ECLI:NL:PHR:2024:640
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op noodweer bij mishandeling ondanks verwonding verdachte
De verdachte is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor mishandeling met een taakstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis, en een schadevergoedingsmaatregel. De verdachte stelde zich op het standpunt dat hij uit noodweer handelde nadat hij door de aangever met een zaklamp op de neus zou zijn geslagen.
Het hof verwierp het beroep op noodweer omdat niet aannemelijk was dat er een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding voorafging aan het geweld van de verdachte. Dit oordeel was gebaseerd op getuigenverklaringen die stelden dat de verdachte zonder provocatie fors uithaalde naar de aangever, die vervolgens als een blok op straat viel.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de door de verdachte opgegeven feitelijke toedracht niet aannemelijk is geworden. De enkele verwonding aan de neus van de verdachte is onvoldoende om het beroep op noodweer te ondersteunen. Ook al is de redelijke termijn overschreden, dit leidt niet tot rechtsgevolgen gezien de aard van de opgelegde straf.
Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen. De uitspraak bevestigt dat voor een geslaagd beroep op noodweer de feitelijke toedracht overtuigend uit wettige bewijsmiddelen moet blijken en dat het hof een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij de waardering van het bewijs.
Uitkomst: Het beroep op noodweer wordt verworpen en de veroordeling voor mishandeling blijft in stand.