ECLI:NL:PHR:2024:865
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-naleving formele vereisten in civiele belastingverzetprocedure
Verzoekster heeft verzet ingesteld tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel van de Belastingdienst inzake 18 belastingaanslagen. Zowel de rechtbank als het hof hebben het verzet grotendeels ongegrond verklaard en de aanslagen bevestigd. Verzoekster stelde dat er gegronde twijfel bestond over de materiële verschuldigdheid van de aanslagen, maar het hof verwierp dit omdat zij onvoldoende concrete en overtuigende argumenten aanvoerde.
In cassatie heeft verzoekster haar beroep niet op de voorgeschreven wijze ingesteld. De Hoge Raad heeft haar bij brief gewezen op de noodzaak van een elektronische indiening door een cassatieadvocaat binnen een hersteltermijn. Verzoekster heeft deze termijn niet benut om het verzuim te herstellen. Ondanks haar verzoek om de zaak als belastingzaak te behandelen, wat niet correct was, heeft de griffie haar daartoe toch in de gelegenheid gesteld, maar dit leidde niet tot ontvankelijkheid.
De Hoge Raad handhaaft de strikte toepassing van de termijnen en formele vereisten en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Er is geen sprake van omstandigheden die een verschoonbare termijnoverschrijding rechtvaardigen. De procedure wordt afgesloten zonder inhoudelijke behandeling van het cassatiemiddel.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van de formele indieningsvereisten.