ECLI:NL:PHR:2025:1202

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
23/02723
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Medeplegen van autodiefstallen en deelname aan een criminele organisatie in het kader van onderzoek Torenvalk

In deze zaak gaat het om de verdachte die is veroordeeld voor het medeplegen van de diefstal van twee auto’s en deelname aan een criminele organisatie. De Hoge Raad heeft op 11 november 2025 uitspraak gedaan in deze cassatiezaak, waarbij de verdachte in hoger beroep was gegaan tegen een eerdere veroordeling door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verdachte is in deze zaak betrokken bij een groter onderzoek, genaamd Torenvalk, dat zich richt op een serie autodiefstallen die op een vergelijkbare wijze zijn gepleegd en die allemaal gelinkt zijn aan dezelfde criminele organisatie. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest. De advocaat-generaal heeft in zijn conclusie aangegeven dat de middelen van cassatie falen en heeft verzocht om vernietiging van de uitspraak, maar alleen wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf. De zaak bevat verschillende middelen van cassatie die betrekking hebben op de bewezenverklaring van de diefstallen en de deelneming aan de criminele organisatie. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de bewezenverklaring van de diefstal en de deelneming aan de organisatie voldoende is gemotiveerd en dat de betrokkenheid van de verdachte bij de autodiefstallen op basis van de bewijsvoering niet onbegrijpelijk is. De conclusie van de advocaat-generaal strekt tot vernietiging van de uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer23/02723
Zitting11 november 2025
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte

1.Het cassatieberoep

1.1
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft de verdachte bij arrest van 4 juli 2023 (21-001714-19) wegens “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd” en “deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest. Verder heeft het hof het geschorste bevel voorlopige hechtenis opgeheven.
1.2
Volgens de vaststellingen van het hof maakt de onderhavige zaak deel uit van een groter onderzoek met de naam Torenvalk. In dat onderzoek gaat het om een groot aantal autodiefstallen, die wat betreft de pleegwijze sterke overeenkomsten vertonen en allemaal gelinkt worden aan dezelfde criminele organisatie. In de onderhavige zaak is de verdachte door het hof veroordeeld wegens deelname aan deze criminele organisatie en tevens wegens het medeplegen van twee autodiefstallen.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.A. van der Horst, advocaat in Amsterdam, heeft drie middelen van cassatie voorgesteld.
1.4
Het eerste middel betreft de bewezenverklaring van de diefstal van een Volkswagen Golf (feit 1, zaaksdossier 40). Het tweede middel heeft betrekking op de bewezenverklaring van de diefstal van een Volkswagen Polo (feit 1, zaaksdossier 41). Het derde middel richt zich tegen de bewezenverklaring van de deelneming aan een criminele organisatie (feit 3). Ik bespreek eerst het derde middel.
1.5
Voordat ik de middelen bespreek, geef ik eerst de bewezenverklaring en de (Promis)bewijsoverwegingen van het hof weer.

2.Bewezenverklaring en bewijsvoering

2.1
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“1.
hij in de periode van 1 april 2016 tot en met 5 april 2016 te [plaats] en/of [plaats] , telkens tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hierna te noemen personenauto’s, geheel toebehorende aan de hierna te noemen eigenaar/benadeelden, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van een valse sleutel, door het gebruikmaken van een nagemaakte/gekopieerde/duplicaat sleutel, te weten: (- zaak nummer, - pagina dossier, - BVHnummer, - voertuig, - kenteken, - eigenaar/benadeelde):
 zaak 40, P. 2047, PL0600-2016345736 Volkswagen Golf, [kenteken] , [benadeelde 1] en/of
 zaak 41, P. 2161, PL0600-2016347347 Volkswagen Polo, [kenteken] , [benadeelde 2] BV;
3.
hij in de periode van 01 oktober 2015 tot en met 10 mei 2016 te [plaats] , althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten o.a. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven (diefstal in vereniging met een valse sleutel en/of opzetheling).”
2.2
De bewezenverklaring is met gebruik van de Promis-werkwijze gemotiveerd en bevat 84 voetnoten met verwijzingen naar processen-verbaal met verwijzingen naar paginanummers in het dossier. Met het oog op de leesbaarheid heb ik de voetnoten uit de bewijsmotivering weggelaten. De inhoud van de voetnoten komt voor zover nodig bij de bespreking van de middelen aan de orde. De bewijsoverwegingen luiden als volgt:

