Conclusie
IIBewezenverklaring en bewijsvoering
Oordeel van het hof
[aangeefster 2]
[aangeefster 3]
zondag 31 januari 2016: 01.53 uur
zondag 31 januari 2016: 15:06 uur
zondag 31 januari 2016: 15:08 uur
zondag 31 januari 2016: 16:00 uur
zondag 7 februari 2016: 21:20 uur
Maandag 8 februari 2016: 11:35 uur
woensdag 10 februari 2016; 13.17 uur
Hi [aangeefster 3] , leuk dat je reageert dus ik ga direct, eerlijk tegen zijn. Ik zoek iemand die echt graag pijpt en niet vies is van sperma en zelf ook het liefste slikt. (...) Is dit iets voor jou? Stuur dan even een foto en de vergoeding waar jij aan denkt! (....)
dinsdag 5 april 2016: 14.37 uur
donderdag 14 april 2016: 09.11 uur
vrijdag 15 april 2016: 23.05 uur
zaterdag 16 april 2016; 04:46 uur
woensdag 27 april 2016; 20:17 uur
donderdag 28 april 2016; 01:30 uur
donderdag 28 april 2016; 02:55 uur
woensdag 4 mei 2016; 16:32 uur
woensdag 4 mei 2016; 16:49 uur
vrijdag 6 mei 2016; 17:47 uur
zaterdag 7 mei 2016; 11:10 uur
[aangeefster 1]
[aangeefster 4]
Kijk, he, ik werd ff helemaal bang. Fuck, ik heb nou wel 4 contracten op mijn naam staan."
Maar die dingen he, wordt van mijn naam afgehaald door zo'n persoon en ja, ik hoefde mij geen zorgen te maken. Hij zei zo, denk je dat ik jou laat betalen, blabla, ik zei, ik tril gewoon helemaal he en he, ja, hij zei, komt goed, wij gaan veel maken, wij gaan zwaar veel maken."
Eerste audiobestand:
What the fuck dan ook".
Tweede autobestand:
Die meid is niet goed, joh. Je ziet ik heb niks van haar op facebook, niks van haar op insta, ik heb helemaal niks van haar. Zij zet alleen maar dingen met mij d 'r op. Maar ik vertel het jou zondag wel"
Tweede audiobestand: “Maar wat dan, ken je haar, ben je bevriend met haar.”
11.35-11:43 uur
7.40-08:06 uur
10.37 uur
12.07 uur
14.23-14:24 uur
Oké schat, ben je tevreden? Dit is alleen nog begin he, weet je en als we zien jij bent gewoon serieus, jij bent real met ons, jij bent 100 procent, wij kunnen jou vertrouwen, dan komt nog veel meer schat.”
29.februari 2016
2.maart 2016
16.maart 2016:
18.maart 2016
[betrokkene 13]
[aangeefster 5]
[aangeefster 6]
Bewijsoverweging
[aangeefster 2]geldt dat verdachte haar door misleiding heeft geworven en telefoonabonnementen heeft laten afsluiten. Verdachte had haar wijsgemaakt dat door het afsluiten van telefoonabonnementen [betrokkene 1] (op wie [aangeefster 2] verliefd was en die toen gedetineerd zat) financieel kon worden geholpen terwijl [aangeefster 2] geen last van de contracten zou hebben, omdat haar naam uit het systeem kon worden verwijderd. Dit bleek niet het geval te zijn en [aangeefster 2] dreigde in de schulden te komen. Zij hoopte dat verdachte haar uit die situatie kon halen en heeft daarom gelijktijdig seks met hem en zijn ‘neef’ gehad, hoewel zij geen seks wilde met verdachte en die ‘neef’ en dit vooraf ook kenbaar had gemaakt. Tijdens die seks werd [aangeefster 2] ook blootgesteld aan het risico een soa op te lopen, omdat sprake was van onbeschermde seks.
