Conclusie
advocaat: mr. M.S. van der Keur
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten
3. Het is de bedoeling dat je, volgens het aan jou uitgereikte rooster je werkzaamheden verricht.
09.00 uur beginnen betekent dat je exact om 09.00 uur klaar zit om je eerste call aan te nemen danwel te maken. Meld je daarom altijd 10 minuten voor aanvang van je dienst bij je supervisor, dan ben je nooit te laat; (...)"
Als dit wel zo is door technische redenen, dan moeten we onderzoeken of dit door IT opgelost kan worden.
3.Procesverloop
4.Juridisch kader: ‘opstarttijd’ als (betaalde) arbeidstijd
de tijd waarin de werknemer werkzaam is, ter beschikking van de werkgever staat en zijn werkzaamheden of functie uitoefent, overeenkomstig de nationale wetten en/of gebruiken”. Deze definitie is op te knippen in drie criteria: de werknemer moet 1) werkzaam zijn; 2) ter beschikking van de werkgever staan en 3) zijn werkzaamheden of functie uitoefenen. [7]
de tijd dat de werknemer onder gezag van de werkgever arbeid verricht”. Rusttijd is “
de tijd die geen arbeidstijd is” (sub l). De unierechtelijke definitie van arbeidstijd en de definitie daarvan in de Artw zijn niet woordelijk gelijkluidend. De strekking van de unierechtelijke definitie en een eventueel in het nationale recht daarvan afwijkende omschrijving, dient volgens het Hof van Justitie echter dezelfde te zijn. Ook mag de nationale definitie niet strikter zijn dan de unierechtelijke. Iedere andere uitleg zou volgens het Hof de doelstelling van de Arbeidstijdenrichtlijn, namelijk de bescherming van werknemers via minimale normen te harmoniseren, ondermijnen. [12]
totaalbeoordeling. Aan de hand van alle omstandigheden van de zaak moet worden bezien of de verplichtingen die de werknemer tijdens de dienst worden opgelegd, van dien aard zijn dat zij een objectieve en aanzienlijke impact hebben op zijn mogelijkheden om tijdens de dienst de tijd vrij in te vullen en aan zijn eigen interesses te besteden. [16] De mogelijkheid om tijd vrijelijk in te vullen kan daarbij beperkt worden als sprake is van onvoorspelbaarheid van mogelijke oproepen. [17]
nietmeetelt voor de overeengekomen arbeidsduur en jaaruren, en dat de werknemers over deze tijd geen recht hebben op hun overeengekomen loon. [29] Door de vakbonden en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) wordt onderzoek gedaan naar de faciliteiten en het tijdsbeslag dat gemoeid is met omkleden voorafgaand aan de werkzaamheden. Opzet en uitkomsten van dit feitenonderzoek zijn onderwerp van gesprek tussen de cao-partijen. [30] Het zou dus kunnen dat de omkleedtoelage in een volgende cao op een ander bedrag wordt gesteld.
Work at Home-overeenkomst haar om respectievelijk tien of vijftien minuten voor aanvang van haar dienst ingelogd te zijn. Omdat de programma’s verouderd en traag waren moest de werkneemster steevast een half uur voor aanvang van haar ingeroosterde dienst met opstarten beginnen, zo voerde zij aan. De werkneemster vorderde salaris over deze tijd, dan wel over de helft daarvan. De kantonrechter Den Haag wees de vordering af. [38] Omdat de werkneemster haar werkzaamheden vanuit huis verrichtte, is volgens de kantonrechter sprake van een wezenlijk andere situatie dan de situatie waarin een werknemer zich tien minuten voor aanvang van de dienst moet melden bij de supervisor. Omdat de werkneemster vanuit huis werkte, kon zij de tijd tussen het inloggen en de aanvang van haar dienst vrij inrichten. Zij hoefde dan geen arbeid te verrichten en er was geen enkele beperking om haar tijd aan eigen zaken te besteden. Daarom was volgens de kantonrechter geen sprake van arbeidstijd. Los daarvan, zo vervolgt de kantonrechter, heeft de werkneemster haar vordering onvoldoende onderbouwd. Zij heeft niet aangetoond dat het opstarten van de programma’s dertig tot vijftien minuten duurt. In de literatuur is opgemerkt dat in deze zaak een andere uitkomst heel goed denkbaar of zelfs wenselijk was geweest. [39]
company rulesvan de werkgever schrijven voor: “
You must check in with the Team Leader before the beginning of each shift that you work even if you work 2 shift a day. This must be done atleast 10 minutes before your shift starts”.De kantonrechter oordeelt dat deze regel niet anders kan betekenen dan dat de werkneemster zich tien minuten voor aanvang van haar dienst moest melden bij de teamleider, en dat deze tijd als werktijd moet worden aangemerkt, gelet op het arrest van het hof in de voorliggende procedure. [40] Omdat de werkgever het door de werkneemster in dit kader overgelegde uren- en salarisoverzicht niet heeft bestreden, gaat de kantonrechter uit van deze cijfers.
