Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Vonnis waarvan beroep; beschermde vrijspraak?
personen of goederen”. [5]
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. De politierechter sprak de verdachte vrij van het deel van de tenlastelegging dat betrekking had op één van de slachtoffers, maar het hof stelde dat de gehele tenlastelegging als één feit moest worden gezien en vernietigde het vonnis van de politierechter.
De verdachte stelde cassatie in met het middel dat het hof ten onrechte de vrijspraak niet als beschermde vrijspraak had aangemerkt, waardoor het hoger beroep ten onrechte onbeperkt zou zijn toegelaten. De Hoge Raad toetste of het hof de tenlastelegging onjuist had uitgelegd en oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat het delict van artikel 141 Sr Pro primair de openbare orde beschermt en dat het geweld tegen meerdere personen op dezelfde plaats en tijd één feit vormt.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en vond geen reden om het arrest van het hof te vernietigen. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte in stand en is het oordeel van het hof dat sprake is van één feit en geen beschermde vrijspraak correct.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het openlijk in vereniging plegen van geweld als één feit geldt en verwerpt het cassatiemiddel, waardoor de veroordeling van drie maanden gevangenisstraf blijft staan.