[aangeefster 3]geldt dat zij geboren is in 1991 en niet zo jong was als de overige aangeefsters: Daar staat tegenover dat zij een baan, een woning en een auto had, waardoor er financieel meer van haar viel te profiteren en dat heeft verdachte dan ook gedaan. Hij liet [aangeefster 3] betalen voor goederen (zoals een dure jas en een grote hoeveelheid hasj), hij maakte veel gebruik van haar auto en weigerde deze terug te brengen toen ze daarom vroeg, waarop ze uiteindelijk aangifte van verduistering heeft gedaan. Daarnaast heeft hij haar overgehaald een telefoonabonnement op haar naam te nemen, zodat verdachte kon profiteren van de daarbij behorende telefoon. Verdachte maakte gebruik van de woning van [aangeefster 3] , onder meer om seks te hebben met een volgend slachtoffer. Op seksueel gebied liet verdachte [aangeefster 3] dingen doen die zij niet wilde. Verdachte raakte kennelijk opgewonden als hij zag dat [aangeefster 3] seks had met andere mannen. Na aandringen en om ruzie te voorkomen heeft [aangeefster 3] uiteindelijk seks gehad met een andere man en de seksuele handelingen gefilmd, terwijl zij ook met het laatste moeite had. Verdachte moet vanwege het feit dat hij moest aandringen zich gerealiseerd hebben dat [aangeefster 3] geen seks wilde hebben met die man en dit ook niet wilde filmen. Uit de door verdachte en [aangeefster 3] gevoerde gesprekken blijkt bovendien dat zonder dat [aangeefster 3] het wist zij (tijdens de seks met verdachte of toen zij naakt was) door verdachte was gefilmd. Zij vond dit geen prettige gedachte. Toen [aangeefster 3] later tegen verdachte zei dat ze naar de politie zou gaan als ze haar auto niet terug zou krijgen, dreigde verdachte een seksfilmpje van haar online te zetten.
[aangeefster 1]geldt dat verdachte haar, toen ze 18 jaar was, via de site Baddoo heeft geworven, een seksrelatie met haar is aangegaan, tijdens welke relatie hij haar onder druk heeft gezet om vier telefoonabonnementen af te sluiten. Tevens heeft verdachte [aangeefster 1] proberen over te halen om seks te hebben met derden. Dat is hem echter niet gelukt. Tijdens de relatie heeft verdachte zonder dat [aangeefster 1] het wist filmpjes gemaakt van hun seksuele handelingen.
[aangeefster 4]geldt dat verdachte haar toen ze 18 jaar was (via [betrokkene 8] ) heeft geworven met het doel haar telefoonabonnementen te laten afsluiten, zodat hij financieel kon profiteren en met als gevolg dat [aangeefster 4] schulden kreeg. [aangeefster 4] heeft zich laten werven omdat ze slechts 18 jaar oud was, gevoelens had voor de tevens aanwezige [betrokkene 8] en verdachte haar had wijsgemaakt dat ze geld kon verdienen met het afsluiten van telefoonabonnementen onder meer omdat verdachte iemand kende van het hoofdkantoor die er voor kon zorgen dat haar naam uit het systeem werd gehaald. Als [aangeefster 4] , anders dan haar was voorgesteld, toch een factuur ontvangt, neemt ze contact op met verdachte met het verzoek om te regelen dat ze uit het systeem wordt gehaald. Verdachte probeert vervolgens misbruik te maken van de benarde positie waarin [aangeefster 4] zich bevindt door haar te zeggen dat ze naar hem toe moet komen en dat hij haar anders niet kan helpen. Uit de gesprekken die volgen kan worden afgeleid dat verdachte wil dat ze bij hem komt zodat ze seks kunnen hebben. [aangeefster 4] gaat hier niet op in. Ook gaat ze niet in op het voorstel van verdachte (en [betrokkene 8] ) om geld te verdienen door seks met andere mannen te hebben.
