Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Bewezenverklaring en bewijsoverwegingen
Inleiding
het hof begrijpt: bij het slachtoffer) dicht slaan. Daarna hoorde ze voetstappen die zich met een snelle stap verwijderden?
het hof begrijpt: het slachtoffer). Hij hoorde erna ook een geluid met een dof metaalachtige klank, alsof er iets op de grond viel. Hij hoorde 5 of 10 minuten later voetstappen die snel wegliepen. Nadat ze weer in slaap waren gevallen, werden zij opnieuw wakker gemaakt door hun 9-jarige dochtertje die meldde dat zij rook in haar slaapkamer had. Kort hierna ging ook het rookalarm in de woning van [betrokkene 5 en 6] af. [betrokkene 6] liep naar buiten en zag een hevige brand in de woonkamer van slachtoffer. Hij zag vuur in het midden van de woonkamer; het vuur leek wel een kampvuur. [betrokkene 6] belt om 03:18 uur 112.
het hof begrijpt: het slachtoffer). De persoon zat onder het bloed en rondom de persoon lag op de grond veel bloed. De persoon leek op een vrouw. Verbalisant [verbalisant 1] zag dat de persoon een behoorlijke wond op de rechterzijde van het hoofd had. In de garage stond een beetje rook. De gewonde persoon reageerde amper op verbalisant [verbalisant 1] en bewoog licht na aanroepen. Om 03:25 uur was de ambulance ter plaatse.
het hof begrijpt: het slachtoffer) die op [a-straat 1] woonde. Door de brand is er rook- en roetschade ontstaan in de garage en op de zolder van de garage. Het kamertje van [betrokkene 8] , schuin boven de garage, en het zoldertje boven de garage waren helemaal zwart. De woning van [betrokkene 5 en 6] is via de garage geschakeld met de woning van het slachtoffer.
het hof begrijpt: een AOL) op laatstgenoemd adres waarin stond dat de, bewoonster gestalkt werd door een ex van haar, te weten verdachte. De meldkamer had doorgegeven dat verdachte een Volvo en een Peugeot op zijn naam had staan. Om 03:45 uur waren zij bij de woning van verdachte en zagen zij dat er geen Volvo stond. Zij zochten in de omgeving naar de auto. Om 04:20 uur zagen zij de Volvo rijden op de [b-straat] , ter hoogte van [b-straat 2] . Verbalisanten keerden hun voertuig maar zagen dat de Volvo daarna al uit het zicht was verdwenen. Dat was, gezien de afstand, alleen mogelijk wanneer de Volvo op hoge snelheid was weggereden. Verbalisanten keerden opnieuw aan het einde van de [b-straat] , op de [c-straat] . Ze reden terug en zagen even later de Volvo opnieuw op de [b-straat] rijden, wederom ter hoogte van [b-straat 2] . Zij blokkeerden de weg en verbalisant [verbalisant 9] stapte uit en sprak de bestuurder aan. De bestuurder deed het raam van de auto open, verbalisant [verbalisant 9] identificeerde zich als politieagent en vroeg de bestuurder de motor van het voertuig uit te schakelen. Verbalisanten zagen dat de bestuurder het voertuig in de achteruit zette en ongeveer één meter achteruit liet rollen. Verbalisant [verbalisant 9] opende daarop het portier en sommeerde de bestuurder de motor uit te zetten. De bestuurder voldeed hieraan. Verbalisanten zagen dat de bestuurder trillende handen had en heel erg transpireerde. De bestuurder had ook opvallend grote pupillen. De bestuurder identificeerde zich als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985. Zij hoorden verdachte zeggen dat hij niets verkeerd had gedaan en dat hij ruzie had gehad met zijn vriendin. Verbalisant [verbalisant 9] vroeg hierop met welke vriendin hij ruzie had. Verdachte zei hierop dat hij geen contact meer had met “ [slachtoffer 1] ” en dat hij weg was geweest om de auto te wassen. Verbalisanten zagen dat de auto behoorlijk smerig was en onder het zand zat. In de auto stond een emmer met een doek. Op de bestuurdersstoel lagen twee doeken, die zo waren neergelegd zodat de bestuurder erop kon zitten. Verdachte wordt aangehouden en verbalisanten nemen twee mobiele telefoons in beslag. Deze mobiele telefoons droeg verdachte in zijn broekzakken. Desgevraagd door verbalisanten zegt verdachte dat deze beide telefoons op de vliegtuigstand stonden. Ook zagen verbalisanten dat er een fïetsendrager op de auto zat en dat het kenteken van de fïetsendrager niet overeenkwam met het kenteken van de auto. Ten tijde van de aanhouding van verdachte kwam de vrouw van verdachte (
het hof begrijpt: [betrokkene 1]) naar buiten. Verbalisanten hoorden haar zeggen dat ‘ [slachtoffer 1] ’ het leven van haar en verdachte verziekte door hen constant lastig te vallen. Verdachte erkent bij de politie dat hij bij thuiskomst politie in de straat zag en toen “een blokje is omgereden” om een confrontatie met de politie te vermijden. Hij stelt dat hij dit deed omdat hij “wat te hard” had gereden.
