ECLI:NL:PHR:2025:13
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-schending doorlaatverbod en afwijzing getuigenverzoek in criminele organisatiezaak Oss
De verdachte is door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor medeplegen van diverse drug- en wapenfeiten en deelname aan een criminele organisatie. Tevens is een geldbedrag van €263.412,68 verbeurd verklaard. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het doorlaatverbod van artikel 126ff Sv is geschonden doordat politie en justitie niet tijdig hebben ingegrepen bij de aanwezigheid van wapens en drugs, en dat het hof ten onrechte niet op het voorwaardelijke verzoek tot het horen van twee getuigen heeft beslist.
De Procureur-Generaal bespreekt uitvoerig het doorlaatverbod en het toepasselijke jurisprudentiële kader, waaronder het relativiteitsvereiste dat bepaalt dat de verdachte zich niet kan beroepen op schending van het doorlaatverbod omdat dit niet in zijn belang is gesteld. Uit het dossier en getuigenverklaringen blijkt dat live meeluisteren en meekijken slechts in beperkte mate heeft plaatsgevonden en dat de politie bij wetenschap van verboden goederen heeft ingegrepen. Het hof oordeelt dan ook dat het doorlaatverbod niet is geschonden.
Verder wordt het beroep op niet-ontvankelijkheid, bewijsuitsluiting en strafvermindering wegens schending van het doorlaatverbod verworpen. Het hof acht het verzoek tot het horen van getuigen niet noodzakelijk, mede omdat het rechtmatigheidsverweer faalt. De Procureur-Generaal concludeert dat het middel faalt en adviseert het cassatieberoep te verwerpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof heeft terecht geoordeeld dat het doorlaatverbod niet is geschonden en het verzoek tot het horen van getuigen terecht is afgewezen.