[aangeefster 5]geldt dat verdachte haar heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting. Het doel van verdachte was van het begin af aan om [aangeefster 5] zowel financieel als seksueel te exploiteren. Verdachte heeft [aangeefster 5] leren kennen via een datingsite. Kort nadat ze voor de eerste keer (onbeschermde) seks hebben gehad in de woning van [aangeefster 3] , begint verdachte met het overhalen van [aangeefster 5] om telefoonabonnementen af te sluiten. Hij zegt dat ze veel geld kan verdienen met het afsluiten van abonnementen. Het geld kan worden gebruikt om een gezamenlijke toekomst op te bouwen. Hij kent iemand die ervoor kan zorgen dat haar naam uit het systeem wordt gehaald, zodat ze niet de facturen ontvangt. [aangeefster 5] laat zich overhalen en sluit de abonnementen af. Tevens probeert verdachte haar over te halen om haar limiet voor rood staan te verhogen. Verder wil verdachte graag trio seks en hij wil graag dat zij seks heeft met vrienden van verdachte.
[aangeefster 6]geldt eveneens dat verdachte haar door misleiding heeft verworven. Verdachte verwierf haar om haar financieel en seksueel te exploiteren, terwijl [aangeefster 6] dacht een date aan te gaan, die eventueel gevolgd zou kunnen worden door een relatie. Die relatie kwam er, maar niet zoals [aangeefster 6] had verwacht en gehoopt. Voor verdachte was de relatie een middel om te kunnen profiteren van [aangeefster 6] . Ook haar werd gevraagd telefoonabonnementen af te sluiten en ook haar werd wijs gemaakt dat verdachte iemand kende die de abonnementen ongedaan zou kunnen maken. [aangeefster 6] heeft inderdaad drie abonnementen voor verdachte afgesloten. Voor zijn seksuele gerief heeft hij [aangeefster 6] gevraagd seks te hebben met meerdere mannen tegelijk en die seksuele handelingen te filmen. [aangeefster 6] heeft dat gedaan, maar niet omdat ze het zelf wilde. Ze heeft het gedaan, omdat verdachte daarop aandrong. Vanwege de manier waarop verdachte [aangeefster 6] heeft overgehaald moet het voor verdachte duidelijk zijn geweest dat zij dit niet wilde. Ook heeft verdachte, terwijl [aangeefster 6] het niet wist, haar gefilmd tijdens de seks met verdachte. Verdachte heeft [aangeefster 6] gevraagd seks met mannen te hebben tegen betaling en ook stelde hij voor een woning op haar naam te zetten zodat daarin wiet kon worden geteeld.
[betrokkene 13]geldt dat zij nog maar 14 jaar oud was toen zij verdachte ontmoette. Verdachte kon niet van haar profiteren door haar telefoonabonnementen te laten afsluiten. Ze was immer nog minderjarig. Wel heeft hij op seksueel gebied van haar geprofiteerd onder meer in de zin dat hij seks met haar had. De verklaring van [betrokkene 13] vertoont overeenkomsten met de andere hierboven genoemde (volwassen) aangeefsters. Een overeenkomst was dat verdachte [betrokkene 13] gefilmd heeft terwijl ze naakt was en/of seks had en dat hij dreigde dat filmpje te openbaren als zij niet deed wat hij wilde. Een andere overeenkomst is dat [betrokkene 13] op verzoek van verdachte seks had met een derde. Volgens [betrokkene 13] had verdachte haar hiervoor geld aangeboden. In een hierboven weergegeven chat met de verdachte biedt verdachte [betrokkene 13] geld aan als ze naar zijn huis komt, kennelijk met de bedoeling om daar seks te hebben met verdachte en/of een derde. In deze chat (die er op neer komt dat verdachte [betrokkene 13] geld aanbiedt voor seks) en in de verklaringen van anderen (waaruit blijkt dat verdachte graag ziet dat zijn partner seks met een derde heeft) ziet het hof bevestiging voor de verklaring van [betrokkene 13] dat ze op verzoek van verdachte seks heeft gehad met een derde en dat haar daarvoor geld is geboden.