het hof begrijpt: de nacht van 26 op 27 april 2020). Getuige [betrokkene 9] verklaarde dat [betrokkene 1] haar had verteld dat zij en verdachte samen naar bed waren gegaan en dat verdachte weg was toen zij die nacht rond 03:00 of 03:30 uur wakker werd. Verdachte was 10 of 15 minuten later thuis gekomen. Hij was helemaal naakt, zat onder de modder en hij was helemaal in tranen. Hij had geen kleren, geen telefoon, helemaal niets bij zich. Verdachte is toen gaan douchen en is daarna weer weggegaan. Getuige [betrokkene 9] verklaarde dat [betrokkene 1] haar had verteld dat verdachte tegen haar zei: “we hebben weer contact” of “zij heeft weer contact gezocht”, of iets dergelijks. [betrokkene 1] vertelde dat ze toen tegen verdachte heeft gezegd: “godverdomme pak je spullen maar en je gaat hier maar weg”. Toen heeft [betrokkene 1] verdachtes spullen gepakt en is verdachte weer weggegaan.
het hof begrijpt: 6 september 2019) was verdachte zonder de toestemming van het slachtoffer haar woning binnengedrongen. Het slachtoffer trof hij niet thuis. Later die avond is verdachte naar haar op zoek gegaan. Verdachte wilde dat het slachtoffer met hem mee kwam die avond, maar dat is niet gebeurd. De dag daarop (
het hof begrijpt: 7 september 2019) stond verdachte ineens achter het slachtoffer in haar woning. Hij wilde precies weten wat er het weekend was gebeurd en zij moest haar telefoon inleveren omdat verdachte alles wilde lezen. Verdachte pakte toen haar telefoon af en heeft tot 03:00 uur de telefoon uitgelezen en het slachtoffer vragen gesteld.
het hof begrijpt: verdachte) hardhandig tegen een muur was gedrukt en dat zij daar een stijf gevoel in haar hals en bovenarmen en een blauwe plek aan had overgehouden. De blauwe plek liet zij zien. Op de ingevulde vragenlijst staat dat het slachtoffer had gezegd dat haar ex ongeoorloofd haar huis in was gegaan, mogelijk via het dakraam. Hij had haar mobiel afgepakt en haar hardhandig tegen de muur gedrukt.
het hof begrijpt: het weekend van de Admiraliteitsdagen van 5 tot en met 8 september 2019) had het slachtoffer hem in [plaats] aangesproken en gezegd “Hij is hier”. Ze kwam erg angstig op hem over en vertelde dat ze gestalkt werd door verdachte. Getuige [betrokkene 10] zag een man die met grote ogen alleen maar naar het slachtoffer aan het kijken was. Hij had een telefoon in de hand en de telefoon van het slachtoffer ging over. Het slachtoffer durfde niet weg te gaan en wilde niet naar huis omdat verdachte daar dan ook naar toe zou gaan. Getuige [betrokkene 10] verklaarde dat hij, met het slachtoffer achterop de fiets, is weggegaan en dat verdachte hen bleef volgen. Getuige [betrokkene 10] bracht het slachtoffer naar zijn zus en daar kreeg het slachtoffer allemaal appjes van verdachte. Getuige [betrokkene 10] heeft het slachtoffer afgezet bij haar woning. De volgende dag had het slachtoffer hem verteld dat zij dacht dat verdachte bij haar in huis was geweest. De sleutel van haar woning lag niet meer in haar auto. In april (
het hof begrijpt: april 2020) had het slachtoffer verteld dat zij een nieuwe vriend had. Een halfjaar vóór 27 april 2020 stuurde het slachtoffer getuige [betrokkene 10] een app en vroeg of getuige [betrokkene 10] uit wilde kijken naar een auto in de straat. Het slachtoffer was bang dat verdachte in de straat was.
