Conclusie
Waar het in deze zaak om gaat
Het eerste cassatiemiddel en de bespreking daarvan (feit 3: medeplegen diefstal Volkswagen Caddy)
1. De verklaring die de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft afgelegd, zakelijk weergegeven:
Feit 3 - diefstal Volkswagen Caddy
22 juni 2018uitstraalt bij een zendmast in de buurt van de [a-straat] , de straat waar de Caddy weggenomen zou zijn.
op 21 juni 2018, in de ochtend is weggenomen. De aangever verklaart immers:
ochtend van 21 juni 2018.
Tijdverschil beelden
lijkendient uw hof buiten redelijke twijfel vast te stellen dat het cliënt is geweest – al dan niet samen met medeverdachte [betrokkene 2] – die de Volkswagen Caddy heeft weggenomen. Zijn gegevens waaruit blijkt dat cliënt ergens in de buurt is geweest daarvoor genoeg? Is een video van een rijdende Volkwagen Caddy zonder vergelijkbaar kenteken en kleur daarvoor genoeg? De verdediging – maar ook opmerkelijk genoeg de rechtbank in haar vonnis bij een ander feit, meent van niet – immers komt zij in de zaak 26Wheeling onder feit 5 (diefstal BMW Alpina) tot een vrijspraak. Zo overweegt de rechtbank:
Het aanstralen van een zendmast doorzijn (lees verdachte) telefoon in de buurt van de plek waar de auto is gestolen rondom het tijdstip van de diefstal, is onvoldoende om op grond daarvan te bewijzen dat hij de auto heeft weggenomen.”
gebruik maakt van Cell ID [a-straat] te Amsterdam. De verdediging gaat ervan uit dat de zendmasten op de [a-straat] bedoeld worden met de aangestraalde zendmast(en). Uit een zoekslag op Google blijkt echter dat deze zendmasten ook de gehele Ookmeerweg en omringende wijk beslaan:
waarcliënt op basis van deze zendmastgegevens precies wordt geplaatst. Cliënt heeft verklaard dat hij vaker in Osdorp komt, op grond van de uitstraallocaties van de zendmasten kan niet worden vastgesteld dat cliënt specifiek op de [a-straat] is geweest.
op dezelfde dagbij het verhuurbedrijf aangegeven dat de kleur niet bevalt en verzocht om een andere auto. Het huren en vervolgens, vanwege de tegenvallende kleur inruilen, van deze auto heeft derhalve niks te maken met het plegen van een strafbaar feiten. Er is namelijk al
reedsvoor de vermeende diefstal van de Volkswagen Caddy, namelijk op de dag dat de auto is opgehaald bij de verhuurder (21 juni 2018), bij de verhuurder kenbaar gemaakt dat de kleur niet bevalt en de auto om die reden moet worden ingeruild. Het verhaal van cliënt waarin hij aangeeft dat de auto vanaf het begin niet beviel, is daarmee bevestigd.
nette, relaxte auto’.
inde [a-straat] bevond, kan dit volgens de stellers van het middel niet uit de zendmastgegevens volgen, omdat de aangestraalde zendmast op de [a-straat] ook de omliggende straten bestrijkt. Voor zover deze nabijheid ‘ruim’ uitgelegd dient te worden, namelijk dat de verdachte zich op dat tijdstip
in de buurt vande [a-straat] bevond, ontbeert deze vaststelling de benodigde bewijskracht, zo concluderen de stellers van het middel. Ik zie dat anders. Naar het mij toeschijnt heeft het hof met die vaststelling niet iets anders bedoelen te zeggen dan dat de zendmastgegevens de verdachte rond 03:18 uur in de buurt van de [a-straat] plaatsen. Anders dan de stellers van het middel, meen ik dat het hof die omstandigheid redengevend kon achten voor de betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal van de Caddy, wanneer deze in samenhang wordt beschouwd met de overige vaststellingen die het hof daaraan ten grondslag heeft gelegd. Evengoed kon het hof uit de hiervoor vermelde zendmastgegevens afleiden dat de verdachte na de diefstal met de Caddy is weggereden en [betrokkene 2] met de Hyundai Kona, en dat zij elkaar vervolgens om 04:07 uur weer hebben ontmoet (ik verwijs tevens naar bewijsmiddel 13). De subklacht dat het huren van de Kona door de verdachte niet uit de bewijsmiddelen kan volgen stuit af op de inhoud van de bewijsmiddelen 1 en 10. Al met al kan het geheel aan vaststellingen van het hof zijn oordeel dat de verdachte tezamen met [betrokkene 2] betrokken is geweest bij de diefstal voldoende dragen. Datzelfde geldt voor het bewezenverklaarde medeplegen. Voor zover door de stellers van het middel nog wordt betwist dat het door het hof gestelde verband tussen de gestolen Caddy en de aanslag op het Telegraafgebouw niet uit de bewijsvoering kan volgen, verwijs ik naar hetgeen in bewijsmiddel 6 is geverbaliseerd.
