Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste namens de verdachte voorgestelde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede namens de verdachte voorgestelde cassatiemiddel
5.Beslissing
28 september 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam inzake medeplegen van diefstal met geweld in een woning. De verdachte werd onder meer veroordeeld tot schadevergoedingsmaatregelen waarbij vervangende hechtenis werd toegepast bij niet-betaling.
De Hoge Raad oordeelt dat ten tijde van het bevel tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek ernstige bezwaren tegen de verdachte bestonden, gelet op onder meer het gebruik van een gehuurde bestelbus nabij de plaats delict en telefoongegevens. Het verweer dat het DNA-materiaal onrechtmatig was verkregen wordt verworpen.
Wel vernietigt de Hoge Raad het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, verwijzend naar eerdere jurisprudentie dat in dat geval gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
De uitspraak bevestigt de voorwaarden voor het geven van een bevel tot DNA-afname en verduidelijkt de toepassing van sancties bij schadevergoedingsmaatregelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de toepassing van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen; verder wordt het beroep verworpen.