Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 4 maart 2022, waarmee Teleperformance in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 8 december 2021;
- de verstekverlening aan [geïntimeerde] op 12 april 2022;
- de memorie van grieven van Teleperformance, met bijlagen.
,alsmede de wettelijke definitie van het begrip "arbeidstijd" die als volgt luidt:
3.Vordering in hoger beroep
"Niet als meerwerk wordt beschouwd een overschrijding voorafgaand of aansluitend op het rooster van minder dan een kwartier".Daarna is deze regel komen te vervallen, maar is in de CAO geen andersluidende bepaling opgenomen. Dat “de 10 minutenregel” in de Planningsregels is blijven staan, betekent niet dat deze een verplichting tot aanwezigheid inhoudt. Er is geen sprake van een plicht van de werknemers om fysiek aanwezig te zijn en zo nodig onmiddellijk een noodzakelijke prestatie te leveren. [geïntimeerde] staat tijdens de bedoelde tien minuten niet al ter beschikking van Teleperformance. Hij kan niet worden opgeroepen voor een noodzakelijke prestatie en is niet verplicht zijn werkzaamheden uit te voeren en ontvangt evenmin instructies. De conclusie van de kantonrechter dat [geïntimeerde] op grond van artikel 6 van Pro de arbeidsovereenkomst en de meerurenbepaling uit de CAO aanspraak kan maken op betaling van de bedoelde tien minuten, acht Teleperformance onjuist.
4.Beoordeling in hoger beroep
- het Windows systeem moet opstarten door zijn computer te ontgrendelen;
- vier programma's (te weten: het urenregistratie systeem, GCIC, RMST agenda en de remote tienviewer) dient op te starten; en
- dient in te loggen op zijn telefoon
"niet als meerwerk wordt beschouwd een overschrijding voorafgaand of aansluitend op het rooster van minder dan een kwartier"noopt niet tot een ander oordeel, al was het maar omdat deze bepaling niet meer in de CAO was opgenomen toen [geïntimeerde] in dienst trad. [geïntimeerde] hoefde er toen hij akkoord ging met de Planningsregels daarom in redelijkheid geen rekening mee te houden dat – in navolging van deze vervallen CAO-bepaling – de in geding zijnde tien minuten niet tot de werktijd zouden worden gerekend. Daarbij komt dat het niet aannemelijk is dat het schrappen van deze CAO-bepaling zonder betekenis was, in die zin dat na het schrappen van die bepaling nog steeds moet worden geoordeeld dat geen sprake is van meerwerk indien voorafgaand of aansluitend aan het rooster minder dan een kwartier wordt gewerkt.