Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
3 juni 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiser beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag. De Hoge Raad oordeelt dat de procesinleiding niet is ingediend langs elektronische weg, zoals vereist in artikel 30c lid 1 Rv, en dat bovendien geen advocaat is aangewezen die eiser in cassatie vertegenwoordigt, in strijd met artikel 407 lid 3 Rv Pro.
Eiser had de mogelijkheid om deze gebreken binnen twee weken te herstellen door een correcte procesinleiding opnieuw in te dienen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Hierdoor is eiser niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep verklaard.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de rechtbank en het gerechtshof Den Haag voor het verloop van het geding in feitelijke instanties. Het arrest is gewezen door de raadsheren Sieburgh, Lock en Makkink en op 3 juni 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet elektronisch indienen van de procesinleiding en het ontbreken van een aangewezen advocaat.