Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
De doorzoeking van de auto
Rule of Law. Concreet wordt in het kader van het de onderhavige zaak slechts aangevoerd dat het oordeel van het hof dat niet tot bewijsuitsluiting moet worden overgegaan tekort schiet in het licht van hetgeen de rechtbank heeft vastgesteld, te weten dat 1) de strafvorderlijke voorschriften betreffende het doorzoeken van plaatsen en voertuigen belangrijke strafvorderlijke voorschriften zijn en dat de verbalisant door niet-inachtneming daarvan inbreuk heeft gemaakt op een belangrijk strafvorderlijk voorschrift alsmede de door dat voorschrift beschermde belangen van de verdachte, en 2) dat de verdachte in zijn belangen is geschaad, zodat het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM Pro en art. 48 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is geschonden en dat het van groot belang is dat een ieder kan vertrouwen op juist en rechtmatig handelende opsporingsambtenaren zodat politieoptreden als het onderhavige een aanzienlijke inbreuk maakt op dat vertrouwen.