ECLI:NL:PHR:2025:48
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid fouillering en doorzoeking bij verdenking witwassen en drugsdelict
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld tot vijftien weken gevangenisstraf wegens medeplegen van een opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet. De zaak draaide om de rechtmatigheid van de fouillering en de daaropvolgende doorzoeking van een auto, waarbij hennep werd aangetroffen.
De politie kreeg een melding over twee mannen die geld aan het tellen waren in een auto, vermoedelijk betrokken bij drugs. Bij controle ontkenden de mannen geld bij zich te hebben, wat leidde tot een vermoeden van witwassen. De fouillering vond plaats waarbij geld werd aangetroffen, en de auto werd doorzocht met toestemming van de verdachte, waarbij hennep werd gevonden.
De verdediging voerde aan dat de fouillering en doorzoeking onrechtmatig waren, omdat er geen redelijk vermoeden van schuld was en geen geldige toestemming voor de doorzoeking. Het hof oordeelde echter dat er ernstige bezwaren waren in de zin van artikel 9 lid 2 Opiumwet Pro, waardoor de fouillering en doorzoeking rechtmatig waren.
De Hoge Raad concludeert dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat er sprake was van ernstige bezwaren en bevestigt dat de fouillering en doorzoeking rechtmatig waren. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot vijftien weken gevangenisstraf wordt bevestigd.