Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De procesgang
3.Het tweede middel
4.Het derde middel
Procedure
voorzittervangt aan met een aantal algemene opmerkingen.
voorzitteraan de orde dat de rechter-commissaris de beslissing heeft genomen tot inbeslagname van de server, maar dat het erop lijkt dat geen beslissing is genomen over de inhoud daarvan. De voorzitter merkt op dat het dan de vraag is of de rechtbank een beslissing kan nemen over de vraag of sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden.
officier van justitiereageert hierop als volgt.
voorzitterdeelt mede dat de rechter-commissaris gisteren contact met haar heeft opgenomen om haar op de hoogte te stellen van het feit dat er inmiddels ook een klaagschrift van klaagster [betrokkene 4] , kantoorgenoot van klager, is ingediend. Tijdens dit gesprek begreep de voorzitter ook dat de iPhone die onder klager in beslag is genomen inmiddels is gekraakt en uitgelezen en dat deze aan klager terug is gegeven.
voorzitterdeelt mede dat er ook beslag is gelegd op een server, maar dat zij deze niet terug heeft kunnen vinden op de beslaglijsten.
officier van justitie, [betrokkene 3] geeft aan dat later een server in beslag is genomen waar apart proces-verbaal van is opgemaakt door de rechter-commissaris.”
1. Procesgang
Opmerking A-G: zie randnr. 2.9].
Opmerking A-G: zie randnr. 2.10].
4.De beoordeling
5.Beslissing
5.Het vierde middel
2. Standpunt klager
3.Standpunt Openbaar Ministerie
4. De beoordeling
corpora delicti) of tot het begaan daarvan hebben gediend (
instrumenta delicti). Zulke brieven en geschriften vallen immers niet onder de geheimhoudingsplicht, en daarmee evenmin onder het verschoningsrecht.
5.Beslissing
6.Het vijfde middel
eerste deelklachtwordt aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte, althans op onjuiste, onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden heeft geoordeeld dat de onder de medeverdachten [betrokkene 2] en [betrokkene 1] in beslag genomen geschriften voorwerp van het strafbare feit uitmaken of tot het begaan daarvan hebben gediend. In de
tweede deelklachtwordt geklaagd dat de rechtbank met betrekking tot het klaagschrift van 12 november 2021 ten onrechte, althans op onjuiste, onbegrijpelijke en/of ontoereikende gronden heeft geoordeeld dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht ten aanzien van het (gehele) beslag rechtvaardigen. In de
derde deelklachtwordt gesteld dat het (al dan niet impliciete) oordeel van de rechtbank dat de doorbreking van het verschoningsrecht voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk en/of ontoereikend gemotiveerd is.
A-G: lees: akte van levering) of een afschrift van een akte van hypotheek betreffen van onroerend goed waarop het strafrechtelijk onderzoek betrekking heeft. Het oordeel van de rechtbank dat de betreffende leverings- en hypotheekakten kunnen worden aangemerkt als voorwerp van de vermeende delicten dan wel als hulpmiddelen waarmee die vermeende feiten zijn gepleegd, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.