Op 17 december 2016 ontstond in een horecagelegenheid een vechtpartij waarbij verdachte samen met een ander betrokken was. Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde verdachte voor openlijke geweldpleging in vereniging en legde een voorwaardelijke taakstraf op. Verdachte stelde cassatie in tegen de bewezenverklaring en de verwerping van zijn noodweerverweer.
De bewijsmiddelen bestonden uit aangifteprocessen-verbaal, verklaringen van aangevers en getuigen, en camerabeelden die de vechtpartij en het gedrag van verdachte in beeld brachten. Het hof concludeerde dat verdachte en zijn medeverdachte gezamenlijk geweld hadden gepleegd en dat verdachte zich aanvallend had gedragen, mede vanwege het pakken van een mes en het opzoeken van confrontatie.
De verdediging voerde aan dat verdachte werd aangevallen en zich slechts verdedigde, met een beroep op noodweer. Het hof verwierp dit beroep omdat verdachte volgens de uiterlijke verschijningsvormen niet als verdediger maar als aanvaller handelde. De Hoge Raad concludeert dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld en dat de middelen falen. Het cassatieberoep wordt verworpen.