Het tweede cassatiemiddel en de bespreking daarvan (feit 1: medeplegen brandstichting Telegraafgebouw)
1 t/m 4
Feit 1 – brandstichting TMG-gebouw
gelet op de rol van verdachte voorafgaand aan en na de brandstichting’, de activiteiten van cliënt iets te maken hebben met de brandstichting bij het Telegraafgebouw. Over de rol van cliënt voorafgaand aan de brandstichting, te weten de diefstal van de Volkswagen Caddy en zijn rol bij het overbrengen van de Audi RS5, heeft de verdediging al bepleit dat deze rol op basis van het onderhavige dossier helemaal niet kan worden vastgesteld.
blijf paraat’ kan van alles betekenen. Cliënt vraagt kennelijk aan [betrokkene 1] om te blijven wachten waar hij is, kennelijk is dit in de buurt van […]. De reactie van [betrokkene 1] waarin hij vraagt ‘
gaat het nog door’, kan dus ook slaan op het al dan niet doorgaan van hun afspraak bij […], welke blijkens het procesdossier daadwerkelijk plaatsvindt om 03:20:51 uur. In eerste aanleg is door het Openbaar Ministerie betoogd dat cliënt zou hebben aangegeven dat hij ‘
er klaar voor is’ maar deze verdraaiing van hetgeen gezegd door cliënt is nergens op gebaseerd. Cliënt heeft nooit deze woorden uitgesproken, uit het procesdossier volgt dat cliënt heeft gezegd: “
ik ben met een halfuur ofzo is het klaar”.
Gekeken naar de gehele periode van de historische verkeersgegevens blijkt het telefoonnummer +[telefoonnummer], naast overdag,ook meerdere malen actief in de nachtelijke urenen is het ookniet ongebruikelijk dat het toestel daarbinnen ook een langere periode niet actief is”
Betrokkenheid van de gebruiker van het telefoonnummer +[telefoonnummer] bij voorstaande gebeurtenissen is op basis van de historische verkeersgegevens niet aantoonbaar maar ook zeker niet uit te sluiten.”
niet aantoonbaarmaken.
nietis geregistreerd op de Vialis paal, waar deze Peugeot de dag erna wél wordt geregistreerd. Bovendien wordt de Peugeot met kenteken [kenteken 6] die avond in zijn geheel niet op een Vialis-camera geregistreerd. Ook de vermeende vluchtroute die door de Peugeot zou zijn afgelegd, kenmerkt zich in afwezigheid van Vialis-registraties. Daarbij is noemenswaardig dat uit het dossier blijkt dat de herkenningspercentages van de Vialis-registraties ten tijde van het delict ( 26 juni 2018) tussen de 90 en 100% zijn! De enige registratie van de Peugeot die avond is op de Cornelis Lelylaan om 04:11 uur. Ten aanzien van die ‘vluchtroute’ merkt de verdediging ook op dat de auto bij het volgen van die route, ook door de ring A10 trajectcontrole (80 km/u) moet zijn gereden; een traject waar door het cameratoezicht de Peugeot zonder twijfel moet zijn geregistreerd alsmede andere camera’s moet zijn gepasseerd, zoals de camera’s die ook in de Coentunnel hangen.
welgeregistreerd op de Vialis camera aan de Verlengde Stellingweg. De Golf passeert om 03:55:09 de camera, waarna de Audi RS5, twee minuten en 40 seconde later, om 03:57:49, de Vialis camera passeert. Uit het procesdossier volgt dat het onwaarschijnlijk is dat de auto die is vastgelegd op de camera’s van Anytime Fitness, de Volkswagen Golf is. Daartoe wordt aangevoerd dat dit niet ‘binnen het tijdsbestek’ van de registraties zou passen. Dit is een conclusie die de verdediging niet deelt. Is het zo onaannemelijk dat deze Golf na de Vialis-registratie, maar voor de camera bij Anytime Fitness, heeft gewacht totdat de Audi RS5 langskomt om deze auto vervolgens te volgen? De auto die wordt waargenomen op de camerabeelden kan juist wél de Volkswagen zijn, dit kenteken is geregistreerd op de Vialis-camera én op basis van het dossier wordt niet uitgesloten dat dit voertuig op de foto’s te zien is. Er wordt namelijk uitsluitend gerelateerd dat de contouren en de verlicht ‘niet geheel’ overeenkomen met die van een Volkswagen Golf, dus: er zijn wel degelijk overeenkomsten. Daarbij dient opgemerkt te worden dat dit voertuig blijkens het procesdossier staat geregistreerd als gestolen. Het is dus veel waarschijnlijker dat deze Volkswagen Golf de tweede vluchtauto is geweest.
regelen van iemand’ en hij daarna aangeeft – wanneer het over eigen vervoer gaat – ‘
dat hij het ook zelf kan doen’, passen ook in het scenario dat hij daar was om een voertuig te stelen.
Subsidiair – deelnemingsvorm feit 1 en 2
In het geval van medeplegen houden de voorwaarden voor aansprakelijkstelling vooral in dat sprake moet zijn geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. (Vgl. HR 24 mei 2011, ECL1:NL:HR:2O11:BP6581, NJ 2011/481). Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. (Vgl. HR 6 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:A09905, NJ 2004/443). In de praktijk is een belangrijke en moeilijke vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat van medeplegen mag worden gesproken. Die vraag laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval.”
niet, op
geen enkel moment, dat er onderling contact is geweest over een aanslag op de Telegraaf of over brandstichtingen in zijn algeheel. Iets wat ten aanzien van de zaaksdossiers uit 26Wheeling wél geldt. Laatstgenoemd onderzoek is immers doorspekt van communicatie omtrent het plegen van strafbare feiten.
Het derde cassatiemiddel en de bespreking daarvan (feit 4: deelneming criminele organisatie)
Feit 4: criminele organisatie
Het vierde cassatiemiddel en de bespreking daarvan (duur gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel)
Vordering van de benadeelde partij Mediahuis NL B.V.
Slotsom