Feit 1
Betrokkenheid van de verdachte
De betrokkenheid van de verdachte bij de autodiefstallen wordt telkens gebaseerd op de route van de Rover die aan [medeverdachte 5] toebehoorde en bij hem in gebruik was, de peilbakengegevens, de zendmastgegevens, de verblijfplaats en de herkenning van de verdachte op de camerabeelden van de Texaco of de Esso rond de tijden van de diefstallen.
- De Citroën C1
Bij de autodiefstallen zijn door de verdachten meerdere auto’s gebruikt. Dit betroffen een Rover, een Mercedes en een Citroën C1. Het hof stelt vast dat de Citroën C1 met [kenteken] (hierna: de Citroën C1) in gebruik was bij de verdachte. De Rover, de Mercedes of de Citroën C1 zijn in alle bewezenverklaarde autodiefstallen op het plaats delict aanwezig geweest.
- Het [telefoonnummer]
Het [telefoonnummer] is bij de verdachte in gebruik. Het hof leidt dat af uit het volgende. Op 14 februari 2016 om 17.26 uur stelt de gebruiker zichzelf voor als [verdachte] . Op 14 februari 2016 om 17.52 uur maakt de gebruiker een reservering in een restaurant onder de naam “ [verdachte] met […] ". De persoon die zich [verdachte] noemt in het eerste gesprek is dezelfde persoon/heeft dezelfde stem als de persoon die de naam “ [verdachte] met […] ” bevestigt. Op 13 februari 2016 belt de gebruiker met het Van der Valk hotel . Hij wil een kamer reserveren op naam van [verdachte] aan [straatnaam] in [plaats] . De Whatsapp-profielfoto van het nummer [telefoonnummer] vertoont sterke gelijkenis met de foto van [verdachte] die zich in de politiesystemen bevindt. In het navolgende zal naar het [telefoonnummer] worden verwezen als ‘het telefoonnummer van de verdachte’.
- De verblijfplaats
De verdachte is woonachtig op [a-straat 1] te [plaats] .
- De herkenning van de verdachte
De verdachte is door een verbalisant herkend op camerabeelden van de Texaco van 4 april 2016 en 5 april 2016. De verdachte stapte als bijrijder in de Rover van [medeverdachte 5] . Op 5 april 2016 hebben drie verbalisanten een observatie uitgevoerd. [observant] herkende de verdachte ambtshalve. Hij verklaarde dat hij het gezicht van de verdachte voor de volle honderd procent herkende. [observant] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat tijdens de bewuste observatie de afstand tussen hem en de verdachte ongeveer 7 meter bedroeg en dat hij hem vol in het gezicht heeft gekeken. Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan deze ambtsedige herkenning.
- Zaaksdossiers
Het hof kan zich vinden in de navolgende overwegingen die de rechtbank in haar vonnis met betrekking tot het bewijs heeft opgenomen ten aanzien van de bewezenverklaarde zaaksdossiers onder feit 1 en hieronder cursief zijn weergegeven. Het hof neemt die overwegingen over en maakt die tot de zijne. Waar in de hierna cursief weergegeven tekst ‘de rechtbank’ staat vermeld moet ‘het hof‘ worden gelezen. Het hof overweegt derhalve als volgt:
In het navolgende zal per zaaksdossier nader op de aan verdachte verweten gedragingen worden ingegaan. De rechtbank overweegt daarbij dat [medeverdachte 5] zich zowel bij de politie en de rechter-commissaris, als gedurende het onderzoek ter terechtzitting, steeds heeft beroepen op zijn zwijgrecht. Hij heeft, ondanks de vele kansen daartoe, elke mogelijkheid onbenut gelaten een verklaring af te leggen over zijn reisbewegingen. De rechtbank heeft dan ook, zonder een verklaring van [medeverdachte 5] daarbij te kunnen betrekken, de inhoud van het procesdossier gewogen. Daarbij heeft zij de feiten en omstandigheden zoals daarvan ten aanzien van de verschillende zaaksdossiers is gebleken, telkens uitdrukkelijk ook in onderling verband en samenhang bezien. Ten aanzien van de verschillende zaaksdossiers gaat de rechtbank, op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.
Zaaksdossier 40
-
Tussen 4 april 2016 te 01.00 uur en 4 april 2016 te 07.00 uur is een aan [benadeelde 1] toebehorende Volkswagen Polo met [kenteken] gestolen aan [straatnaam] in [plaats] .
-
Op 4 april 2016 om 00.36 uur is de Rover bij [straatnaam] , nabij de verblijfplaats van [medeverdachte 5] , vervolgens bij [straatnaam] 2015 te [plaats] en om 00.59 uur stopt de Rover bij de Texaco tankstation op [straatnaam] in [plaats] . Op de camerabeelden wordt [medeverdachte 5] herkend.
-
Om 01.06 uur straalt de telefoon van [medeverdachte 5] de mast […] aan. De Rover is vervolgens om 01.13 uur aan [straatnaam] in [plaats] , nabij de plaats delict. Daarna rijdt de Rover naar [plaats] en vanuit [plaats] naar [plaats] , waar de Rover om 02.34 uur voor 39 minuten bij [straatnaam] 2024 stopt. Om 04.19 uur stopt hij weer aan [straatnaam] op de hoogte van […] . Om 04.41 uur is de Rover bij [straatnaam] in [plaats] en om 04.50 uur aan [straatnaam] in [plaats] . Om 04.55 uur is de Rover bij [straatnaam] in [plaats] en om 05.09 uur bij [straatnaam] in [plaats] , nabij de verblijfplaats van [medeverdachte 5] .
-
Op 5 april 2016 rijdt om 05.58 uur een Fiat Ducato met [kenteken] [straatnaam] in [plaats] in en parkeert op de parkeerplaats bij supermarkt LIDL . Om 06.00 uur rijdt een (donkerkleurige) Citroen C1 met [kenteken] . de [straatnaam] in en stopt bij de Fiat Ducato. De bestuurder van de Fiat Ducato stapt uit en stapt bij de Citroen C1 in. De Citroen C1 rijdt [straatnaam] in en aan het einde de [straatnaam] in.
-
De bijrijder van de Fiat Ducato is om 06,03 uur uit de Fiat Ducato gestapt en aan de bestuurderskant weer in de Fiat Ducato gestapt en rijdt via [straatnaam] de [straatnaam] op.
-