3.5 [aangeefster 5]
niet klopte allemaalmaar [verdachte] gafaan dat alles verzekerd was”. In een latere verklaring vertelt ze het net iets anders: “Ik
vertrouwde het ook nietmaar heb het wel gedaan. Ik vond het moeilijk om te weigeren. " En verder: “Ik was wel blij dat ik [betrokkene 1] had kunnen helpen. Ik vond hem zielig daar alleen in die gevangenis in de Blue Band”. Aangeefster heeft dus zelf meegedaan aan deze acties. Hoe goedbedoeld ook. Dit alles naar aanleiding van een enkele leugen. Vrijspraak is dan op plaats.”
IIIHet eerste cassatiemiddel
Het juridisch kader
NJ2017/158, m.nt. Keijzer overweegt de Hoge Raad met betrekking tot het oplichtingsmiddel ‘samenweefsel van verdichtsels’ en het ‘bewegen tot’ het volgende:
samenweefsel van verdichtselsin de kern om gesproken en/of geschreven uitingen die bij die ander een op meer dan een enkele leugenachtige mededeling gebaseerde onjuiste voorstelling van zaken in het leven kunnen roepen. Een voorbeeld daarvan was aan de orde in het arrest waarin de verdachte investeerders in strijd met de waarheid voorhield dat de geïnvesteerde bedragen zouden worden terugbetaald met een jaarlijkse rente van 18%, terwijl hij noch de intentie had noch in staat was om de afspraken na te komen en hij door hem ondertekende "promissory notes" afgaf teneinde te doen voorkomen dat de door hem gemaakte afspraken waren gegarandeerd. [3] Uit dit voorbeeld blijkt dat van 'meer dan een enkele leugenachtige mededeling' niet slechts sprake kan zijn indien meerdere duidelijk van elkaar te scheiden leugens kunnen worden aangewezen, maar ook indien sprake is van een leugenachtige mededeling van voldoende gewicht, in combinatie met andere aan de verdachte toe te rekenen omstandigheden die tot misleiding van het beoogde slachtoffer kunnen leiden, zoals het misbruik van een tussen de verdachte en het beoogde slachtoffer bestaande vertrouwensrelatie. [4]
Het antwoord op de vraag of in een concreet geval het slachtoffer door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebezigd, is bewogen tot de in art. 326, eerste lid, Sr bedoelde handeling, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. [8] In meer algemene zin kunnen tot die omstandigheden behoren enerzijds de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid het beoogde slachtoffer aanleiding had moeten geven die onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen, en anderzijds de persoonlijkheid van het slachtoffer, waarbij onder meer de leeftijd en de verstandelijke vermogens van het slachtoffer [9] een rol kunnen spelen. Oplichting in de zin van art. 326, eerste lid, Sr is echter niet aan de orde wanneer het slachtoffer – gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder de eigen gedragingen en kennis van zaken – de in een bepaalde gedraging van de verdachte besloten liggende onjuiste voorstelling van zaken had moeten doorzien.
NJ2015/147, m.nt. Keijzer (rov. 4.4) overweegt de Hoge Raad dat voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels werd ‘bewogen tot’, het aankomt op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden “behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) onware mededelingen in hun onderlinge samenhang, de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid degene tot wie de mededelingen zijn gericht aanleiding had moeten geven de onwaarheid te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen en de persoonlijkheid van het slachtoffer.”