Bagage Operational Support(‘BOS’) van Schiphol, aanspraak kon maken op salaris over voorbereidende werkzaamheden. De eerste zaak speelde voor de kantonrechter Amsterdam en ging over een geschil tussen uitzendbureau Werk & Ik en een uitzendkracht die als bagage-afhandelaar was tewerkgesteld bij de afhandeling
Bagage Operational Support(‘BOS’) van Schiphol. [41] In het huishoudelijk reglement van Schiphol is bepaald dat bagagemedewerkers zich een kwartier voor aanvang van hun dienst moeten melden en een aantal opgesomde werkzaamheden moeten verrichten, zoals het ophalen van een portofoon en sleutels en het inschrijven op de dienstlijst. Dit huishoudelijk reglement was via een schakelbepaling ook van toepassing op de arbeidsovereenkomst van de uitzendkracht met de uitzendwerkgever. Ook was binnen BOS een memo verspreid waarin stond vermeld dat de aanvangstijd bij de BOS-coördinatie altijd vijftien minuten voor het begin van de geplande dienst is. De werknemer vorderde loon over de vijftien minuten. De kantonrechter wees de vordering af. Volgens de kantonrechter is voor de vraag of de vijftien minuten als werktijd moet worden aangemerkt noodzakelijk dat komt vast te staan wat in die tijd van de werknemer wordt verlangd, en in hoeverre sprake is geweest van daadwerkelijk werkgeversgezag en hij instructies ontving van de uitzendwerkgever. Het uitzendbureau had gemotiveerd betwist dat sprake was reële arbeid en gezag. De werknemer heeft volgens de kantonrechter onvoldoende gesteld door slechts in algemeenheden te spreken en niet nader te onderbouwen dat sprake was van concrete verplichtingen. Ook heeft de werknemer niet concreet toegelicht dat de verplichting om eerder aanwezig te zijn daadwerkelijk werd gehandhaafd en gesanctioneerd.
werkelijk van mening is dat aanwezigheid van het personeel 10 minuten voor aanvang van de werkzaamheden essentieel is voor het correct uitvoeren van die werkzaamheden, dat ook tot uitdrukking zou moeten komen in het betalen van die tijd aan de werknemers. Het betreft dan reguliere werktijd.’. [47]
5.Bespreking van het cassatiemiddel
om die reden(en dus niet vanwege de te verrichten werkzaamheden) sprake is van arbeidstijd. Het hof oordeelt in rov. 4.4 ook dat niet relevant is hoeveel tijd met het opstarten/inloggen gemoeid is en dat ook niet relevant is hoeveel programma’s een Agent moet opstarten voordat hij ‘in de lijn’ gaat. Deze redenering van het hof is wezenlijk anders dan de redenering van de kantonrechter, aldus Teleperformance.
de feitelijke tijd die gemoeid is met opstarten van de vereiste programma’skan worden aangemerkt als arbeidstijd. Dat blijkt uit de overweging dat Teleperformance niet heeft aangegeven hoeveel tijd de werknemer precies nodig heeft om de programma’s op te starten, maar dat er vanuit moet worden gegaan dat dat tien minuten is omdat in de Planningsregels is voorgeschreven dat werknemers zich tien minuten voor aanvang van hun dienst moeten melden (rov. 4.5 en 4.7). De tienminutenregel is volgens de kantonrechter een voorschrift en geen vrijblijvend advies (rov. 4.4). De kantonrechter merkt bovendien op dat er vermoedelijk soms enige wachttijd tussen het moment van opstarten en het daadwerkelijke ‘op de groene knop drukken’ (het ‘in de lijn’ gaan) zal ontstaan omdat het opstarten de ene keer iets meer tijd kost dan de andere keer. Voor zover de werknemer daardoor wat tijd overhoudt, is dat ook volgens de kantonrechter niet als vrije tijd van de werknemer te beschouwen (rov. 4.6.).