In [straatnaam] wordt gezien dat een klein model auto komt aanrijden die achter geparkeerde auto's stopt. Vervolgens wordt een persoon gezien die een van de geparkeerde auto’s opent en instapt. De Citroen C1 rijdt vervolgens weg en daarna ook de geparkeerde auto. De Citroen C1 en daarna hel gestolen voertuig (Volkswagen Golf met [kenteken] ) rijden om 06.05 uur via [straatnaam] en slaan linksaf de [straatnaam] in en rijden daarna linksaf [straatnaam] op, dezelfde weg als de Fiat Ducato.
-
De bestuurder van de Citroen C1 wordt herkend als [verdachte] .
-
Om 06.35 uur arriveren de Fiat Ducato met Pools [kenteken] en de Volkswagen Golf met [kenteken] bij de loods in [plaats] .
-
Tijdens de doorzoeking in de loods [plaats] op 10 mei 2016 is een identiteitslabel. aangetroffen dat voorzien is van een chassisnummer behorende bij het Nederlandse [kenteken] .
Gelet op de algemene werkwijze als hierna weergegeven onder “Conclusie”
en gelet op het feit dat [medeverdachte 5] op 4 april 2016 is herkend op camerabeelden en het feit dat de gestolen auto in de loods in [plaats] is gezien, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat [medeverdachte 5] (mede) de auto heeft gestolen.
Naar het oordeel van de rechtbank kan het voorts niet anders dan dat [verdachte] mede de auto heeft gestolen. Gelet op bovengenoemde feiten en omstandigheden overweegt de rechtbank daarbij het volgende.
In de nacht van 4 april 2016 wordt er door de Rover vanaf [straatnaam] via de Texaco naar de plaats van het delict gereden. Daarna wordt teruggereden naar [straatnaam] en weer naar de plaats van het delict om daarna via [straatnaam] terug te rijden naar [straatnaam] . De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de gestolen auto is koud gezet in [straatnaam] en dat de Rover de bestuurder van de gestolen auto heeft, opgehaald op die plaats waar de auto is koud gezet en dat zij samen weer naar [straatnaam] zijn gereden.
In de ochtend van 6 april 2016 wordt de Citroen C1 met [kenteken] in [straatnaam] gezien. Even later vindt er door de observerende verbalisant een herkenning plaats van [verdachte] als bestuurder van de Citroen C1. De rechtbank heeft geen enkele reden om te twijfelen aan de ambtsedige herkenning van [verdachte] . Mede gelet daarop kan het niet anders dan dat de Citroën C1 met het gedeeltelijk leesbare kenteken, de Citroën C1 met [kenteken] is, die in gebruik is bij en op naam staat van [verdachte] .
Gelet op de waarnemingen van de verbalisanten op 5 april 2016 kan het voorts niet anders dan dat [verdachte] de bestuurder van de Fiat Ducato naar de plaats van de koud gezette auto heeft gebracht en aan hem de duplicaat sleutel heeft afgegeven, waarna die bestuurder met die gestolen auto is weggereden en een half uur later bij de loods in [plaats] arriveert.
Gezien het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 5] en [verdachte] samen de auto hebben gestolen, dat de een is teruggereden naar [plaats] in de Rover en de ander in het gestolen voertuig. [verdachte] heeft een dag later het gestolen voertuig aangewezen aan een van de Poolse mannen en aan hem de duplicaat sleutel overhandigd. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend dat[medeverdachte 5] en [verdachte]zich schuldig hebben gemaakt aan diefstal in vereniging door middel van valse sleutels.
Zaaksdossier 41
-
Tussen 4 april 2016 te 19.00 uur en 5 april 2016 te 11.00 uur is een aan [benadeelde 2] BV toebehorende zwarte Volkswagen Polo met [kenteken] gestolen vanaf [straatnaam] te [plaats] .
-
Om 00.25 uur, op 5 april 2016, is de Rover bij [straatnaam] , [plaats] , nabij de verblijfplaats [medeverdachte 5] . Om 00.31 uur stopt de Rover 11 minuten aan [straatnaam] en om 00.47 uur stopt de Rover bij de Texaco . Op camerabeelden worden [medeverdachte 5] en [verdachte] door verbalisanten herkend.
-
Om 01.01 uur straalt de telefoon van [medeverdachte 5] de mast aan op de grens van de A59/A50 ter hoogte van de afslag [plaats] . Om 01.22 uur stopt de Rover 2 minuten op [straatnaam] in [plaats] , nabij de plaats delict. Vervolgens is de Rover om 01.54 uur bij [straatnaam] waar hij voor 22 minuten stopt. De telefoon van [medeverdachte 5] straalt om 02.29 uur de mast aan op de grens van de A59/A50 ter hoogte van de afslag [plaats] . Om 02.41 uur stopt de Rover 3 minuten aan [straatnaam] in [plaats] . Om 03.09 uur is de Rover bij [straatnaam] in [plaats] ; daarna om 03.12. uur stopt hij bij [straatnaam] en om 03.18 uur is de Rover bij [straatnaam] in [plaats] , nabij de verblijfplaats van [medeverdachte 5] .
-
Op de beelden van de camera bij de loods in [plaats] is te zien dat op 6 april 2016 om 06.34 uur de roldeur aan de zijkant van de loods werd geopend en een zwarte Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] rijdt op het perceel.
Gelet op de algemene werkwijze als hierna weergegeven onder “Conclusie”
en gelet op en het feit dat [medeverdachte 5] en [verdachte] op 5 april 2016 op camerabeelden worden herkend en het feit dat de gestolen auto in de loods in [plaats] is gezien, acht de rechtbank bewezen dat[medeverdachte 5] en [verdachte]zich schuldig hebben gemaakt aan diefstal in vereniging door middel van valse sleutels.
Conclusie
Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsvoering stelt het hof vast dat sprake is geweest van autodiefstallen die door meerdere personen gezamenlijk moeten zijn gepleegd. Het hof weegt daarbij mee hetgeen hierna in de bewijsvoering ten aanzien van feit 3 onder het kopje “modus operandi” wordt uiteengezet over de aangetroffen techniek en apparatuur en de wijze waarop deze techniek en apparatuur moet zijn gebruikt. Op grond daarvan stelt het hof vast dat telkens gebruik werd gemaakt van een ‘werkauto’ (de Rover van [medeverdachte 5] , dan wel in hier niet ten laste gelegde zaaksdossiers: de Mercedes in gebruik bij [medeverdachte 1] ) om naar de plaats van het delict te rijden. Op de plaats delict werd een sleutelcode verkregen, waarna terug naar een locatie in [plaats] werd gereden om een duplicaatsleutel te maken. Met de werkauto en de duplicaatsleutel werd vervolgens weer naar de plaats delict gereden om daar de auto weg te nemen. De gestolen auto en de werkauto werden na de diefstal steeds teruggereden naar [plaats] , waar de gestolen auto werd koud gezet. Het kan daarom niet anders dan dat er twee (of meer) personen in de werkauto naar de plaats van het delict reden en bij de betreffende diefstal betrokken waren: een die de werkauto terugreed en een ander die de gestolen auto bestuurde.
Dat de verdachte in de hiervoor beschreven zaaksdossiers als mededader betrokken is geweest stelt het hof vast op de herkenningen van de verdachte door de verbalisant en de herkenning van de verdachte als bijrijder van de Rover bij het tankstation Texaco , alsmede de aanwezigheid van de werkauto nabij het adres van de verdachte rondom de tijden van de diefstallen. Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsvoering staat naar het oordeel van het hof buiten redelijke twijfel vast dat de verdachte als mededader betrokken was bij de autodiefstallen.
Feit 3
(…)
Beoordeling
Modus Operandi
Aan de hand van de hiervoor ten aanzien van de afzonderlijke zaaksdossiers onder feit 1 weergegeven bewijsvoering stelt het hof vast dat de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de autodiefstallen op essentiële punten overeenkomsten vertoont. In het dossier Torenvalk gaat het naast de twee in de zaak van de verdachte bewezenverklaarde autodiefstallen om een groot aantal andere autodiefstallen die allemaal worden gelinkt aan de in de tenlastelegging bedoelde criminele organisatie. Bij al deze autodiefstallen kunnen deze overeenkomsten worden vastgesteld. Deze overeenkomsten duiden op een specifieke en kenmerkende handelwijze, die past bij de onder verdachte en medeverdachten aangetroffen techniek en apparatuur. De modus operandi bestaat uit het volgende.
-
Voorverkenning
Bij de bewezenverklaarde autodiefstallen heeft een voorverkenning plaatsgevonden, vermoedelijk om een geschikte auto te vinden. Tijdens de voorverkenning is de sleutelcode van de te stelen auto verkregen. De Rover of de Mercedes is bij elk zaaksdossier naar de locatie gereden waar later een auto werd gestolen (zaaksdossier 5, 8, 9, 10, 15, 18, 19, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 33, 35, 40, 41 en 55).
-
Techniek en apparatuur
Na de voorverkenning werd teruggereden naar [straatnaam] (zaaksdossier 5, 25, 26, 8, 31, 40, 41 en 55) of [straatnaam] (zaaksdossier 8, 9, 10, 15, 19, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 29, 30, 31, 33, 35, en 55) in [plaats] waar een valse sleutel werd gemaakt. In de woning van [medeverdachte 1] is OBD2-apparatuur en een USB-stick met bestanden over OBD-apparatuur aangetroffen. In de woning van [verdachte] zijn blanco sleutels aangetroffen. In zijn laptoptas worden zogeheten ‘chips’, handgeschreven briefjes die een handleiding vormen van de programmeer-tool om blanco chips te kunnen coderen, blanco autosleutels, een Key Cutter en een Key Reader aangetroffen. De Key Cutter kan gebruikt worden om sleutels op maat te knippen en de Key Reader om codes mee af te kunnen lezen.
-
Vervalsen sleutels
Met behulp van een turbodecoder (type HU66 Gen2) kan het portierslot worden geopend van auto’s van de VAG-groep (waaronder Volkswagen en Seat). De decoder toont de sleutelcode van de auto. Met behulp van apparatuur wordt vervolgens een blanco autosleutel ‘geslepen’.
Met die sleutel kan de deur van de auto worden geopend en het contactslot worden bediend. Het alarm van de auto is op dat moment nog niet uitgeschakeld en de startonderbreker is ook nog niet gedeactiveerd. Bij auto’s van de VAG-groep zit onder het dashboard aan de bestuurderszijde een aansluiting voor analyseapparatuur waarmee de systeemsoftware van de auto uitgelezen kan worden. Door een elektronische tool met OBD2-programmatuur (On-Board Diagnostics Systeem) aan te sluiten, kan de systeemsoftware worden uitgelezen en kunnen de alarm- en startonderbreker handmatig worden uitgeschakeld. Na het vervalsen van een sleutel werd teruggereden naar de locatie waar de te stelen auto stond en werd de auto daadwerkelijk weggenomen. In alle gevallen moeten minimaal twee personen in de Rover, de Mercedes of de Citroen C1 hebben gezeten zodat de iemand telkens de auto kon wegnemen en de ander de Rover, de Mercedes of de Citroën C1 weer terug kon rijden naar [plaats] .
-
‘Koud’ zetten van de auto
In de meeste autodiefstallen werd de gestolen auto ‘koud’ gezet in [straatnaam] of in [straatnaam] in [plaats] . Een dag later werd de auto opgehaald door [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] . De auto werd door een van hen naar de loods in [plaats] gereden.
-
Strippen van de auto
Een van de gestolen auto’s werd door verbalisanten voorzien van een peilbaken. Deze auto is bij de loods in [plaats] gestopt. De loods is [plaats] werd voorzien van cameraobservatie. Daaruit blijkt dat veel van de gestolen auto’s in die loods terecht zijn gekomen (zaaksdossiers 9, 25, 26, 27, 28, 29, 33, 35, 36, 40, 41 en 55). De gestolen auto’s werden in de loods in [plaats] gestript door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . De gedemonteerde onderdelen werden vervolgens in een Fiat Ducato naar Polen vervoerd. Tijdens doorzoekingen in de loodsen in [plaats] en [plaats] (Polen) zijn onderdelen van de gestolen auto’s gevonden. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hanteerde telkens dezelfde werkwijze voor het strippen van de gestolen auto’s.
