3.4Meer specifiek houdt de schriftelijke reactie van het openbaar ministerie – voor zover hier relevant – het volgende in (met weglating van voetnoten):
“
Geen overbeslag want vervolgprofijt
Klagers stellen dat er sprake is van overbeslag. Het OM betwist dat ten zeerste. De verdediging gaat er steeds, in alle correspondentie en nu ook in de klaagschriften, aan voorbij dat er sprake is van vervolgprofijt. Al het beslag dat is gelegd, stemt overeen met de criminele verdiensten verdiend met de strafbare feiten en voortvloeiend daaruit, waar ook het vervolgprofijt onder begrepen dient te worden.
We hebben in verband met de geheimhouderprocedure nog geen afgerond onderzoek naar het vervolgprofijt tot en met heden van de bedragen van afgerond totaal 37 miljoen (WVV) welke door [klager] en [medeklager 10] vanaf 2007 zijn ontvangen. Wat we wel zien is dat met het vermogen van 37 miljoen tot en met heden een aanzienlijk rendement lijkt te zijn behaald. Dit maakt dat het WVV hoger is dan het bij aanvang van het onderzoek berekende bedrag van 37 miljoen.
Dat rendement valt onder meer af te leiden uit de jaarrekeningen van [medeklager 10] . In de fysieke inbeslagname uit Curaçao zijn geen jaarrekeningen over die jaren aangetroffen. We hebben op dit moment nog niet de beschikking over de digitale inbeslagname uit Curaçao, waardoor we nog geen inzage hebben, voor zover de jaarrekeningen daarin zijn opgeslagen, in de jaarrekeningen van [medeklager 10] over de jaren 2015-2020 (2021 was nog niet opgemaakt in juni 2021) waaruit een vervolgprofijt zou kunnen blijken (als beleggingsresultaat voor de jaren 2015-2020 na aftrek van kosten).
Mogelijk gaan we die jaarrekeningen ook aantreffen in Zwitserland maar deze informatie staat ons nog niet ter beschikking. Dat geldt evenzo met betrekking tot informatie van bankinstellingen in Zwitserland waar [medeklager 10] / [klager] tegoeden hebben.
Uit de fysieke inbeslagname op Curaçao zijn wel diverse vermogensoverzichten aangetroffen van beleggingen bij bankinstellingen. Of deze volledig zijn, is thans nog onduidelijk. Die info is nog niet ter beschikking gesteld aan het onderzoeksteam. Zoals gezegd kan dat vervolgprofijt globaal op de eenvoudigste manier uit de jaarrekeningen worden opgemaakt.
Kort en goed is de situatie aldus zoals we dat nu kunnen zien dat de verdiensten van de klagers aanzienlijk waren, renderen en daarmee inmiddels ook vervolgprofijt hebben gegenereerd. Ook daarop leggen we beslag. Van overbeslag is dus geen sprake.
Overigens, zo er al sprake zou zijn van overbeslag, geldt dat verdachten zelf hebben gesteld dat sommige verdachte vennootschappen failliet dreigen te gaan. Onder verwijzing naar hetgeen de Hoge Raad heeft overwogen in zijn arrest van 31 januari 2006, LJN AU4691 (het zogeheten Cumberbatch-arrest) stelt het OM zich op het standpunt dat niet van belang is dat de totale waarde van de conservatoir in beslag genomen voorwerpen op een hoger bedrag wordt geschat dan het voorlopig berekende wederrechtelijk verkregen voordeel. Het beslag dient immers tot het veiligstellen van het verhaal van een vordering; ook rekening houdend met eventuele faillissementen en meerdere schuldeisers. Dat dit laatste, meerdere schuldeisers, niet denkbeeldig is blijkt uit het feit dat wij zeer recent, 9 april jl. een informatieverzoek ontvingen van een curator/vereffenaar uit Curaçao. Bij dit verzoek is gevoegd een beschikking van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 19 maart 2024 tot heropening van de vereffening van meerdere van onze verdachte rechtspersonen. Dit verzoek Is gedaan door de Nederlandse Belastingdienst/Staat de Nederlanden voor een vermeende belastingaanslag/naheffing voor € 100.000.000,-. Dit zou dan betreffen: VpB, dividend-belasting, OB en kansspelbelasting. Hoe een en ander zich verhoudt tot onze berekening van het WVV dient nog nader te worden bekeken.
Geen strijd met subsidiariteit en proportionaliteit
Eerder heeft het OM al aangegeven dat het uit coulance en geheel onverplicht aan [klager] en zijn partner reeds eenmalig een bedrag van €75.000,- heeft vrijgegeven.
Daarnaast heeft de Zwitserse officier van justitie - zonder overleg met ons - besloten dat vanuit het beslag per augustus 2022 elke maand aan [klager] en zijn partner een bedrag van 15.000 Zwitserse Francs wordt voldaan. Dat is
omgerekend bijna € 16.000,- per maand (!), en dat elke maand (!!), al sinds augustus 2022. Dat is inmiddels een bedrag van 21 x 15.000 = 315,000,- Zwitserse Francs, omgerekend ruim
€ 320.000,-.En dat bedrag loopt iedere maand op. En het beslagen saldo neemt iedere maand met dat bedrag af.
Tot slot geldt dat voor twee auto's, namelijk een Mercedes en een Porsche Macan zekerheid is gesteld door [klager] . Ze hebben vervoer. En ook overigens staat het OM zeer open voor voorstellen tot het stellen van zekerheid (mits redelijk; taxatiewaarde).