het hof begrijpt: 13 november 2019) moest melden. Het slachtoffer was het vertrouwen om alleen te zijn toen weer kwijt. Ze is toen weer naar haar vriendin en collega gegaan. Op 29 december 2019 appte het slachtoffer [betrokkene 15] dat ze verdachte was tegengekomen in het zwembad. Toen ze stond te douchen stond verdachte ineens voor haar neus. Hij had haar de liefde verklaard. Het slachtoffer heeft haar auto thuis ergens anders geparkeerd omdat ze bang was. [betrokkene 15] had het idee dat het de laatste weken voor het tenlastegelegde heel goed met het slachtoffer ging. Ze had weer een nieuwe scharrel, [betrokkene 16].
het hof begrijpt: verdachte) bij haar voor de deur stond en het slachtoffer vroeg getuige [betrokkene 17] om hem te zeggen weg te gaan. Verdachte zei tegen getuige [betrokkene 17] dat hij antwoorden wilde hebben van het slachtoffer. Daarna is hij weggelopen. Even later kwam [betrokkene 2] [slachtoffer 2] brengen. Daarna belde het slachtoffer haar weer en zei dat verdachte weer om haar huis liep. Het slachtoffer vroeg getuige [betrokkene 17] om opnieuw naar buiten te gaan. Getuige [betrokkene 17] deed dit. Verdachte had getuige [betrokkene 17] op een zielig toontje gezegd dat hij het niet snapte en dat haar ex-man er ook nog zat en dat hij niet het slachtoffer wilde praten. Getuige [betrokkene 17] had gezegd dat hij weg moest gaan en daarop liep hij weg. Ergens voor 20 december 2019 belde het slachtoffer getuige [betrokkene 17] nog een keer in paniek op omstreeks 23:00 uur. Het slachtoffer was bang om alleen te zijn die nacht omdat ze bang was dat hij hier komt. Op 9 april 2020 vertelde het slachtoffer dat ze een nieuw vriendje had: [betrokkene 16] uit [plaats]. Het slachtoffer was de laatste weken vrolijk, zo verklaart getuige [betrokkene 17].
3.De middelen
eerste middelwordt aangevoerd dat “er geen flinter direct bewijs is voor het daderschap” van de verdachte en dat de bewijsconstructie dienaangaande een optelsom van indirect bewijs is. Volgens de steller van het middel is het op zichzelf toegestaan in een bewijsconstructie gebruik te maken van indirect bewijsmateraal, mits het gebruikte materiaal redengevend is voor het bewijs van het ten laste gelegde feit. En daaraan schort het volgens de steller van het middel. Zo wordt onder andere gesteld dat de voorgeschiedenis van de verdachte en het slachtoffer en het gedrag van de verdachte in de nacht van de geweldpleging niet de conclusie rechtvaardigen dat de verdachte het bewezen verklaarde geweld en de brandstichting heeft gepleegd. Ook bieden de bewijsmiddelen geen inzicht in hetgeen zich heeft afgespeeld in de woning van het slachtoffer. Met name de volgende bewijsonderdelen missen volgens de steller van het middel redengevendheid:
tweede middelwordt, met verwijzing naar hetgeen is aangevoerd in de toelichting op het eerste middel, betoogd dat uit geen enkel bewijsmiddel kan volgen dat de verdachte brand heeft gesticht in de woning van het slachtoffer.
kunnenzijn voor een bewezenverklaring, bijvoorbeeld als zij direct in strijd zijn met de bewezenverklaring, kan in cassatie worden ingegrepen. [2]
waaromeen bewijsmiddel redengevend is en in cassatie kan alleen worden getoetst of de bewijsmiddelen redengevend
kunnenzijn, wat mijns inziens het geval is.