-
Loods in [plaats]
De verhuurder van de loods in [plaats] , [betrokkene] , heeft verklaard dat hij vanaf begin 2016 de loods heeft verhuurd aan [medeverdachte 3] . Hij kwam maandelijks in de loods en zag daar auto-onderdelen en gedeeltelijk gedemonteerde auto’s. [betrokkene] zag [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] altijd in de loods aanwezig. In de loods zijn zowel binnen als buiten camera’s aangebracht. Uit die camerabeelden blijkt dat er met regelmaat een witte Fiat Ducato de loods binnen kwam rijden. De twee witte Fiat Ducato’s met de [kenteken] (Pools) en [kenteken] (Duits) stonden op naam van [medeverdachte 4] , adres [straatnaam] , [plaats] (Duitsland). Toen eerstgenoemde Fiat Ducato vanuit Duitsland Nederland binnen is gereden, hebben verbalisanten de inzittenden gecontroleerd. In de Fiat Ducato zaten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] .
-
Loods in [plaats]
De gestolen auto die voorzien was van een peilbaken verplaatste zich van de loods in [plaats] naar Polen. Onderweg heeft de auto een stop van dertig minuten gemaakt bij een woning in [plaats] (Duitsland). Tijdens een doorzoeking van die woning waren [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aanwezig. De woning werd gehuurd door [medeverdachte 4] . Tijdens een doorzoeking van de loods in [plaats] zijn onderdelen aangetroffen van zeven gestolen auto’s. Vijf van deze zeven auto’s zijn gestolen in de omgeving van [plaats] en zijn bovendien in de loods in [plaats] geweest. [medeverdachte 4] was de eigenaar van de loods in [plaats] .
Organisatie met het oogmerk tot het plegen van misdrijven
Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsvoering stelt het hof vast dat in de tenlastegelegde periode door een bepaalde groep personen, waaronder in ieder geval de verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , een groot aantal auto’s is gestolen die vervolgens naar een loods zijn gebracht, waar deze auto’s werden gestript waarna ze in onderdelen naar Polen werden vervoerd. Dat tussen deze personen sprake was van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur blijkt uit de mate waarin en de wijze waarop zij moeten hebben samengewerkt. Het hof wijst daartoe op de verschillende rollen die de betrokkenen hebben gehad en de afstemming die moet hebben plaatsgevonden om een groot aantal autodiefstallen soepel te kunnen voorbereiden en uit te voeren en om de gestolen auto’s vervolgens te kunnen demonteren en naar Polen te kunnen afvoeren.
Dat de organisatie het oogmerk tot het plegen van misdrijven had, is evident. In dit geval gaat het om het misdrijf diefstal van auto’s teneinde auto-onderdelen te verkrijgen om die te kunnen uitvoeren naar Polen.
Deelneming door verdachte
Dat de verdachte behoorde tot dit samenwerkingsverband en een significant aandeel heeft gehad in gedragingen die strekken tot de verwezenlijking van het doel van de organisatie volgt al uit het feit dat de verdachte, zoals onder feit 1 wordt bewezenverklaard, zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van twee auto’s.
Daarnaast hecht het hof waarde aan het volgende. Op 10 mei 2016 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van de verdachte. Daarbij worden onder meer blanco sleutels en een los compleet contactslot van een Volkswagen aangetroffen. In de woning is verder een laptoptas met laptop aangetroffen. In de laptoptas zat onder andere een gripzakje met daarin drie zogeheten chips, tien handgeschreven briefjes die bij elkaar de handleiding vormende van de programmeertool om een blanco chip te kunnen coderen, (gripzakjes met) blanco autosleutels met verwijzingen naar locaties waar auto’s gestolen zijn, een Key Cutter, een Key Reader, een all-in-one Card Reader van het merk Sitecom; een papieren handleiding voor bovengenoemde Card Reader; een zwartgekleurde CD-rom, zijnde een digitale handleiding voor bovengenoemde Car Reader; twee handgeschreven papiertjes met daarop een uitleg over de chips en de Card Reader; een gripzakje met daarin een kleine CD-rom en een handgeschreven papiertje met daarop de tekst: "Vieuw 12+"; een scart met gekleurde draadjes. De aangetroffen spullen passen bij en zijn cruciaal voor voornoemde modus operandi en dragen bij aan de overtuiging dat de verdachte (mede) autodiefstallen heeft gepleegd. Voor het aanwezig hebben van deze spullen in zijn woning heeft de verdachte geen verklaring met een begin van aannemelijkheid gegeven. Naar het oordeel van het hof kan het gelet op alle feiten en omstandigheden en in samenhang bezien, niet anders dan dat deze goederen zijn gebruikt voor het plegen van de autodiefstallen. Ook merkt het hof op dat de telefoons van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in beslag zijn genomen en doorzocht. Het telefoonnummer van de verdachte is aangetroffen in de telefoon van [medeverdachte 3] onder de naam “ […] ”. Ook werd in de telefoon van [medeverdachte 3] een verzonden bericht aangetroffen met de tekst “ [verdachte] [a-straat 1] [plaats] " en stond in de telefoongegevens de tekst “ [plaats] [straatnaam] ”. Op de [straatnaam] te [plaats] werden met regelmaat auto’s koud gezet.
Tot slot merkt het hof op dat uit het tapgesprek van 31 maart 2016 om 15:11 uur volgt dat de verdachte telefonisch contact heeft gehad met een verkoper van onder andere autosleutels en Volkswagen alarm deactivators.
Gelet op het voorgaande acht het hof het onder 3 ten laste gelegde bewezen.”