[aangeefster 2]voeren zij aan dat (i) de aangeefster heeft verklaard dat zij het gevoel had dat het niet klopte, (ii) zij ondanks haar relatief jeugdige leeftijd een gezonde volwassen vrouw was met (boven)gemiddelde intelligentie en (iii) zij de verdachte voorafgaand aan het tenlastegelegde feit slechts een paar keer had gezien, waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte geen bijzondere vertrouwenspositie innam. Ten aanzien van
[aangeefster 4]wordt gesteld dat (i) de verdachte haar slechts een enkele leugen heeft voorgehouden (namelijk dat hij iemand op het hoofdkantoor kende die abonnementen van de aangeefster ongedaan zou kunnen maken), (ii) de aangeefster weliswaar een relatief jonge leeftijd had maar over normale verstandelijke vermogens beschikte en de verdachte geen bijzondere vertrouwenspositie innam, allemaal omstandigheden (aldus de stellers van het middel) die aangeefster [aangeefster 4] aanleiding hadden moeten geven de onwaarheid van de mededelingen te herkennen, en (iii) het de eigen wens van de aangeefster was om geld te verdienen. Met betrekking tot
[aangeefster 5]wordt betoogd dat (i) de indringendheid en vertrouwenwekkende aard van de mededelingen van de verdachte zeer beperkt zijn gebleven en (ii) de omstandigheden de aangeefster aanleiding hadden moeten geven de onwaarheid van de mededelingen te herkennen, waarbij in aanmerking wordt genomen dat de aangeefster en de verdachte voorafgaand aan het tenlastegelegde feit pas kort contact met elkaar hadden en elkaar slechts één keer hadden gezien, het hof heeft vastgesteld dat de aangeefster inzag dat het afsluiten van de abonnementen fout was en de aangeefster ondanks haar relatief jeugdige leeftijd een gezonde volwassen vrouw was en normale of gemiddelde verstandelijke vermogens had. Derhalve geldt volgens de stellers van het middel voor alle drie dat noch sprake is van zodanige leugenachtige mededelingen of omstandigheden van voldoende gewicht om van een samenweefsel van verdichtsels te kunnen spreken, noch voldoende aannemelijk is dat de aangeefster mede onder invloed van de door het toegepaste oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot het (via het afsluiten van telefoonabonnementen) aangaan van een schuld en de afgifte van de telefoons. De omstandigheden had ieder van de aangeefsters aanleiding moeten geven de onwaarheid van de mededelingen te herkennen, te meer als daarbij de persoonlijkheid van de slachtoffers wordt betrokken, aldus de stellers van het middel.
[aangeefster 2]het volgende vastgesteld. Zij was net achttien jaar en leed (destijds) aan ADD. De verdachte had haar wijsgemaakt dat door het afsluiten van telefoonabonnementen [betrokkene 1] , die toen gedetineerd zat en op wie zij verliefd was, financieel kon worden geholpen. Het afsluiten van een abonnement zou geen gevolgen voor haar hebben en zij zou (dus) geen last van de contracten hebben omdat er een bedrijf was dat telefoonabonnementen en haar naam uit het systeem kon verwijderen. [aangeefster 2] heeft vervolgens vier telefoonabonnementen afgesloten en de telefoons aan de verdachte gegeven, die hij heeft verkocht. Ook heeft het hof vastgesteld dat [aangeefster 2] toen zij een paar abonnementen had afgesloten, heeft gezegd dat ze er genoeg van had, het niet meer wilde en het eng vond. Zij heeft de verdachte meermalen gevraagd hoe dit kon, waarop de verdachte antwoordde dat zij dit deden om [betrokkene 1] te helpen en dat het veilig was en alles verzekerd was. [betrokkene 1] vertelde [aangeefster 2] dat hij niet wist dat de verdachte haar dingen had laten doen om aan geld te komen dat voor hem bestemd was, en dat hij maar 100 euro van de verdachte had ontvangen.
[aangeefster 4]heeft het hof vastgesteld dat zij zich voor het afsluiten van telefoonabonnementen heeft laten werven omdat zij slechts achttien jaar oud was, zij gevoelens had voor medeverdachte [betrokkene 8] en de verdachte haar had wijsgemaakt dat ze geld kon verdienen met het afsluiten van telefoonabonnementen en hij iemand kende binnen het hoofdkantoor die er voor kon zorgen dat haar naam uit het systeem werd gehaald. De verdachte had tegen [aangeefster 4] gezegd dat hij haar wel vertrouwde, maar liet daar wel direct op volgen: “als iemand mij naait dan naai ik diegene hard terug want ik houd niet van spelletjes”. Ook [aangeefster 4] heeft vier contracten afgesloten. Op de dag waarop zij de abonnementen afsloot heeft zij een vriendin een aantal berichten gestuurd waaruit enige argwaan blijkt en waarin zij zegt bang te zijn omdat ze nu wel vier contracten op haar naam heeft staan en dat de verdachte haar heeft gezegd dat ze zich geen zorgen hoefde te maken. Verder heeft [aangeefster 4] tegen de verdachte gezegd dat zij gewoon wil dat het geregeld wordt, omdat zij al bang was om de fout in te gaan. Na het afsluiten van de contracten heeft zij ook contact met die [betrokkene 8] , waaruit blijkt dat zij zich over de contracten zorgen maakt en hem vraagt hoe haar naam uit de systemen wordt gehaald.