dat de Agent geacht wordt vóór zijn dienst aanwezig te zijn op zijn werk (om te zorgen dat hij tijdig “in de lijn” gaat), en dat dus “de 10 minutenregel” niet een vrijblijvend advies is”(rov. 4.3, slot)
.Gelet hierop kan niet worden gezegd dat het hof de Haviltex-maatstaf heeft miskend of dat het zijn oordeel nader had moeten motiveren.
medegelet op de betreffende e-mail sprake is van een daadwerkelijke verplichting voor de werknemer om tien minuten voor aanvang van zijn dienst aanwezig te zijn (zie onderdeel 1.2) is bovendien geenszins onbegrijpelijk, gelet op de tekst van de e-mail (geciteerd onder 2.7).
onderdeel 1.5is het oordeel van het hof in rov. 4.3 dat vaststaat dat een Agent voordat hij ‘in de lijn’ kan gaan, ten minste (i) Windows moet opstarten door de computer te ontgrendelen en (ii) vier programma’s moet opstarten, rechtens onjuist dan wel onbegrijpelijk is. Het volgende wordt aangevoerd. Teleperformance heeft uiteengezet dat voor het ‘in de lijn’ gaan slechts twee handelingen nodig zijn, namelijk (i) inloggen in het telefoontoestel en (ii) het invoeren van een aux-code (bij
outbound-werkzaamheden) dan wel het drukken op de knop ‘auto in’ (bij
inbound-werkzaamheden). [59] Ook is door Teleperformance gesteld dat al ‘in de lijn’ kan worden gegaan zonder Windows en de vier programma’s zijn opgestart, waarbij erop is gewezen dat de werknemer dit ook daadwerkelijk doet. [60] In het licht van deze stellingen is het oordeel van het hof onbegrijpelijk, althans behoefde nadere motivering. Dit klemt te meer, aldus Teleperformance, nu door de werknemer niet is gesteld dat pas ‘in de lijn’ zou kunnen worden gegaan nadat de drie door het hof genoemde handelingen zijn verricht. Voor zover het hof heeft gemeend dat de werknemer wel iets dergelijks zou hebben aangevoerd, berust dat op een onbegrijpelijke lezing van de gedingstukken. Ook geldt dan dat Teleperformance het betoog van de werknemer met haar hiervoor aangehaalde stellingen (voldoende gemotiveerd) heeft betwist. Voor zover het hof de stellingen/betwisting van Teleperformance onvoldoende gemotiveerd heeft geacht, heeft het te hoge eisen gesteld aan de stelplicht van Teleperformance, zodat het van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan.
feitelijk onmogelijk isom ‘in de lijn’ te gaan als dit niet is gebeurd. Het hof brengt daarmee (slechts) tot uitdrukking dat Teleperformance van de Agents verlangt dat zij deze werkzaamheden uitvoeren voordat zij ‘in de lijn’ gaan, en dat die werkzaamheden
dusvoor aanvang van het rooster moeten plaatsvinden omdat Teleperformance van de Agents verwacht dat zij stipt op tijd klaar zitten om te bellen of gebeld te worden en daarvoor noodzakelijk is dat zij tijdig ‘in de lijn’ gaan.
voor aanvang van de dienstmaar
alvorens hij zijn eerste klant belt.Maar dit wordt door Teleperformance zelf onder punt 4.53 van de memorie van grieven vervolgens weersproken, waar zij stelt dat er vier programma’s zijn “
die voor aanvang van het rooster moeten worden opgestart”. [61] De tijd die daarmee gemoeid is, bedraagt volgens Teleperformance anderhalve minuut. [62] Onder punt 4.27 is dan vermeld dat voordat de werknemer zijn eerste klant belt, hij ‘enkel het klantensysteem’ moet hebben opgestart. Onder punt 4.28 is echter te lezen dat de werknemer (ook) zijn agenda moet opstarten als hij
outboundwerkt (wat de werknemer hoofdzakelijk doet) voordat hij zijn eerste klant belt. Vervolgens vermeldt de memorie van grieven onder punt 4.37 en 4.38 dat de werknemer, voordat hij zijn eerste klant belt,
‘naast de handelingen op de computer’dient ‘
in te loggen op zijn telefoon’.Daarna zit hij ‘in de lijn’ en vanaf dat moment zou hij volgens de werkgever ‘
feitelijk gezien – dus al klanten kunnen terugbellen.