Van strijd met subsidiariteit en proportionaliteit is dan ook geen sprake.
[A] N.V.
De verdediging stelt dat [A] NV zich niet bezig gehouden heeft met het aanbieden van kansspelen en dat daarom een bedrag van ruim 14 miljoen uit het berekende wederrechtelijk verkregen voordeel geschrapt zou moeten worden. Het OM betwist dit en stelt het navolgende.
[F] AB heeft voor de casino-groep een bedrag betaald van € 132.306.452, bestaande uit de volgende componenten (AMB-001- APV):
1. € 2.820.676 zichtbaar eigen vermogen;
2. € 129.485.776 aan goodwill (5,9 x EBIT over 2013).
Ad 1
Dit betreft het met de criminele activiteiten (het illegaal aanbieden van internetgokken op de Nederlandse markt) opgebouwd eigen vermogen. Dit betreft volgens het OM dan ook direct uit de strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel.
Ad 2
Bij de aandelenverkoop aan [F] was sprake van een goodwill-bedrag. Goodwill vertegenwoordigt de waarde van toekomstige inkomsten van de ondernemingen die nog niet gewaardeerd zijn op de balans, maar die al wel bestaan in de vorm van reputatie, kennis, klanten, marktpositie, merken, personeel, etcetera.
De waardestijging van de aandelen van de casinogroep is ontstaan doordat de met de criminele activiteiten verdiende gelden zijn aangewend voor de (uitbreiding) van de bedrijfsactiviteiten van de casinogroep. Hierdoor heeft de casinogroep een organisatie opgebouwd met een reputatie, kennis, klanten, marktpositie, merken, personeel, waar derden, in casu [F] AB, een verdiencapaciteit aan koppelen. Deze verdiencapaciteit is door [F] AB gewaardeerd op € 129.485.776.
Zonder de criminele activiteiten en de aanwending van de daarmee gerealiseerde opbrengsten in de bedrijfsvoering van de casinogroep zou deze verdiencapaciteit niet zijn gerealiseerd. Het OM merkt de waardestijging van de aandelen, die door de verkoop hiervan aan [F] AB wordt gerealiseerd, dan ook aan als vervolgprofijt. Deze waardestijging had niet kunnen worden gerealiseerd zonder die eerdere aanwending van met criminele activiteiten verdiende gelden.
Voor deze goodwill kan een parallel worden getrokken met de waardestijging van een met crimineel geld aangeschaft pand. In een daarop betrekking hebbende uitspraak concludeert de Hoge Raad:
Dat voordeel kan bestaan uit voordeel dat d.m.v. – en dus rechtstreeks uit – strafbare feiten is verkregen (primair voordeel) alsook uit vervolgprofijt, d.w.z. voordeel dat uit de baten van strafbare feiten is verkregen. Opvatting dat ontneming van vervolgprofijt slechts mogelijk is indien de omvang van het primaire voordeel blijkt, gaat uit van een eis die geen steun vindt in het recht. Hof heeft o.m. vastgesteld dat betrokkene twee panden van de opbrengsten van strafbare feiten heeft gekocht en dat die panden in waarde zijn gestegen. Het heeft geoordeeld dat die waardestijging als vervolgprofijt bij de schatting van w.v.v. kan worden betrokken omdat die waardestijging niet was gerealiseerd zonder die eerdere aanwending van de genoemde opbrengsten zodat het bedrag van die waardestijging in zijn geheel is aan te merken als w.v.v. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
Voor [A] NVgeldt hetzelfde als hiervoor vermeld. De investeringen en bedrijfsactiviteiten van [A] N.V. zijn bij aanvang betaald dan wel gefinancierd met door criminele activiteiten gegenereerde gelden (het illegaal aanbieden online gokken). De door [A] N.V. hiermee gegenereerde winsten zijn daarom ook aan te merken als vervolgprofijt. Dat geldt ook voor een waardestijging van de aandelen [A] N.V. die werd gerealiseerd bij de verkoop aan [F] .
Ook hier kan een parallel worden getrokken met een met crimineel geld aangeschaft pand dat wordt verhuurd. De huuropbrengsten, die ook afkomstig zijn van personen die op geen enkele wijze betrokken zijn bij het strafrechtelijk onderzoek, van het met crimineel geld aangeschafte pand zijn aan te merken als vervolgprofijt.
3% omzet uit het buitenland
Het OM merkt op dat de vermeende 3% omzet die uit het buitenland afkomstig zou zijn herleid is uit gegevens van de verdediging zelf. Deze is nog niet door de opsporing geverifieerd. Dit is wel noodzakelijk, nu er zich allerlei omstandigheden kunnen voordoen waardoor het percentage dient te worden bijgesteld. Zo kan er sprake zijn van Nederlandse spelers die de beschikking hebben over een buitenlandse bankrekening.
Daarnaast zal de FIOD en het OM zich nog beraden op de vermengingsleer van legale en illegale inkomsten. Dit kan er toe leiden dat we geen rekening houden met een (overigens zeer miniem) deel eventuele legale inkomsten. We zouden op de muziek vooruit lopen indien we hier nu al rekening mee zouden houden door beslag terug te geven.
Het is al met al dus niet aan de orde en verre van opportuun nu een verrekening toe te passen zoals door de verdediging voorgesteld.
Conclusie
Het OM verzoekt de rechtbank (…) om de klaagschriften ongegrond te verklaren.”