luidde en luidt: “Uitbuiting omvat ten minste uitbuiting van een ander in de prostitutie, andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen of verplichte arbeid of diensten, met inbegrip van bedelarij, slavernij en met slavernij te vergelijken praktijken, dienstbaarheid en uitbuiting van strafbare activiteiten.”
16.Onder meer HR 11 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:534; HR 5 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:554,
17.Vgl. HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309,
18.[aangeefster 5] heeft haar aanvankelijke vordering tot schadevergoeding in hoger beroep kennelijk niet doorgezet.