[aangeefster 5]houden in dat de verdachte haar had gevraagd of zij veel geld wilde verdienen door het afsluiten van telefoonabonnementen. De verdachte had ook gezegd dat zij daarmee veel geld kon verdienen en het geld kon worden gebruikt om een gezamenlijke toekomst op te bouwen, en dat hij iemand kende die ervoor kon zorgen dat haar naam uit het systeem werd gehaald zodat zij geen facturen ontving. Zij dacht dat dit fout was, maar liet zich overhalen. Zij had een laag zelfbeeld en was content met de aandacht van de verdachte. Vervolgens heeft [aangeefster 5] drie telefoonabonnementen afgesloten. De telefoons die bij de abonnementen hoorden, heeft de verdachte verkocht.
NJ2020/372, m.nt. Reijntjes. Daarin overweegt de Hoge Raad het volgende:
IVHet tweede cassatiemiddel
NJ2016/315, m.nt. Van Kempen. Het namens het openbaar ministerie voorgestelde middel in die zaak komt op tegen ’s hofs oordeel “dat een gedraging als het 'afsluiten van een telefoonabonnement' niet zonder meer is aan te merken als arbeid of dienst tot het verrichten waarvan iemand wordt gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen als bedoeld in art. 273f, eerste lid aanhef en onder 4°, Sr”. Volgens de Hoge Raad geeft dit oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk, daarbij refererend aan het hier toepasselijke toetsingskader (zie de voorgaande randnummers) en de omstandigheden van dat geval. Het hof had overwogen dat telkens zich uitbuiting had voorgedaan, “in het bijzonder gelet op de aard en de korte duur (één of enkele dagen) van de diensten, de niet-noemenswaardige beperkingen die zij voor de betrokkenen meebrachten en het economische voordeel dat daarmee door de verdachte werd behaald, alsmede gelet op de overige (persoonlijke) omstandigheden van de betrokkenen”.
[aangeefster 2], toen net achttien jaar oud, is door misleiding geworven en heeft vier abonnementen afgesloten waardoor zij in de schulden raakte. Zij hoopte dat de verdachte haar uit de schulden kon helpen en heeft daarom, terwijl zij dat niet wilde, met de verdachte en zijn 'neef' seks gehad. Daarmee heeft de verdachte misbruik gemaakt van haar kwetsbare positie die mede was ontstaan als gevolg van de schulden waar ze door toedoen van de verdachte in dreigde te geraken of al in was geraakt. Het overwicht van de verdachte bestond onder meer hierin, dat de aangeefster in de veronderstelling verkeerde dat de verdachte kon voorkomen dat zij verder in de schulden zou komen. Voorts heeft de verdachte van de uitbuiting geprofiteerd door de telefoons, die bij de abonnementen hoorden, in zijn bezit te nemen en te verkopen.
[aangeefster 3]was net vrijgezel toen de verdachte haar aansprak. Na enige tijd werd zij verliefd op de verdachte. De verdachte heeft haar door misleiding geworven. Hij had immers andere intenties dan een liefdesrelatie met haar op te bouwen. Omdat zij een baan, woning en auto had, viel er meer van haar te profiteren. Hij liet de aangeefster onder meer betalen voor goederen, maakte gebruik van haar auto en maakte gebruik van haar woning. Daarnaast liet de verdachte de aangeefster op seksueel gebied dingen doen die zij niet wilde. Om ruzie te voorkomen heeft zij seks gehad met andere mannen, hetgeen is gefilmd. Ook zijn er filmpjes gemaakt toen de verdachte en zij seks met elkaar hadden en heeft de verdachte gedreigd dit online te zetten. De combinatie van het financiële misbruik, het tegen haar wil verrichten van seksuele handelingen en het (laten) vervaardigen van filmbeelden daarvan levert volgens het hof (oogmerk van) uitbuiting op.
