Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
the proceedings as a wholeniet eerlijk zijn geweest, althans dat het hof voor zover het tot uitdrukking heeft willen brengen dat dit in de onderhavige zaak het geval is, dit oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd. De tweede deelklacht houdt in dat het hof met zijn oordeel dat de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie het enige juiste rechtsgevolg is, het uitgangspunt van subsidiariteit heeft miskend, althans dit oordeel ontoereikend heeft gemotiveerd.
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
volledigdienen uit te sluiten dat er iets mis zou kunnen zijn geweest met de remmen, aan dat oordeel een motiveringsgebrek kleeft, althans dat dit oordeel zonder nadere motivering onbegrijpelijk is.
fairnessvan de procedure. Het lijkt me dat het hof daartoe wel was gehouden, nu deze ‘compenserende’ factoren maken dat het gewenste tegenonderzoek aan belang inboet. [6] Derhalve meen ik dat de in het arrest weergegeven motivering dat de onmogelijkheid van het tegenonderzoek de eerlijkheid van de procedure zodanig aantast dat moet worden overgegaan tot de zeer zware sanctie van niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie tekortschiet. Dat het hof heeft overwogen dat de onderzoeken die wel zijn verricht aan de auto nog steeds niet
vollediguitsluiten dat de remmen onvolledig functioneerden, maakt dit wat mij betreft niet anders. Het staat de rechter vrij deze omstandigheid bij zijn waardering van het bewijsmateriaal te betrekken, maar dat een bepaald scenario niet volledig kan worden uitgesloten op basis van het verrichte onderzoek betekent nog niet dat de verdediging geen eerlijk proces heeft gehad. Dit tast de begrijpelijkheid van de motivering van het hof aan.