3.Het derde middel

3.1
Het
derde middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring van de deelneming aan een criminele organisatie (feit 3) niet kan volgen uit de gebezigde bewijsmiddelen, althans dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.
3.2
De steller van het middel betoogt dat de betrokkenheid bij twee diefstallen die binnen een beperkte periode en met slechts één ander persoon zijn gepleegd onvoldoende is om vast te kunnen stellen dat de verdachte heeft deelgenomen aan het door het hof geschetste samenwerkingsverband.
3.3
Ik stel voorop dat van ‘deelneming’ aan een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr slechts dan sprake kan zijn als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Dat de betrokkene heeft samengewerkt of bekend is met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie is niet vereist. De samenstelling van het samenwerkingsverband hoeft ook niet steeds hetzelfde te zijn. De deelneming moet voor de betrokkene op zichzelf beoordeeld worden. Het is dus niet van belang of andere personen meer hebben gedaan of een belangrijker rol vervulden dan de betrokkene. [1]
3.4
Het hof heeft aan de bewezenverklaring ten grondslag gelegd dat sprake was van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen in ieder geval de verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] , die blijkt uit de mate waarin en de wijze waarop zij moeten hebben samengewerkt. Het hof heeft daarbij in het bijzonder gewezen op de verschillende rollen die de betrokkenen hebben gehad en de afstemming die moet hebben plaatsgevonden om een groot aantal autodiefstallen voor te bereiden en uit te voeren. Het hof heeft ten aanzien van dit samenwerkingsverband onder meer het volgende vastgesteld:
- In het onderzoek Torenvalk gaat het om een groot aantal autodiefstallen, die steeds overeenkomsten vertonen die duiden op een specifieke en kenmerkende handelswijze, die passen bij de bij verdachten aangetroffen techniek en apparatuur.
- Met een werkauto (de Rover van [medeverdachte 5] of de Mercedes van [medeverdachte 1] ) werd een voorverkenning uitgevoerd op het plaats delict om een sleutelcode te verkrijgen van de te stelen auto.
- Daarna werd teruggereden naar [straatnaam] of [straatnaam] in [plaats] om daar een duplicaat sleutel te maken.
- In de woning van [medeverdachte 1] en de woning van de verdachte is techniek en apparatuur aangetroffen die kan worden gebruikt om een valse sleutel te maken.
- Daarna werd met de werkauto teruggereden naar de te stelen auto. In de auto zaten minimaal twee personen zodat iemand de te stelen auto kon wegnemen en iemand de werkauto weer terug kon rijden naar [plaats] .
- De gestolen auto werd koud gezet in [plaats] .
- Een dag later werd de auto door [medeverdachte 2] of [medeverdachte 3] naar de loods in [plaats] gereden en gestript.
- De gestolen auto werd vervolgens in onderdelen naar Polen vervoerd.
3.5
Dat het hof op basis van deze vaststellingen heeft geoordeeld dat sprake was van een organisatie met het oogmerk op het plegen van misdrijven, namelijk de diefstal van auto’s, acht ik niet onbegrijpelijk.
3.6
Het hof heeft met betrekking tot de deelneming door de verdachte aan de organisatie in aanmerking genomen dat hij, door zich schuldig te maken aan de diefstal van twee auto’s, een significant aandeel heeft gehad in gedragingen die strekken tot de verwezenlijking van het doel van de organisatie. Naast de bewezenverklaarde autodiefstallen waar de verdachte bij betrokken is geweest, heeft het hof ook vastgesteld dat in de woning van verdachte goederen zijn aangetroffen die kunnen worden gebruikt om valse sleutels te maken. Het betreft onder meer een Key Cutter (om sleutels op maat te knippen), een Key Reader (om codes mee af te lezen), en blanco sleutels met verwijzingen naar locaties waar auto’s zijn gestolen. Het hof heeft overwogen dat dit soort goederen cruciaal waren voor de gehanteerde werkwijze van de criminele organisatie. Verder heeft het hof bij zijn oordeel betrokken dat het telefoonnummer van de verdachte is aangetroffen in de telefoon van [medeverdachte 3] en dat de verdachte telefonisch contact heeft gehad met een verkoper van onder andere autosleutels en Volkswagen
alarm deactivators.
3.7
Dat het hof op basis van deze feiten en omstandigheden heeft geoordeeld dat de verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Uit het voorgaande volgt dat de verdachte behoorde tot het samenwerkingsverband en een aandeel had in de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, namelijk de diefstal van auto’s. Dat andere personen binnen het samenwerkingsverband wellicht meer hebben gedaan of een belangrijker rol vervulden dan de verdachte, doet daar niet aan af.
3.8
Het middel faalt.

