ECLI:NL:RBLIM:2020:8802
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens te laat komen niet rechtsgeldig verklaard
De werkneemster trad op 9 april 2020 in dienst bij Dimass Group BV en werd op 2 september 2020 op staande voet ontslagen wegens regelmatig te laat komen, namelijk niet 10 minuten voor aanvang van de dienst aanwezig zijn. De werkneemster betwistte dat deze eis onderdeel was van de arbeidsovereenkomst en stelde dat zij altijd op het aanvangstijdstip aanwezig was. De werkgever stelde dat de eis was opgenomen in de huisregels die bij de arbeidsovereenkomst hoorden en dat het te laat komen ernstig verwijtbaar was.
De kantonrechter oordeelde dat het niet voldoen aan de eis om 10 minuten voor aanvang aanwezig te zijn onvoldoende grond is voor ontslag op staande voet, mede omdat de werkneemster stipt op het aanvangstijdstip aanwezig was en de werkgever geen vergoeding betaalde voor de extra aanwezigheidstijd. Het ontslag op staande voet werd daarom nietig verklaard, maar het dienstverband was per 2 september 2020 geëindigd omdat de werkneemster elders werkzaam was.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van loon over de opzegtermijn, een transitievergoeding, een billijke vergoeding van €1.000,00, terugbetaling van ingehouden cursusgeld, correcte uitbetaling van gewerkte uren en vakantiedagen, en proceskosten. Het zelfstandig verzoek van de werkgever tot ontbinding werd niet inhoudelijk behandeld omdat het dienstverband reeds was geëindigd.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens te laat komen wordt nietig verklaard en werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon, vergoedingen en terugbetalingen.