[aangeefster 1]via een datingsite geworven en is met haar vervolgens een seksuele relatie aangegaan. Tijdens die relatie heeft hij haar onder druk gezet om abonnementen af te sluiten en heeft hij haar proberen over te halen om seks te hebben met derden. Het hof heeft in dat kader overwogen dat de uitbuiting zelf niet is geslaagd, maar dat hieruit wel het oogmerk van uitbuiting kan worden afgeleid. Daarnaast heeft de verdachte in het geheim filmpjes van haar gemaakt terwijl zij seks hadden. De aangeefster verkeerde in een kwetsbare positie door de gevoelens die zij voor de verdachte had. De telefoonabonnementen heeft zij onder druk afgesloten.
[aangeefster 4]verkeerde in een kwetsbare positie omdat zij verliefd was op de medeverdachte [betrokkene 8] , waardoor zij (zo begrijp ik het hof) makkelijker te manipuleren was. Nadat zij facturen ontving van de abonnementen die zij had afgesloten nadat de verdachte haar had wijsgemaakt dat ze daarmee geld kon verdienen, maakte de verdachte misbruik van de benarde positie waarin zij verkeerde, door haar te zeggen dat zij naar hem toe moest komen zodat hij haar kon helpen. Uit de door het hof aangehaalde gesprekken heeft het hof afgeleid dat de verdachte wilde dat de aangeefster naar hem toe kwam om seks met hem en anderen te hebben. Dat leidt het hof tot de slotsom dat de verdachte geprobeerd heeft haar financieel en seksueel te exploiteren.
[aangeefster 5]geworven via een datingsite. Met betrekking tot haar had de verdachte het oogmerk haar financieel en seksueel te exploiteren. Hij heeft haar immers voorgehouden dat ze geld kon verdienen voor een gezamenlijke toekomst met de verdachte wanneer zij telefoonabonnementen zou afsluiten. De aangeefster heeft zich daartoe laten overhalen. Ook probeerde de verdachte haar ertoe te brengen haar limiet voor rood staan op haar bankrekening te verhogen. De verdachte was niet alleen uit op geldelijk gewin maar ook op seksueel gerief, omdat hij graag trioseks met haar wilde en daarnaast wilde dat zij seks met vrienden van de verdachte had. De verdachte heeft wel seks gehad met de aangeefster, maar van zijn andere voorstellen op dit gebied is het niet gekomen.
[aangeefster 6]door misleiding geworven via een datingsite. Het ging op dat moment niet goed met haar; zij was kwetsbaar na de beëindiging van een relatie van drie jaar. Toen de verdachte interesse in haar toonde was ze bang zijn liefde te verliezen. De relatie was voor de verdachte een middel om te kunnen profiteren, bijvoorbeeld door haar telefoonabonnementen te laten afsluiten, wat ze heeft gedaan om hem niet teleur te stellen. De verdachte heeft er ook op aangedrongen dat ze met meerdere mannen seksuele handelingen zou verrichten terwijl dit dan gefilmd zou worden. Dit heeft zij gedaan, hoezeer zij dat niet wilde en dit voor de verdachte duidelijk was. De verdachte heeft haar bovendien zonder haar toestemming gefilmd toen de aangeefster en hij seks hadden. Volgens het hof heeft de verdachte dat ook [aangeefster 6] door misleiding en misbruik van haar kwetsbare positie uitgebuit.
NJ2016/315, m.nt. Van Kempen speelde. Vanwege deze verschillen meen ik op grond van het voorgaande dat het bestreden oordeel van het hof over de mensenhandel (zoals tenlastegelegd) niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. Ook is dat oordeel mijns inziens niet onbegrijpelijk, noch ontoereikend gemotiveerd, mede gelet op hetgeen ter zake door de verdediging ter zitting is aangevoerd.