4.Het eerste middel

4.1
Het
eerste middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring van de gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Golf (feit 1, zaaksdossier 40) niet uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt, althans dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.
4.2
Uit de toelichting maak ik op dat in de kern geklaagd wordt 1) dat het hof de betrokkenheid van de verdachte onder meer heeft gebaseerd op een herkenning van de verdachte en de aanwezigheid van zijn auto op het plaats delict, terwijl dit niet uit bewijsmiddelen volgt, en 2) dat het hof de bewezenverklaring van het medeplegen ontoereikend heeft gemotiveerd.
Betrokkenheid van de verdachte
4.3
De eerste klacht is gericht tegen de overweging van het hof, onder het kopje ‘de herkenning van de verdachte’, dat de verdachte door een verbalisant is herkend op camerabeelden van het Texaco tankstation van 4 april 2016 en 5 april 2016 en dat de verdachte als bijrijder instapte in de Rover van [medeverdachte 5] . In de voetnoot verwijst het hof naar een proces-verbaal bevindingen camerabeelden Texaco . [2]
4.4
Uit bovengenoemd proces-verbaal blijkt dat de verbalisant die het proces-verbaal heeft opgemaakt en ondertekend de camerabeelden van de Texaco van 5 april 2016 tussen 00.45 en 00.48 heeft uitgekeken. Op die beelden is zowel de verdachte als [medeverdachte 5] herkend en is waargenomen dat de verdachte als bijrijder in de Rover van [medeverdachte 5] is ingestapt. In de toelichting op het middel wordt terecht gesteld dat op basis van dit bewijsmiddel niet kan worden vastgesteld dat de verdachte (ook) op camerabeelden van 4 april 2016 is herkend.
4.5
Uit de bewijsoverwegingen van het hof blijkt verder dat er bij de autodiefstallen door de verdachten meerdere auto’s zijn gebruikt, waaronder een Rover en een Citroën C1 ( [kenteken] ) die in gebruik was bij de verdachte. Het hof heeft vastgesteld dat ‘in alle bewezenverklaarde autodiefstallen de Rover, de Mercedes, of de Citroën C1 op het plaats delict aanwezig is geweest’. Bij de betreffende overweging ontbreekt een verwijzing naar een wettig bewijsmiddel. Ook uit de overwegingen met betrekking tot zaaksdossier 40 en 41 volgt niet dat de Citroën C1 van de verdachte op het plaats delict aanwezig is geweest. In beide gevallen werd de Rover van [medeverdachte 5] als werkauto gebruikt om naar het plaats delict te rijden.
4.6
Ik meen dat het voorgaande echter niet tot cassatie hoeft te leiden. Ook zonder een herkenning van de verdachte op de camerabeelden van 4 april 2016 en de aanwezigheid van de Citroën C1 op het plaats delict is de bewijsredenering, ook met weglating van de onder 4.4 en 4.5 bestreden passages in de bewijsvoering, sluitend. Dat licht ik hieronder toe.
4.7
Uit de overwegingen met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte blijkt dat de verdachte woonachtig was aan [a-straat 1] in [plaats] . [3] In zaaksdossier 40 heeft het hof vastgesteld dat in de nacht van 4 april 2016 er door de Rover van [medeverdachte 5] vanaf [straatnaam] via de Texaco naar het plaats delict wordt gereden. Daarna is de Rover teruggereden naar [straatnaam] , waar de Rover 39 minuten is gestopt. Vervolgens is de Rover weer naar het plaats delict en via de [b-straat] weer terug naar [straatnaam] gereden. [4] [medeverdachte 5] is die nacht op camerabeelden herkend als bestuurder van de Rover. [5]
4.8
Verder blijkt uit de overwegingen van het hof dat de ochtend na de diefstal is waargenomen dat een Citroën C1 met gedeeltelijk zichtbaar [kenteken] in de [straatnaam] rijdt en dat de verdachte even later wordt herkend als de bestuurder van deze auto. [6] De bestuurder van een Fiat Ducato met Pools kenteken ( [kenteken] ) stapt als bijrijder bij hem in. Even later wordt gezien dat de Citroën C1 en het gestolen voertuig achter elkaar wegrijden in dezelfde richting als de Fiat Ducato. Een half uur laten arriveren de Fiat Ducato met Pools kenteken en het gestolen voertuig bij de loods in [plaats] . [7] Dat het hof er op basis van deze feiten en omstandigheden van uit is gegaan dat de verdachte de bestuurder van de Fiat Ducato naar de plaats van de koud gezette auto heeft geleid en aan hem een duplicaat sleutel heeft overhandigd, acht ik niet onbegrijpelijk.
4.9
Uit de werkwijze als beschreven onder randnummer 3.4 bleek al dat bij de autodiefstallen steeds gebruik werd gemaakt van een duplicaatsleutel die in [plaats] werd gemaakt door middel van een sleutelcode die op het plaats delict werd verkregen. Het hof heeft overwogen dat [medeverdachte 5] en de verdachte samen de auto hebben gestolen, dat de een is teruggereden naar [plaats] in de Rover en de ander in het gestolen voertuig. Die gevolgtrekking is, mede gelet op de waarnemingen de ochtend na de diefstal, niet onbegrijpelijk. Daarbij neem ik in het bijzonder in aanmerking dat de Rover in de nacht van de diefstal 39 minuten is gestopt nabij het adres van de verdachte en daarna is teruggereden naar het plaats delict [8] , terwijl uit de vaststellingen van het hof zoals weergegeven onder randnummer 3.6 blijkt dat in de woning van de verdachte goederen zijn aangetroffen die kunnen worden gebruikt om duplicaat sleutels te maken.
4.1
De eerste deelklacht faalt.
Medeplegen
4.11
In de tweede plaats wordt geklaagd dat het bewezenverklaarde medeplegen van de diefstal niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
4.12
Onder het kopje ‘conclusie’ heeft het hof vastgesteld dat sprake is geweest van autodiefstallen die door meerdere personen gezamenlijk moeten zijn gepleegd. De gehanteerde werkwijze vereist immers twee of meer personen: een bestuurder van de werkauto en een bestuurder van de gestolen auto. In zaaksdossier 40 is de Rover van [medeverdachte 5] gebruikt als werkauto en is [medeverdachte 5] op camerabeelden van de nacht van de diefstal herkend. Uit het voorgaande bleek al dat en waarom ik het niet onbegrijpelijk acht dat het hof ervan uitgaat dat de verdachte als mededader bij de diefstal betrokken is geweest. Ik herhaal dat het hof aan de waarnemingen van de ochtend na de diefstal heeft kunnen ontlenen dat de verdachte de koud gezette auto heeft aangewezen en dat het hof uit de feiten en omstandigheden de gevolgtrekking heeft kunnen verbinden dat de verdachte en [medeverdachte 5] samen de auto hebben gestolen. Het hierop gebaseerde oordeel van het hof dat de verdachte ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’ de Volkswagen Golf heeft gestolen is niet onbegrijpelijk en tevens toereikend gemotiveerd. [9]
4.13
Daarmee faalt ook de tweede deelklacht.
4.14
Het middel faalt.

