ECLI:NL:PHR:2025:174
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over niet-ontvangen schriftelijke kennisgeving bloedonderzoek bij rijden onder invloed
In deze zaak werd de verdachte veroordeeld voor rijden onder invloed van amfetamine en cannabis op 2 maart 2020. Het hof Den Haag bevestigde de veroordeling en legde een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op. De verdediging stelde cassatie in met het middel dat de verdachte niet schriftelijk was geïnformeerd over het resultaat van het bloedonderzoek en het recht op tegenonderzoek, zoals vereist in art. 17 BADG Pro, waardoor het bewijs niet gebruikt had mogen worden.
Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland had en geen adres had opgegeven waar de kennisgeving naartoe kon worden gestuurd. De brief met de uitslag was op 2 april 2020 opgesteld en gericht aan de verdachte met adres onbekend. Het hof vond dat de verdachte dit aan zichzelf te wijten had.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad oordeelt echter dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk is. Uit het dossier blijkt dat de verdachte een Pools adres in de Basisregistratie Personen had, dat eenvoudig door de politie te achterhalen was. Het niet versturen van de kennisgeving naar dit adres is een tekortkoming van de autoriteiten. Ook het feit dat de verdachte tijdens het verhoor geen adres kon of wilde opgeven, en mogelijk onder invloed was, maakt dit niet anders. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling vanwege het niet schriftelijk informeren van de verdachte over het bloedonderzoek en het recht op tegenonderzoek.