Conclusie
Nummer 23/01522
Inleiding
Het eerste middel
[verdachte], in welke zaak het gerechtshof Den Haag op 19 november 2004 arrest heeft gewezen.
[verdachte]
nietuitdrukkelijk door de verdachte te zijn gemachtigd de verdediging te voeren.
Het tweede middel
Stb. 2004, 180, wordt overtreding van art. 231 Sr Pro bedreigd met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren. Ingevolge art. 70 lid 1 aanhef Pro en onder 3 Sr in verbinding met art. 72 lid 2 Sr Pro bedroeg de absolute verjaringstermijn zowel onder het oude als het nieuwe strafmaximum tweemaal twaalf jaren (vierentwintig jaar).