5.Het tweede middel

5.1
Het
tweede middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring van de gekwalificeerde diefstal van een Volkswagen Polo (feit 1, zaaksdossier 41) niet uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt, althans dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd.
5.2
Uit de toelichting maak ik op dat de klacht specifiek is gericht tegen de motivering van het bewezenverklaarde ‘medeplegen’ van de betreffende diefstal.
5.3
Zoals bij de bespreking van het eerste middel al aan de orde kwam, heeft het hof onder het kopje ‘conclusie’ bij feit 1 overwogen dat de autodiefstallen door meerdere personen gezamenlijk moeten zijn gepleegd, omdat voor de gehanteerde werkwijze in ieder geval een bestuurder van de werkauto en een bestuurder van de gestolen auto nodig was. Ik verwijs voor de volgens het hof gehanteerde wijze naar randnummer 3.4.
5.4
Dat de verdachte in zaaksdossier 41 bij de diefstal van de Volkswagen Polo ( [kenteken] ) als medepleger betrokken is geweest, heeft het hof gebaseerd op het volgende. Tussen 4 april 2016 19.00 en 5 april 2016 11.00 is een Volkswagen Polo gestolen vanaf [straatnaam] in [plaats] . [10] De Rover van [medeverdachte 5] is die nacht twee keer vanuit [plaats] naar [straatnaam] te [plaats] gereden, zo blijkt uit de peilbakengegevens. [11] Op camerabeelden van een tankstation van die nacht wordt de Rover waargenomen en worden zowel [medeverdachte 5] als de verdachte herkend. [12] Diezelfde nacht stopt de werkauto meerdere keren nabij het adres van de verdachte, onder meer 22 minuten nadat de werkauto vanaf het plaats delict terug naar [plaats] was gereden. Een dag later is waargenomen dat het gestolen voertuig het perceel van de loods in [plaats] op rijdt. [13]
5.5
Gelet op het voorgaande, is het oordeel van het hof dat de verdachte zich ‘tezamen en in vereniging met een of meer anderen’ schuldig heeft gemaakt aan de betreffende autodiefstal niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
5.6
Het middel faalt.

6.Slotsom

6.1
De middelen falen en kunnen met een aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering worden afgedaan.
6.2
Ambtshalve merk ik op dat sinds het instellen van het cassatieberoep op 13 juli 2023 tot aan de datum van deze conclusie reeds twee jaren zijn verstreken, zodat de redelijke termijn is overschreden. Dat moet leiden tot strafvermindering.
6.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5161, NJ 2012/657, m.nt. Keijzer, rov. 2.3; HR 5 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:969, NJ 2022/361, m.nt. Jörg, rov. 2.4.3; HR 30 mei 2023, ECLI:NL:HR:2023:771, NJ 2023/253 m.nt. Reijntjes, rov. 2.3.2.
2.Proces-verbaal bevindingen camerabeelden Texaco , p. 2185-2186.
3.Proces-verbaal algemeen dossier, onderzoek Torenvalk, p. 4.
4.Proces-verbaal bevindingen weggenomen [kenteken] , p. 2066.
5.Proces-verbaal bevindingen uitkijken camerabeelden Texaco , p. 2073.
6.Proces-verbaal observeren, p. 2082 en 2083.
7.Proces-verbaal beelden [plaats] 6 april 2016, p. 2086.
8.Proces-verbaal bevindingen weggenomen [kenteken] , p. 2066.
9.Vgl. HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316, NJ 2016/411 m.nt. Rozemond en ECLI:NL:HR:2016:1323, NJ 2016/412 m.nt. Rozemond.
10.Proces-verbaal aangifte van [aangever] , namens [benadeelde 2] BV, p. 2174-2177.
11.Proces-verbaal bevindingen mast/bakengegevens, p. 2180.
12.Proces-verbaal bevindingen camerabeelden Texaco , p. 2185, 2186.
13.Proces-verbaal beelden [plaats] 6 april 2016, p. 2196.