Alvorens [de werknemer] daadwerkelijk hiertoe overgaat, heeft hij echter eerst de 4 Programma’s opgestart’.
subonderdeel 1.6wordt betoogd dat het oordeel in rov. 4.3 ook onbegrijpelijk is omdat het in strijd is met het slot van rov. 4.5, waarin het hof constateert dat de werknemer structureel onnodig vroeg in de lijn gaan,
“zelfs voordat hij zijn Windows account heeft ontgrendeld”.Daardoor is sprake is van innerlijke tegenstrijdigheid, aldus Teleperformance.
moetopstarten door zijn computer te ontgrendelen, moet immers niet zo worden gelezen dat het hof hiermee bedoelt dat het feitelijk onmogelijk is om ‘in de lijn’ te gaan voordat Windows is opgestart (zie onderdeel 1.5). Van innerlijke tegenstrijdigheid met rov. 4.5 is daarom geen sprake.
subonderdeel 1.7het oordeel van het hof in rov. 4.2 tot en met rov. 4.4, dat een Agent op grond van de Planningsregels gehouden is zich tien minuten voor aanvang van zijn dienst bij zijn supervisor te melden, met de klacht dat dit oordeel onbegrijpelijk is in het licht van een zevental essentiële stellingen van Teleperformance. Teleperformance somt de volgende stellingen op (door mij genummerd 1 t/m 7):
per seal vóór aanvang van de dienst. [73] Deze programma’s hoeven ook niet al te worden opgestart voordat ‘in de lijn’ kan worden gegaan;
feitelijkin verschillende volgorde kunnen worden verricht en of daar daadwerkelijk tien minuten voor nodig zijn, acht het hof niet relevant. Daarin ligt besloten dat het ook niet relevant is of de werknemer 3,76 minuten voor aanvang van zijn dienst inlogt in Windows.
subonderdeel 2.1wordt bepleit dat dit oordeel onvoldoende (begrijpelijk) is gemotiveerd. Het hof heeft de verplichting tot loonbetaling gebaseerd op art. 3 en Pro 7 van de arbeidsovereenkomst van de werknemer. Daaruit volgt dat recht op loon bestaat over ‘daadwerkelijk gewerkte uren’. Het hof had volgens Teleperformance moeten motiveren dat sprake is ‘daadwerkelijk gewerkte uren’. Nu deze motivering ontbreekt, heeft het hof onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtegang, aldus Teleperformance. Ook had het hof volgens Teleperformance (kenbaar) aandacht moeten besteden aan haar betoog dat de eventuele voorbereidende werkzaamheden van de werknemer in de tien minuten voor aanvang van een dienst niet zijn aan te merken als werk in de zin van de arbeidsovereenkomst omdat het niet de overeengekomen werkzaamheden zoals beschreven in de functieomschrijving betreft. [76]
subonderdeel 2.2wordt bepleit dat voor zover het hof heeft gemeend dat het niet (specifiek) hoefde in te gaan op de vraag of de tien minuten voorafgaand aan een dienst als ‘daadwerkelijk gewekte uren’ in de zin van artikel(en 3) en 7 van de arbeidsovereenkomst zijn aan te merken omdat die tien minuten ‘arbeidstijd’ zijn, dit oordeel rechtens onjuist is. Het hof heeft in dat geval miskend dat het enkele feit dat sprake is van ‘arbeidstijd’ niet betekent dat over die tijd ook loon verschuldigd is, aldus Teleperformance.
op grond vanart. 3 en Pro 7 van zijn arbeidsovereenkomst recht heeft op betaling van ieder uur dat gewerkt is boven het in de min-max arbeidsovereenkomst overeengekomen minimumaantal uren, dat niet is gebleken dat minder is gewerkt dan het minimumaantal uren, en dat ook geen sprake is van overuren in de zin van art. 22 van Pro de cao (die niet met geld maar met tijd beloond worden).